28 AUG, 2026

Reactie VNO-NCW, MKB-Nederland en AWVN internetconsultatie Wetsvoorstel passende huurcontracten

 VNO-NCW, MKB-Nederland en AWVN maken graag gebruik van de mogelijkheid om te reageren op het wetsvoorstel passende huurcontracten dat voorligt in de internetconsultatie. De ondernemersorganisaties richten zich in hun reactie op het mogelijk effect van deze wet op de huisvesting van arbeidsmigranten en vragen specifiek bij de 30 dagengrens aandacht voor mogelijke onbedoelde gevolgen voor de recreatie- en logiessector.

Nederland heeft te maken met aanhoudende en substantiële personeelstekorten in onder meer de zorg, techniek, woningbouw en mobiliteit. Arbeidsmigranten leveren een belangrijke bijdrage aan de economie in onder meer deze sectoren en naar verwachting blijft dat de komende jaren hard nodig. Dat betekent dat arbeidsmigranten in ons land een goede plek moeten kunnen krijgen om te wonen en van waaruit zij aan het werk kunnen.

VNO-NCW, MKB-Nederland en AWVN onderschrijven daarom de inzet van de regering om misstanden rond de huisvesting van arbeidsmigranten tegen te gaan en de kwaliteit van huisvesting verder te verbeteren. Misstanden waarvan de vaak kwetsbaardere groep arbeidsmigranten nogal eens slachtoffer is, zoals onderbetaling, uitbuiting, slechte arbeidsomstandigheden en dus ook slechte huisvesting, moeten stevig worden aangepakt. Als ondernemersorganisaties voelen wij ons verantwoordelijk daarin nadrukkelijk een rol te blijven pakken. Wij zien de impact die arbeidsmigratie op buurten en wijken heeft en dat misstanden met bijvoorbeeld arbeidsomstandigheden en huisvesting de ervaring met arbeidsmigratie negatief beïnvloeden. De beschikbaarheid van goede huisvesting is dan ook noodzakelijk en het is goed dat de regering daar werk van maakt.

Wel moeten maatregelen die worden overwogen effectief zijn en moet voldoende tijd worden geboden om de gestelde eisen daadwerkelijk te kunnen implementeren. Dit sluit aan bij het SER-advies Arbeidsmigratie naar waarde van oktober 2025, waarin sociale partners pleiten voor adequate huurbescherming en tegelijkertijd benadrukken dat voldoende kwalitatief goede huisvesting beschikbaar moet zijn om die bescherming te kunnen realiseren. Wij zien in het wetsvoorstel het risico dat een substantieel deel van de huidige huisvestingscapaciteit op korte termijn niet meer kan worden benut. Zonder een gedegen impactanalyse en realistisch overgangsrecht is de precieze opgave onduidelijk en kan de wet onbedoeld leiden tot grotere woningtekorten met risico’s op illegale huisvesting, overbewoning, overlast en dakloosheid. Ook sluit de uitwerking nu nog onvoldoende aan op de praktijk.

VNO-NCW, MKB-Nederland en AWVN vragen het kabinet daarom:

  • Voer een impactanalyse uit op de wet passende huurcontracten om de effecten op vraag en aanbod in kaart te brengen en mitigerende maatregelen te kunnen nemen;
  • Hanteer voor short-stay een termijn van vier maanden in lijn met het advies van de commissie Roemer. Voorkom daarbij onbedoelde gevolgen voor de recreatie en logiessector;
  • Maak beëindiging van de huurovereenkomst op eigen terrein werkbaar en werk het door de SER voorgestelde doelgroepcontract nader uit met voldoende waarborgen voor de huurder;
  • Bied voldoende overgangstijd voor de nieuwe eisen aan tijdelijke huurcontracten in overeenstemming met het WIN-convenant, zodat bestaande huisvestingscapaciteit niet wegvalt voordat voldoende alternatieven beschikbaar zijn.

