De eerste vakantiebaan van Hans de Boer, Han Busker en Ankie Broekers-Knol

Nu zijn ze voorzitter van respectievelijk ondernemingsorganisatie VNO-NCW, vakbond FNV en de Eerste Kamer, maar zo zijn ze natuurlijk niet begonnen. Wat was het allereerste vakantiebaantje van Hans de Boer, Han Busker en Ankie Broekers-Knol?

 

Hans de BoerHans de Boer

Voorzitter VNO-NCW

'Lekker buiten op het land'

 

'Ik ben van het Friese platteland, dus mijn eerste vakantiebaan had een duidelijke agrarische component. Begin jaren 70 kwam ik via mijn ouders terecht bij een aardappelboer in Witmarsum, Sybren Tolsma. Ik heb daar met een vriend van mijn 15de tot mijn 22ste gewerkt. Ook toen ik al studeerde in Amsterdam kwam ik elke zomer vijf weken terug om aardappels te rooien. Dat moest zorgvuldig gebeuren, want het waren goede, dure pootaardappelen. Het was ook een manier om die vriend, die in Groningen studeerde, weer eens te zien. En ik was dan een paar weken thuis bij mijn moeder. Mijn vader is op mijn 18de overleden.'

'We verdienden goed geld: een tientje per uur. Daarnaast vond die boer, die de rest van het jaar alleen werkte, het leuk om met ons over economie en politiek te praten. We hadden het dan over onderwerpen als loonkosten, de vakbeweging en de Derde wereld. Dat had altijd al mijn interesse. Het was een kiene man. Hij is inmiddels overleden en zijn zoon heeft het bedrijf overgenomen.'

'Het was hard werken, van 7 uur ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds. Maar het was buiten en het was gezond werk. Ik heb daar geleerd om hard te werken, daar word je niet vies van. Alleen als het regende verdiende je niks. Ik heb ook nog eens twee dagen in een Blueband-fabriek in Bolsward gewerkt, maar dat vond ik niks. Ik was liever buiten op het land.'

 

 

Han BuskerHan Busker

Voorzitter FNV

'In de postkamer folders vouwen'

 

'Mijn eerste vakantiebaan was niet het leukste werk, maar het is me toch altijd bijgebleven. In de postkamer van een reisbureau in Zeist, waar ik op school zat, vouwde ik als 15-jarige folders en stopte die in enveloppen. Drie weken achter elkaar in de zomer, vijf dagen in de week. Yep, het brieven vouwen is me met de paplepel ingegoten.'

'Het reisbureau was gespecialiseerd in lange reizen voor mensen die hun geëmigreerde familieleden gingen opzoeken. Nee, niet in Turkije of Marokko. Ik heb het dan over Canada en Australië, populaire bestemmingen begin jaren zeventig. Mijn zus werkte bij het reisbureau, zij bezorgde mij het baantje. Eentonig werk. Maar het was ook mijn eerste ervaring binnen een bedrijf. Ik leerde er verantwoordelijk te zijn. Dat je op tijd moest komen en je werk afmaakte. Handwerk te doen. En ik had gewoon lol met mijn twee andere collega's, er hing een gezellige sfeer. Daarom is het nog blijven hangen.'

'Wat ik verdiende, dat weet ik niet meer. Ja hoor, het was helemaal keurig wit. Ik spaarde voor mijn vakantie, met vrienden in Nederland. Het geld was ongetwijfeld bedoeld voor 'niet verantwoorde uitgaven', zoals mijn ouders dat noemden. Gezellig uitgaan. Vandaar dat ik het zelf moest verdienen. Mijn vader was beroepsmilitair, mijn moeder huisvrouw. Voor mij betekende het in ieder geval een mooi bedrag. Bovendien had ik op die leeftijd ook gewoon behoefte om zelfstandig geld te verdienen. Dat bracht ik later ook mijn eigen kinderen bij, toen die oud genoeg waren om vakantiebaantjes te zoeken.'

 

 

Ankie Broekers-KnolAnkie Broekers-Knol

Voorzitter Eerste Kamer

'Stofzuigen bij de buren'

 

'13 of 14 jaar moet ik zijn geweest tijdens mijn eerste vakantiebaantje – met de nadruk op 'tje'. In onze buurt in Voorburg hielp ik ouderen met het schoonmaken van het huis, wanneer hun eigen hulp met zomervakantie was. Daar voelden ze zich enorm mee gered. Dan ging ik stofzuigen, met de stofdoek in de weer, zilver poetsen. Licht handwerk. Wc, badkamer en keuken schoonmaken deed ik niet. Mijn moeder had het geregeld. Van het geld, ik meen 5 gulden per keer, kocht ik ongetwijfeld ijsjes. En spullen voor mijn kamer.'

'Mijn eerste échte vakantiebaan, bij een heuse werkgever, was in de Rotterdamse papiergroothandel van mijn vader. Daar verving ik een secretaresse. Ik deed de post, verstuurde telexen. Als iemand een brief dicteerde, zat ik klaar met blocnote en pen. Opnamemachientjes had je toen niet. Ik kende geen steno, dus ik werkte wat langzamer dan de andere secretaresses. Maar ik kon me wel weer goed redden in Frans, Duits en Engels.'

'Ik heb er veel geleerd. Zorgvuldig werken, goed luisteren, op tijd komen. Beleefd zijn. Omdat mijn vader directeur was, dachten veel collega's eerst: wat komt zij hier doen? Maar ik kon al gauw met iedereen opschieten. Uiteindelijk heb ik het werk 5 jaar gedaan, elk jaar in augustus en januari, steeds nadat ik klaar was met mijn tentamens rechten. Van het gespaarde geld kocht ik een naaimachine. Mijn moeder kon goed kleren naaien en het leek haar handig als ik dat ook zou kunnen. Op mijn studentenkamer heb ik heel wat kleren gemaakt, waaronder twee trouwjurken voor mijn vriendinnen. Ja, dat waren andere tijden.'

Lees meer over