6 JAN, 2026 • Opinie

Mijntje Lückerath: Buffett’s Morele Testament

Zestig jaar lang bepaalde Warren Buffett het gezicht van een van ’s werelds grootste investeringsmaatschappijen. In zijn laatste aandeelhoudersbrief draait hij een hardnekkig beeld om: duurzame aandeelhouderswaarde ontstaat niet ondanks, maar dankzij moreel leiderschap.

Op 1 januari droeg Warren Buffett, inmiddels 95 jaar oud, het leiderschap van Berkshire Hathaway over aan de 63-jarige Greg Abel. Daarmee komt een uitzonderlijk lang tijdperk tot een einde: zestig jaar onafgebroken leiding door één van de meest invloedrijke beleggers van de twintigste en eenentwintigste eeuw. Buffett’s laatste uitgebreide aandeelhoudersbrief van november 2025 kan daarom worden gelezen als zijn intellectueel en moreel testament. 

Buffett geldt in veel economische en bestuurskundige analyses als het archetype van het aandeelhouderskapitalisme. Zijn nadruk op eigenaarschap, discipline en rendement heeft bijgedragen aan het beeld van Buffett als ‘shareholder first’-icoon. Decennialang schreef hij jaarlijks een brief aan aandeelhouders. In de beginjaren waren deze vooral technisch en onderwijzend; later verschoof de aandacht naar cultuur, reputatie en vertrouwen, met expliciete waarschuwingen tegen verkeerde prikkels, zoals bonussen, en een grotere rol voor bestuur en toezicht als institutionele waarborgen. In zijn laatste jaren, en met name in zijn brief van november 2025, komt daar een nadruk op moraliteit en menswaardigheid bij. 

Aanhanger van het aandeelhoudersmodel

Hoewel Buffett in deze brief opnieuw benadrukt dat ‘Berkshire sterker bewust is van de belangen van aandeelhouders dan vrijwel elk ander bedrijf waarmee ik bekend ben’, is het beeld van Buffett als louter aanhanger van het aandeelhoudersmodel te simplistisch. Hij stelt namelijk óók dat Berkshire altijd zo geleid zou moeten worden dat het ‘an asset to the United States’ blijft. Het bedrijf wordt hierdoor niet gepresenteerd als een geïsoleerde winstmachine, maar als een maatschappelijke actor. 

Zijn belangrijkste boodschap is echter geconcentreerd in de afsluiting en is moreel van aard. Buffett vertelt over Alfred Nobel, die naar verluidt zijn eigen overlijdensbericht las nadat een krant zich had vergist bij het overlijden van zijn broer. Nobel was geschokt door wat hij las en besefte dat hij zijn gedrag moest veranderen. Buffett roept de lezer op om nu al na te denken over wat men zou willen dat in zijn of haar overlijdensbericht staat, en daarna ook zo te leven dat men dat bericht daadwerkelijk verdient. 

Fundamentele gelijkwaardigheid

In dat kader reflecteert hij op criteria voor grootsheid en succes. Die worden volgens Buffett niet bepaald door de accumulatie van geld, politieke macht of publieke aandacht, maar door het effect dat handelen heeft op anderen. ‘Wanneer u iemand helpt, op een van de duizenden mogelijke manieren, helpt u de wereld.’ Vervolgens verwijst hij naar de Golden Rule als leidraad voor gedrag, bij ons bekend als ‘Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’ Tot slot benadrukt hij de fundamentele gelijkwaardigheid van mensen: vriendelijkheid kost niets, maar is van onschatbare waarde. Zoals Buffett schrijft: ‘The cleaning lady is as much a human being as the Chairman.’ 

De impliciete boodschap van Buffett’s laatste brief is helder: duurzame aandeelhouderswaarde ontstaat niet ondanks, maar dankzij zorgvuldige, morele oordeelsvorming en een bredere oriëntatie op stakeholders. 

In Nederland spreken oud-bestuurders zich vaak pas ná hun pensionering uit over keuzes die ze tijdens hun loopbaan maakten. Dat is begrijpelijk, want reflectie vraagt tijd en afstand. Toch valt er veel te zeggen voor het veel eerder expliciteren van economische én morele ankerpunten, niet als afscheidsinterview of speech, maar als richtinggevend en inspirerend document tijdens actieve dienst. Strategische keuzes kunnen dan systematisch worden getoetst aan deze ankerpunten van waarde en waardigheid. Dat maakt bestuur en toezicht transparanter en toetsbaarder, en levert bovendien waardevolle lessen voor de buitenwereld. 

Buffett’s brief laat zien hoe krachtig zo’n expliciete positionering is, maar ook hoe waardevol het is wanneer deze niet pas aan het einde van een loopbaan wordt uitgesproken. Welke huidige Nederlandse ceo durft deze brief te schrijven?

Prof. dr. Mijntje Lückerath-Rovers is hoogleraar Corporate Governance aan Tilburg University / TIAS School for Business and Society, kroonlid bij de SER, en commissaris bij onder andere Erasmus MC, Pels Rijcken en NRC. Zij is auteur van Morele Dilemma’s in de Boardroom.

aandeelhoudersaandelenhandelcorporate governanceondernemerschap