16 JUL, 2026

Reactie VNO-NCW en MKB-Nederland ontwerp Nationale Klimaatadaptatiestrategie

Inleiding

VNO-NCW en MKB-Nederland reageren graag op het ontwerp voor de Nationale Klimaatadaptatiestrategie. Wij verwelkomen dat het kabinet met deze strategie een langetermijnkader neerlegt om Nederland klimaatweerbaar te maken. Het bedrijfsleven is geen toeschouwer bij deze opgave, maar een onmisbare uitvoeringspartner. Wij vragen hierbij aandacht voor het volgende:

  1. Biedt handelingsperspectief aan bedrijven bij droogte.
  2. Waarborg een toekomstbestendig (water)systeem met ruimte voor economie.
  3. Versterk de internationale samenwerking in het stroomgebied van Rijn en Maas.
  4. Zet in op een klimaatbestendige gebouwde omgeving.
  5. Investeer in de bevaarbaarheid en betrouwbaarheid van de infrastructuur.
  6. Bescherm de vitale infrastructuur.

Position paper

1.   Biedt handelingsperspectief aan bedrijven bij droogte

Bedrijven moeten weten wat zij zelf kunnen doen. Dat betreft zowel het voorkomen als het handelen in of na een (dreigende) crisis. Het huidige instrumentarium is versnipperd en gericht op de publieke waterbeheerders, niet de watergebruikers. Daarom vragen wij:

  • Een impactanalyse van watertekorten op de bedrijfscontinuïteit, zoals die ook voor gas tijdens de energiecrisis in 2022 is opgesteld. Dat verheldert wat een wenselijke aanpak is als watertekorten dreigen en de bedrijfscontinuïteit op het spel staat.
  • De verdringingsreeks voor oppervlaktewater is een goede eerste stap, maar zou op basis van de impactanalyse moeten worden aangescherpt. Het moet duidelijker worden voor bedrijven hoe bijvoorbeeld wordt omgegaan met leveringen van drinkwater aan bedrijven en hoe het onderscheid precies wordt gemaakt bij het gebruik van oppervlaktewater in industriële processen.
  • Borg de betrokkenheid van bedrijven in het (landelijk) coördinatieproces waterverdeling en droogte. Nu zijn de instrumenten gericht op de waterbeheerders zonder een duidelijke (formele) rol voor watergebruikers.

2.   Waarborg een toekomstbestendig (water)systeem met ruimte voor economie

Voor bedrijven is waterbeschikbaarheid een cruciale vestigingsfactor. Onze toekomstige economie heeft dan ook belang bij een duurzaam watersysteem, waarbij in de watervraag van de economie structureel voorzien wordt en bedrijven weerbaar zijn. Het Rijk investeert in principe niet meer in het brengen van zoetwater naar gebieden waar dat ‘op termijn niet houdbaar is’, en stuurt actiever op locatiekeuze voor watervragende activiteiten. Keuzes kunnen grote consequenties hebben voor bedrijven die moeten beslissen over uitbreiding, nieuwbouw of verplaatsing. Wij vragen het Rijk daarom om:

  • Bij beperkingen in locatiekeuzes onderscheid te maken tussen bestaande en nieuwe investeringen en productielocaties. En bij eventuele beperkingen voor nieuwe activiteiten de betreffende sectoren vanaf het begin daarin mee te nemen, waarbij oog is voor kosten en handelingsperspectief.
  • Toegang tot drinkwater waarborgen voor bedrijven die water van drinkwaterkwaliteit nodig hebben door voldoende aanbod te realiseren en de Drinkwaterwet op dat punt te verduidelijken.
  • Ruimte voor warmtelozingen te waarborgen, ten behoeve van de bedrijfscontinuïteit en leveringszekerheid van bedrijven en de energievoorziening. Het Rijk overweegt om de temperatuurnorm generiek te verlagen, naar een niveau dat strenger is dan Europese regelgeving verlangt. Wij vragen de minister daarvan af te zien.
  • Vol in te zetten op het vasthouden en bergen van water door daar ruimte voor te reserveren op lokaal en regionaal niveau. Integrale gebiedsontwikkelingen hebben de voorkeur, bijvoorbeeld het combineren van rivierverruiming, waterberging en natuurontwikkeling met recreatie of bouwgrondstoffenwinning.
  • Zorg voor een effectievere inzet van subsidie-instrumenten om circulaire waterprojecten te stimuleren. Dat kan door het uitbreiden van de Milieu-investeringsaftrek en het openen van de VEKI-regeling voor waterbesparingsprojecten.

3.   Versterk de internationale samenwerking in het stroomgebied van Rijn en Maas

Rivieren zijn voor Nederland van cruciaal belang. Samenwerking met het hele stroomgebied is nodig om de bevaarbaarheid, kwaliteit en beschikbaarheid te waarborgen. Door klimaatverandering wordt, bijvoorbeeld de Rijn, steeds meer een regenrivier, met grotere piekafvoeren en langere periodes van laagwater. Bovenstroomse waterberging of onttrekking door buurlanden heeft directe impact op de Nederlandse zoetwaterbeschikbaarheid en de bevaarbaarheid van onze rivieren, en daarmee op de industrie, landbouw en scheepvaart die daarvan afhankelijk zijn.

