Ja, er passen 25.000 molens in de Noordzee (en het is nodig ook)

Over 35 jaar staan er 25.000 windmolens in de Noordzee. Niet alleen langs de kust van Nederland, maar langs de kust van álle Noordzeelanden, en verder in zee. Dat is de wens van de Nederlandse initiators van 2050 - An Energetic Odysssey. Een megalomaan plan? Ja, maar de transitie naar duurzame energie wordt dan ook een mega-operatie. ‘Je moet groter durven denken.’

Een grote opgave die vaak wordt onderschat. Zo omschrijft Maarten Hajer de Nederlandse duurzaamheidsdoelstelling. In 2050 moet 80 tot 95 procent minder CO2 worden uitgestoten dan in 1990. ‘Vaak wordt nog gedacht dat we die doelstelling met allerlei kleinschalige projecten kunnen halen. Maar je moet juist groot denken’, zegt Hajer, hoogleraar Urban Futures aan de Universiteit Utrecht en een van de bedenkers van het plan om 25.000 windmolens in de Noordzee te zetten in de periode tot 2050. Om een idee te geven: op land en op zee telt Nederland nu zo’n 2.000 turbines. 

Economie van de toekomst
Hoe dat eruit gaat zien, wordt getoond in de Fenixloods in het hippe voormalige havengebied van Rotterdam. Het is een van de voorbeelden van de economie van de toekomst die centraal staat op de Internationale Architectuur Biënnale in Rotterdam. Daar zijn bijna zestig internationale projecten te aanschouwen, van ‘kleine’ als iShack (sloppenwijk met zonnepanelen) tot megaprojecten als 2050 - An Energetic Odyssey. Dat is niet alleen op Nederland gericht, maar op het hele Noordzeegebied. België, Engeland, Noorwegen, Denemarken en Duitsland moeten er ook aan mee gaan doen, want dan wordt het mogelijk om de locaties ver uit de kust goed te ontsluiten. In de Fenixloods valt op een vloerprojectie te zien hoe er steeds meer windmolens langs de kust, en in een later stadium veel grotere molens verder weg in de Noordzee komen te staan. 

Reëler dan gedacht
Hajer benadrukt dat het plan ‘in de culturele ruimte’ is ontstaan. ‘Het is geen beleidsplan. Daardoor is het makkelijker voor de verschillende partijen om mee te gaan in onze gedachtegang. Een veelgehoorde reactie is dat het reëler is dan ze vooraf hadden gedacht.’ Rond het plan is inmiddels een gelegenheidscoalitie gevormd bestaande uit het ministerie van Economische Zaken, bedrijven als Shell en Van Oord, de Havenbedrijven Rotterdam en Amsterdam, en een ngo als Natuur en Milieu. Zij zien er allemaal iets in, zonder zich meteen vast te leggen op concrete bijdragen en investeringen. 

Oog voor schepen, kust en vogels
Bij de planning van de windmolens is zoveel mogelijk aan de andere bestemmingen van de Noordzee gedacht. De locaties van windparken liggen niet op vaarroutes. De parken komen farshore, dus ver genoeg om het uitzicht vanaf de kust niet te bederven. En dat is maar goed ook, want in 2050 moeten windmolens van 300 meter hoog (inclusief wieken) en een vermogen van 20 megawatt mogelijk zijn. De huidige zijn nog geen 150 meter hoog en leveren 3,6 MW. Zelfs aan de vogels wordt gedacht. Bij massale vogeltrek in het Noordzeegebied zouden de windmolenparken dankzij radardetectie tijdelijk stilgelegd kunnen worden. 

Schaalsprong
‘Wij noemen het geen plan, maar een concept om het denken over de energietransitie om te vormen en te versnellen’, zegt woordvoerder Robert de Bruin van offshore-bouwer Van Oord. ‘Nederland loopt nu achter met verduurzaming. Met zon en wind op land alleen redden we het niet. Met wind op zee kunnen we een schaalsprong maken. Je moet als Nederland groter durven denken.’ Hij erkent dat het natuurlijk ook gewoon business is voor Van Oord, een van de marktleiders in de offshore-windindustrie. ‘En niet alleen voor ons. Het heeft een spin-off voor de hele BV Nederland. Bedenk wel dat de huidige ontwikkelingen in de olie- en gasindustrie behoorlijk dramatisch zijn.’

