1 JUL, 2026

Position Paper: Circulaire Economie is industriebeleid

Voor een weerbaar Europa en een concurrerende industrie

Een circulaire economie betekent dat materialen en grondstoffen zo lang mogelijk in de economie in gebruik blijven en waarde behouden – zonder grondstoffen immers geen economie. De oorlog in Oekraïne en in het Midden-Oosten, handelsconflicten en de toenemende afhankelijkheid van kritieke grondstoffen laten zien hoe kwetsbaar Europa is geworden. Tegelijkertijd investeren de Verenigde Staten en China miljarden in hun industrie. Europa reageert met de Clean Industrial Deal, Industrial Accelerator Act, de Critical Raw Materials Act en binnenkort de Circular Economy Act. Nederland moet op deze geopolitieke en Europese beleidsontwikkelingen aansluiten. Want met een circulaire economie versterken we tegelijkertijd:

Onze weerbaarheid

  • Minder afhankelijk van import van kritieke grondstoffen en fossiele en circulaire grondstoffen voor eigen maakindustrie en waardeketens;
  • grotere leveringszekerheid voor de Nederlandse industrie;
  • versterking van de strategische relevantie van Europa.

Ons verdienvermogen

  • behoud van een sterk Nederlands industrieel ecosysteem;
  • nieuwe investeringen, innovatie en hoogwaardige werkgelegenheid;
  • een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven die investeren in circulariteit (ombouw en opbouw).

Onze verduurzaming

  • minder gebruik van primaire grondstoffen;
  • lagere CO₂-uitstoot over de gehele keten;
  • minder milieudruk en efficiënter gebruik van schaarse materialen.

Met de energietransitie hebben we de afbouw van onze afhankelijkheid van aardgas door zon, wind en elektrificatie al van 40 naar 30 miljard kuub per jaar weten te verminderen. Voor grondstoffen kunnen we ook de afhankelijkheid verminderen door slimmer hergebruik en behoud van materialen als grondstof. Nederland heeft alles in huis om binnen Europa leidend te blijven in schone technologie en duurzaam producerende industriële ketens. Maar bedrijven investeren alleen wanneer het investeringsklimaat op orde is. Omdat dit bepalend is voor een businesscase die rendabel is en voor voldoende perspectief dat investeringen ook op lange termijn renderen. Stabiel en duidelijk beleid is daarvoor een eerste voorwaarde.

Daarvoor zijn keuzes nodig

1. Europa moet de markt creëren

Product- en materiaalketens opereren mondiaal in een vrije markt, maar onder onzekere geopolitieke omstandigheden. Daarom moet de vraag naar circulaire materialen Europees worden georganiseerd met als uitgangspunt de kracht van een interne markt en een sterk en toekomstgericht industriebeleid.

Wij vragen het kabinet zich in Europa in te zetten voor:

  • een ambitieuze Circular Economy Act die vraag creëert naar circulaire materialen i.e. vraag naar producten met aandelen circulaire grondstoffen in eindmarkten (zo dicht mogelijk bij de eindgebruiker)[1];
  • Europese productregels (ESPR, PPWR, ELV, CPR*)[2] met recycled en biogebaseerde-content vereisten en circulaire ontwerpeisen;
  • harmonisatie van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV);
  • Europese harmonisatie van einde-afvalregels met behoud van de status van secundaire grondstof voor bouw- en sloopafval;
  • Maatregelen voor (handels en verduurzamings)bescherming[3] en anti-dumping die de interne markt te versterken en voorkomen dat Europese bedrijven het afleggen tegen oneerlijke concurrentie van goedkope primaire en niet-Europese secundaire grondstoffen;
  • Een overheid die als launching customer circulair inkoopt en aanbesteedt.

Juist Europese productregelgeving geeft bedrijven de schaal en investeringszekerheid die nodig zijn om miljardeninvesteringen in circulaire productiecapaciteit mogelijk te maken.

2. De basis op orde – schrap (voorgenomen) nationale heffingen

Voorkom dat internationaal opererende ketens onder druk komen. Schrap daarom de heffing van 567 mln. op de afvalsector, omdat dit investeringen in afvalverwerking in NL juist ontmoedigt door afvalstromen te verplaatsen naar andere landen en de toegang tot hergebruik van grondstoffen daarmee juist belemmert. Behoud sorteer-, recycling- en verwerkingscapaciteit in Nederland door samen met de sector juist investeringen te realiseren. Juist voor Europese marktcreatie moet Nederland zijn bestaande basisindustrie, maakindustrie, recyclingindustrie en afvalverwerkingsketen zien te behouden. Dit is de basis voor ontwikkeling en investering in nieuwe technologie,- feedstock en nieuwe fabrieksinstallaties: zonder deze basiseconomie ook geen circulaire economie.

