Overheid blijft winkeltje spelen

Oneerlijke concurrentie door de overheid? Zou niet meer kunnen met de komst van de Wet Markt en Overheid, was de belofte. Maar in de praktijk hebben ondernemers niets aan de wet die hen juist moet beschermen. Drie van hen vertellen wat er mis gaat.

 

 

Peter Verbij, Jachthaven Wolderwijd in ZeewoldePeter Verbij | Jachthaven Wolderwijd | Zeewolde

'Gemeente heeft écht lak aan spelregels'

 

'Wij zijn het oudste bedrijf van Zeewolde. We waren hier al gevestigd toen de gemeente nog niet eens bestond. Dan is het toch erg dat je zó wordt behandeld?' Peter Verbij, directeur/eigenaar van Jachthaven Wolderwijd, snapt niet waarom de gemeente hem het leven zo zuur maakt.

Verbij is trots op zijn jachthaven. Een mooie haven met achthonderd ligplaatsen: jaarplaatsen en plaatsen voor passanten, watersporters op doorreis. Alles wat watersporters zich wensen is er aanwezig: een watersportwinkel, een trailerhelling, et cetera. Maar voor de gemeente Zeewolde was dat blijkbaar niet voldoende. Twee jaar geleden besloot ze de gemeentelijke aanloophaven om te bouwen tot een moderne jachthaven. De opwaardering van de haven kostte dik 2 miljoen euro aan gemeenschapsgeld. Maar de boel op een commerciële basis uitbaten, ho maar. 'De gemeente heeft de haven om niet in beheer gegeven aan een horecaondernemer. Onderhoud, huur van toiletvoorzieningen, bijhouden van bestrating en beplanting, de exploitant hoeft daar niets aan bij te dragen. De gemeente beperkt zich tot het vaststellen van de hoogte van het liggeld. Het passantentarief in de aanloophaven is nu 1,05 euro per meter lengte, tegen 1,30 euro bij ons.'

 

Gemeente exploiteert ver onder marktprijs

De gemeente houdt de prijs zo laag onder het mom dat het toerisme in Zeewolde moet worden bevorderd. Verbij vindt dat geen sterk argument. 'Of een passant nu afmeert in de aanloophaven of in mijn haven, voor zijn bestedingen in de gemeente maakt dat niet uit.' De Autoriteit Consument & Markt (ACM) tikte de gemeente op de vingers: ze zou ver beneden de marktprijs én beneden de integrale kostprijs werken. De reprimande had weinig effect. De wet geldt niet voor activiteiten die van algemeen belang zijn. Van die ontsnappingsroute heeft de gemeente dankbaar gebruik gemaakt. Ten onrechte, oordeelt Verbij. Hij verwijst naar het boekje Als ambtenaren ondernemers worden van de ACM. 'In die publicatie staat duidelijk hoe overheden op een eerlijke manier kunnen concurreren met ondernemers. Maar in Zeewolde hebben ze daar kennelijk geen boodschap aan.'

 

Algemeen belang dankbare ontspanningsroute

De rol van de ACM is nu uitgespeeld. Hij vindt dat een tekortkoming in de wetgeving. De kwestie is inmiddels aan de orde geweest in de bezwaarschriftencommissie van de gemeente. Het advies van die commissie gaat naar het College van B&W, dat op haar beurt de gemeenteraad adviseert. Verbij verwacht er weinig van. 'Als deze procedure inderdaad op niets uitloopt, is het enige wat me nog rest de gang naar de bestuursrechter. En als dat ook niets oplevert, de Raad van State. Ik ben bang dat het daar uiteindelijk wel op zal uitdraaien.'

 

Ineke Hodes, Camping Batenstein in WoerdenIneke Hodes | Camping Batenstein | Woerden

'Dit is pure broodroof'

 

'Weet je wat die gratis plaatsen ons op jaarbasis kosten? 22.000 euro. Dat is erg veel geld.' Ineke Hodes, mede-eigenaar van Camping Batenstein, baalt als een stekker van het initiatief van de gemeente Woerden om gratis camperplaatsen te gaan aanbieden. 'De gemeente bemoeit zich met zaken die niet haar pakkie an zijn. En dat over de rug van de belastingbetaler. Waar ze nu mee bezig zijn, is pure broodroof.' Camping Batenstein telt vier verharde plaatsen voor grote campers. Daarnaast zijn er nog een stuk of twintig voor campers op het gras.

Genoeg ruimte dus. Maar toch wil de gemeente op vijf locaties binnen de gemeente gratis camperplekken realiseren. 'De gemeente Woerden beroept zich op het algemeen belang. Ze zegt dat ze de plaatsen alleen maar aanlegt om het toerisme te bevorderen en zo de lokale middenstand aan klandizie te helpen. De nieuwe plaatsen zouden een andere groep toeristen moeten trekken: mensen die niet op een camping willen staan. Alsof onze gasten geen inkopen doen! Je moet voor de lol eens kijken hoeveel eten ze uit het dorp halen. En wat ze aan kleding bij elkaar shoppen. Ze komen hier met tassen vol de camping op.'

