Industrie verdient hulp bij verduurzaming (en wel hierom)

11-07-2018

Gisteren werden de hoofdlijnen voor een klimaatakkoord gepresenteerd. Wat me opviel was dat veel mensen zich afvragen waarom er overheidsinvesteringen nodig zijn om de industrie te helpen vergroenen. Ook zou de industrie te weinig betalen voor zijn energie.

 

Grootverbruikers betalen allemaal evenveel

Om met dat laatste te beginnen. Even de feiten: grootverbruikers van energie betalen op grond van een Europese richtlijn in Nederland hun energiebelasting. Dit zorgt ervoor dat die bedrijven, ongeacht in welk land ze in Europa gevestigd zijn, allemaal evenveel energiebelasting betalen. Dit voorkomt dat lidstaten hun industrie kunnen bevoordelen met een lagere energiebelasting waardoor deze bedrijven een gunstigere internationale concurrentiepositie zouden verkrijgen en hun producten in andere landen kunnen 'dumpen'.

 

Meer betalen is jezelf wereldwijd uit de markt prijzen

Je kunt dus vinden dat die Europees geharmoniseerde belasting te laag is voor deze grootverbruikers maar feit is dat die belasting door de EU afgestemd is met wat er mondiaal, dus bijvoorbeeld in Azië en de Verenigde Staten, door vergelijkbare bedrijven aan energiebelasting wordt betaald. Daarvan afwijken zou betekenen dat onze bedrijven zich wereldwijd uit de markt prijzen.

 

Waarom de industrie ondersteuning nodig heeft

Dan naar de vraag waarom de industrie ondersteuning nodig heeft om verder te vergroenen de komende jaren. Ook hier gaat het in de kern om internationale concurrentie. Want op welke markt concurreert Dow Chemicals in Terneuzen denkt u? Of waar gaat alles uit de raffinaderij in Pernis naar toe? Of de producten van Tata? Of van dat kleine mooie mkb-bedrijf in Delfzijl?

 

In de pas lopen met internationale concurrentie

In vrijwel alle gevallen worden hun producten verkocht in de EU of op de wereldmarkt. Met hogere productiekosten in Nederland haal je buitenlandse producten over de rode loper naar Nederland ten koste van Nederlandse bedrijven en werkgelegenheid. De eigenaren van deze 'Nederlandse' bedrijven (bijvoorbeeld onze pensioenfondsen of buitenlandse beleggers) scannen continue waar hun bedrijven het beste kunnen investeren in vernieuwing of uitbreiding. De kosten op die locaties moeten in de pas blijven lopen (en liefst lager zijn) dan die van de internationale concurrentie. Dat is hoe markten werken. Dat is ook wat ons scherp houdt. Dat is wat zorgt voor innovatie, waardoor producten goedkoper worden en waardoor we werk hebben in de industrie.

 

Zo werkt sluipende de-industrialisatie

Maar die raffinaderijen en fabrieken gaan toch niet morgen verhuizen als we hier in Nederland de zaak wat duurder maken qua CO2? Ze maken miljardenwinsten, hoor ik u denken. Nee, dat klopt. Maar het scenario dat zich dan wel voltrekt, is dat er hier dus minder geïnvesteerd gaat worden dan elders. Zo zetten we een proces in van sluipende de-industrialisatie en gaan op termijn banen en hoofdkantoren verloren. Daar komt bij dat we hier door onze gunstige ligging en goed ondernemingsklimaat relatief veel industrie hebben. Onze industrie-clusters zijn veelal schoner en efficiënter dan in de landen om ons heen. In de afgelopen 25 jaar heeft de Nederlandse industrie al meer dan 31 Megaton broeikasgasemissies gereduceerd (circa 35 procent) terwijl ze in die periode substantieel is gegroeid. Verplaatst de productie zich, dan is het dus zeer de vraag of er daar wel net zo schoon geproduceerd gaat worden.

 

Klimaatneutraal maken industrie nog nergens vertoond

Om te kunnen verduurzamen en straks zelfs klimaatneutraal te worden, moet de industrie iets doen wat nog nergens ter wereld op deze schaal vertoond wordt. Om tot dit soort nieuwe processen te komen, zijn extra investeringen nodig van naar schatting 15 tot 20 miljard tot 2030. Productieprocessen die nu veelal draaien op fossiele brandstoffen moeten bijvoorbeeld op groene stroom of groene waterstof gaan draaien. De investeringen in nieuwe installaties zullen in de markt niet vanzelf plaatsvinden vanwege de nu nog te hoge kosten (uw pensioenfonds vraagt immers ook gewoon om rendement). Een investering die onrendabel is gebeurt niet. Dat doet een bedrijf niet en dat doe je zelf thuis ook niet. Daar moeten we dus met zijn allen aan werken met innovatie- en demonstratieprojecten en via slimme financiering, bijvoorbeeld met behulp van InvestNL.

 

Maar Nederland heeft wel ervaring hoe je het rendabel maakt

En wat doe je als na zo’n grote investering de operationele kosten hoger zijn dan bij concurrenten die nog niet geïnvesteerd hebben in groene technologie? In Nederland weten we hoe we dit slim aan kunnen pakken. Zo hebben we in betrekkelijk korte tijd windmolenparken op zee gekregen die niet meer op subsidie draaien, terwijl daar rond 2010 nog miljarden naartoe moesten. Door slimme overheidsinvesteringen, die uitnodigen om door te innoveren naar grotere schaal en lagere kosten, kunnen we toe naar een situatie waarin onze industrie hier in Nederland de klimaattransitie doormaakt en internationaal als eerste klimaatneutraal wordt. Een goede en rendabele industrie, mondiaal koploper en brenger van duurzame oplossingen. Global problems tackled by Dutch solutions.

 

Frits de Groot, teamleider energie- en klimaat bij MKB-Nederland en VNO-NCW