15 SEP, 2026 • Interview

Melanie Maas Geesteranus: 'Versterk waar Nederland goed in is, bescherm waar het kwetsbaar is’

Nu geopolitieke spanningen oplopen, kan Nederland niet langer uitsluitend op de markt vertrouwen, zegt Melanie Maas Geesteranus, ceo van Invest International. We moeten strategischer investeren en bedrijven meer ruimte geven om internationaal te groeien. ‘Versterk waar je goed in bent en bescherm waar je kwetsbaar bent.’ 

Invest International bestaat dit najaar vijf jaar. De staatsinvesteerder werd opgericht om Nederlandse bedrijven te helpen met internationale financiering en investeringen mogelijk te maken waar de markt dat niet of onvoldoende doet. En dat doet het met succes. Investeringen verdienden zich snel terug: al na twee jaar was de organisatie winstgevend. Inmiddels staat het alweer voor een nieuwe fase. Invest International gaat in 2028 samen met de binnenlandse financierder Invest-NL op in een nieuwe Nationale Investeringsinstelling (NII). 

Het jubileum valt op een moment waarop het Nederlandse investeringsbeleid volop ter discussie staat. Rapporten van Mario Draghi en oud-ASML-topman Peter Wennink hebben opnieuw vragen opgeworpen over onze concurrentiekracht. Hoe voorkomen we ongewenste afhankelijkheden? En hoe zorgen we ervoor dat Nederlandse bedrijven niet alleen hier kunnen groeien, maar ook internationaal kunnen concurreren? 

Volgens Maas Geesteranus vraagt dat om een andere blik op investeren. Nederland staat bekend om zijn begrotingsdiscipline, maar zou daarnaast volgens haar beter moeten worden in langetermijninvesteringen. ‘Als het gaat over ons toekomstige verdienvermogen en onze strategische autonomie, moeten we over een begrotingsperiode heen kunnen investeren.’ 

Begrotingsdiscipline en strategisch investeren hoeven elkaar niet te bijten. ‘Het gaat erom dat Nederland op terreinen die van belang zijn voor het toekomstige verdienvermogen en de economische veiligheid langer vooruitkijkt. Voor infrastructuur en water bestaan al langjarige fondsen. Waarom zou een vergelijkbare benadering niet mogelijk zijn voor andere strategische terreinen?’ 

‘Onze economie denkt niet in blokken van vier jaar. Er zijn langetermijninvesteringen nodig waar de markt die niet kan oppakken. Zodat innovaties niet op de plank blijven liggen, nieuwe technologieën een kans krijgen en we onze positie in de wereldeconomie versterken.’ 

Wie is Melanie Maas Geesteranus? Melanie Maas Geesteranus is ceo van Invest International, de Nederlandse staatsdeelneming die bedrijven aanvullend aan de markt ondersteunt bij internationaal ondernemen en investeert in projecten die bijdragen aan duurzame economische groei en strategische weerbaarheid. De organisatie mobiliseert publiek en privaat kapitaal voor investeringen op terreinen als de energietransitie, kritieke waardeketens, infrastructuur, gezondheid, agricultuur, water en innovatieve technologieën.
Maas Geesteranus heeft zowel ervaring in het bedrijfsleven als in de politiek. Zij was minister van Infrastructuur en Milieu en staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat. Tevens vervulde zij de functie van directeur bij verzekeraar Achmea en was zij CEO bij Porticus, een internationale private filantropische organisatie. Met haar achtergrond in bestuur, publiek-private samenwerking en internationale vraagstukken zet zij zich in voor het versterken van het toekomstige verdienvermogen van Nederland.


Internationale inzet voor nationaal belang
 

‘Die langetermijninvesteringsagenda is nog niet volwassen’, zegt ze. ‘De agenda van Wennink is best een mooi begin als het gaat om nieuwe technologieën, maar we moeten nóg strategischer nadenken over waar we goed in zijn en wat we willen beschermen. Het gaat daarbij niet alleen om hoeveel Nederland investeert, maar vooral om waarin.’ 