Voer een impactanalyse uit op de wet passende huurcontracten

In de memorie van toelichting geeft de regering aan dat er 700.000 arbeidsmigranten en 140.000 meereizende familieleden in Nederland zijn en dat dit aantal nog altijd substantieel toeneemt. Tegelijkertijd worden met dit wetsvoorstel de mogelijkheden voor het gebruik van short-stay woonruimte bij de huisvesting van arbeidsmigranten sterk beperkt en worden aan het tijdelijke huurcontract eisen gesteld waaraan een substantieel deel van de huidige, ook reeds gecertificeerde, woonruimte niet op korte termijn kan voldoen. Dat kan serieuze gevolgen hebben voor de voor arbeidsmigranten beschikbare woonruimte wanneer verhuurders niet bereid zijn om contracten voor onbepaalde tijd te verstrekken.

De ondernemersorganisaties lezen in het voorstel echter geen cijfers terug over de huidige situatie ten aanzien van de huisvesting, het geschatte benodigde aantal woningen in de gewenste situatie en de mate waarin deze voldoen of op korte termijn kunnen voldoen aan de in deze wet en bijbehorende regelgeving gestelde eisen. Wij verzoeken daarom een gedegen impactanalyse uit te voeren naar de effecten van de voorgestelde maatregelen op de woningbehoefte, het woningaanbod en van de benodigde investeringen om dit in balans te brengen. Daarbij vragen wij ook te kijken naar het effect op het aanbod van de samenloop met de verwachte afschaffing van de inhoudingsmogelijkheid van huisvestingskosten op het loon. Ook vragen wij welke mitigerende maatregelen de regering gaat nemen om te zorgen dat zowel het aanbod als de kwaliteit van het aanbod van huisvesting voor arbeidsmigranten op korte termijn kan worden verhoogd.

Daarnaast vragen wij aandacht voor een goede samenhang tussen het huurrecht, het omgevingsrecht en de bouwregelgeving. Voorkomen moet worden dat bestaande, vergunde huisvestingslocaties door verschillende of niet goed op elkaar aansluitende eisen vanuit deze stelsels feitelijk niet meer kunnen worden benut. Grootschalige woonlocaties zouden zoals het nu is geformuleerd niet meer voor tijdelijke verhuur gebruikt kunnen worden wat voor ernstige problemen kan zorgen.

Hanteer voor short-stay een termijn van vier maanden

VNO-NCW, MKB-Nederland en AWVN lezen dat het kabinet met het voorstel voor de beperking van short-staycontracten tot dertig dagen bewust steviger ingrijpt dan de commissie Roemer voorstelde. Het kabinet geeft daarbij als reden dat de dertig dagen termijn herhaald misbruik door verplaatsing beter tegengaat en dat het de huidige situatie van huisvesting van arbeidsmigranten in short-stay niet wil formaliseren. De commissie Roemer gaf juist aan dat vier maanden beter is omdat deze periode goed aansluit bij de oogstkalender in de land- en tuinbouw en verbinding legt met de verplichting voor een arbeidsmigrant om zich te registreren als ingezetene bij de gemeente. Vervolgens zou de huisvesting kunnen overgaan naar langjarige tijdelijke huurcontracten of huurcontracten voor onbepaalde tijd.

Wij vragen u daarom om deze aanscherping van de short-stay contracten niet in deze vorm in te voeren maar aan te sluiten bij het advies van de commissie Roemer, waarin vier maanden mogelijk blijft. De door de commissie Roemer voorgestelde inrichting is beter passend, omdat het meer ruimte geeft om voor relatief kortdurende dienstverbanden short-stay huisvesting te kunnen blijven aanbieden, terwijl tegelijkertijd sprake is van duidelijke normering tegen langere periodes. Hiermee kunnen nadelige gevolgen worden voorkomen voor kortdurend aanwezige arbeidsmigranten die anders mogelijk vaker op zoek moeten naar nieuwe huisvesting.

Een suggestie is om hierbij de relatie te leggen met huisvestingskeurmerken voor arbeidsmigranten om de kwaliteit van short-stay locaties te waarborgen en hierop toe te zien met het stelsel van de WTTA. Zo kunnen misstanden worden tegengegaan en blijft tegelijkertijd huidig short-stay aanbod dat voldoet aan de keurmerken in stand voor kortdurend verblijf.

