18 MEI, 2026

Reactie VNO-NCW EN MKB-NEDERLAND op de internetconsultatie Besluit tijdelijke kwijtschelding en financiering voorschotten Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en toeslagenwet

Met deze brief reageren wij op de internetconsultatie van het Besluit tijdelijke kwijtschelding en financiering voorschotten Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en Toeslagenwet. VNO-NCW en MKB-Nederland hebben begrip voor het kwijtschelden van de WIA-voorschotten als gevolg van de achterstanden bij UWV, maar vinden het onverteerbaar dat werkgevers hier financieel voor opdraaien. Deze lasten zouden daarom uit de algemene middelen moeten worden betaald.

 

Toelichting

Als gevolg van de achterstanden bij het uitvoeren van sociaal-medische beoordelingen door UWV, moeten werknemers momenteel vaak lang wachten op hun WIA-beoordeling. In deze periode ontvangen ze een WIA-voorschot dat na de definitieve beoordeling niet wordt teruggevorderd; ook niet als mensen later geen recht blijken te hebben op een (volledige) WIA-uitkering. VNO-NCW en MKB-Nederland hebben begrip voor deze keuze, omdat de oorzaak van de voorschotverlening buiten de invloedsfeer van werknemers ligt en zij niet de dupe mogen worden van problemen elders.

 

De oorzaak ligt echter ook niet bij werkgevers en zij draaien wél op voor de financiële lasten die hiermee gepaard gaan. Met dit wetsvoorstel worden de lasten weliswaar structureel uit de (individuele) premie Werkhervattingskas (Whk) gehaald en dat is goed, maar ze komen via de Aof-premie toch alsnog bij alle werkgevers terecht. En dit gaat niet om een gering bedrag; de extra lasten die ontstaan doordat voorschotten niet of niet volledig worden teruggevorderd, bedragen structureel bijna €100 miljoen op jaarbasis.

 

VNO-NCW en MKB-Nederland zijn van mening dat de rekening voor de uitvoeringsproblemen bij UWV niet op het bord van werkgevers mogen worden geschoven, want nogmaals: zij kunnen hier niets aan doen. De oorzaak ligt bij UWV. Het is dan ook niet meer dan logisch, redelijk en billijk dat deze lasten uit de algemene middelen worden betaald.

 

Aanpak achterstanden UWV moet prioriteit hebben

De ondernemersorganisaties vinden het verder onacceptabel dat duizenden zieke werknemers maandenlang moeten wachten om gekeurd te worden voor de WIA (arbeidsongeschiktheid) vanwege capaciteitsproblemen bij UWV.  Dat iemand twee jaar lang ziek is met grote kans (deels) arbeidsongeschikt te worden verklaard, is al erg genoeg. Voor de persoon zelf als eerste. Maar ook voor diens werkgever, die twee jaar het loon heeft doorbetaald, zich samen met die collega heeft ingezet voor re-integratie en aan het einde van die lange rit alsnog afscheid moet nemen. En dat op deze krappe arbeidsmarkt.

 

Het wordt nog erger als mensen vervolgens maanden – en vaak zelfs langer dan dat – moeten wachten op een sociaal-medische beoordeling door de keuringsarts van UWV. Dat is de realiteit van vele duizenden mensen van wie bepaald moet worden of ze arbeidsongeschikt zijn en zo ja, in welke mate. Daar hangt van af of ze een WIA-uitkering krijgen en hoe hoog die is. Deze mensen zitten soms meer dan een jaar (!)gevangen in een soort niemandsland: ze zijn uit dienst bij hun werkgever, maar officieel nog niet arbeidsongeschikt. Die onmacht en onzekerheid gun je niemand.

 

De wachtlijsten moeten dus worden aangepakt en snel ook. Dat kan, als UWV in staat wordt gesteld breder te kijken en taken te herschikken. Het tekort aan verzekeringsartsen is voor een deel op te vangen door de inzet van sociaal-medisch verpleegkundigen. Die kunnen op verantwoorde manier een deel van de taken van de arts overnemen. Een andere oplossing is een grotere rol voor de private sector. Het zou een goede zaak zijn om de bedrijfsarts bij dit proces te betrekken die de zieke medewerker al twee jaar heeft begeleid. Dat kan prima, met alle waarborgen die daarbij horen.