  • Wij vragen het kabinet om in te zetten op een steviger mandaat voor de riviercommissies van bijvoorbeeld de Rijn en Maas, met afspraken over waterkwaliteit en -kwantiteit tussen de landen en een duidelijk nalevingsmechanisme. Wij vragen het Rijk daarbij betrokkenheid van het bedrijfsleven aan de voorkant te regelen.

4.   Zet in op een klimaatbestendige gebouwde omgeving

Terecht zet het Rijk in op ‘klimaatbestendig wonen voor iedereen’. Wij steunen die inzet, in balans met betaalbaarheid en ondersteuning waar het handelingsperspectief beperkt is, zoals inwoners en kleine ondernemers.  

  • Het is belangrijk dat in nationale wetgeving wordt verankerd dat klimaatrisico’s vanaf de start realistisch worden meegewogen in plannen en vergunningen. Denk hierbij aan een norm voor wateroverlast. Hierdoor beschermen we bewoners en ondernemers beter tegen schade door extreme neerslag én geven we projectontwikkelaars en bouwers meteen duidelijkheid over waar nieuwe woonwijken en woningen aan moeten voldoen, met voldoende overgangstermijn voor (lopende) projecten. De uitgangspunten uit de Maatlat Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving kunnen worden toegepast om eenduidige eisen te stellen. 
  • Stimuleer klimaatadaptief aanbesteden (toegankelijk voor mkb). De winst zit in slimme ontwerpen die beter bijdragen aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en welzijn, en die op de lange termijn kosten en maatschappelijke schade voorkomen. Vergroening van de (stedelijke) omgeving draagt hier in belangrijke mate aan bij.

5.   Investeer in de bevaarbaarheid en betrouwbaarheid van de infrastructuur

De NAS erkent dat klimaatverandering ingrijpende gevolgen kan hebben voor het Nederlandse infrastructurele netwerk. Dit geldt zowel voor de vaarwegen, waar toenemende droogte kan leiden tot verminderde bevaarbaarheid, als voor het spoor en de wegen, waar extremer weer de levensduur en betrouwbaarheid van infrastructuur onder druk kunnen zetten. Wij vragen daarom:

  • Vroeg te anticiperen op verwachte impact, zodat logistieke functies in Nederland behouden kunnen blijven. Dat is niet alleen van belang voor de transport- en logistieke sector, maar voor de gehele Nederlandse economie, die in hoge mate afhankelijk is van goed functionerende vervoersbewegingen.
  • Structureel meer middelen te reserveren om verdere achterstand te voorkomen. De Nederlandse infrastructuur staat reeds onder druk door achterblijvende investeringen. Aanvullend zal ook geïnvesteerd moeten worden om al opgelopen achterstanden weg te werken en aanpassingen te kunnen doen die passen bij een klimaatadaptieve infrastructuur.

6.   Bescherm de vitale infrastructuur

In de ontwerp-NAS wordt gesteld dat aanbieders van vitale voorzieningen de wettelijke zorgplicht hebben om de leveringszekerheid te waarborgen, en dus óók om de infrastructuur te beschermen tegen klimaatrisico’s. VNO-NCW en MKB-Nederland zijn van mening dat deze formulering ten onrechte de indruk wekt dat de zorgplicht voor leveringszekerheid tevens inhoudt dat vitale aanbieders zelfstandig verantwoordelijk zijn voor het beheersen van klimaatrisico’s. Vitale aanbieders dienen passende en proportionele maatregelen te treffen binnen hun eigen invloedssfeer, maar zijn voor de beheersing van systeemrisico’s, zoals waterveiligheid en klimaatbestendig waterbeheer, afhankelijk van de publieke randvoorwaarden die de overheid creëert.

  • Wij stellen daarom voor de passage in de definitieve NAS als volgt te herformuleren: “Aanbieders van vitale voorzieningen hebben de wettelijke zorgplicht om passende maatregelen te treffen om de continuïteit van hun dienstverlening, ook onder veranderende klimaatomstandigheden, zo goed mogelijk te waarborgen. Dit vraagt om een gezamenlijke inspanning van vitale aanbieders en de overheid, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid.”
  • Om aan deze verantwoordelijkheid invulling te kunnen geven, hebben vitale aanbieders behoefte aan tijdige en duidelijke kaders, voorspelbaar beleid en goede afstemming tussen overheden, zodat noodzakelijke investeringen doelmatig kunnen worden gepland. Eventuele normen voor klimaatweerbaarheid dienen sectorspecifiek, proportioneel en uitvoerbaar te zijn en in nauw overleg met de betrokken sectoren tot stand te komen.

Contact
VNO-NCW en MKB-Nederland
Willem van Toor
toor@vnoncw-mkb.nl 

circulaire economieklimaatruimtelijke ordeningvitale infrastructuurwater