Waarom er voor rotte appels geen plek is bij BRZO-bedrijven

In het bedrijfsleven verliest veiligheid het van economisch gewin, stelde Pieter van Vollenhoven onlangs in Forum. Dat is in het verkeerde keelgat geschoten bij de 400 BRZO-bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken. 'Voor bedrijven die sjoemelen, is geen plaats in onze industrie', zegt Dow-voorman Anton van Beek als voorzitter van Veiligheid Voorop.

 

Gesjoemel met de veiligheid? Anton van Beek wil als voorzitter van samenwerkingsverband Veiligheid Voorop én als  Dow-topman de indruk wegnemen dat de groep bedrijven die onder het Besluit risico's zware ongevallen (BRZO) valt, daar een handje van heeft. Die indruk werd volgens hem gewekt in het interview met Pieter van Vollenhoven in Forum. Maar voor mensen die niet serieus met veiligheid bezig zijn, is geen plaats, zegt hij.

 

Meneer Van Beek, wat doet u met BRZO-bedrijven die de veiligheid aan hun laars lappen?

'Als ik als voorzitter bedrijven tegenkom die niet zijn aangesloten bij een branche of bij een veiligheidsregio, dan spreek ik die daarop aan. Gewoon door de telefoon te pakken en de ceo te bellen. Als die me doorverwijst naar de veiligheidsafdeling, dan weiger ik dat. Veiligheid is ook een zaak van de hoogste baas. Het argument van zo'n bedrijf is vaak dat zij hun zaakjes zelf goed geregeld hebben, of dat ze meedoen aan een internationaal programma van een buitenlands moederbedrijf. Maar wij willen óók met die bedrijven om de tafel om van elkaar te leren en onze veiligheid te verbeteren.'

 

Wat is BRZO eigenlijk?Onder het Besluit risico's zware ongevallen (BRZO) vallen ruim 400 bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken, variërend van complexe chemische industrie tot relatief eenvoudige opslagbedrijven voor bepaalde typen gevaarlijke stoffen. Een derde daarvan bevindt zich in het Rijnmondgebied. Deze bedrijven moeten aan strenge veiligheidseisen voldoen en vallen onder een apart toezichtregime.

Maar als het nu gaat om een BRZO-bedrijf dat de regels bewust niet volgt?

'Uitsluiten. Wij doen geen zaken met bedrijven die niet veilig werken. Als het argument om dat toch te doen kostenbesparing is, dan is dat zó kortzichtig. Stel dat zo'n bedrijf dicht moet of failliet gaat, dan moet je op zoek naar een alternatief. En je wilt ook niet verbonden worden met zo'n bedrijf. In de industrie is het heel gebruikelijk dat wij inspecties doen bij bedrijven waarmee we voor het eerst in zee gaan. Ik ben trots op onze industrie die in samenwerking in de keten en met de overheid en andere organisaties inzet op versterking van de veiligheidscultuur.'

 

Veiligheid is natuurlijk wel een kostenpost voor BRZO-bedrijven.

'Het allerbelangrijkste is dat mijn mensen aan het einde van de dag veilig naar hun gezinnen thuis kunnen. Dat is niet in geld uit te drukken. Veilig werken is een investering in je bedrijf. Als je winst wilt maken en de juiste mensen wilt kunnen aantrekken, móet de werkomgeving veilig zijn. Bovendien is onveilig werken veel te duur, want als de boel wordt stilgelegd, kan je dat als bedrijf miljoenen per dag kosten.'

 

'Wij doen geen zaken met bedrijven die niet veilig werken'

 

'Tegelijkertijd is de menselijke component de grootste uitdaging. Werknemers kunnen twintig jaar hetzelfde handelen en dan ineens besluiten om het anders te doen. Bijvoorbeeld omdat ze haast hebben. Of omdat ze zich niet aan regels houden als altijd een helm dragen, niet met je i-Phone bellen of een gevaarlijke situatie  goed markeren. Dat kan leiden tot ernstige of zelfs dodelijke ongelukken. En dan hoor je achteraf dat die regels vaker werden overtreden, maar dat niemand daarop werd aangesproken.'

 

Wat is Veiligheid Voorop?Veiligheid Voorop is een samenwerkingsverband van bedrijven die onder het Besluit risico's zware ongevallen (BRZO) vallen. Dat zijn er zo'n vierhonderd.  Veiligheid voorop heeft als doel om de veiligheidscultuur en -prestaties binnen c.q. van BRZO-bedrijven te verbeteren. Dat loopt langs vier lijnen: betrokken leiderschap, excellente veiligheidsbeheerssystemen, regionale veiligheidsnetwerken, en veiligheid in de keten. Het samenwerkingsverband is opgericht naar aanleiding van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk.

