Moeten we om deze grondstoffen straks bedelen bij China?

Het is zonder veel ophef gebeurd en vrijwel onopgemerkt gebleven: China controleert dus wereldwijd grondstoffen – zoals zeldzame aardmetalen – en aanvoerroutes. En dat zou weleens hele grote gevolgen kunnen hebben voor onze energietransitie.

 

Niemand in Europa weet nog hoeveel cruciale grondstoffen er beschikbaar zijn voor de energie- en ict-sector. Ook niet hoeveel er in gehandeld wordt en door wie. De Amerikanen kunnen eveneens alleen nog maar gokken. Want al die kennis is zonder veel ophef exclusief naar China gegaan. De particuliere beurs voor metalen, de Londen Metal Exchange, werd in 2012 door de deelnemende bedrijven verkocht aan de China Development Bank. Belangrijkste taak van de beurs was en is het kopen en verkopen van (geheime) voorraden om de prijzen te stabiliseren. De nieuwe eigenaar verplaatste de beurs naar Singapore, waar deze volgens Michel Rademaker van Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS) waarschijnlijk samengevoegd gaat worden met de plaatselijke beurs. Vóór de Chinese overname hadden alle deelnemende bedrijven zicht op de voorraden die via de beurs werden gebruikt om de prijzen te reguleren. Nu is dat de facto alleen nog de Chinese overheid. Het gebrek aan ophef uit Europa geeft volgens Rademaker aardig aan dat de beleidsmakers (nog) geen notie hebben van de machinaties. ‘Als je op EZ moet uitleggen dat er een London Metal Exchange is, sta je al 1-0 achter.’

 

'Als je op EZ moet uitleggen dat er een London Metal Exchange is, sta je al 1-0 achter’

 

Zeldzame aardmetalen nodig voor energietransitie

De plannen voor een duurzamere economie die minister Wiebes in juli kreeg van de zogenoemde Milieutafels, hebben één grote gemene deler: ze draaien om elektriciteit, hightech innovatie en ict. En alledrie maken die voor een groot deel gebruik van zeldzame aardmetalen. Op zich is dat niet het probleem. Want in weerwil van hun naam zijn zeldzame aardmetalen niet zeldzaam, ze zijn alleen moeilijk te winnen. Daarnaast wordt er heel weinig van gebruikt. Wél een probleem is dat de meeste makkelijk te exploiteren bronnen in China liggen.

China controleert zijn eigen grondstoffen met quota en vergunningenstelsels. En waar ze de bronnen niet heeft, probeert ze de aanvoerroutes in handen te krijgen. De Chinezen ontwikkelen directe verbindingen met Azië en Europa (zoals een spoorlijn naar Rotterdam) en waar ze kunnen, kopen ze bestaande infraknooppunten. In Afrika, maar ook in de EU.

Wat zijn dat nou precies: zeldzame aardmetalen?Een beetje verwarrend misschien, maar om te beginnen zijn zeldzame aardmetalen geologisch beschouwd niet schaars. Het zijn 17 scheikundige elementen die van nature op verschillende plekken op de aarde voorkomen. Hun namen klinken als plaatsnamen uit een stripalbum van Asterix: zirkonium, niobium, yttrium, dysprosium en hafnium. Het minst voorkomende element uit de groep van 17, lutetium, komt in de aardbodem tweehonderd keer meer voor dan goud. De term zeldzaam slaat op hoe weinig ervan wordt gewonnen: 160.000 ton per jaar wereldwijd (ter vergelijking, Tata Steel in IJmuiden verwerkt jaarlijks 75 miljoen ton erts). Tot twintig jaar geleden wist ook niemand wat ermee te doen, behalve er een magneet van maken. Vooral de opkomst van ict heeft de vraag aangewakkerd, onder meer omdat de metalen extreem goed elektriciteit geleiden.

China heeft de meeste mijnen voor zeldzame aardmetalen

Hoewel het een geologisch toeval is dat China de meeste mijnen voor zeldzame metalen heeft, zag het regime al snel de potentiële waarde ervan, zegt Michel Rademaker van de Haagse denktank HCSS. ‘In de jaren tachtig zei de toenmalig leider Deng Xiao Ping al: 'Het Midden-Oosten heeft olie, wij hebben zeldzame aarde.' China probeert de export ook onder controle te houden. Enerzijds omdat winnen zonder een maximum een grote aanslag betekent voor mens en milieu, maar ook om politieke invloed uit te oefenen. Eerst deden ze dat door een quotum in te stellen, maar toen dat niet mocht van de WTO, hebben ze een vergunningensysteem bedacht.’ Rademaker grijnst. ‘Dat komt in de praktijk op hetzelfde neer.’

