23 MRT, 2026
POSITION PAPER VNO-NCW EN MKB-NEDERLAND VOOR HET KAMERDEBAT OVER DE ECONOMISCHE IMPACT VAN DE CRISIS IN HET MIDDEN-OOSTEN OP 25 MAART 2026
Kernboodschappen:
- Veiligheid van mensen voorop
Werkgevers voelen zich verantwoordelijk voor de veiligheid van hun mensen. Van belang is dat bij repatriëring niet alleen naar reizigers wordt gekeken, maar ook naar de medewerkers.
- Impact is groot en wordt breder
De oorlog in het Midden-Oosten raakt nu al sectoren zoals transport en industrie hard door hoge brandstofprijzen en kan bij aanhoudende escalatie de hele economie treffen.
- Het kabinet zet eerste stappen
Er is erkenning, overleg en voorbereiding, maar concrete en uitvoerbare maatregelen voor ondernemers ontbreken nog, waarbij het nemen van maatregelen niet kan wachten tot in augustus. Zo zou onder andere fiscale ruimte voor werkgevers om een kilometervergoeding te geven aan werknemers nu al helpen.
- Liquiditeitsdruk is acuut probleem
Vooral mkb-bedrijven kampen met een snel oplopende behoefte aan werkkapitaal door vertraagde doorberekening van kosten.
- Snelle gerichte steunmaatregelen voor ondernemers nodig
Met name nodig zijn: betere toegang tot werkkapitaal (fonds), mogelijke belastinguitstelmaatregelen en eerlijke doorwerking van kosten in overheidsopdrachten.
- Zekerheid over energie en brandstoffen cruciaal
Er zijn zorgen over beschikbaarheid van kerosine, diesel en bunkerbrandstoffen. Duidelijk kabinetsbeleid is nodig.
- Versnel coalitieplannen voor verduurzaming en strategische autonomie
De crisis toont de kwetsbaarheid van energie- en grondstofketens aan.
Versnelling van plannen voor verduurzaming en leveringszekerheid is daarom noodzakelijk (zoals snellere behandeling van de ‘envelop elektriciteitsprijs’).
- Borg internationaal een gelijk speelveld
Nederland moet voorkomen dat bedrijven op achterstand komen ten opzichte van andere EU-landen, bijvoorbeeld door de voorgenomen verhoging van de tickettaks uit te stellen
- Blijf in nauwe samenwerking met bedrijfsleven handelen
Blijvende afstemming met ondernemers is essentieel om effectief beleid te maken.
De ontwikkelingen in het Midden-Oosten volgen elkaar in hoog tempo op en de impact op het Nederlandse bedrijfsleven wordt steeds zichtbaarder. Dit vraagt om voorbereiding van tijdige, gerichte en uitvoerbare maatregelen. Het is daarom goed dat het kabinet met de Kamerbrief van maandag 16 maart jl. over de economische impact van het conflict in het Midden-Oosten een eerste belangrijk inzicht geeft in de economische effecten en mogelijke beleidsopties. Tegelijkertijd constateren wij dat de voorbereiding en uitwerking van concrete maatregelen voor ondernemers nog achterblijft. In dit position paper geven wij een nadere duiding van de effecten op ondernemingen, spreken wij onze steun uit voor onderdelen van de kabinetsaanpak, en doen wij voorstellen voor aanvullende maatregelen en aandachtspunten.
Effecten op ondernemingen
Allereerst de effecten op ondernemingen. Voor bedrijven staat veiligheid voorop. Indien noodzakelijk en mogelijk heeft repatriëring van werknemers in de Golfregio de hoogste prioriteit, bijvoorbeeld voor personeel op vastliggende schepen. Dit raakt aan verantwoordelijkheden van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Infrastructuur en Waterstaat. De samenwerking met deze ministeries en de reisbranche, verzekeraars en Defensie, verloopt goed waar mogelijk. Tegelijkertijd is er een belangrijk knelpunt: bij repatriëring zijn momenteel alleen reizigers en (secundair) medewerkers met de Nederlandse nationaliteit expliciet in beeld. Medewerkers zonder Nederlandse nationaliteit moeten zich wenden tot hun eigen ambassades. Nederlandse werkgevers ervaren dit als onlogisch, omdat zij zich verantwoordelijk voelen voor al hun medewerkers, ongeacht nationaliteit.
De economische effecten manifesteren zich momenteel vooral bij ondernemers die sterk afhankelijk zijn van brandstof, zoals de transportsector en delen van de industrie.
Hoewel brandstofclausules ondernemers in staat kunnen stellen om prijsstijgingen door te berekenen, blijkt in de praktijk dat deze clausules vaak ontbreken, zeker in contracten met de overheid. Daarnaast zijn termijnen regelmatig te lang of ontbreekt het bedrijven – met name in het mkb – aan voldoende onderhandelingspositie om deze clausules effectief toe te passen.
