Het Preventieakkoord: hier moet je straks vrijwillig van afzien

Hoera, Habemus Preventieakkoord! Maar liefst 70 partijen – van slijterijen tot gemeenten – hebben zich de afgelopen maanden gebogen over de vraag hoe Nederland gezonder gaat worden. Minder alcohol, meer bewegen, en niet meer roken. Maar wat vinden ondernemers daar eigenlijk van?

 

Wat vinden wij fijn aan het Preventieakkoord?

#1 – Iedereen doet mee

Een publiek-private samenwerking, zoals dat zo mooi heet, gaat ervoor zorgen dat Nederland gezonder wordt. En iedereen doet mee: overheden, zorg, onderwijs en wetenschap, en natuurlijk het bedrijfsleven. Dat is fijn, want om het Preventieakkoord ook daadwerkelijk tot een succes te maken, is samenwerking nodig. Waarbij iedereen zich richt op zijn sterke punten. Dus óók het bedrijfsleven. De alcoholindustrie gaat bijvoorbeeld afspraken maken met sociale media zoals Snapchat en YouTube over het afschermen van alcoholreclame voor kinderen onder de 18. En zorgverzekeraars gaan gezinnen met gewichtsproblematiek helpen. Dat moet op een meetbare manier gebeuren, zodat we straks echt kunnen zien welke maatregelen wel en niet hebben geholpen.

 

#2 – Iedereen gezonder, maar dan niet op een betuttelende manier

Mensen dwingen tot het maken van 'gezondere' keuzes – dat werkt dus niet. Een suiker- of vettaks bijvoorbeeld slaat de plank mis. Zulke taksen leiden tot allerlei ongewenste neveneffecten. Wat wél werkt, is alternatieven aanbieden. En dat gaat ook gebeuren, is de ambitie van dit akkoord. Kleinere porties met minder zout, suiker en vet. Meer waterpunten op publieke plekken en scholen, gezondere bedrijfs-, ziekenhuis- en schoolkantines en daar dan ook bezoekers verleiden tot gezonder eten door middel van nudging. Geen minder gezonde keuzes verbieden dus, maar wel de betere keus promoten om een gezonde leefstijl makkelijker te maken. Daar hoort ook goede voorlichting bij. Bijvoorbeeld studenten duidelijk maken dat bingedrinken niet zo handig is en ook bovendien niet nodig om een gezellige avond te hebben. Verbieden werkt niet, keuzes aanbieden en voorlichten wel.
En vergeet niet: voor veel bedrijven is gezonder leven gewoon een business case.

 

#3 – Het ultieme doel: een gezonde samenleving

Een gezonde samenleving, daar worden natuurlijk ook werkgevers blij van. Minder zorgkosten, omdat meer mensen een gezonde leefstijl hebben en daardoor minder zorg nodig hebben. En minder mensen die onderweg uitvallen, meer mensen die makkelijk(er) hun pensioen halen. Daar moet preventie op allerlei gebieden voor gaan zorgen. Dat biedt bovendien een uitdaging aan innovatieve bedrijven om mooie oplossingen te gaan bedenken, bijvoorbeeld op het gebied van e-health. Ook de verschillende Topsectoren doen mee aan het Preventieakkoord. De bedrijven die daarbij aangesloten zijn – van land- en tuinbouw tot de levensmiddelenindustrie – gaan projecten opzetten gericht op de ontwikkeling van gezonde voeding en een gezonde groene leefomgeving. Dat betalen ze uit eigen zak.

Wat gaat er allemaal gebeuren dankzij het Preventieakkoord?De afspraken in het akkoord gaan over overgewicht, alcohol en roken. Het aantal maatregelen is behoorlijk omvangrijk, en varieert van sport tot kooklessen op scholen. Zo wil de overheid meer waterpunten, en verkoopt het bedrijfsleven geen suikerhoudende frisdrank meer op scholen. Ook gaat het bedrijfsleven 'kindermarketing' nog verder inperken. De helft van de gemeenten gaat zich inzetten om jongeren op een gezond gewicht te krijgen. En voedselproducenten gaan producten zoals koek en snoep minder calorierijk maken. Ook is het doel van het akkoord dat problematisch alcoholgebruik stevig wordt teruggedrongen – dus onder jongeren, zwangere vrouwen of onder 'normale' doelgroepen die teveel drinken. Dit terugdringen moet gedaan worden door stevige voorlichtingscampagnes. Sommige maatregelen zijn praktischer: zo willen Nederlandse brouwers samen met studentenorganisaties alcoholarm- en alcoholvrij bier promoten.

Wat vinden ondernemers niet zo fijn?

#1 – Niemand zou moeten roken, maar dit is te radicaal

Even voor de duidelijkheid: ook ondernemers zijn het erover eens dat niemand zou moeten roken. En al helemaal geen kinderen of zwangere vrouwen. Maar om mensen zo ver te krijgen dat ze stoppen met roken, wil staatssecretaris Blokhuis radicale middelen inzetten waarvan niet per se is bewezen dat ze ook daadwerkelijk effect hebben. Daarnaast zitten er nogal wat tegenstrijdigheden in wat het akkoord voorschrijft. Zo moeten e-sigaretten wel afgedekt worden in winkels (zie punt 2), maar niet neutraal verpakt.

 

#2 – Het mkb wordt te hard aangepakt

Voor de 1.600 ondernemers met een tabaks- en gemakswinkel is het Rookakkoord eigenlijk nauwelijks uitvoerbaar. Dat zijn de mensen met een winkeltje bij jou om de hoek, met een gemiddeld jaarinkomen van 40.000 euro, personeel en langdurige huurcontracten. Zo moeten tabakswinkeliers straks gemiddeld 5 meter extra schap afdekken om sigaren, e-sigaretten en rookloze producten uit het zicht te houden voor het geval er een jongere zou binnenkomen. Dat terwijl (strengere) landen om ons heen sigaren, e-sigaretten en rookloze producten hebben uitgezonderd van het uitstalverbod. E-sigaretten en rookloze tabaksproducten zijn namelijk een heel effectief middel om rokers te laten overstappen naar een veel minder schadelijk alternatief – namelijk 90 tot 95 procent minder schadelijk. Nu deze producten niet meer uitgestald mogen worden, ontstaat het beeld dat ze even schadelijk zijn als shag en sigaretten. Hiermee schiet dit kabinet zichzelf in de voet.

 

#3 – Mensen die erover kúnnen meepraten, mochten niet meepraten

Het kabinetsbeleid laten bepalen door een verzameling van één type maatschappelijke organisaties zonder de partijen die het betreft aan het woord te laten. Vreemd toch? Met die 1.600 winkeliers is niet gesproken. En de tabaksindustrie was dus ook geen partner in wat het kabinet het realiseren van een Rookvrije Generatie noemt. Raar, want innovatie en vooruitgang moet ook uit de tabaksindustrie komen. Hier hebben VNO-NCW en MKB-Nederland dus ook geen handtekening onder gezet.