Daniel Ropers (Bol.com): 'Webshops zijn een zegen'

16-01-2014

Winkels die de internetrevolutie negeren, zullen grotendeels verdwijnen, zegt Daniel Ropers, directeur van Bol.com. Hij is niet bang dat hele steden leeg komen te staan. 'Winkels blijven belangrijk als showroom van producten. De toekomst is aan bedrijven die fysiek en online slim weten te combineren'.

 

Hij wordt gezien als degene die eigenhandig de Nederlandse boekhandels en cd- en dvd-winkels de nek omdraait met zijn online verkoopsite. Als dat beeld klopt, hebben andere branches ook te vrezen. Het assortiment van zijn bedrijf Bol.com is inmiddels namelijk uitgebreid met babyproducten, speelgoed, elektronica, keukenapparatuur, interieur- en klusartikelen, en dierenvoeding. Zelf ziet hij zich niet als de vijand van winkels, maar juist als partner.

 

Meneer Ropers, was december qua omzet een feestmaand voor Bol.com?

'Het was met afstand onze beste maand aller tijden. Natuurlijk zijn wij ook niet immuun voor macrotrends. Zo is de cd- en dvd-markt snel krimpend. Als grootste aanbieder daarvan doen we het nog goed, maar tegen een krimp van 30 procent kun je niet opgroeien. Op andere markten groeien we sterker door kanaalverschuiving: consumenten kopen minder in de 'stenen' winkel en meer bij ons.'

 

De helft van de winkeliers lijdt verlies. Wat vindt u daarvan?

'Ik erken het probleem. Winkels hebben een belangrijke functie. Ze zorgen voor veiligheid in de buurt en zijn goed voor de sociale contacten. Maar op een aantal terreinen leggen zij het steeds meer af tegen webshops. Die hebben een assortiment dat je in winkels niet kunt bieden, en zijn altijd en overal bereikbaar. Ook de informatie voor de consument om tot een goede keuze te komen, is op internet omvangrijker en diepgaander dan je in de winkel kunt krijgen. We hebben allemaal die fantastische speciaalzaak in ons hoofd waar de derde generatie ondernemer je met kennis van zaken adviseert, maar in de gemiddelde winkel heb je te maken met personeel dat niet zo goed op de hoogte is.'

 

En dus moeten winkels maar verdwijnen?

'Nee. Maar als klanten andere dingen willen, moet je daarop reageren. Het basisprobleem in de traditionele detailhandel en industrie is het gebrek aan transparantie in de markten. Als je met een middelmatig product een hoog marktaandeel wist te bereiken, was je de held. Dat deed je door slimme promotie en het kopen van schapruimte in de winkel. Als gevolg van de transparantie die internet biedt, gaat dat model nu op de schop. De consument kan niet meer kiezen uit drie maar uit 250 verschillende flessen olijfolie. Waarom zou je dat tegenhouden? Internet is een zegen voor consumenten en producenten. Het adagium van 'een goed product verkoopt zichzelf' wordt eindelijk echt waar.'

 

Ondertussen verloederen hele winkelstraten.

'De leegstand heeft veel meer met de vastgoedmarkt te maken. Er zijn steeds minder winkeliers te vinden die de huur kunnen betalen die in de boeken staat. Die waarde is bepaald toen het oude model nog gold: mensen gaan geen twintig winkels langs om aanbod en prijzen te vergelijken, ze willen het liefst slagen in de eerste winkel die ze bezoeken. En dat leidt tot relatief hoge omzet en marges. De vastgoedbranche en de banken hebbente laat ingezien dat dat model is ingehaald door internet. Als gevolg daarvan moeten de huurprijzen uiteindelijk misschien wel worden gehalveerd. Maar dat levert grote problemen op voor vastgoedfinanciers, dus laten ze een winkel liever een tijdje leegstaan.'

 

'Winkelgebieden blijven een belangrijke functie houden, daar maak ik me geen zorgen over'

 

'Winkelgebieden blijven een belangrijke functie houden, daar maak ik me geen zorgen over. Ze zullen alleen straks veel meer bestaan uit speciaalzaken en showrooms, met een breed assortiment aan artikelen die je beet kunt pakken en van alle kanten kunt bekijken. Het direct meenemen wordt vervangen door thuisbezorging, zelfs op dezelfde dag, en afhaalpunten. Het wordt veel meer een samenspel van fysiek en online. Het is niet of-of.'

