18 MRT, 2026 • Reportage
Nederlandse krachten bundelen voor circulair plastic
Grote plastic producenten sloten de afgelopen jaren fabrieksdeuren in Nederland en ruim tien recyclebedrijven gingen failliet. Wat betekent dat voor onze circulaire ambities?
Het ziet er niet best uit voor circulair plastic in Nederland. Grote plastic producenten, zoals Sabic, LyondellBasell en Dow, zijn bezig om hun fabrieken hier te verkopen, te sluiten of ze zetten hun bouwplannen niet door. Dat is ook niet zo gek. Stroomprijzen, arbeidskosten, CO2-kosten en regeldruk liggen buiten Europa meestal een stuk lager. Daar is vaak ook makkelijker aan grondstoffen te komen, zoals Russische olie of Amerikaans schaliegas.
Die terugtrekking van de petrochemische sector beïnvloedt weer de plastic recycling in Nederland. Ook dat is te merken. Nederland is Europees koploper in het verliezen van plastic recycling faciliteiten (zie tabel van Plastics Recyclers Europe). Er is te weinig vraag naar hun product, want plastic recyclaat is duurder dan plastic gemaakt van aardolie. Die prijs van fossiel plastic gaat voorlopig niet omhoog, want buiten Europa worden nog volop plastic fabrieken bijgebouwd. Zo is de Nederlandse plastic industrie, inclusief circulaire innovaties, in een neerwaartse spiraal beland.
Nederlandse kansen
Dat kan anders, denkt Marc Spekreijse, directeur van het nationale investeringsprogramma Circular Plastics NL, dat met subsidies de transitie naar circulair plastic wil versnellen. Sinds 2023 investeerde het programma in 30 projecten en het programma loopt nog door tot 2031. Dat gebeurt niet voor niets in Nederland. “We hebben een unieke positie”, zegt Spekreijse. “Nederland is een goed georganiseerd, dichtbevolkt land met kleine afstanden. We hebben bovendien de infrastructuur, mindset, welvaart, kennis en aankomende EU-regelgeving om verduurzaming en recycling tot verdienmodel te maken. Nederland kan zo koploper worden in circulair plastic.”
Dat denkt ook Jeroen Kelder, mede-oprichter van het fondsbeheerder Infinity Recycling. Vanuit het idee om de circulaire economie levensvatbaar te maken en houden, investeert zijn fonds sinds 2022 in 10 bedrijven in Europa en Noord-Amerika en houdt die ook op lange termijn op de been. Dat gaat van Duitse AI-gedreven technologie om batterijen uit afval te vissen tot een Franse fabriek die ski’s of tennisrackets maakt van reststromen uit vliegtuigfabrieken. Infinity Recycling investeert ook veel in zogenoemde geavanceerde recylingtechnologieën. Dáár zit volgens Kelder veel potentie, juist voor Nederland.

Geavanceerd of mechanisch
Plastic geavanceerd recyclen is anders dan mechanisch recyclen. Nederland is al relatief goed in hoogwaardig mechanisch recyclen. Daarbij worden relatief schone stromen plastic afval omgesmolten tot nieuw plastic om producten mee te maken. Nederland recyclet op deze manier ongeveer de helft van het plastic mechanisch.
Grofweg de andere helft van het plastic verpakkingsafval in Nederland wordt nu verbrand, in binnen- of buitenland. Het enige dat je dan terugwint uit plastic is energie. Een efficiëntere manier om dit afval te gebruiken is via geavanceerde recycling. Plastic wordt dan niet omgesmolten, maar fysisch, chemisch of thermochemisch uit elkaar gehaald of ‘teruggeknipt’ tot de oorspronkelijke moleculen. Deze manier van recyclen kost meer energie en moet op grotere (industriële) schaal gebeuren, maar daarna kun je er wel weer van alles mee maken met hoogwaardige kwaliteit, zoals voedselverpakkingen.