Voorkom daarbij onbedoelde gevolgen voor de recreatie- en logiessector

De voorgestelde grens van dertig dagen kan ook gevolgen hebben voor de recreatie- en logiessector. Hotels, vakantieparken en andere verblijfsaccommodaties bieden niet alleen kort recreatief verblijf aan, maar voorzien ook in aantoonbaar tijdelijk verblijf van langer dan een maand. Denk bijvoorbeeld aan tijdelijke medewerkers, vakantiekrachten, projectmedewerkers, interim-professionals, artiesten en technici die voor een afgebakende opdracht of productie elders verblijven en hun hoofdverblijf elders behouden. Ook wordt op basis van afspraken tussen een verblijfslocatie en het COA voor asielzoekers regelmatig verblijf geregeld dat langer duurt dan dertig dagen.

Daarnaast vervult de logiessector ook een maatschappelijke functie voor mensen die tijdelijk elders moeten verblijven zonder daar hun hoofdverblijf te willen vestigen. Denk bijvoorbeeld aan ouders of andere naasten van kinderen en volwassenen die gedurende langere tijd een behandeling moeten ondergaan in een gespecialiseerd ziekenhuis of zorginstelling. Ook voor hen kan een hotel, vakantieverblijf of andere logiesaccommodatie gedurende een periode van meer dan dertig dagen een noodzakelijke en passende tijdelijke oplossing zijn.

Een harde grens van dertig dagen kan ertoe leiden dat aanbieders dergelijke verblijven niet langer willen aanbieden vanwege het risico op huurbescherming en andere huurrechtelijke consequenties. Dit kan bestaande logiescapaciteit onbedoeld aan de markt onttrekken en raakt daarmee niet alleen aanbieders, maar ook bedrijven, maatschappelijke organisaties en individuele gasten die voor tijdelijk verblijf van deze capaciteit afhankelijk zijn.

Wij vragen het kabinet daarom ook voor de recreatie- en logiessector de gevolgen van de voorgestelde 30 dagengrens in kaart te brengen, waaronder de omvang van de bestaande capaciteit die hierdoor mogelijk niet langer voor tijdelijk verblijf beschikbaar zal zijn. Daarbij vragen wij te bezien hoe aantoonbaar tijdelijk verblijf, waarbij geen sprake is van een duurzame woonbehoefte, op een juridisch duidelijke en uitvoerbare wijze mogelijk kan blijven.

Voor de volledigheid verwijzen wij naar de afzonderlijke consultatiereactie van Platform Gastvrij Nederland en de reacties van aangesloten brancheorganisaties, waaronder HISWA-RECRON en Koninklijke Horeca Nederland (KHN).

Maak beëindiging van de huurovereenkomst op eigen terrein werkbaar en werk aanvullend het door de SER voorgestelde doelgroepcontract uit

De mogelijkheid om de huurovereenkomst op eigen terrein onder strenge voorwaarden te kunnen beëindigen, vinden de ondernemersorganisaties positief. Het kan in de praktijk gunstig zijn voor arbeidsmigranten om op het terrein van de werkgever te wonen. De ondernemersorganisaties vinden dat met de opzegtermijn van drie tot zes maanden de werknemer voldoende tijd heeft om nieuwe huisvesting te vinden dan wel zich voor te bereiden op terugkeer naar het land van herkomst.

Wel vragen wij of de regering bereid is om het voorstel aan te passen om te kunnen aanzeggen zodra vaststaat dat de arbeidsovereenkomst op een bepaalde datum eindigt met inachtneming van de genoemde opzegtermijn. Dan blijft het einde van de huurperiode voorzienbaar zodat voldoende tijd blijft voor het vinden van nieuwe huisvesting en kan de woning op eigen terrein tegelijkertijd eerder beschikbaar komen voor een nieuwe werknemer.

