14 APR, 2026
POSITION PAPER VNO-NCW EN MKB-NEDERLAND VOOR HET RONDETAFELGESPREK OVER DE ECONOMISCHE GEVOLGEN EN HANDELINGSPERSPECTIEF N.A.V. ONTWIKKELINGEN IRAN OP 16 APRIL 2026
1. Inleiding
De ontwikkelingen in Iran en het bredere Midden-Oosten hebben directe en indirecte gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Hoewel de directe handelsrelaties beperkt zijn, maakt de open en energie-afhankelijke Nederlandse economie bedrijven kwetsbaar voor verstoringen in energieprijzen, internationale handelsstromen en geopolitieke onzekerheid.
Deze position paper schetst de belangrijkste effecten voor het Nederlandse bedrijfsleven en geeft op hoofdlijnen mogelijke beleidsmaatregelen.
2. Impact op het Nederlandse bedrijfsleven
2.1 Algemeen beeld
De impact van de crisis is breed en raakt een groot deel van het bedrijfsleven.
Uit de intensieve contacten met onze achterban blijkt dat de belangrijkste effecten voor bedrijven zijn:
- Stijgende energieprijzen;
- Hogere transport- en logistieke kosten;
- Stijgende prijzen van grondstoffen en halffabricaten;
- Verstoring van internationale ketens en langere levertijden;
- Afnemende vraag en omzet in bepaalde sectoren.
Los van stijgende prijzen, bestaat er ook een risico van niet beschikbaarheid van bepaalde energie producten waardoor er mogelijk aan vraagbeperkende maatregelen moet worden gedacht.
Deze effecten leiden tot druk op marges, liquiditeit en investeringsbereidheid.
2.2 Sectorale impact
De impact verschilt per sector:
- Transport en logistiek: zwaarst getroffen door omvaarroutes, hogere brandstofkosten en onzekerheid. Daarnaast heeft de logistieke sector nog te maken met een aanvullende stapeling van kosten (loonkosten, vrachtwagenheffing, dieselprijzen). Door de grote verschillen in brandstofprijzen met ons omringende landen hebben ook tankstations in de grensregio’s het nu heel zwaar;
- Industrie: hogere inputkosten en verstoringen in toeleveringsketens, zoals helium wat een belangrijke grondstof is voor de halfgeleidersindustrie;
- Bouw: stijgende materiaalkosten en mogelijke stagnatie;
- Retail en groothandel: hogere inkoopprijzen en transportkosten;
- Landbouw en voedsel: hogere energie- en transportprijzen, verstoringen in kunstmest- en grondstoffenketens leiden tot hogere prijzen door de hele voedselketen;
- Energie-intensieve sectoren: sterke kostenstijgingen.
Bij een langer aanhoudend conflict verbreedt de impact naar vrijwel alle sectoren (bronnen: DNB en Rabobank).
2.3 Macro-economische impact
De crisis werkt via drie hoofdkanalen door in de economie: hogere prijzen (inflatie), lagere groei en druk op overheidsfinanciën. In een zwaar scenario (waarbij het conflict nog maanden duurt) kan de economische groei zo maar met circa 0,8 procentpunt dalen en de inflatie aanzienlijk oplopen (bronnen: DNB en Rabobank).
3. Scenario’s en risico’s
De impact hangt sterk af van de duur, intensiteit en regionale spreiding van het conflict. Drie scenario’s kunnen worden onderscheiden naar duur:
- Kortdurend conflict (afronding nog deze maand): vooral tijdelijke logistieke verstoringen en liquiditeitsdruk.
- Aanhoudend conflict (1–3 maanden): structureel hogere kosten, handelsfricties en bredere economische impact.
- Langdurige escalatie (conflict duurt nog zeker tot in de zomer): combinatie van energie- en logistieke schok, met risico op fysieke tekorten en forse economische terugval.
In het zwaarste scenario ontstaat een dubbele schok (energie + logistiek) die vrijwel alle sectoren raakt.
4. Handelingsperspectief en maatregelen
4.1 Korte termijn: liquiditeit en continuïteit
Op korte termijn ligt de prioriteit bij het waarborgen van de continuïteit van bedrijven:
- Verbeter toegang tot werkkapitaal (bijv. via fondsen of kredietregelingen);
- Maak uitstel van belastingbetalingen mogelijk voor zwaar getroffen sectoren;
- Faciliteer doorberekening van kosten in (overheids)contracten;
- Versterk publiek-private samenwerking en crisisstructuren.
In het coalitieakkoord staan enkele voornemens inzake verduurzaming en energie. Voer deze plannen versneld uit, zoals de Indirecte Kosten Compensatie (IKC) en de ‘envelop elektriciteitsprijs’. Deze maatregelen versterken de concurrentiepositie van bedrijven, versnellen verduurzaming en maken ons minder kwetsbaar voor toekomstige verstoringen en crises.
