Adriaan Schout: ‘Zet alles op alles om de Britten binnenboord te houden’

Een Brexit is een kleine ramp voor Nederland, betoogt Clingendael-expert Adriaan Schout. ‘Het Europese project gaat wat mij betreft puur over economische concurrentie. Daar hebben wij de Britten vreselijk hard voor nodig.’

 

Schout windt er geen doekjes om. 'Ik snap niet dat het bedrijfsleven zo weinig van zich laat horen. Die stilte, ook rond het Britse referendum, dat heeft de EU geen goed gedaan.' Even later komt er een soort afzwakking – of juist niet, dat ligt er aan hoe je het opvat – waarin hij opmerkt dat in heel Nederland een soort apathie heerst. 'Mensen vragen mij hoe het verder moet ná de Brexit. Wat nou, ná de Brexit. We moeten de komende twintig maanden alles op alles zetten op de Engelsen binnenboord te houden.'

 

Op ramkoers

Het gaat echt niet goed, vindt Schout. De EU en het Verenigd Koninkrijk zitten op ramkoers en dat is volgens hem precies wat Nederland niet kan gebruiken. Nederland vaart wel bij de Britse aversie tegen grote overheden die zich overal mee bemoeien. 'Landen als Italië en Frankrijk maar ook de Europese Commissie en het Europarlement krijgen straks in de EU meer invloed. Dat is gevaarlijk, zowel voor het draagvlak voor de EU binnen Nederland als voor de langetermijnontwikkeling van de Europese en dus Nederlandse economie. Het pragmatisme in Nederland bij kabinet en bedrijfsleven lijkt op de korte termijn aardig uit te werken, maar op de lange termijn is het rampzalig. Ik zie vanuit Nederland weinig initiatieven om de partijen bij elkaar te brengen en daarmee zitten we op een fundamenteel gevaarlijk spoor op weg naar een Europa dat Nederland nooit gewild heeft. Ondertussen is er wel een hervormingsdiscussie in de EU (het Bratislavaproces; red.) maar daar gebeurt veel te weinig om de Britten binnenboord te houden.'

 

Politieke koers wordt gemanipuleerd

We moeten het nu echt hebben over de politieke koers van Europa, vindt Schout. Die wordt achter de schermen gemanipuleerd door bijvoorbeeld slinkse wijzigingen van het EU-budget. 'Er wordt door ambtenaren en Europese politici gemorreld aan de ruimte om het EU-budget uit te geven', betoogt Schout. 'Ik merk het in discussies over de EU in Spanje en Italië, waar ik ook wel eens aan mee doe. Dat gaat het bijvoorbeeld over flexibiliseren van het meerjarenbudget. Voor velen betekent dat: oprekken. Junckers investeringsplan is daar een voorbeeld van: dat geeft extra financiële ruimte die vooral buiten de Europese begroting ligt. Ook over nationale begrotingsregels wordt gesproken in termen van 'flexibiliseren'. Zo ga je naar een politieke EU die boven de nationale regeringen komt. Met een Commissie die een regering wordt en met een politiek aangestuurde Europese Centrale Bank. Daarnaast willen lidstaten en waarschijnlijk ook Juncker een Europees veiligheidsbeleid. Een gezamenlijk veiligheids- en defensiebeleid is een traditionele stap naar staatsvorming.'

 

'We hebben de Britten vreselijk hard nodig'

 

Het mogelijke vertrek – Schout houdt nadrukkelijk de mogelijkheid open dat ze in de EU blijven – van de Britten wordt door Nederland te laconiek afgedaan, zegt de Clingendael-expert. 'De Britten zijn zeker niet altijd onze vrienden geweest', erkent hij. 'We hebben regelmatig gedacht dat we partners waren, maar uiteindelijk bleken we voor een Brits karretje te zijn gespannen, maar we hebben elkaar hard nodig om een concurrerende EU te blijven. Nederland zit in alle grafieken altijd rechts bovenin qua innovatie, concurrentiekracht en dat soort dingen. Het merendeel van de EU-landen zit ergens linksonder, in het blok niet-innoverend. Het Europese project gaat wat mij betreft puur over economische concurrentie. Daar hebben wij de Britten vreselijk hard voor nodig.'

Strijd tegen Europese overheersingsdrang

Als we niet oppassen, raakt Nederland dus een belangrijke bondgenoot kwijt in de strijd tegen Europese overheersingsdrang, vindt Schout. 'Mitterrand zei het in 1980 al in een radio-interview: de Duitsers krijgen hun zin met hun eenwording, als het Franse Europese project maar door kan gaan op hun manier. Nederland heeft maar 3,5 procent van de EU-stemgewicht op basis van onze bevolking. Na het vertrek van de Britten, lopen we een verloren race. De Scandinaviërs doen niet echt meer mee en Oost-Europa zit in een diepe crises. Die zijn na hun toetreding niet economisch omhoog gestuwd, wat ze verwachtten, maar verworden tot een soort lagelonenlanden voor de West-Europese industrie. Als dit proces zo doorgaat, raken de Duitsers mogelijk verder gedesillusioneerd. Zover wil je het niet laten komen.'

 

Beeld van sluipende integratie

Dat Nederland genoeg heeft van de EU is aan Schout niet besteed. 'Het debat is niet dood. Ik heb overal op podia gezeten. Ook in de euro-kritische hoeken in Nederland is ruimte voor een constructief debat, maar vertel dan wél wat de perspectieven zijn. Ik ben nergens met tomaten bekogeld. Wat niet meer kan, is doen alsof verdiepte integratie onvermijdelijk en de enige juiste weg is. Het beeld van sluipende integratie is dodelijk in zo’n debat. De angsten voor Europa zijn terecht: het gaat niet allemaal goed, maar dat is te repareren. Verontrustend is om te horen met hoeveel procenten topambtenaren uit Italië en Frankrijk het Europees budget willen laten toenemen om hun Europa op te bouwen. Tot 20 procent, zonder met de ogen te knipperen, gefinancierd uit nieuwe belastingen. Dat zijn ambtenaren uit landen waar de overheid al tegen de 60 procent van de economie omvat.'

 

'NEDERLAND HEEFT DE BESTE PAPIEREN OM BEIDE PARTIJEN BIJ ELKAAR TE BRENGEN'

 

Als het aan Schout ligt gaan Rutte c.s. hard aan het werk om de contouren van het Europese hervormingsverhaal te helpen schetsen. ‘We hebben nog een paar maanden om de Britten binnen boord te houden. De verschillen hoeven niet zo groot te zijn. Als de EU toont serieus met hervormingen bezig te zijn dan zou Boris Johnson nog wel eens thuis kunnen zeggen: als het zo gaat dan hoeft Brexit misschien niet. Kan hij net doen of hun referendum nog ergens goed voor was. Nederland heeft de beste papieren om beide partijen bij elkaar te brengen, want het is een middelgroot land en altijd innovatief bezig met de Europa. De vraag of er een zachte of een harde Brexit komt, is irrelevant. Een zachte Brexit is alles wat geregeld kan worden vóórdat artikel 50 over ruim twee jaar in werking gaat treden. Daarna is er per definitie een harde Brexit. Het zou mooi zijn als we juist het bedrijfsleven veel meer zouden kunnen zien in de hervormingsdiscussie. Zonder concurrerende economieën valt de EU uiteen. Juist de betrokkenheid van het bedrijfsleven is belangrijk.’

 

Terug naar het hoofdartikel? Klik hier

Interview met Paul De Grauwe lezen? Klik hier

Lees meer over