Havenbaas Dertje Meijer: 'Duurzame energie moet wel businesscase zijn'

De Amsterdamse haven werkt aan een toekomst van duurzame energie en circulaire economie, maar voert ondertussen nog grote hoeveelheden steenkool en benzine door. ‘Je moet het oude niet weggooien voordat het nieuwe er is’, zegt Dertje Meijer, directeur van het Havenbedrijf, daarover. Maar hoe krijg je die omslag dan voor elkaar?

De kamer van Haven­bedrijf-directeur Dertje Meijer kijkt uit op het Centraal Station van Amsterdam en het IJ, met de pontjes die heen en weer naar Noord varen. Niet het hart van de Amsterdamse haven, maar toch ‘waterig’ genoeg om een havengevoel te creëren. Die haven moet mee in de vaart der volkeren. Specifiek: mee in de energietransitie die Nederland de komende decennia moet doormaken. Dat is een behoorlijke opgave, aangezien Amsterdam nu nog vooral een haven is voor de opslag en doorvoer van steenkool en benzine. ‘We zijn met zijn allen energiejunkies geworden’, zei Meijer eerder. 

Mevrouw Meijer, schetst u eens het beeld van de haven in 2030?
‘Nee, dat doe ik niet, want dat gaat niemand vertellen over zijn bedrijf. Vroeger deden we dat wel: als we dit doen, dan gebeurt er dat. Maar daar geloof ik niet meer in. De wereld verandert nu zoveel sneller dan vroeger. Je kunt als bedrijf alleen maar zorgen dat je niet log bent. Je moet klaar zijn voor de toekomst, mee kunnen bewegen als dat nodig is.’

U heeft toch wel een visie voor de toekomst van de haven? 
‘Zeker. Tot dusver hadden we drie ‘kernen’ die een beetje naast elkaar leefden: de haven, de stad en de industrie in de regio. Vroeger was het lastig om als haven en industrie dichtbij de stad te zitten, vanwege de mogelijke overlast van geluid, geuren en stof. Dat is allemaal ondervangen met technologische vernieuwingen. Nu is het juist fijn om dichtbij de stad te zitten. Het afval uit de stad kunnen bedrijven als grondstof gebruiken. Van frituurvet wordt biodiesel gemaakt. Uit rioolwater wordt fosfaat gehaald en gebruikt voor kunstmest.’

Maar voorlopig  zetten steenkool en benzine nog de toon in de haven. Hoelang nog?
‘Kolen en benzine zijn nog steeds keihard nodig. En dat beslist de haven niet, hè? De energiebedrijven maken de keuzes, wij faciliteren. Als kolen niet meer via Nederland naar Duitsland worden aangevoerd, gaan ze daar de mijnen weer openen. En dan krijg je bruinkool, dat is een stuk viezer dan steenkool. We willen allemaal onze mobieltjes opladen en auto blijven rijden. De energie daarvoor moet je zo schoon mogelijk leveren. Wij hebben in Nederland de schoonste terminals, zowel voor kolen als benzine. Als je het doet, doe het dan ergens waar het netjes gebeurt.’

En als de overheid nu zegt dat iedereen elektrisch moet rijden?
‘Daar zouden wij niet tegen zijn. Dan weten we in elk geval waar we aan toe zijn. En de consequenties voor de haven zijn beperkt. Wij zijn de grootste benzineleverancier in de wereld. De Nederlandse markt is maar een klein stukje voor ons.’

Wie is Dertje Meijer?
Dertje Meijer (52) studeerde bedrijfskunde in Groningen. Van 1990 tot 1996 werkte ze bij Fokker en DASA, onder meer als programmamanager F16. Het jaar daarop werd ze directeur sales & accountmanagement bij Schiphol. In 2001 begon ze als hoofd commerciële sector bij Havenbedrijf Amsterdam. Sinds 2009 was zij directeur van het Havenbedrijf en na de verzelfstandiging in 2o13 directeur-president. Op 1 augustus vertrekt Meijer bij het Havenbedrijf. ‘Na vijftien jaar is het tijd voor iets anders.’

Dus doorgaan op de oude weg en tegelijkertijd verduurzamen. Is dat niet schizofreen? 
‘Nee, het is én-én. We laten het bestaande bloeien en het nieuwe groeien met de inkomsten die doorvoer van steenkool en benzine opleveren. We hebben een groot windmolenpark in het havengebied. Met zonnepanelen gaan we naar 100.000 vierkante meter. Die zetten we als Havenbedrijf zelf neer, eventueel in samenwerking met onze klanten. We beginnen zelf en proberen het vervolgens breder uit te rollen.’

