Aad Koster: 'Kanker op de werkvloer moet geen taboe meer zijn'

Jaarlijks krijgen zo'n 40.000 werkende Nederlanders kanker. Een kwart daarvan verliest uiteindelijk zijn baan. Dat is helemaal niet nodig, zegt Aad Koster, voorzitter van OVAL. 'Regelgeving minder rigide maken zou zeker helpen. Net als goede voorlichting.' 

 

Kanker op de werkvloer: is dat wel bespreekbaar?

'Het is vaak een taboe, hebben wij gemerkt. Werkgevers vinden het moeilijk om een gesprek te voeren met een werknemer als ze horen dat die kanker heeft. Wat moet er gebeuren op zo'n moment? Kan hij of zij nog wel werken? Er komen veel emoties bij kijken. De werkgever voelt zich betrokken, maar aan de andere kant is er een zakelijk belang. Dat is voor werkgevers vaak een lastige balans. En toch moet het besproken worden, want het is anders een duur verlies voor beide partijen. Voor veel kankerpatiënten helpt een baan juist bij hun herstel. Thuiszitten wil niemand.'

 

Dus het is helemaal niet nodig dat tienduizend mensen jaarlijks hun baan verliezen?

'Dat klopt. Nu gebeurt het nog te vaak dat werknemers bijna gelijk thuis komen te zitten. En uiteindelijk zo lang uit de running zijn, dat het moeilijk is om nog terug te keren op de werkvloer. Maar dat is vaak helemaal niet nodig, blijkt uit onderzoeken. Kanker is een ziekte met een heel grillig verloop. Er zijn meerdere periodes van behandeling en herstel. Een deel van de werknemers met kanker kan op sommige momenten werken als dat werk bijvoorbeeld anders ingericht wordt. Ook voor de uiteindelijke re-integratie is het goed als werkgevers en werknemers in gesprek blijven met elkaar.'

 

Past de huidige regelgeving wel bij een ziekte met zo'n grillig verloop?

'Nee, ik denk van niet. De Wet verbetering poortwachter, die voorschrijft welke stappen een werkgever moet zetten als een werknemer ziek wordt, is heel rigide. Juist omdat kanker een bijzondere ziekte is met een niet te voorspellen verloop, past zulke strakke regelgeving niet. Als een werkgever niet aan de wet voldoet omdat bepaalde data of termijnen verstrijken, loopt hij of zij een risico met financiële gevolgen. De wet is dus wel voldoende duidelijk, maar past niet goed bij deze ziekte. Werkgever noch werknemer moeten door een wet gedwongen worden dingen te vragen of te doen die niet bijdragen aan het herstel van de werknemer.'

 

Wat is de oplossing volgens u?

'De politiek zou eigenlijk meer ruimte moeten geven voor maatwerk. Daar wordt trouwens al wél aan gewerkt, want minister Asscher is een pilot gestart waarbij werkgevers een no-risk polis voor een werknemer met kanker kunnen krijgen. Dan krijgt de werkgever compensatie voor een zieke werknemer vanuit het UWV. Zo worden voor de werkgever risico's weggenomen.’

 

Hoe hard het ook klinkt, dat is toch wél iets waar ondernemers bang voor zijn? 

‘Ik hoop ook dat de pilot navolging krijgt. En wat ook helpt natuurlijk is de juiste voorlichting. Daarom hebben we samen met het ministerie van Sociale Zaken een roadmap gemaakt waarop heel duidelijk wordt uitgelegd welke stappen een werkgever met een zieke werknemer moet nemen. Als uiteindelijk meer mensen hun baan kunnen houden, dan heeft dat succes gehad.'

'Werkgevers staan er niet alleen voor. Er zijn gespecialiseerde dienstverleners, die kunnen helpen met re-integratieprogramma’s en om een manier te bedenken waarbij werknemers toch kunnen werken. Zo houden ze ook structuur in hun leven. Uiteindelijk heeft iedereen hier baat bij. Zeker ook omdat door de medische voortuitgang gelukkig steeds meer mensen weer beter worden.'