Mogen we even vangen, ondernemer?

De OZB-aanslag van ondernemers pakt steeds vaker hoger uit dan die voor de ‘gewone’ burger, blijkt uit onderzoek van Forum. En opvallend: een steeds groter deel van de gemeentebegroting wordt door bedrijven opgebracht.

 

‘Het is jammer, maar helaas’, zegt Karina van Veen, woordvoerster van de gemeenten Ommen. ‘Ommen heeft extra inkomsten nodig. De OZB voor woningen is met 10 procent verhoogd en voor bedrijven met 26 procent. Dat is inderdaad heel veel.’ De gemeente stond bij het onderzoek van Vereniging Eigen Huis naar de ontwikkeling van de OZB-tarieven dit jaar stijf bovenaan samen met de gemeente Haren. ‘Tja’, klinkt het verontschuldigend, ‘de bijdrage van het Rijk is lager geworden en de gemeente heeft er zorgtaken bij gekregen. Ommen heeft daarnaast veel grond en die drukt als last op de begroting. Door de crisis was de verkoop van kavels op het bedrijventerrein minder. Er is al flink bezuinigd, we hebben de toeristen- en forensenbelasting verhoogd en de reserves zijn aangesproken, maar er moet gewoon geld bij.’ Al kan Van Veen de inwoners en ondernemers in de gemeente wel een beetje troost geven: ‘De tarieven hier zijn nog steeds ver onder het landelijk gemiddelde.’

 

Politieke keuze

Ommen is niet de enige gemeente waar bij ondernemers (en inwoners) dit jaar een hogere aanslag in de bus valt. Dat blijkt uit het jaarlijkse Forum-onderzoek naar de stijging van OZB-tarieven en -aanslagen. Al maken de meeste gemeenten het niet zo bont als Ommen (+24 procent) als je de aanslagen van dit jaar vergelijkt met die van vorig jaar. Er zijn zelfs gemeenten die de aanslag verlagen. Waaruit maar weer blijkt: hoe hoog of laag de rekening uitpakt, blijft een politieke keuze. 

Tabel: Link Design

Nu is de onroerendezaakbelasting een van de weinige middelen die gemeenten hebben om eigen inkomsten te genereren. Hoe ze hun tarief berekenen, mogen gemeenten voor een groot deel zelf weten. Wie de verschillende begrotingen leest, ziet een scala aan varianten die op de gemeentehuizen wordt gebruikt. Zo laat de gemeente Tilburg de stijging afhangen van de stijging van het bruto binnenlands product (0,9 procent). Andere gemeenten hebben vastgelegd dat het tarief een collegeperiode hetzelfde blijft of juist altijd met een x-bedrag wordt verhoogd.

Procentuele stijging van de gemiddelde OZB-aanslag voor ondernemers in 2017 ten opzichte van het jaar ervoor volgens opgaaf van gemeenten
Procentuele stijging van de gemiddelde OZB-aanslag voor ondernemers in 2017 ten opzichte van het jaar ervoor volgens opgaaf van gemeenten
Tabel: Link Design

Rekening voor ondernemer

Opvallende ontwikkeling: sommige gemeenten leggen de rekening liever neer bij ondernemers dan bij hun inwoners. Neem Breda waar dat expliciet in het college-akkoord is afgesproken. Woningbezitters gaan in vier jaar een procent of vier minder betalen, ondernemers betalen in die periode 5 procent méér. 'Wij hebben drie jaar geleden besloten dat we af wilden van de grilligheid in de OZB’, legt de Bredase wethouder van Financiën Paul de Beer uit. ‘We hebben toen voor de hele coalitieperiode vastgelegd hoeveel we de tarieven laten stijgen. We zagen namelijk dat vergeleken met andere gemeenten de woningen wat hoog en de bedrijven wat laag in te tarievenlijst zaten.'

 

Addertje onder gras

En dan zijn er nogal wat gemeenten, zo blijkt uit Forum-onderzoek, die in de begrotingstekst goede sier maken met een stabiele lastendruk. Maar soms zit daar een addertje onder het gras. Stabiele lastendruk betekent in de praktijk vaak dat een lagere opbrengst van bijvoorbeeld rioolheffing, hondenbelasting of reclamebelasting wordt gecompenseerd met een hogere OZB-aanslag. Of dat de verlaging van de OZB-tarieven voor woningen wordt  gecompenseerd door een hogere tarief voor bedrijfspanden (niet-woningen). Zo verlaagt de gemeente Rotterdam de tarieven voor woningen met 3,1 procent, maar gaan de tarieven voor bedrijven met ongeveer hetzelfde percentage omhoog. En dan zijn er ook gemeenten die een gat in hun begroting simpelweg opvullen met extra OZB-inkomsten.

