Fries Heinis: 'Bouw wordt beter dankzij nieuw toezicht'

Minder fouten, betere huizen en sneller bouwen. Dankzij een nieuwe wet kijken straks onafhankelijke bedrijven mee met de bouw. Tenminste, als de Eerste Kamer instemt met de wet die dit moet regelen. Fries Heinis, algemeen directeur van Bouwend Nederland, is er blij mee.

 

De bouw die toeziet op de bouw. Is dat geen slager die zijn eigen vlees keurt?
‘Nee, dat is een totaal misplaatste metafoor. Uiteraard staat de aannemer voor hetgeen hij bouwt en controleert hij dat ook zelf. Dat verandert niet. De bedoeling van deze wet is echter dat er aanvullend hierop onafhankelijke en private ‘kwaliteitsborgers’ komen. De verwarring voor veel mensen zit waarschijnlijk in het woord privaat, waarbij men er automatisch van uitgaat dat de bouwer zijn eigen controle doet. Maar dit betekent alleen maar dat het niet meer de gemeente is die toeziet. Je moet het zien als een extra paar ogen dat meekijkt op de bouwplaats. Dat is voor iedereen beter, voor zowel de ondernemer als voor de opdrachtgever, bijvoorbeeld de consument.’

 

Maar wat levert dat dan op als een bedrijf in plaats van de gemeente toezicht houdt?
‘Nu kijkt bouw- en woningtoezicht vooral naar de vergunningen: zijn die in orde, mag er gebouwd worden. Er wordt dus vooral vooraf getoetst. Er wordt niet gekeken naar het uiteindelijke product. Daarmee hebben consumenten schijnzekerheid. Dat wordt nu omgedraaid: tijdens het bouwproces wordt al veel scherper meegekeken door onafhankelijkheid toezicht. En als het bouwwerk voltooid is, wordt nog eens getoetst of alles goed gegaan is. Voor bouwers kan dit tot tijdbesparing in de vergunnings- en ontwerpfase leiden omdat de gemeente straks minder lang bezig is met de toets vooraf. Ik ga er dan ook vanuit dat de leges van gemeenten sterk zullen dalen.’

 

'Tijdens de bouw meekijken is beter dan alleen ervoor'

 

Heeft de bouw dit soort toezicht dan nodig?
‘Nou, veel bedrijven hebben zelf ook al uitgebreide kwaliteitssystemen. Maar door toezicht verplicht te stellen, krijg je een gelijk speelveld. Met het principe achter de wet – het verbeteren van de kwaliteit van het toezicht – kan niemand het oneens zijn. Het toezicht dat er nu is, is eigenlijk meer een papieren proces. Op basis van tekeningen en ontwerpen wordt dan een oordeel gevormd. Terwijl iedereen weet dat er tijdens de bouw ook nog van alles kan gebeuren. Mijn leden zijn tot nu toe erg tevreden over de pilots. Het spoort aan tot beter werken en aan het eind van de rit zijn er minder faalkosten.’

 

Dat is in het belang van de aannemer én de consument?
‘Ja. Een minpunt van de wet is de invoering van omgekeerde bewijslast. De aannemer is bij voorbaat aansprakelijk voor  eventuele gebreken. Voor een consument is dat alleen maar goed, die extra bescherming. Maar bij professionele opdrachtgevers – zoals woningcorporaties – werken er veel deskundige partijen mee die een sterke invloed hebben op het resultaat. Denk aan architecten en adviseurs. Terwijl een professionele opdrachtgever ook zijn verantwoordelijkheid heeft. Het gaat mij dan ook veel te ver om de aannemer ook in deze gevallen bij voorbaat  aansprakelijk te houden. Wij vermoeden dat dit veel juridische processen gaat opleveren. De minister zegt te makkelijk: ‘In praktijk zal het wel meevallen.’ Maar je ziet het nu aan de Wet werk en zekerheid: als de theorie niet meevalt, doet de praktijk dat ook niet.’

 

'minister: als de theorie niet meevalt, doet de praktijk dat ook niet'

 

Dus bouwers houden hun hart vast?
‘Ondernemers die hebben meegewerkt aan pilots hebben gemerkt dat er sneller en beter gebouwd wordt. Door betere borging op de bouwplaats, gaat de kwaliteit omhoog, omdat kleine fouten gelijk kunnen worden hersteld. Iedere aannemer wil gewoon een mooi gebouw neerzetten dat decennia lang meegaat. En deze wet draagt daar aan bij. Kijk, de wet staat nu erg in de aandacht, zeker ook in de politiek. Maar we moeten niet doen alsof we in een derdewereldland leven. Op Bouwnu.nl staan zo’n achtduizend recensies van consumenten over het werk van aannemers: de cijfers zijn hartstikke goed. En het wordt alleen maar beter.’