Maas Geesteranus mist in het debat over toekomstig verdienvermogen de verbinding met de internationale kansen. Een groot deel van de Nederlandse welvaart wordt over de grens verdiend. ‘Het CBS becijferde dat meer dan de helft van onze economische groei over 2025 voortkwam uit de export van goederen en diensten’, vertelt Maas Geesteranus. ‘Het is waar we altijd goed in zijn geweest. Nederland is een van de meest open economieën van de wereld. Die openheid brengt ons veel.’ 

Neem de Nederlandse halfgeleiderindustrie, een ecosysteem van bijna 60.000 banen en ruim 30 miljard euro. Nederland heeft een sterke mondiale marktpositie, maar is voor grondstoffen, talent en afzetmarkten ook afhankelijk van andere landen. ‘Je moet daarom kijken naar nieuwe samenwerkingen.’ 

Zo werkt Invest International aan de opzet van een semiconinnovatiecentrum in Vietnam, ‘een soort Brainport in Vietnam’. Nederlandse ondernemingen uit de chipindustrie kunnen daar mensen opleiden en krijgen zo toegang tot klanten in de regio. ‘Zo worden we minder afhankelijk van enkele grote spelers in de markt. Dat gebeurt allemaal niet vanzelf, dat vergt investeringen en nauwe samenwerking met overheden en bedrijven.’ 

Van marktfalen naar marktinterventie 

Publieke investeerders zijn traditioneel bedoeld om marktfalen op te lossen. Een bedrijf heeft bijvoorbeeld een veelbelovende technologie, maar commerciële financiers vinden het risico nog te groot. Maas Geesteranus noemt Econowind, dat windondersteunde voortstuwing voor schepen ontwikkelt, waardoor schepen minder brandstof nodig hebben. De technologie bevindt zich precies in die lastige fase waarin klanten bewezen technologie willen, terwijl financiers zekerheid willen over de afzet. Een bank wil daar nog niet in stappen, maar een investeerder als Invest International kan zo’n financieringsgat helpen overbruggen. 

Maar de veranderende geopolitieke werkelijkheid vraagt soms om meer dan het oplossen van marktfalen. ‘We moeten ook meer kijken naar marktinterventie.’ De overheid moet daarbij bepalen wat daadwerkelijk van strategisch belang is. ‘Gaat het om het behoud van succesvolle activiteiten in Nederland? Gaat het om het minder afhankelijk maken van andere landen? Of gaat het om heel nieuwe, specifieke technologieën waar je echt iets mee wilt?’ 

Dat vraagt om meer continuïteit in het industriebeleid. ‘Ik denk dat daar meer had kunnen gebeuren’, zegt Maas Geesteranus. ‘Die continuïteit is van belang, specifiek op die punten waar je ziet dat we echt bedreigd worden in onze zelfstandigheid.’ Ze noemt onder meer energienetwerken, grondstoffen en defensie. 

Klein land, groot in het buitenland 

Die economische strategie mag bovendien niet ophouden bij de grens. Zeker nu de wereld protectionistischer wordt, moet Nederland die internationale oriëntatie volgens haar vasthouden. ‘Internationaal ondernemen is veranderd. Het gaat niet langer uitsluitend om een Nederlands bedrijf dat ergens een klant vindt. Overheden, financiering en diplomatieke relaties spelen een steeds grotere rol.’ 

Invest International is bijvoorbeeld betrokken bij de Lobito Corridor in Angola, onderdeel van de Europese Global Gateway-strategie. Rond een bestaande spoor- en wegverbinding die Angola met Zambia en Congo verbindt, wordt gewerkt aan een handelsplatform voor onder meer landbouwproducten en grondstoffen. Nederlandse bedrijven kunnen daar een rol spelen in bijvoorbeeld logistiek en handel. 