Ondernemers signaleren dat zij binnen lopende overheidsopdrachten beperkte mogelijkheden hebben om prijsstijgingen door te berekenen.
Bij een langer aanhoudend conflict zal de impact zich verbreden naar vrijwel alle sectoren. Sectoranalyses, onder meer van Rabobank, laten zien dat ook sectoren zoals de horeca aanzienlijk geraakt kunnen worden, met name in zwaardere scenario’s. Het Centraal Planbureau heeft vooralsnog alleen de impact van Iran op de inflatie (CPI) ingeschat, met een bandbreedte van 0,6% tot 1,5% dit jaar. Deze onzekerheid beïnvloedt de economische vooruitzichten en kan, bovenop de al hoge inflatie, de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse open economie verder onder druk zetten.
Om nog beter inzicht te krijgen in de actuele effecten op ondernemers zullen VNO-NCW en MKB-Nederland op zeer korte termijn een flitspeiling uitvoeren onder bedrijven in verschillende sectoren en grootteklassen.
Een ander belangrijk knelpunt betreft de behoefte aan werkkapitaal als gevolg van stijgende prijzen. Ondernemers moeten brandstofkosten vaak binnen vijf dagen betalen, terwijl doorberekening aan klanten pas na circa vijf weken plaatsvindt. Elke stijging van vijf cent in de dieselprijs leidt tot een extra kapitaalbehoefte van circa 8,5 miljoen euro in de transport-sector. Inmiddels wordt een toename van circa 67 miljoen euro waargenomen. Vooral voor mkb-bedrijven is het moeilijk om deze extra financieringsbehoefte op te vangen. Ook in de bouw- en vervoerssector is sprake van een groeiende vraag naar werkkapitaal.
In de luchtvaart en scheepvaart ontstaan zorgen over de beschikbaarheid van brandstoffen. Europa is niet zelfvoorzienend in diesel, stookolie en met name kerosine, terwijl er wel voldoende raffinagecapaciteit is voor benzine. Voor kerosine is behoefte aan een duidelijk plan voor het vrijgeven van strategische reserves. In de scheepvaart bestaan zorgen over de beschikbaarheid van bunkerbrandstoffen in het buitenland, wat gevolgen kan hebben voor de toelevering aan Nederland. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dient daarom duidelijke plannen uit te werken voor het vrijgeven van brandstoffen via het COVA.
Ook in de energie-intensieve industrie nemen de zorgen toe door stijgende energieprijzen en hogere kosten van grondstoffen. Deze geopolitieke risico’s komen bovenop een reeds kwetsbare positie van de Europese industrie. De Nederlandse industrie heeft daarbij te maken met hogere energiekosten dan buurlanden. De huidige situatie onderstreept de kwetsbaarheid van energie- en grondstofketens en de noodzaak tot versnelling van beleid gericht op leveringszekerheid en verduurzaming.
Breder bestaan er zorgen over de Nederlandse exportpositie.
Problemen in de lucht- en scheepvaart maken afzetmarkten moeilijker bereikbaar en zorgen voor langere transittijden, containertekorten en hogere (andere) operationele kosten zoals hogere verzekeringslasten. Dit geldt direct voor markten in de Golfregio, zoals zichtbaar in de agrofoodsector, maar ook indirect voor markten in Azië en Afrika, waarvoor de Golfregio een belangrijke logistieke hub vormt. Ook de aanvoer van andere grondstoffen dan olie en gas komt onder druk te staan. Sectoren zoals maritieme projectontwikkeling ondervinden eveneens hinder in de Golfregio.
Tegelijkertijd ontstaan er ook kansen, omdat de Golfregio zich nadrukkelijker richt op Europese producten en diensten in plaats van Amerikaanse.
Aanbevelingen
Wij spreken onze waardering uit voor een aantal elementen uit de Kamerbrief. Het is positief dat ondernemers expliciet als doelgroep worden erkend en dat maatregelen worden voorbereid. Ook de nauwe contacten tussen kabinet, de departementen en het bedrijfsleven, onder meer via de Taskforce Midden-Oosten van VNO-NCW en MKB-Nederland met verschillende ministeries en het gesprek van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking met een groep bedrijven op maandag 16 maart jl., zijn waardevol.
Daarnaast is het belangrijk dat het kabinet aangeeft de situatie nauwlettend te volgen en verschillende scenario’s en maatregelen in kaart te brengen. Gezien de reële mogelijkheid dat het conflict langdurig aanhoudt, is deze voorbereiding essentieel.