Daarnaast vragen wij het kabinet om het door de SER voorgestelde doelgroepcontract als aanvulling op de voorgestelde mogelijkheden uit te werken met aandacht voor de afbakening van de doelgroep, de gewenste scheiding tussen wonen en werken en de praktische uitvoerbaarheid voor werkgevers en huisvesters.[1]

Bied voldoende overgangstijd voor de nieuwe eisen aan tijdelijke huurcontracten

VNO-NCW, MKB-Nederland en AWVN steunen het voorstel om naast short-stay en huurcontracten voor onbepaalde tijd, ook tijdelijke huurcontracten voor arbeidsmigranten mogelijk te maken. De regering wil dit doen door arbeidsmigranten toe te voegen aan het Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst. Daarbij onderschrijven wij de ambitie om kwaliteitseisen te stellen, waarbij aansluiting bij de normen van de commissie Roemer begrijpelijk is.

Wij hebben echter zorg over de termijn waarop de bestaande huisvesting aan de nieuwe eisen moet voldoen. De koppeling van deze kwaliteitseisen aan de mogelijkheid om tijdelijke huurcontracten af te sluiten, betekent dat bestaande huisvesting die niet direct aan deze normen voldoet, niet langer kan worden benut voor tijdelijke huurcontracten. Omdat het zeer onzeker is of verhuurders contracten voor onbepaalde tijd willen aanbieden, kan daarmee bestaande capaciteit wegvallen terwijl vervangende huisvesting nog niet beschikbaar is.

In het WIN-convenant is daarom een aantal normen afgesproken waar werkgevers nu op toezien bij de huisvesting van arbeidsmigranten die bij hen werken. Dit wordt vormgegeven in overeenstemming met het SNF-keurmerk en het AKF-keurmerk. Aanvullend spannen werkgevers zich in om tot de Roemernorm te komen.[2] Een substantieel deel van de huidige huisvestingscapaciteit kan namelijk niet op korte termijn aan de Roemernorm voldoen door een gebrek aan passende locaties en een gebrek aan mogelijkheden om bestaande woningen om te bouwen. Daarbij moet worden meegewogen dat in verschillende sectoren via cao-afspraken en private certificering al vergaande kwaliteitseisen voor huisvesting gelden.

Wij vragen het kabinet daarom om overgangsrecht dat bij deze bestaande stelsels aansluit en gecertificeerde huisvesting voldoende tijd kan geven om naar de nieuwe normen toe te groeien. Zoals ook de SER benadrukt, kan betere huurbescherming alleen effectief worden vormgegeven als voldoende passende huisvesting beschikbaar is.

Daarnaast, kan de regering aangeven waarom voor het tijdelijke contract wordt gekozen voor maximaal twee jaar? Wat VNO-NCW, MKB-Nederland en AWVN betreft zou het passend zijn om met voldoende kwaliteitseisen en een ruime opzegtermijn ook langere tijdelijke huurcontracten te kunnen afsluiten. Kan de regering ook aangeven of het mogelijk is om binnen deze twee jaar te werken met meerdere contracten van kortere duur tot een maximum van twee jaar?

Tot slot

VNO-NCW, MKB-Nederland en AWVN onderschrijven de ambitie om de kwaliteit van de huisvesting van arbeidsmigranten verder te verbeteren volledig. Om die ambitie daadwerkelijk te realiseren, is het noodzakelijk dat de nieuwe eisen gepaard gaan met een realistische overgangstermijn. Wij vragen het kabinet daarom de gevolgen voor de beschikbare huisvestingscapaciteit eerst zorgvuldig in kaart te brengen en op basis daarvan te bepalen welke overgangstermijn en aanvullende mitigerende maatregelen nodig zijn om voldoende kwalitatief goede huisvesting te kunnen realiseren. Zo voorkomen we dat maatregelen die bedoeld zijn om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren, in de praktijk leiden tot grotere huisvestingstekorten waar diezelfde arbeidsmigranten de dupe van zijn.

 

[1] SER-advies ‘Arbeidsmigratie naar waarde’  Arbeidsmigratie: minder waar het kan, beter waar het moet | SER

[2] Artikel 5, WIN-convenant Alliantie Work in NL | Rijksoverheid.nl