 

Boete voor leegstand

Steeds meer gemeenten hebben een nieuwe manier gevonden om de inkomstendip door leegstand van winkel- en kantoorpanden te compenseren. Apeldoorn en Rotterdam zijn daar een voorbeeld van. Zij hevelen het gebruikersdeel van de OZB (dat normaal gesproken door de huurder wordt betaald) geheel of gedeeltelijk over naar de eigenaren van de panden. Blijkbaar vinden gemeenten dat de eigenaren te laconiek omgaan met leegstand. En hopen ze – door de OZB voor eigenaren fors te verhogen – dat zij sneller op zoek gaan nieuwe huurders. De OZB wordt zo een boete-instrument voor leegstand. ‘Wij denken dat de mogelijkheden om de leegstand te beïnvloeden bij de eigenaren groter zijn dan bij de gebruikers’, legt de Rotterdamse wethouder Adriaan Visser uit. De Rotterdamse wethouder zegt dat de discussie erover pas ontstond nadat door de gemeenteraad was vastgesteld dat leegstand negatieve effecten heeft op de OZB-inkomsten. De Rotterdamse OZB-opbrengst stijgt dit jaar dankzij het nieuwe beleid met een dikke 3,5 miljoen euro en draagt geen 5,4 maar 6,4 procent bij aan de begroting. En dát is ook een opvallende ontwikkeling: het deel van de gemeentekas dat wordt gevuld door bedrijven wordt sluiperwijs steeds groter. Tarieven voor bedrijfsgebouwen zijn vaak al twee tot vier keer hoger dan die voor woningen en die kloof wordt steeds groter, blijkt uit het Forum-onderzoek.

Tabel: Link Design

Aanslag omlaag

Gaat er dan niets goed? Jawel. In Utrecht gaat de gemiddelde aanslag in euro’s enorm omlaag (-12 procent). En er zijn ook andere gemeenten die zich inhouden. Daaronder Amsterdam. De hoofdstad heeft niet alleen opvallend lage tarieven, maar is voor inkomsten ook niet erg afhankelijk van de OZB-opbrengst. De reden: Amsterdam heeft veel winstgevende leningen en deelnemingen, zoals een belang van 25 procent in Schiphol, waaruit ze rente en dividend ontvangt.

Procentuele stijging van de gemiddelde OZB-aanslag voor ondernemers in 2017 ten opzichte van het jaar ervoor volgens opgaaf van gemeenten
Procentuele stijging van de gemiddelde OZB-aanslag voor ondernemers in 2017 ten opzichte van het jaar ervoor volgens opgaaf van gemeenten
Tabel: Link Design

En zelfs als een gemeente de OZB-aanslag relatief veel laat stijgen, kan ze nog best de titel meest ondernemersvriendelijke gemeente in de wacht slepen (onderzoek van MKB-Nederland). Kijk maar naar Rijssen-Holten. Ondernemers kijken dus wel naar meer in hun beoordeling dan de hoogte van de gemeentelijke rekening.

 

Het Forum-OZB-onderzoekForum deed dit jaar onderzoek naar de ontwikkeling van tarieven en aanslagen voor de OZB van twintig gemeenten. De elf grootste gemeenten is  gevraagd naar de tarieven van 2016 en 2017 voor gebruikers en eigenaren van niet-woningen (bedrijfspanden dus), naar de  gemiddelde OZB-aanslag in euro’s, naar de totale opbrengst van de OZB en naar het percentage dat de OZB-opbrengst uitmaakt van de totale inkomsten van een gemeente. Dezelfde vragen zijn voorgelegd aan de twee grootste stijgers (Ommen, Haren) en dalers (Rijswijk, Geldrop-Mierlo) uit het OZB-onderzoek van de Vereniging Eigen Huis. En vijf gemeenten die volgens het onderzoek van MKB-Nederland van vorig jaar ondernemersvriendelijk zijn (Rijssen-Holten, Beverwijk, Bunschoten, Renswoude en Zwolle). Alleen de gemeente Haren heeft ook na verschillende aansporingen niet gereageerd.

 

Macronorm wéér overschreden?Er is door het Rijk toch een maximum aan de OZB-stijging gesteld? Jazeker, het Rijk stelt elk jaar een zogenoemde macronorm vast. Dit jaar ligt die norm op 1,97 procent. Zoveel mag de OZB landelijk gemiddeld stijgen. Dat gemeenten onderling variëren van enorme dalingen (Utrecht -11 procent) tot gigantische stijgingen (Ommen +26 procent), maakt niet uit. Want gemeenten die krap bij kas zitten hopen dat hun stijging wordt gecompenseerd door brave broeders. Gemiddeld komt de stijging in euro’s, waar het tenslotte in de praktijk om gaat, bij de door Forum onderzochte gemeenten uit op een plus van 2,34 procent. Als deze steekproef representatief is voor het gedrag van alle gemeenten, zitten gemeenten dus net als voorgaande jaren boven de macronorm. En blijkt de macronorm geen enkele matigende werking te hebben op individuele gemeenten.

 

Sluipmoordenaar precariobelasting wordt kaltgestelltGemeenten zoeken voor inkomsten steeds vaker naar niet-zichtbare heffingen zoals precarioheffing, concludeerde Forum vorig jaar. Die worden bijvoorbeeld door de nutsbedrijven doorberekend en niet rechtstreeks door gemeenten aan burgers en bedrijven in rekening gebracht. Die trend wordt nu afgekapt. Er zijn in Nederland dit jaar nog acht gemeenten die een precarioheffing hebben. In de Tweede Kamer ligt een wetsvoorstel klaar – dat overigens pas na de komende verkiezingen wordt behandeld – om die route helemaal te verbieden. Sommige gemeenten – Capelle aan den IJssel bijvoorbeeld – zijn hiervan zelf ook voorstander. Gemeenten die op 10 februari 2016 geen precariotarief hadden, mogen geen precariobelasting op leidingen invoeren. Gemeenten die wel een tarief hebben, mogen dit niet verhogen en krijgen tien jaar de tijd om de belasting af te schaffen. De precario-inkomsten zijn het hoogst in Rotterdam (9,8 miljoen euro), weet onderzoekinstituut COELO. De inkomsten per inwoner zijn het hoogst in Apeldoorn (47 euro).