Wat betreft de leveringszekerheid van brandstoffen: bij de uitgifte van strategische voorraden, met name ruwe olie en kerosine, is het van groot belang dat het Ministerie en COVA vroegtijdig in gesprek gaan met de industrie en sectorpartijen. Borg dat Europese voorraad zoveel mogelijk ten goede komt aan de Europese markt – voor zover contractuele verplichtingen van marktpartijen dit toelaten – ondersteun waar nodig marktpartijen bij het aanhouden van strategische voorraden via garanties of compensatie. Op het terrein van gasvoorraden is het belangrijk om in nauw contact te treden met marktpartijen in de (energie)sector over een slimme en kosteneffectieve vulstrategie richting de winter en de eventuele ontwikkeling van strategische voorraden (bv. kussengas).
Wat betreft logistiek en de maritieme sector: borg beschikbaarheid van bunkerfuels voor Nederlandse schepen in de Nederlandse havens en pak als overheid een rol als (her)verzekeraar voor oorlogsrisico’s in de zeevaart om verzekerbaarheid te borgen. EU-coördinatie bij doorvaart van bijvoorbeeld tankers en offshore-schepen in de Straat van Hormuz en andere knelpunten is sterk aan te bevelen.
Richting de EU zou Nederland moeten pleiten voor een EU-brede ‘slot waiver’ voor de luchtvaart om verlies van slots te voorkomen. In elk opzicht is coördinatie van mitigerende en compenserende maatregelen binnen de EU een essentiële voorwaarden om gelijke concurrentievoorwaarden en dus een gelijk speelveld te waarborgen.
Versterk daarnaast de economische relatie met de MENA-regio:
Naast focus op de binnenlandse impact is het belangrijk de zakelijke relatie met de MENA-regio actief te onderhouden en versterken, omdat dit ook de Nederlandse economie ten goede komt. Dit vraagt om:
- Publiek-private ondersteuning: een gezamenlijk loket (o.a. RVO, posten, georganiseerd bedrijfsleven) voor bedrijven actief in/met de regio.
- Investeringskansen benutten: positioneer Nederland als betrouwbare partner voor (tijdelijke) diversificatie van MENA-investeringen, inclusief co-investeringen in derde markten.
- Vooruitkijken naar wederopbouw: richt nu al een publiek-private taskforce op om kansen in toekomstige wederopbouw tijdig te benutten.
Een punt dat het kabinet sowieso – al dan niet in Europees verband – op zou moeten pakken, is een inventarisatie maken van de gevolgen van de schermutselingen in het Midden-Oosten op toeleveringsketens en afzetmarkten. Zo zijn vele olie- en gasinstallaties vernietigd en ijlen waarschijnlijk zelfs bij een snelle beëindiging van het conflict de effecten daarvan nog lang na. Deze inventarisatie zou dan gepaard moeten gaan van handelingsperspectieven.
Wij pleiten nadrukkelijk niet voor generieke prijsplafonds die marktverstorend werken of totaal generieke (dus ongerichte) maatregelen.
Het voorkomen van een loon-prijsspiraal die de concurrentiepositie verder onder druk zet, is een absolute voorwaarde.
4.2 Middellange termijn: gerichte steun en marktwerking
Bij een aanhoudend conflict zijn aanvullende maatregelen nodig:
- Gerichte steun voor energie-intensieve sectoren en de logistieke en transportsector;
- Versterken van strategische voorraden (olie, gas, kerosine);
- Verbeteren van logistieke processen en handels- en douanefacilitatie;
- Verruimen van exportkredietverzekeringen;
- Diversificatie van handelsrelaties en grondstoffenaanvoer.
4.3 Lange termijn: weerbaarheid en strategische autonomie
De crisis onderstreept de noodzaak van structurele maatregelen zoals het versnellen van de energietransitie en verduurzaming, het investeren in leveringszekerheid van energie en grondstoffen en het verminderen van strategische afhankelijkheden. Investeringen in het elektriciteitsnet zijn daarbij randvoorwaardelijk voor verdere verduurzaming. Ook blijft het borgen van een gelijk speelveld binnen de EU cruciaal.
5. Conclusie
De ontwikkelingen in Iran vormen een serieuze economische schok voor het Nederlandse bedrijfsleven. De combinatie van stijgende kosten, verstoringen in handelsketens en onzekerheid vraagt om snelle, gerichte en proportionele beleidsreacties.
De samenwerking met kabinet en de departementen loopt goed. Het is van belang dat het kabinet samen met het bedrijfsleven blijft optrekken en tijdig maatregelen treft die bedrijven helpen deze periode te overbruggen, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan structurele versterking van de economische weerbaarheid.
Wij blijven hierover graag intensief in gesprek met uw Kamer, het kabinet en de departementen en zullen de ontwikkelingen nauwgezet blijven monitoren.
VNO-NCW en MKB-Nederland
- Marhijn Visser (handel – mvisser@vnoncw-mkb.nl)
- Frederik van Til (energie/grondstoffen – til@vnoncw-mkb.nl)
- Max Tóth (transport/logistiek – toth@vnoncw-mkb.nl)
- Edward Feitsma (economie – feitsma@vnoncw-mkb.nl).