Hoe Sander Dekker het vmbo in de kou laat staan

Wat een radicale vernieuwing van het technisch vmbo moest worden, dreigt uit te lopen op een regelrechte ramp. Wél een goed plan om leerlingen voor te bereiden op de beroepen van de toekomst, maar géén geld om dat te realiseren. Hoe dat kon gebeuren.

Zonde. Absoluut een gemiste kans, vindt schooldirecteur Henri van Breugel. Zelfs op zijn Gilde Vakcollege Techniek in Gorinchem, de grootste technische vmbo-school van het land, kunnen de leerlingen straks niet sleutelen aan een windmolen. Te duur om aan te schaffen en meer geld vanuit de overheid komt er niet. Terwijl duurzame energie wel een keuzevak is in de nieuwe examenprogramma’s. Gebruik maar een computersimulatie, is de boodschap, terwijl zijn leerlingen juist met hun handen willen werken. Veel schooldirecteuren waren zo blij met de plannen van staatssecretaris Dekker om het vmbo eens grondig op de schop te nemen. Weg met de 35 oude leerrichtingen, hoera voor tien nieuwe profielen die helemaal aan de eisen van deze tijd zijn aangepast. Eindelijk modern onderwijs voor 50 procent van alle leerlingen die deze vorm van onderwijs volgt. Het plan ligt er, alleen er is geen geld. En dus zullen veel scholen gedwongen zijn vooral de technische profielen links te laten liggen, want duur. Vmbo-scholen in Deventer, Enkhuizen en Hoogeveen hebben al gezegd dat ze geen uitgebreid technisch onderwijs zullen aanbieden. En dat is nog maar het topje van de ijsberg, verwacht Van Breugel. Hij heeft nog het geluk dat zijn school groot is. Dagelijks komen zo’n achthonderd leerlingen van heinde en ver naar het Gilde College toe. Maar ook voor deze school zijn de investeringen maar nauwelijks op te brengen. Hoe moet dat dan met al die vmbo’s waar de middelen nog schaarser zijn? En zo voltrekt zich dan een ramp waar buiten de vmbo’s zelf niemand aandacht voor lijkt te hebben.
‘Welke ambtenaar heeft nou nog een vmbo van binnen gezien?’Vicieuze cirkel
Op het eerste gezicht lijkt het logisch dat er niet hele nieuwe afdelingen techniek uit de grond worden gestampt op alle vmbo’s. Veel scholen hebben last van een teruglopend leerlingenaantal, deels door het onterecht slechte imago van het vmbo – ouders doen er vaak álles aan om hun kind naar de havo te krijgen – en deels doordat er gewoon minder kinderen zijn. En ja, zeker op de afdeling techniek loopt op veel scholen nog maar een handjevol leerlingen rond. Dat is geen regionaal probleem. Ook in grote steden zoals Amsterdam hebben maar een paar scholen zo’n afdeling. Alleen al in de hoofdstad halveerde de afgelopen tien jaar het aantal leerlingen dat een technisch profiel koos. Een rechtstreeks gevolg van de manier waarop het vmbo wordt bekostigd door de overheid. Door hun beperkte en verouderde afdeling techniek slagen scholen er niet in leerlingen warm te maken voor een technische profielkeuze. Daarvoor en daardoor krijgen ze van de overheid ook niet genoeg geld om nu de afdeling te gaan vernieuwen, aangezien scholen per leerling bekostigd worden. En het geld dat er binnenkomt, geven schoolbestuurders doorgaans liever uit aan de havo en het vwo, stelt Ton de Groot, directeur van het Teylingen College. Want daar valt mee te scoren. Een vicieuze cirkel dus.