Kunt u iets afdwingen bij bedrijven? 
‘Wij hebben in 2007 al gezegd dat we op fossiel gebied de beste klanten met de beste technologieën in huis hebben, en dat we er niet second best bij willen. We hebben toen ook besloten om geen nieuwe fossiele terminals te vestigen in de haven. Uitbreiding van de bestaande terminals mag alleen als dat nodig is om schoner of met minder overlast te werken.’
‘In eerste instantie hadden bedrijven daar moeite mee, maar ze zien inmiddels in dat ze zo een goed verhaal hebben voor hun eigen klanten. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is ook een marketingtool geworden. En je hebt voorsprong op je concurrent, want je hebt een modernere installatie.’

‘Investeren in fossiel houdt pas op als bedrijven er geen businessmodel meer in zien’

Wat moet er straks gebeuren met al die olietanks?
‘Als ze verouderd zijn, worden ze nu nog absoluut vervangen. De oude BP-terminal is onlangs overgenomen door Zenith, en dat bedrijf gaat er echt heftig investeren. Dat houdt pas op als bedrijven er geen businessmodel meer in zien. En dat geldt voorlopig nog niet voor benzine en diesel. Shell heeft ook zo’n én-én verhaal: je moet klaar zijn voor de toekomst en investeren in duurzame energie, maar je moet het oude niet weggooien voordat je het nieuwe hebt.’

En hoe zorgt u dan ondertussen voor verduurzaming?
‘We stimuleren innovatie en praten veel met onze klanten daarover. In kolencentrales kun je bijvoorbeeld biomassa bijstoken. Nu is er nog niet genoeg biomassa, maar als de vraag toeneemt, zal je zien dat het aanbod volgt. Dus vragen we aan onze klanten of zij daar wat in zien. Benzine wordt al veel met biofuels vermengd. Schone schepen die onze haven aandoen, krijgen korting op het havengeld. Zelf gebruiken we ook schone patrouilleschepen en rijden we elektrisch.’
‘Duurzame energie moet daar kunnen komen waar het nodig is. Het systeem van leidingen, het grid, moet op elkaar aansluiten. Veel partijen zitten nog op hun eigen dingetje. Daar proberen wij een bemiddelende rol in te spelen. Als je als bedrijf zonne-energie opwekt en overhebt, kun je dat aan het net terug leveren. Maar daar krijg je minder voor dan stroom die je afneemt. Dat moet anders.’

‘De overheid kan opleggen dát er minder CO2 uitgestoten mag worden, niet hóe’

Hoe ziet u de rol van de overheid bij de verduurzaming van het bedrijfsleven? 
‘We zetten in op circulair als de nieuwe economie. Afval is grondstof. Alleen wordt dat nog niet zo door de wetgever gezien. In andere landen is dat beter geregeld, horen we van klanten die internationaal opereren. Nederland is altijd wat strakker met wetgeving, wil het beste jongetje van de klas zijn. Een pilot kan altijd wel, maar vervolgens hoor je dat de wet nog moet worden aangepast op een nieuwe toepassing. Neem bijvoorbeeld het halen van fosfaat uit de urine in het rioolwater. Dan is de eerste reactie: ‘Urine is afval, dat ga je toch niet ergens anders in stoppen’. Terwijl fosfaat een schaars mineraal is. Het is eigenlijk urban mining.’

De overheid moet zich niet met alles bemoeien? 
‘De overheid heeft de neiging om voor te schrijven hoe dingen moeten gebeuren. Nu heb je bijvoorbeeld de discussie over het wel of niet sluiten van de kolencentrales. Laat dat over aan de samenleving, aan het bedrijfsleven. De overheid kan opleggen dát er minder CO2 mag worden uitstoten, maar niet hóe. Sluiting van onze kolencentrales brengt bovendien de terugkeer van Duitse bruinkool weer dichterbij. Het geld dat wordt uitgespaard met het niet sluiten van de centrales kun je beter investeren in onderzoek naar de opslag van CO2.’
‘Het is goed als de overheid geld investeert in de energietransitie, maar op termijn moet duurzame energie op eigen kracht levensvatbaar zijn. Alles moet uiteindelijk een businesscase hebben.’ 

Last van: provincie houdt windmolens tegen 
De provincie Noord-Holland is terughoudend als het gaat om meer windmolens op land toe te staan, onder meer vanwege horizonvervuiling. Het Haven­bedrijf, dat juist wil inzetten op meer windenergie, heeft daar al in 2012 plannen voor opgesteld. Havenbedrijfdirecteur Dertje Meijer: ‘Wij hebben voorgesteld om ons windmolenpark uit te breiden. Windmolens passen juist mooi in het havenlandschap van kranen en schoorstenen. Bovendien staan die dan op afstand van woningen. De houding van de provincie heeft helaas wel voor vertraging gezorgd. We hopen nu snel het aantal windmolens te mogen uitbreiden.’