Vorig jaar vertrok het eerste Angolese schip met avocado’s naar Rotterdam. Meer dan de helft van alle Europese import van avocado’s loopt via Nederland, goed voor een handelsstroom van circa €1,7 miljard per jaar en duizenden banen in handel, logistiek en distributie. ‘Angola zoekt toegang tot de Europese afzetmarkt, Nederland speelt een belangrijke rol in distributie en vervoer. Maar zo’n project ontwikkelen duurt jaren. Banken kunnen vaak pas aan het eind instappen, als de grootste risico’s zijn weggenomen. Invest International kan al in een vroeger stadium bijspringen.’ 

Open economie, minder afhankelijk 

Nederland heeft zijn welvaart voor een belangrijk deel te danken aan open handel, terwijl economische veiligheid en strategische autonomie steeds belangrijker worden. Volgens Maas Geesteranus is het antwoord niet dat Nederland zich moet terugtrekken. ‘We moeten blijven vechten voor die open economie.’ Tegelijkertijd is het onverstandig om voor kritieke grondstoffen vrijwel volledig afhankelijk te zijn van één land. 

Diversificatie is daarom noodzakelijk. Landen als Canada en Australië kunnen alternatieven bieden. Dat betekent niet dat Nederland relaties met bijvoorbeeld China moet afbouwen. ‘Je moet constateren dat je afhankelijkheden hebt en vervolgens naar alternatieven zoeken en daarin investeren. Maar je moet tegelijk ook een goede relatie met China blijven opbouwen.’ 

De eerste stap ligt volgens Maas Geesteranus bij de overheid: bepalen welke afhankelijkheden Nederland daadwerkelijk wil verminderen en daar vervolgens middelen voor beschikbaar stellen. ‘Wil je echt iets op gang krijgen, dan gaat het niet alleen om het financieren van een fabriek. Het gaat om het verleggen van handelsstromen. Dat is ingewikkelde materie. Dan moet je als land ook echt willen en je moet bereid zijn te investeren in wat de markt niet zelf kan doen.’ 

Het mes van die diversificatie snijdt volgens de ceo aan twee kanten: lokale producenten krijgen betere toegang tot internationale markten, terwijl Nederland nieuwe handelsstromen en relaties opbouwt. ‘Je zult veel strategischer moeten kijken en zorgen dat je, waar je afhankelijk van bent, toegang toe hebt.’ Zulke projecten gaan daarmee niet alleen over ontwikkelingssamenwerking, maar ook over het Nederlandse verdienvermogen en economische weerbaarheid. 

Niet van het kastje naar de muur 

Die grotere rol voor publiek investeringsbeleid raakt direct aan de vorming van de Nationale Investeringsinstelling. Invest-NL en Invest International moeten daarin samengaan. Wanneer is die integratie volgens Maas Geesteranus geslaagd? 

Haar eerste criterium is opvallend praktisch: ‘Op het moment dat het bedrijfsleven niet meer van het kastje naar de muur wordt gestuurd.’ Een ondernemer kan in Nederland beginnen en vervolgens internationaal doorgroeien. Nu komt hij daarbij verschillende publieke loketten tegen. ‘Je moet echt denken vanuit de bedrijven als klant.’ Achter de schermen kan vervolgens worden bepaald welke expertise of financieringsvorm nodig is. 

De NII moet volgens haar bovendien groter worden dan de som der delen. Schaal maakt het makkelijker om privaat kapitaal van banken, verzekeraars en pensioenfondsen te mobiliseren en grotere financieringen mogelijk te maken. Juist daar ligt nu een bottleneck voor Nederlandse scale-ups. ‘Een financieringsaanvraag van tientallen miljoenen euro’s legt op een relatief klein investeringsbudget direct een groot beslag.’ Met meer beschikbaar kapitaal ontstaat meer ruimte om bedrijven een volgende groeistap te laten maken. 