Hoe moet je in een BRZO-bedrijf omgaan met die menselijke factor?

'In de eerste plaats een veiligheidscultuur in het hele bedrijf neerleggen, niet alleen bij de afdeling veiligheid. Als je toelaat dat de directie, een manager of een enkele werknemer de regels niet serieus neemt, is het hek van de dam. Als er iets fout gaat, meld dat, bespreek dat en leer ervan. Er is geen plaats in onze industrie voor mensen die niet serieus met veiligheid bezig zijn.'

'Automatisering is ook een van de antwoorden. Vroeger stuurden we een werknemer twee dagen een tank in om die schoon te maken en te inspecteren. Nu sturen we voor de inspectie een drone om een scan te maken. In volle tanks worden robotonderzeeërs neergelaten om controles uit te voeren. Dat levert veel meer data op dan een werknemer zou kunnen verzamelen. En die data kan ook worden ingezien door de inspectie.'

 

Lees ook het interview met Pieter van VollenhovenMaar je kunt toch niet het hele productieproces automatiseren?

'Daarom hebben we bij Dow een 'veiligheidsstraat' ingericht. Dat is een proefopstelling met 25 standaardsituaties die de werksituatie nabootsen. Nieuwe medewerkers moeten bijvoorbeeld een pijp aansluiten. Daar hebben we dan bewust iets aan veranderd of weggelaten, om te kijken of ze onveilige situaties herkennen en zich aan de voorschriften houden. Met een toepassing als Google Glass kun je daarnaast voorkomen dat medewerkers met een handboek van 50 pagina's op pad moeten. Op hun bril zien ze precies wat ze moeten doen. En áls er iets misgaat, dan laten we dat in ons bedrijf onderzoeken door medewerkers van een andere site. Die staan daar neutraler tegenover. Anders krijg je de slager die zijn eigen vlees keurt.'

 

Wat vindt u van de inspectiediensten?

'Die doen het goed. Wel zou, net als Pieter van Vollenhoven zegt, één inspectiedienst handiger zijn. Nu is veiligheid te veel verspreid over de departementen. Wij als bedrijven hebben onze krachten gebundeld in Veiligheid Voorop, het zou goed zijn als de overheid ook meer als één loket zou functioneren.'

 

Het actieplan Veiligheid Voorop: dit betekent het concreet

 

HG-topman Theo Vos: 'Wees trots op veiligheid BRZO-bedrijven'Ook Theo Vos, directeur van HG (reinigings- en onderhoudsmiddelen), heeft zich gestoord aan het interview met Pieter van Vollenhoven. 'Het is populistisch om te stellen dat veiligheid het verliest van economisch gewin bij bedrijven. Dat geldt in elk geval niet voor de BRZO-bedrijven. Het is juist andersom: veiligheid leidt tot winst. Want met een goede veiligheid bouw je een voorsprong op ten opzichte van concurrenten.'
'De brand bij Chemie-Pack wordt er altijd weer bijgehaald. Daar zijn weliswaar menselijke fouten gemaakt in het bedrijf, maar de schade is veel groter geworden als gevolg van verkeerd blussen door de brandweer. Tel je Odfjell mee, dan zijn dat twee incidenten van vijf jaar geleden. Ik vind dat we juist trots moeten zijn op de 398 andere BRZO-bedrijven.'
'Ik zie die zwijgcultuur niet waarover Pieter van Vollenhoven spreekt. Als ik als directeur geen veiligheidsschoenen draag op een plek waar dat wel moet, dan word ik aangesproken door medewerkers. Gaat er iets fout, dan wordt dat gerapporteerd en komt er een plan van aanpak om herhaling te voorkomen. Mijn medewerkers zijn ook nooit zenuwachtig als de inspectie op bezoek komt. Ziet die toch verbeterpunten, dan hebben wij daar alleen maar profijt van.'
'Over de noodzaak van één inspectiedienst ben ik het eens met Pieter van Vollenhoven. Die zorgt voor eenduidig beleid en een gelijk speelveld voor bedrijven. Maar liever heb ik helemaal geen overheidsinspectie. In Frankrijk heb je bijvoorbeeld naast een arbeidsinspectie een grote rol voor verzekeraars. Bedrijven moeten zich dan wel verplicht verzekeren voor hun veiligheid.'
'Er moet ook goed worden gekeken naar de maatregelen die de overheid oplegt, want ik heb het idee dat er alleen maar wetgeving bijkomt. Er is een neiging om Europese regelingen nog eens met een Nederlands sausje te overgieten. Daarnaast geldt dat innovaties op het gebied van veiligheid niet altijd doorgevoerd kunnen worden, omdat ze niet aan de huidige regelgeving voldoen.'