 

'wat olie voor het midden-oosten is, zijn zeldzame metalen voor china'

 

Samen met het One Belt, One Road-initiatief (OBOR, ook wel de Nieuwe Zijderoute genoemd) probeert China grip te krijgen op de transportroutes van en naar China. Eén tak gaat via zuidwest Azië naar Oost-Afrika. De andere door Mongolië naar de Rotterdamse haven. Ook vanuit Tilburg vertrekt wekelijks een containertrein naar Chengdu. De investeringen die China doet, de voordelige leningen die ze uitgeeft om de wegen en spoorlijnen aan te leggen, en beloften van schuldverlichting zorgen voor politieke invloed. Zo spreken Afrikaanse OBOR-landen zich opvallend vaak positief uit over Chinese plannen. Ook in Montenegro en in Griekenland heeft China aanzienlijke belangen. Zo is de grootste Griekse haven, Piraeus, in Chinese handen. 

Voor China is terugkeer op het wereldtoneel een renaissainceTot ongeveer 1840 was China 2000 jaar lang de grootste economie ter wereld. De Chinezen zien hun opkomst dan ook als een renaissance, een terugkeer naar de ‘normale’ gang van zaken. ‘One Belt, One Road (OBOR) is, net als het kopen van kennis in het buitenland, onderdeel van een groter plan’, zegt Rademaker. ‘China is door de economische kracht weer het Rijk van het Midden. De Communistische Partij heeft een kans om de economie een boost te geven. Het goede daaraan is dat het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft drastisch is verminderd. Tot een paar jaar geleden was China de ‘fabriek voor de rest van de wereld’. Zowel de WTO als de Chinese overheid vonden dat het land zich niet stabiel zou kunnen ontwikkelen als het geen interne markt zou creëren en alles wat werd gemaakt goedkoop zou blijven exporteren. Het OBOR-project is een manier om de influx te behouden. Omdat de fabrieken werkgelegenheid geven en er een interne markt opkomt, is iedereen blij met de communistische partij.’

Vooral het Duitse bedrijfsleven kijkt al enige jaren met argwaan naar de activiteiten van het Rijk van het Midden. De tech- en maakindustrie zijn erg afhankelijk van grondstoffen en Chinese bedrijven kijken begerig naar Duitse technologische kennis. Investeren in China betekent vaak dat Westerse bedrijven hun tafelzilver mee moeten nemen in een joint venture, maar de laatste jaren is het kopen van complete bedrijven voor Chinese bedrijven een alternatieve manier geworden om kennis te vergaren. Meer dan Nederland, is Duitsland bezig met een tegenstrategie. De Duitse werkgeverskoepel BDI heeft al zes jaar een speciale Sicherheit und Rohstoffe Abteilung, die zich intensief bezighoudt met de vraag hoe de Duitse industrie zich kan blijven verzekeren van een toevoer van (zeldzame) grondstoffen. Ook het Duitse ministerie van Economische Zaken heeft een aparte afdeling die zich met die vraag bezighoudt.

 

Dit doen de Duitsers om zich van grondstoffen te verzekeren

‘Ik ben ervan overtuigd dat wij afhankelijk zijn van Chinese grondstoffen’, zegt Matthias Wachter, hoofd van de Sicherheid und Rohstoffe Abteilung. ‘Duitsland heeft zelf geen zeldzame aardmetalen. Het enige wat wij kunnen doen is diversifiëren, zorgen dat we inkopen bij zoveel mogelijk verschillende leveranciers. Wij bevelen onze leden aan om voor een Afrikastrategie te zorgen, om direct langlopende contracten met mijnen daar af te sluiten. Minstens net zo belangrijk is recycling van grondstoffen. Ik denk dat dat een wezenlijke bijdrage kan leveren aan de vermindering van de afhankelijkheid van China. Verder zijn we met steun van de Duitse overheid bezig met proeven voor deep sea mining in de Zuid-Pacific. En, dit is echt science fiction, we denken aan space mining. Het is absoluut toekomstmuziek, maar er zijn veel grondstoffen in de ruimte. Wij kennen 700 duizend asteroïden en 17.000 daarvan zijn bereikbaar. We weten ook dat er asteroïden zijn met een kern uit palladium, kobalt en goud. Wij zouden graag ruimtewetgeving willen hebben. Dat klinkt misschien gek, maar Luxemburg heeft een space mining law en om die reden vestigen zich daar bedrijven die zich bezighouden met het ontwikkelen van ruimtemijnbouw.’