Post-fossiele tijdperk
Volgens Hajer zullen er in de offshore-windsector 310.000 banen bijkomen. Die compenseren het banenverlies (280.000) in de offshore-olie- en gassector. Maar de benodigde investeringen voor het windmolenplan zullen voor het hele Noordzeegebied in 2040 dan wel zijn opgelopen tot 35 miljard euro per jaar. Hajer: ‘Met het verdwijnen van de olie- en gassector verandert ook de functie van de Rotterdamse haven. Die zal zich in het post-fossiele tijdperk specialiseren in het in elkaar zetten van windmolens en het bouwen van specialistische schepen en van ‘stopcontacten’ waar de windparken op worden aangesloten.’ 

'Dit is geen droom. Het kan echt'

Er moet een speciaal werkeiland komen in zee voor de assemblage van turbines. Het vervoeren daarvan naar de plaats van bestemming is namelijk duur vanwege de onzekere weersomstandigheden, dus die reis moet je zo kort mogelijk maken.’ Op een gegeven moment moeten er vijftien windmolens per week het zeegat uitgaan. 
In de plannen van Hajer en consorten moet de Rotterdamse haven zich ook gaan toeleggen op het afvangen en opslaan van CO2.Daar kunnen lege gasvelden in de zeebodem voor worden gebruikt. Opslag in de bodem op het land levert te veel weerstand onder de bevolking op. Maar ook CO2-opslag onder zee is vooralsnog duur en een kwestie van lange adem. Het eerste afvangproject had vorig jaar al operationeel moeten zijn. 

Weerstand
De grote vraag is natuurlijk of het windplan ooit werkelijkheid zal worden. Hajer beseft dat. ‘Begin je over een Europese energie-unie, dan schiet iedereen meteen in de weerstand.’ Het is ook niet niks om energie-infrastructuurprojecten die van zichzelf al grootschalig zijn, in Europees verband van de grond te krijgen. Het windplan is in april voorgelegd aan de Europese ministers van energie. Op 6 juni wil de Nederlandse minister van energie, Henk Kamp, een samenwerkingsovereenkomst met de andere Noordzeelanden tekenen. In Nederland moet het plan worden meegenomen in de nationale energiedialoog die tot deze zomer duurt. ‘Let wel’, zegt Robert de Bruin van Van Oord, ‘dit is geen droom. Het kan echt.’

Shell wil ook meer wind
Olie- en gasconcern Shell, dat regelmatig wordt omschreven als ‘fossiele reus’ die de overstap naar duurzaam niet kan maken, heeft zich ook uitgesproken voor meer windenergie. In een verkiezingsmanifest dat naar Tweede-Kamerleden is gezonden, wordt bepleit om in de periode van 2023 (einde Energieakkoord) en 2030 sterker in te zetten op wind op zee. Het bedrijf denkt dat de kostprijs van windenergie meer kan dalen dan waarmee het kabinet nu rekent: met 65 procent in plaats van 40 procent.

Leidingen doortrekken
De internationale dimensie van het windmolenplan is niet gebaseerd op een aardige Europese gedachte, maar bittere noodzaak. Het is duur om de leidingen en ‘stopcontacten’ tussen windparken en het vasteland aan te leggen. Als die leiding aan de andere kant van het windpark kan worden doorgetrokken naar bijvoorbeeld Engeland, kan veel beter worden geprofiteerd van de beschikbare windenergie. 
Immers: als Nederland even met wat minder windenergie uit de voeten kan, gaat die energie gewoon naar Engeland. Zo komt een Europees energienetwerk langzaam in zicht. Eerder is het idee geopperd om tot een Europees energienetwerk te komen, waarbij windenergie uit het noorden wordt uitgewisseld met zonne-energie uit het zuiden.