 

Gemeente concurreert oneerlijk

Dat de gemeentelijke camperplaatsen gratis moeten zijn, is één ding. Maar het gaat zelfs zo ver dat de mensen die gebruik maken van die plaatsen, geen toeristenbelasting hoeven te betalen. 'Terwijl het hier toch echt gaat om toeristen. Dat is toch oneerlijke concurrentie?' Ze trekt de parallel met een staatswinkel waar geen btw in rekening wordt gebracht versus een private onderneming waar dat wél gebeurt. Dan is het niet zo moeilijk om te bedenken waar de klant als eerste naar toe gaat. 'Wat ze nu met de camperaars van plan zijn, lijkt hier heel erg op. Ze zullen eerst proberen of ze terecht kunnen op die gratis plaatsen, voordat ze zich bij ons melden.'

 

ACM kan er weinig tegen doen

Hodes vindt dat de hele gang van zaken geen schoonheidsprijs verdient. 'De gemeente heeft ons voor een voldongen feit geplaatst. Een dag voordat de raad over de camperplaatsen zou beslissen, hebben ze ons op de hoogte gebracht van hun plan. En of we alsjeblieft wél onspeaking terms met de gemeente wilden blijven... Maar hoe kan dat nou als je zoiets door je strot geduwd krijgt. Dat gaat toch niet werken?' Inmiddels heeft ook de ACM zich op de kwestie gestort. Want het is een landelijk probleem. Er zijn nu al elf gemeenten die gratis camperplaatsen aanbieden. Hodes vindt dat de Nederlandse Kampeerauto Club in deze ontwikkeling een twijfelachtige rol speelt. 'Mensen van die club zijn bij gemeenten aan het lobbyen voor gratis camperplekken. Ze beweren dat ze vooraf met alle campingeigenaren in de buurt gesproken hebben over hun wens. Maar dat is dus niet waar.'

 

John van Hoof, CSUJohn van Hoof | CSU | Uden

'Tijd voor toetsbare regels voor inbesteden'

 

Elke organisatie heeft het recht om activiteiten in eigen huis te laten uitvoeren, stelt John van Hoof, directeur van schoonmaakbedrijf CSU. 'Zeker als de activiteit dicht aanschurkt tegen het primaire proces van het bedrijf, zoals een hotel dat moet afwegen of ze de schoonmaak in- of uitbesteden. Maar vaak besteden ze het toch uit, omdat het niet hun eigen specialisme is.' Maar een zogenoemde Rijksschoonmaakdienst? Dat heeft niks meer te maken met de taken van de overheid, oordeelt hij.

Van Hoof hekelt het feit dat er geen regels bestaan voor inbestedingsactiviteiten van de overheid. Een beslissing van de overheid om iets zelf te gaan doen en zo ondernemers uit de markt te drukken, hoeft niet getoetst te worden. 'Er wordt nu per geval een business case gemaakt waar je je vraagtekens bij kunt zetten. Waarom zijn er geen objectieve regels? Minister Blok schreef dat de overheid geen enkele kennis heeft van de branche en een paar regels verder dat de branche mooie stappen zet. Dan is het des te gekker om te kiezen voor inbesteden.'

 

Regels voor inbesteden nodig

Van Hoof wil dat in de Wet Markt en Overheid regels komen over inbesteden. Nu is de keuze om een activiteit in te besteden vaak politiek gemotiveerd. De overheid denkt met het in dienst nemen van schoonmakers hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren. Iets wat de branche zelf ook al doet. 'Voorheen sloot de overheid langdurige contracten met ons, zodat wij ook meer konden investeren in onze mensen', zegt Van Hoof. 'Dat is erg succesvol geweest: veel mensen hebben een diploma kunnen halen en 84 procent van de mensen is bij ons vast in dienst.' Mede door stakingen is er een negatief beeld ontstaan van de branche. Ten onrechte, vindt Van Hoof. 'Maar daardoor heeft de overheid wél besloten het werk in eigen huis te halen.'

 

Overheid kan beter goede opdrachtgever zijn

De komende zes jaar wil de overheid tweeduizend schoonmakers in dienst nemen. Daardoor wordt zij het zesde grote schoonmaakbedrijf in Nederland. Uit berekeningen die ze zelf heeft gemaakt blijkt dat 20 tot 30 procent duurder uit te pakken dan het uitbesteden van de schoonmaak. Daar komt bij dat de branche 65 miljoen omzet misloopt. Van Hoof is er heel duidelijk in. 'De overheid moet niet ondernemen, haar takenpakket is al pittig genoeg. Ik vind het vreemd dat nutsvoorzieningen wel zijn geprivatiseerd, maar dat zoiets als schoonmaak dan niet wordt uitbesteed.' Als de overheid dan de positie van schoonmakers wil verbeteren, kan dat ook vanuit haar taak als opdrachtgever, vindt hij. 'Door langdurige contracten met een bedrijf aan te gaan bijvoorbeeld. Maar het moet geen motivatie zijn om zomaar in te besteden.'