 

Of wel: mensen gaan kijken en laten zich voorlichten in de winkel, gaan naar huis en kopen bij de online-concurrent.

'Het omgekeerde gebeurt ook: mensen komen in de winkel met een printje van Bol.com in de hand. Ik wil af van dat beeld van die eindige koek die we moeten verdelen, en waarbij de één alleen meer kan krijgen als de ander minder krijgt. Dat is een onvruchtbare discussie. Daarom hebben wij twee jaar geleden onze webwinkel opengesteld voor andere winkels die producten verkopen die wij niet in huis hebben. Of die dezelfde producten sneller of goedkoper kunnen leveren. Inmiddels hebben zich duizenden bedrijven bij ons aangemeld.'

 

Waarom helpt u de concurrentie? Dat is toch raar?

'Ik heb het niet over middle of the road-winkels, maar winkels die in assortiment, prijs of service echt iets toevoegen, maar zelf niet de middelen hebben voor een goede website. De detailhandel moet het namelijk hebben van lage marges van hooguit 2 procent winst. Wij hebben het volume, de kennis en de financiële slagkracht om een webwinkel te maken die normbepalend is. Als wij klanten zelf niet kunnen bieden wat zij zoeken, helpen we ze om wel te slagen bij een andere winkel. Die winkelier blij, de klant blij en wij dus ook, want wij moeten het hebben van de waardering van onze klanten. En we krijgen een klein percentage van de transactiewaarde.' 'Dit soort netwerken hebben de toekomst. Niet meer dat monolithische waarbij iedereen alles uitsluitend zelf doet.'

 

Speelt de overheid daar nog een rol in?

'Op het gebied van bestemmingsplannen moet er worden nagedacht over de vraag wat nu precies een winkel is. Een afhaalpunt buiten de binnenstad wordt beschouwd als een winkel als je er kunt betalen, en zou om die reden niet in het bestemmingsplan passen. Terwijl je met je smartphone binnenkort overal kunt betalen.'

 

'Een ander punt is onderwijs, ook echt een overheidstaak. Ict-kennis moet veel meer worden ingebouwd in het onderwijs. Toepassing van ict wordt bepalend voor de toegevoegde waarde in alle sectoren, niet alleen de detailhandel. Het probleem is dan niet zozeer het gebrek aan echte ict'ers, maar het gebrek aan ict-kennis bij de rest van het personeel. Dat moet weten hoe je ict moet toepassen. Nu moeten ict'ers steeds opdraven om het uit te leggen. En die heb je toch al hard nodig.'

 

Wie is Daniel Ropers
De eerste twaalf jaar van zijn jeugd groeide Daniel Ropers (41) op in Duitsland. In 1984 verhuisde hij naar Nederland. Daar studeerde hij bedrijfskunde in Rotterdam. In 1997 ging hij aan de slag bij McKinsey Duitsland. In die functie stelde hij een businessplan op voor de Nederlandse tak van Bol.com, het internetbedrijf dat voortkwam uit de koker van het Duitse mediaconcern Bertelsmann (BOL = Bertelsmann On-Line). Ropers mocht zelf uitvoering aan het plan geven als financieel directeur. Sinds 2000 is hij algemeen directeur van Bol.com. In 2012 is het bedrijf voor 350 miljoen euro overgenomen door Ahold. AH-filialen fungeren als afhaalpunt voor Bol.com-bestellingen.

Consumentenvertrouwen
Het consumentenvertrouwen in Nederland blijft achter bij dat in andere Europese landen. Volgens Daniel Ropers is vertrouwen vooral een kwestie van perceptie. 'En die is niet noodzakelijk op de feiten gebaseerd', stelt hij. 'Als je als consument jarenlang hoort dat het minder wordt, ben je sterker geneigd om op de rem te gaan staan met je uitgaven. Zo krijg je een selffulfilling prophecy.' In politieke en werkgeverskringen wordt vaak de nadruk gelegd op de noodzaak van economische groei om tot geluk te komen, aldus Ropers. Volgens hem is die boodschap juist een recept voor ongeluk. 'De voorwaarden om het de komende dertig jaar beter te doen dan andere landen, zijn gewoon niet aanwezig. Blijkbaar zijn wij niet meer bereid om nog meer te doen om meer welvaart te bereiken. Dat is ook een verworvenheid. Dan moeten we ook niet doen alsof de wereld instort bij stagnatie.'