Nederland telt meer geavanceerde recyclingfabrieken dan andere Europese landen. Logisch, vindt Kelder, want hier zijn ook hun potentiële afnemers. “In Nederland en België staat 70 procent van de petrochemie van Europa.” Deze petrochemische fabrieken, die nu aardolie als grondstof gebruiken, kunnen straks gaan werken met afvalplastic als grondstof. Ook al moeten de geavanceerde recyclingfabrieken daar eerst nog flink voor opschalen. Nederland is volgens Kelder ook een strategische plek voor geavanceerde recycling omdat de aanvoer voor deze recyclingfabrieken hier rijkelijk aanwezig is. Kelder: “Nederland exporteert nu veel moeilijke afvalstromen. Als we dat in Europa houden, hebben we grote volumes afvalplastic beschikbaar als grondstof.” Vanaf 21 november 2026 mag afvalplastic niet meer worden geëxporteerd buiten OESO-landen. Juist Nederland beschikt volgens Kelder over de logistiek om dat te regelen. “We zijn een hub, dat geeft je goede toegang tot stromen. Nederland is bovendien goed in de mechanische recycling van de relatief makkelijke afvalstromen. Dat maakt Nederland geschikt om te kijken wat je kunt doen met de reststromen die daarna nog overblijven.”
Kleine en grote cirkels
Uiteindelijk zou de hele plastic keten gewoon in Europa kunnen blijven, denkt Kelder. Dan moeten de verschillende partijen in de keten wel steeds om tafel gaan om te kijken hoe het nog efficiënter kan. In een circulaire economie draaien spullen en materialen het liefst rond in zo klein mogelijke cirkels. De meest kleine en efficiënte cirkel is hergebruik: een product na schoonmaak direct opnieuw gebruiken, zoals het standaard bierflesje. Zo voorkom je dat het afval wordt. Als dat niet lukt, komt mechanische recycling in beeld. Dat kan in relatief kleine fabrieken gebeuren, dichtbij de bron. Dat is handig bij plastic, want met zulk licht en volumineus materiaal is vervoer al snel inefficiënt. Pas daarna is de grote cirkel van chemische recycling een efficiënte optie. Verbranden doe je in een circulaire, dus grondstofzuinige, economie zo weinig mogelijk.
Missende investeringen
Volgens Kelder en Spekreijse passen geavanceerde recyclingfabrieken dus goed in Nederland. We hebben hier immers bijna alle benodigdheden: afvalstromen, grote havens met goede logistiek, petrochemische fabrieken, kennis en innovatie. Het enige dat eigenlijk nog mist is het kapitaal om geavanceerde recycle-startups op te schalen. “Geld is er genoeg”, zegt Kelder. Spekreijse: “Maar men wil het nog niet besteden en recyclen loont nog niet. Pensioenfondsen investeren nu liever in ASML of Nvidia.” Er is te weinig vraag naar recyclaat, dat nu nog duurder is dan fossiel plastic. Dat komt volgens Spekreijse omdat subsidies en maatschappelijke kosten niet goed in de prijs van fossiel plastic zijn verrekend. Dat maakt recyclen moeilijk rendabel en investeerbaar. Niet alle (maatschappelijke) kosten van de (gesubsidieerde) internationale fossiele routes worden meegenomen waardoor de business case voor verdere noodzakelijke investeringen moeilijk is.
“Deze sector is kapitaalintensief én nog heel nieuw”, vult Kelder aan. De risico’s die horen bij een circulaire businessmodellen zijn nog niet goed in kaart gebracht. Niet in Nederland, maar ook niet daarbuiten.” Kelder wil dat dat wel gebeurt en dat die risico’s goed worden verdeeld over alle partijen in de keten. Zo luidt ook het advies van het TNO rapport ‘bankability of defossilised first-of-a-kind chemicals & fuels production projects’.
Maar daar is een lange termijnvisie voor nodig en die mist Kelder vaak in Nederland. Hij richt zijn investeringspeilen daarom voorlopig elders. “Nederland is te eigenwijs en gedecentraliseerd. In andere landen, zoals Frankrijk, gaat dat meer gecentraliseerd. Als daar iets echt belangrijk is, gebeurt het ook.”

