Wie controleert deze gemeente?

29-10-2015

Veel geld en veel taken. Gemeenten bemoeien zich met bijna alles in het leven van burgers en ondernemers. Maar een onafhankelijke controleur die in de gaten houdt of dat wel goed gaat? Die hebben veel gemeenten niet. ‘Kom zeg, goede controle hoort er gewoon bij.’

Wat als een controlerend orgaan te kritisch is? Dan halveer je gewoon het budget. Dat besloot althans de gemeente Arnhem toen haar rekenkamer een rapport afleverde dat volgens ingewijden niet strookte met de visie van het college, schreef Binnenlands Bestuur. De rekenkamer besloot daarop op te stappen en wordt nu vervangen door een rekenkamer-commissie met raadsleden. ‘Op die manier je eigen toezichthouder aanstellen? Dat komt de onafhankelijkheid van onderzoek niet ten goede’, zegt Marcel Hielkema, directeur van Dirkzwager, een groot notarissen- en advocatenkantoor in de Gelderse hoofdstad. ‘Ik snap wel dat de gemeente moet bezuinigen. De Arnhemse rekenkamer houdt na die halvering alsnog een ton over, wat me een prima budget lijkt voor een paar mooie onderzoeken. Maar de raad moet zijn controleur dan wel serieus nemen. Daar lijkt het nu niet op.’

Risico’s groter
Nu de 393 gemeenten in Nederland steeds meer taken hebben gekregen die eerder door het Rijk werden uitgevoerd, wordt een stevige controle belangrijker. Niet alleen omdat gemeenten meer taken hebben, maar ook omdat ze over steeds meer geld gaan. Wie controleert dan nog hoe gemeenten met hun geld omgaan? En of ze hun budget efficiënt en effectief besteden?

Een zorgpunt is ook, zo schreef de Volkskrant onlangs, dat er meer ‘probleemgemeenten’ zijn met een verziekte bestuurscultuur, de raad vaker versplinterd is en meer raadsleden onervaren zijn. De risico’s zijn daarmee groter dat er discutabele beslissingen worden genomen. En als er dan gaten in de begroting vallen, wordt de rekening daarvoor neergelegd bij burgers en ondernemers. Bijvoorbeeld in de vorm van een hogere onroerendezaakbelasting of hoge leges voor vergunningen, bleek ook uit eerder onderzoek van Forum.

Slapend bestaan
Zo vaak als de Algemene Rekenkamer het nieuws haalt met doorwrocht onderzoek, zo weinig doen lokale rekenkamers dat. 8 Procent van de gemeenten heeft zelfs een slapende rekenkamer, oftewel een controlerend orgaan zonder budget. Want, aldus sommige raadsleden, als er zich geen issues voordoen in de gemeente, waarom zou er dan budget vrijgemaakt worden voor zo’n bemoeizuchtig orgaan als een rekenkamer? Heel erg onverstandig, die houding, stelt Klaartje Peters, hoogleraar lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit van Maastricht en voorzitter van de rekenkamer in Maastricht. ‘Misschien is er van alles aan de hand in je gemeente, maar omdat je het niet onderzoekt, weet je het niet.’ De gemiddelde gemeente gaat over werkelijk alles in het leven van burgers en ondernemers en moet juist daarom goed gecontroleerd worden, zegt ze. ‘Het is een gegeven dat diegenen die gecontroleerd worden, het college en het ambtelijk apparaat, daar niet per se op zitten te wachten’, zegt Peters. ‘Tel daarbij op dat de budgetten van rekenkamers in het algemeen heel beperkt zijn. Daar doe je niet veel onderzoeken voor.’

Het verschijnsel rekenkamers op lokaal niveau is relatief nieuw en voor alle betrokkenen wennen gebleken, zegt Peters. Veel onderzoeken zijn ‘flets’, schreef ze een paar jaar eerder in een onderzoek. En die slapende rekenkamers? ‘Dat zijn er zo’n 28, waarvan je zou kunnen zeggen: ‘Ach ja, dat valt mee.’ Maar kom zeg, het lokale bestuur heeft veel meer taken dan vijftien jaar geleden, daar hoort gewoon een goede controle op lokaal niveau bij. Daarom is in 2006 juist besloten dat gemeenten een lokale rekenkamer zouden moeten hebben.’

Betere wet
Dat er wat mankeert aan het functioneren van lokale rekenkamers, heeft ook minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken gesignaleerd. Volgend jaar komt hij met een wetsvoorstel om de positie van lokale rekenkamers te verbeteren. Als het aan de minister ligt kunnen rekenkamers straks niet enkel meer uit raadsleden bestaan – slechts vier op tien rekenkamers bestaan alleen uit ‘externe leden’ – en moet elke gemeente er serieus budget voor vrij maken. Nu bestaat het jaarbudget van de lokale rekenkamers uit gemiddeld 0,08 procent van de totale gemeentebegroting, terwijl het drie jaar eerder nog 0,11 procent was. De meeste rekenkamers moeten het doen met een budget tussen de 10.000 en 30.000 euro, wat neerkomt op nog geen euro per inwoner.

Op zich een goed plan natuurlijk, al duurt het nog wel een hele tijd voordat dit ook daadwerkelijk is geregeld. Plasterk gaat het wel lastig krijgen, denkt Peters. Gemeenten hebben in Nederland nou eenmaal autonomie. ‘Hij zou in elk geval een paar noodzakelijke voorwaarden kunnen scheppen, zoals budget en status. Ik denk ook dat er best raadsleden in een rekenkamer kunnen zitten, als de voorzitter maar extern is en de onafhankelijkheid goed bewaard wordt.’

Zelf maar regelen
En in de tussentijd? Dan moet je als ondernemer zelf maar het heft in handen nemen. Dat deden althans Bert Brouwer (Koos Kinderopvang) en Sebastiaan Dekkers (Gastouderbureau 4Kids) uit Raalte. In hun gemeente kostte het starten als gastouder 684 euro. ‘Hoge leges vullen gaten in de gemeentelijke begroting en niks anders’, zegt Brouwer. ‘De GGD komt langs bij zo’n gastouder, doet een aanvangsinspectie en schrijft een rapport. Een uurtje werk. Een tarief van 100 euro lijkt me daarvoor redelijk, in plaats van de 684 euro die de gemeente rekende.’ Beide ondernemers zochten contact met een wethouder in hun gemeente en legden hem de casus voor. ‘We legden hem uit dat ze op deze manier veilige gastouderopvang de nek omdraaiden en kleine ondernemers in de gemeente benadeelden. Dat begreep hij wel’, zegt Brouwer. ‘Na een brief van ons aan de gemeenteraad, besloot die vervolgens om de leges af te schaffen.’ Hij wil iedere ondernemer hetzelfde aanraden.

Peters heeft nog een ander voorstel. ‘Ondernemers moeten zélf onderwerpen aandragen’, zegt ze. ‘Daar is een rekenkamer enorm bij gebaat. Als je goede argumenten en voorbeelden hebt, kan dat zo’n kamer helpen. De rekenkamers die ik ken, krijgen per jaar twee of drie suggesties van burgers om onderzoek te doen – niet altijd bruikbaar. Maar laat die ondernemers ons maar platbellen, ik ben benieuwd.’