Schatting VNO-NCW in samenwerking met Platform techniek op basis van gegevens DUO 2015-2016

Techniekonderwijs verdwijnt 
Nu al bieden scholen in een aantal gemeenten, zoals Utrecht en Vlissingen, geen of heel beperkt technisch onderwijs aan. Van scholen die een miniem leerlingenaantal in de afdeling techniek hebben, is de kans heel erg groot dat ook zij het meest technische profiel Produceren, Installeren en Energie niet gaan aanbieden. Ze krijgen er immers niet genoeg geld voor om een hele afdeling opnieuw op te tuigen. In totaal gaat het om zo’n vijftig gemeenten. Slechts 44 Nederlandse scholen hebben nu meer dan veertig leerlingen op de afdeling techniek rondlopen. Van scholen met meer dan 25 leerlingen wordt aangenomen dat ze het profiel PIE wel gaan aanbieden, maar zeker is dat niet.

Niet rendabel
Dat terwijl het praktische beroepsonderwijs echt geld nodig heeft om leerlingen klaar te stomen voor het mbo en voor de arbeidsmarkt. Van Breugel kent scholen die van ellende hun eigen oefenmateriaal maar simuleren. Plak maar vier lange repen tape op de grond en voilà, je hebt een vrachtwagen. Daar moeten de leerlingen dan pallets ‘inladen’. En dan proberen scholen in te springen op de overgang naar duurzame energie met het profiel Produceren, Installeren en Energie, is ook dat voor veel scholen niet te betalen. ‘Neem bijvoorbeeld installatietechniek’, zegt Van Breugel. ‘Er zijn op dit moment negentien scholen die dat aanbieden, waarvan een groot deel minder dan tien leerlingen heeft. Dat kan niet uit.’ Een volledige ingericht lokaal kost 600.000 euro aan inventaris. Om als school zo’n werkplaats rendabel te laten draaien, heb je ruim honderd leerlingen nodig, rekent directeur Ton de Groot van het Teylingen College uit. Vijf flinke schoolklassen dus. Onhaalbaar op dit moment. 

In de wind geslagen
Niet dat het ministerie van Onderwijs of staatssecretaris Sander Dekker nooit gewaarschuwd is. In tegendeel. Ondernemers hebben in 2011 en 2013 al aangegeven dat er meer aandacht voor het vmbo moet zijn en dat er meer geld vooral naar het technisch vmbo moet. Dáár komen immers de leerlingen vandaan – de helft van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs – die doorstromen naar het mbo en waarnaar in het bedrijfsleven een grote vraag is. Maar dat advies is door de politiek in de wind geslagen. Ook bij de vernieuwing van het vmbo is er door ondernemers op aangedrongen meer geld vrij te maken om de veranderingen ook kans van slagen te geven. Dekker deed niets met dat advies. De staatssecretaris meldde wel in een kamernota dat er kosten gemoeid zijn met de vernieuwing. Maar extra geld vrijmaken, deed hij niet. Ook niet toen zijn eigen partij, de VVD’er in de Kamer vragen over stelde, bleef hij erbij hierover geen uitspraken te kunnen doen. Behalve dan dat het bedrijfsleven maar moet bijdragen aan de basisinventaris voor de scholen. Wat nu al op grote schaal gebeurt: dankzij de hulp van het bedrijfsleven kunnen veel scholen nu nog net hun technische afdeling open houden. Maar om nou te verlangen dat ondernemers straks een compleet nieuwe werkplaats inrichten…
Politiek kent het vmbo niet
De Tweede Kamer bestaat bijna uitsluitend uit mensen met een hbo- of universitaire achtergrond. In de jaren dertig van de vorige eeuw was nog 15 procent van de Kamerleden lager opgeleid. SP’er Remi Poppe – met alleen een basisschooldiploma – zwaaide als allerlaatste af in 2010. De huidige vaste Kamercommissie onderwijs bestaat uit vijf hbo’ers en 21 wo’ers. Eén van de hbo’ers is ooit begonnen op het vmbo. Staatssecretaris Sander Dekker, die over onderwijs gaat, rondde het vwo af en studeerde daarna bestuurskunde aan de Universiteit van Leiden.