Krachten bundelen
Om de unieke positie van Nederland goed te benutten, willen Kelder en Spekreijse de krachten bundelen. Alleen dan kunnen we bestaande fabrieken en infrastructuur behouden en inzetten voor nieuwe circulaire activiteiten. Het rapport van voormalig ASML-topman Peter Wennink wijst wat hen betreft in de juiste richting. Kelder: “Publieke investeringsfondsen zouden bijvoorbeeld de opdracht moeten krijgen om specifieke, voor het land belangrijke, sectoren te helpen ontwikkelen. Voor de lange termijn werkt het niet als verschillende geldpotjes onafhankelijk van elkaar worden aangewend.” Deze oproep tot meer centralisatie richt Kelder niet alleen aan beleidsmakers, maar ook aan bedrijven zelf. “Luister naar elkaar, werk met elkaar samen en maak keuzes.”
Ook Spekreijse vindt de versnippering met geldpotjes op provinciaal, ministerieel en nationaal niveau niet handig. Hij hoopt op meer gebundeld publiek geld om via co-financiering private grootschaligere investeringen in recycling aantrekkelijker maken. Daarbij helpt eenduidig (EU) beleid en laagdrempelige regelingen. Daarnaast zijn er andere manieren om circulair plastic te steunen, zoals verplichte percentages recyclaat in nieuwe plastic producten. Maar dat moet dan wel gebeuren voor het hele speelveld. Spekreijse: “Als je dat bijvoorbeeld doet via de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid gelden die eisen meteen voor alle producten die op de Nederlandse markt komen.” Binnen enkele jaren volgen er strengere regels vanuit Europa om te produceren met recyclaat. “Tot die tijd kan de overheid recyclers ook ondersteunen op verschillende manieren, bijvoorbeeld door voorraden recyclaat alvast op te kopen en later weer door te verkopen met een aandeel in de winst, om zo liquiditeit in het systeem te brengen. “Uiteindelijk zullen de prijzen van recyclaat flink gaan stijgen.”
Nu actie
Gecentraliseerde steun voor de opschaling van circulair plastic is wel nú nodig, benadrukken de twee circulair investeerders. Spekreijse: “We weten nu al dat er straks meer recycle capaciteit nodig is voor onze duurzame doelstellingen. Door te investeren in nieuwe technologie kunnen we plastic efficiënter recyclen en opnieuw inzetten als alternatief voor fossiele grondstoffen. En we moeten de huidige capaciteit ondersteunen, zodat niet nog meer bedrijven wegtrekken en het investeringsenthousiasme verder inzakt.”
Dat zou zonde zijn, want een circulaire voortrekkersrol biedt grote voordelen aan Nederland en Europa. Kelder: “Je behoudt werkgelegenheid en maakt tegelijkertijd een grote sprong naar duurzaam en uitstootvrij. En je zorgt voor het behoud van grondstoffen en daarmee Europese autonomie. Want we kunnen verduurzamen wat we willen, maar zonder materialen kun je niks.” Voor die materialen zijn we nu nog erg afhankelijk van andere continenten. Dat wordt erger als meer plastic producenten en recyclaars uit Europa vertrekken.
Los van de geopolitieke en milieuvoordelen is een circulair koploperschap ook economisch slim. Volgens Spekreijse en Kelder kan Nederland straks zelfs de markt op met circulair advies, zoals nu gebeurt met advies over water. Is Nederland hier dan echt zo ver in? Kelder: “Het is misschien teleurstellend wat we tot nu toe bereikt hebben, maar in andere landen is dat nog teleurstellender.” En dat terwijl er eigenlijk gewoon geld valt te verdienen met circulair plastic. Dat is tenminste de selectie die de fondsen zelf hanteren. “Recyclen moet lonen”, vat Spekreijse het samen. “Circulair is levensvatbaar”, zegt Kelder.