‘Stop met klagen en doe iets’Europese landen moeten helemaal niet stil in een hoekje blijven kijken wat China allemaal doet, vindt de Portugese ex-minister voor Europese Zaken van Portugal Bruno Maçães en nu senior advisor bij Flint Global in Londen en nonresident member bij het Hudson Institute in Washington. Ons op onze eigen identiteit werpen, zoals de populisten doen is helemaal de omgekeerde wereld, vindt hij. ‘De echte oplossing voor Europa’s problemen (met een economisch opkomend China; red.) is precies wat het vijf eeuwen geleden was: ons hoekje aan het einde van de oceaan verlaten en de wijde wereld ingaan.’
‘De manier om de economische invloed van China te bevechten is meer investeren buiten de grenzen van Europa. Vooral in de kritische infrastructuur en economische hubs van de toekomst, vooral in Centraal en Zuidoost-Azië.’

Inmiddels draait Duitsland begerige Chinese bedrijven de duimschroeven aan. Chinese investeringen in 50Hertz (een infrabedrijf voor stroomvoorziening) en Leifeld (een metaalbedrijf dat ook werkt voor de defensie-industrie) zijn tegengehouden. Berlijn heeft inmiddels een wet aangenomen waardoor bedrijven van buiten de EU maar beperkt mogen investeren in Duitse ondernemingen die vitaal zijn voor de economie of de veiligheid. Daar zit een tamelijk strenge toetsing aan vast. ‘Het is voor Duitsland niet makkelijk’, zegt Wachter begripvol. ‘Er is veel handelsverkeer en er zijn goede contacten tussen Duitsland en China.’

 

Europese samenwerking echt nodig

Het is opvallend dat er in Europa nauwelijks wordt gepraat over de eigen voorraden. Europa heeft wel zeldzame aardmetalen, maar ze worden niet gewonnen. Wat waar precies ligt, is vrijwel onbekend en de ertslagen die wél bekend zijn, liggen vaak in natuurgebieden. Onderzoeken naar grondstoffen in die gebieden stuiten dus op vroegtijdig alarm van natuur- en milieuorganisaties. Daarom pleit Wachter bijvoorbeeld voor regelgeving die de mogelijkheid open laat om die ertslagen wél te exploiteren.

 

'waarom exploiteren we zo'n mijn in zweden niet als gezamenlijk Europees project?'

 

Volgens Michel Rademaker van HCSS is het mogelijk om wat tegenwicht te bieden aan de macht van China. ‘In Zweden is een verlaten mijn waar ook zeldzame aardmetalen zijn aangetoond. In principe is bijna alle infrastructuur nog aanwezig. De exploitatie kan dan ook volgens onze Europese normen gedaan worden, met aandacht voor mens en milieu. Een land alleen kan dat niet dragen. Een mijn openen en ontwikkelen heeft een aanloopperiode van 8 tot 14 jaar en kost tussen de half en 1 miljard euro. Die mijn zou als gezamenlijk Europees project ontwikkeld kunnen worden. Dat levert geen autarkie op, maar wel leverage. Gesprekken met China worden iets gelijkwaardiger.’

‘We zitten op alle manieren vast en we kunnen er niet uit’, zegt Rademaker. ‘Maar Europa is geen Afrika. De machtsverhouding is veel gelijkwaardiger. China heeft de Europese markt heel hard nodig. Maar het land zal zeker invloed proberen uit te oefenen.’, Met een klein lachje: ‘Wie betaalt, bepaalt. En laten we daar niet omheen draaien, zo doe wij dat in Nederland en Europa natuurlijk ook. Maar als iedereen op zijn eigen postzegel blijft kijken, komen we er nooit uit.’

En Nederlandse ondernemers dan?Veel Nederlandse bedrijven zijn vooral indirect afhankelijk van aardmetalen. Bijvoorbeeld omdat zij halffabricaten importeren waarin de grondstof is gebruikt. Veel Nederlandse ondernemers zullen daarom niet meteen omvallen als de kraan wordt dichtgedraaid of de prijs van aardmetalen omhoog schiet, maar de afhankelijkheid van China verminderen zou ook voor het bedrijfsleven hier goed zijn. Eigen investeringsagenda's – zoals de Britse en Duitse overheden die ook hebben opgezet – zijn goed. Maar om echt iets in gang te zetten is massa nodig: dus nog beter zou zijn als op Europese schaal wordt samengewerkt en er een Europese grondstoffenagenda komt.