Schamperen over vmbo
In de politiek ging het de laatste jaren alleen maar over excellentie en topklassen, zegt Tweede Kamerlid Eppo Bruins (CU). De kloof met het beroepsonderwijs is groot. Beleids­makers lijken weinig feeling te hebben met het vmbo: ze hebben er nooit op gezeten en staan er daardoor veel te ver vanaf. ‘Of de ambtenaren van het ministerie van OCW, die deze plannen hebben bedacht, weleens een vmbo van binnen hebben gezien? Ik vraag het me af’, zegt Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing (PvdA). Ze kreeg verbaasde telefoontjes toen zij op eigen verzoek het beroepsonderwijs in haar portefeuille kreeg. Ze stond toch hoog genoeg op de lijst? ‘Alsof het een straf was. Er zijn teveel negatieve aannames over het vmbo. Ik kan heel boos worden over dat dedain. Een vriendin belde me huilend met de mededeling dat haar kind naar het vmbo moest. En nu praten vmbo’ers op dezelfde manier over zichzelf. Misselijkmakend.’ Ook in de Commissie Onderwijs zit slechts één Kamerlid, Mohammed Mohandis (PvdA), die begonnen is op het vmbo. ‘Als je die wereld niet kent, ga je op de beeldvorming af’, zegt hij. ‘Maar ook buiten de politiek is het imago van het vmbo niet goed. Luister maar hoe schamper er op verjaardagen over het vmbo wordt gesproken.’ De boodschap is: deze kinderen zijn niet slim genoeg voor de havo. In plaats van: deze kinderen hebben de praktische talenten waar heel veel (technische) bedrijven om staan te springen.

Wakker worden allemaal
Schooldirecteur Van Breugel (Gilde College) kan zo schetsen hoe het zal aflopen. Een echt volwaardig techniekprofiel zal maar door een paar scholen aangeboden worden. De rest zal het houden op Dienstverlening en Producten. Een pakket dat scholen wel met technische vakken kunnen invullen, maar het is  beslist geen technische opleiding, verzucht Van Breugel. Het gevolg is dat de leerlingen die dat profiel kiezen, áls ze al kiezen voor een technische vervolgopleiding, met een grote achterstand naar het mbo gaan. Voor bedrijven die verlegen zitten om technisch personeel is dat een ramp. Dekker calculeert zelf al in dat scholen vanwege de krappe bekostiging kiezen voor de goedkopere opleidingen. Maar daar heeft hij vervolgens geen consequenties aan verbonden. Als Dekker de vernieuwing van het beroepsonderwijs echt wil laten slagen, dan zal hij zijn portemonnee moeten trekken. En als hij het niet voor ondernemers wil doen, dan wel voor de vmbo’ers zelf. Want een kwart van alle leerlingen, die schrijf je toch niet af? Jadnanansing: ‘In de Kamer wordt te weinig over het vmbo gedebatteerd. Maar deze onderwijscommissie is wel wakker geworden.’ Nu Sander Dekker nog.

 

Lees hier het interview waarin staatssecretaris Sander Dekker reageert op de oproep van werkgevers.

 

   Eppo Bruins Tweede Kamerlid CU - wo natuurkunde
‘Politici denken niet aan het vmbo, want het is niet hun belevingswereld. Ze zijn zelf academisch opgeleid, en dan vaak als politicoloog, socioloog of bestuurskundige. Dat zorgt voor een kloof. Ik ben zelf ook hoogopgeleid, maar ken als natuurkundige de praktijk van het technisch onderzoek. Bovendien was mijn vader ondernemer die op zolder zijn eerste machine in elkaar zette. In de maakindustrie wordt het geld verdiend. Dat is het échte werk als je het vergelijkt met bijvoorbeeld verzekeringen verkopen.’

 

   Tanja Jadnanansing Tweede Kamerlid PvdA - wo rechten
‘Ik geef zelf elke maandag maatschappijleer op een vmbo, en ga dan huppelend naar school. Dat is het mooiste wat er is. Ik ben de Kamer ingegaan voor het vmbo, omdat ik me boos maakte over het dedain waarmee over het vmbo wordt gesproken, ook door vmbo’ers zelf. Voor de politiek deed ik een project met als doel goed geïnformeerde burgers van jongeren te maken. Dat wilde ik ook op het vmbo doen. Zelfs de reactie van vmbo-scholen was: ‘Wil je dat bij óns doen, met onze jongeren?’ Dat vond ik raar.’
Dit artikel komt uit de print Forum