Wat is de NII? Het kabinet heeft in juli 2025 aangekondigd dat Invest International en Invest-NL worden samengevoegd tot één nationale investeringsinstelling. Nederland heeft behoefte aan een grotere en slagvaardigere publieke investeerder die bedrijven beter kan ondersteunen bij innovatie, internationale groei en strategische economische opgaven. De NII moet daarom uitgroeien tot een strategische investeerder die het Nederlandse verdienvermogen versterkt. In een wereld met toenemende geopolitieke spanningen, technologische concurrentie en grote investeringsopgaven moet de instelling risico’s kunnen nemen waar de markt terughoudend is. Door kapitaal, expertise, netwerken en instrumenten van Invest International en Invest-NL te bundelen, ontstaat één loket voor ondernemers en een organisatie die grotere investeringen en projecten kan ontwikkelen en opschalen. 

Geen kampioenen zonder ecosysteem 

Geld alleen is echter niet voldoende. Succesvolle ondernemingen ontstaan waar kapitaal, talent, infrastructuur, kennis, energie en internationale toegang samenkomen. 

Daarom waarschuwt Maas Geesteranus ook voor een te statische investeringsagenda. Vandaag staan AI, defensie en kritieke grondstoffen hoog op de agenda. Vijf jaar geleden lag dat anders. Een Nationale Investeringsinstelling moet daarom langjarig kunnen opereren. ‘Je weet vandaag niet waar je morgen in wilt investeren. Je hebt als Nationale Investeringsinstelling de ruimte en slagkracht nodig om op een veranderende wereld in te spelen.’ 

Wat moet het kabinet uiteindelijk doen? Maas Geesteranus vat het samen in twee opdrachten: versterken waar Nederland goed in is en beschermen waar Nederland kwetsbaar is. 

Dat eerste betekent investeren in sectoren en clusters waarin Nederlandse bedrijven internationaal al sterk zijn en ervoor zorgen dat zij kunnen doorgroeien. Het tweede betekent afhankelijkheden verkleinen, bijvoorbeeld bij grondstoffen, voedsel, energie en digitale infrastructuur. ‘Versterk waar je goed in bent. Zorg dat bedrijven en clusters kunnen groeien. Investeer met publieke middelen waar de banken dat niet kunnen, vooral in markten waar risico’s voor commerciële partijen te groot zijn. En bescherm waar je kwetsbaar bent. Zorg voor toegang tot landen en handelsstromen waar onze economie op draait, inclusief grondstoffen, medicijnen en voedsel.’ 

Economische kampioenen ontstaan volgens Maas Geesteranus niet door één winnaar aan te wijzen en daar publiek geld in te stoppen. Het gaat om de omstandigheden waarin nieuwe winnaars kunnen ontstaan, in Nederland én daarbuiten. 

‘Andere landen bouwen geen kampioen, maar een ecosysteem om kampioenen in te laten groeien.’ Wie pas ingrijpt wanneer een bedrijf of technologie onder druk staat, is te laat. ‘Dat is reactief. Als je proactief bent en onafhankelijkheid opbouwt en innovaties en groei stimuleert, krijg je een veel steviger positie en kun je veel van dit soort problemen voorkomen.’ 

Hoe doen andere Europese landen het?Nederland is relatief laat met het opbouwen van één krachtige publieke investeerder en blijft waarschijnlijk ook aanzienlijk kleiner dan de grote Europese voorbeelden. Duitsland, Frankrijk, Italië en in toenemende mate het VK gebruiken nationale investeringsbanken met vele tientallen miljarden aan kapitaal al jarenlang als instrument van industrie-, innovatie- en concurrentiebeleid. Hun nationale investeringsbanken zijn dus eigenlijk geen ‘banken’, maar instrumenten voor economische strategie. Duitsland gebruikt publiek kapitaal om de concurrentiekracht van de industrie te versterken. Frankrijk koppelt politieke prioriteiten aan investeringscapaciteit. Italië gebruikt zijn nationale investeringsbank om toegang tot belangrijke goederen te beschermen en te versterken. Zelfs het traditioneel marktgerichte VK kiest steeds nadrukkelijker voor een publieke investeerder die strategische sectoren ondersteunt.

buitenlandse handel en investeringeneconomieinternationaal duurzaam ondernemeninterview (rubriek)