Ook de verkenning van een tijdelijke verlaging van brandstofaccijnzen is een positieve stap. Bij aanhoudend hoge brandstofprijzen kan gerichte accijnsverlaging, bijvoorbeeld voor diesel, noodzakelijk zijn. Het is eveneens van belang dat de onbelaste kilometervergoeding wordt gemonitord en waar nodig aangepast. Verder vragen wij aandacht voor voorgenomen prijsverhogende maatregelen, zoals de verhoging van de tickettaks. In sectoren die reeds zwaar onder druk staan, kunnen dit soort maatregelen de situatie verder verslechteren. Uitstel hiervan dient te worden overwogen.
Tegelijkertijd constateren wij dat de huidige set maatregelen voor ondernemers nog beperkt is uitgewerkt en dat belangrijke onderdelen ontbreken. Wij pleiten daarom voor aanvullende maatregelen.
Om te beginnen is betaalbare toegang tot werkkapitaal cruciaal. Wij pleiten voor een publiek fonds waaruit leningen kunnen worden verstrekt aan ondernemingen die door sterk gestegen brandstofkosten tijdelijk in liquiditeitsproblemen komen, terwijl zij deze kosten door langlopende vaste contracten niet kunnen doorberekenen. Laat banken de financiële toets en uitvoering verzorgen op basis van uniforme criteria, ook voor ondernemingen zonder hechte bestaande bankrelatie. De toets richt zich op de vraag of een onderneming vóór deze schok in de kern levensvatbaar was en naar verwachting, zodra de druk van gestegen brandstofkosten en langlopende vaste contracten afneemt, weer voldoende rendabel kan opereren. Zo komt de steun terecht bij bedrijven die tijdelijk klemzitten en niet bij ondernemingen met structurele problemen.
Daarnaast kan worden overwogen om maatregelen uit de coronaperiode opnieuw in te zetten, zoals uitstel van betalingen van loonbelasting en btw voor zwaar getroffen sectoren.
Ook is het noodzakelijk om de doorwerking van kostenstijgingen in overheidsopdrachten beter te faciliteren.
Net als tijdens de energiecrisis in 2022 dienen sectorspecifieke afspraken en handelingskaders te worden opgesteld, vergelijkbaar met het destijds gehanteerde Oekraïneprotocol, zodat kosten eerlijk verdeeld kunnen worden tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers.
Versnelling is nodig van de plannen uit het coalitieakkoord gericht op verduurzaming en strategische autonomie. Om te beginnen gaat het hierbij om de plannen voor lagere elektriciteitskosten voor de industrie. Onder meer via snellere duidelijkheid over de IKC en het betrekken van de ‘envelop elektriciteitskosten’ in de augustusbesluitvorming. Ook het versneld aanpakken van netcongestie en investeren in wind op zee zijn bijvoorbeeld van groot belang voor ondernemers.
Voor de luchtvaart dient te worden overwogen een slotwaiver in te voeren, aangezien maatschappijen slots dreigen te verliezen wanneer zij door omstandigheden niet kunnen vliegen. In het Midden-Oosten zelf zijn dergelijke regelingen al ingesteld.
Ten aanzien van verzekeringen zien wij dat premies stijgen en dat verzekeraars terughoudender worden in het dekken van risico’s van internationale crises. Onderzoek of het bestaande model van de terrorismepoel mogelijk kan worden toegepast op de zeevaart om deze risico’s beter te beheersen. Daarnaast vragen wij aandacht voor de rol van het mededingingsrecht bij het gezamenlijk zoeken naar oplossingen voor stijgende verzekeringspremies, zodat dit geen belemmering vormt.
We vragen ook om nadere duidelijkheid op een aantal punten. Ten eerste over de brandstofvoorraden en -voorziening, met name voor kerosine en diesel, en de maatregelen om eventuele tekorten te voorkomen. Ook vragen wij welke signalen het kabinet ontvangt over bevoorrading langs internationale vaarroutes.
Verder verzoeken wij om samen met marktpartijen onderzoek te doen naar betaalbare strategische gasvoorraden, bijvoorbeeld via de inzet van kussengas.
Ten slotte vragen wij het kabinet om een overzicht van maatregelen die andere EU-lidstaten en buurlanden nemen, om een gelijk speelveld binnen de interne markt te waarborgen.
Wij blijven hierover graag intensief in gesprek met uw Kamer, het kabinet en de departementen en zullen de ontwikkelingen nauwgezet blijven monitoren.
VNO-NCW en MKB-Nederland
Frederik van Til (energie/grondstoffen – til@vnoncw-mkb.nl), Max Tóth (transport/logistiek – toth@vnoncw-mkb.nl) en Marhijn Visser (handel – mvisser@vnoncw-mkb.nl).