De operationele kosten (zoals energiekosten) en regeldruk zijn op dit moment veel te hoog en daardoor verliezen we in rap tempo productie, assets en investeringen blijvend aan het buitenland. Dit vraagt om:

  • inzet van bestaande instrumenten zoals SDE++, DEI+, NIKI, VEKI en MIA/Vamil; deze werkend maken voor circulaire investeringen;
  • verlaging van operationele kosten voor energie-intensieve recycling en circulaire industrie (energiekosten en beperk nieuwe kosten voor het vrachtvervoer);
  • organisatie van publiek-private samenwerking in strategische ketens zoals plastics, bouwmaterialen, textiel en kritieke grondstoffen met als doel werkbare, praktijkgerichte en gedragen oplossingen;
  • met prioriteit oplossen van onduidelijkheid én rechtsonzekerheid omtrent toepassing van regels voor einde-afvalstatus én bijproduct en het instellen van een Nationale Grondstoffenautoriteit, zoals in Vlaanderen, met vaste doorlooptermijnen voor einde-afvalbeoordelingen.

Zet bijv. in op verlaging operationele kosten

Stel de IKC-regeling ook beschikbaar voor recyclers. Deze bedrijven kunnen alleen concurreren en investeren met lagere energieprijzen. Nederland behoort tot de top 3 duurste energielanden in Europa. Dat kost ons investeringen, banen en innovatiekracht – zowel voor terugwinnen van kritieke grondstoffen, metaalrecycling en plasticrecycling.

 3. Kies voor effectieve instrumenten

Wij pleiten daarom voor een structurele inzet van ca. €1,5 miljard per jaar uit bestaande middelen, gericht op het versnellen van de circulaire economie en het versterken van het verdienvermogen van Nederland. Deze middelen kunnen effectief worden ingezet langs vier sporen:

Overbrugging van de onrendabele top van circulaire investeringen (ca. €500 mln.), door inzet van bestaande klimaatmiddelen (zoals SDE++) met een verbreding van de scope van het instrument naar klimaat, energie én circulaire materialen, zodat de energie- en grondstoffentransitie elkaar kunnen versterken;

Strategische investeringen in circulaire (maak)industrie en innovatie (ca. 500 mln.), bijv. door investeringen in deze transitie mee te nemen in de nieuwe nationale investeringsinstelling en instrumenten voor disruptieve innovatie, zodat er niet alleen verdienvermogen uit technologie, maar ook uit behoud van grondstoffen kan worden gerealiseerd;

Bestaande regelingen werkend maken voor circulaire investeringen (ca. 250 mln.), zoals DEI+, MIA/VAMIL, NIKI, VEKI, EKOO, zodat circulaire businesscases  en opschaling wel ook voor subsidie en cofinanciering in aanmerking kunnen komen. Om deze instrumenten daadwerkelijk effectief te maken zal ook gekeken moeten worden naar het verkorten en efficiënter maken van de aanvraagprocedures;

De overheid pakt haar rol als launching customer via circulair inkopen en aanbesteden (ca. 250 mln.), zodat er meer markt en investeringszekerheid ontstaat voor projecten en ontwikkelingen met behoud van materialen en grondstoffen.

Een nationale circulaire hefboom past hier niet bij

Wij begrijpen de wens om de vraag naar circulaire materialen via een prijsprikkel (‘stok’) te vergroten. Juist daarom is het van belang de juiste instrumenten te kiezen.

Een nationale circulaire hefboom doet dat niet.

Internationaal opererende producenten kunnen hun materiaalkeuzes nauwelijks aanpassen op basis van nationale fiscale prikkels. De handelingsruimte ligt bij Europese productregelgeving, niet bij nationale belastingen. Ook eerdere voorstellen voor nationale plasticnormen zijn om die reden verlaten. De recente impactanalyse laat bovendien zien dat substitutie in veel productgroepen beperkt is door technische en economische factoren. Zonder voldoende handelingsperspectief ontstaat geen hefboom, maar uitsluitend een extra kostenpost.

Dat leidt tot:

  • hogere lasten voor bedrijven en consumenten;
  • extra uitvoerings- en regeldruk;
  • omzeiling, en daarmee omzetderving, via online platforms buiten NL;
  • en biedt geen oplossing voor productie en recyclingcapaciteit in Nederland.

Terwijl Europa juist werkt aan instrumenten die wél structurele vraag creëren voor circulaire materialen via productregelgeving, in combinatie met weerbaarheid en verdienvermogen en behoud van industrie in Europa.

Investeer daarom niet in aanvullende nationale heffingen, maar in Europese marktcreatie en een concurrerend Nederlands investeringsklimaat.

Onze oproep
Maak van circulaire economie een pijler onder het Nederlandse industriebeleid.

  • Europa creëert de markt.
  • Nederland creëert het investeringsklimaat.

Alleen die combinatie zorgt voor meer strategische autonomie, een sterkere industrie én een duurzame economie.

Contact
VNO-NCW en MKB-Nederland
Sanne Westra
westra@vnoncw-mkb.nl

[1] Zie aanbevelingen Deloitte studie: ‘Vraagcreatie maakt Europese industrie weerbaarder en duurzamer’. Dit wordt nader uitgewerkt in opdracht van DG GROW in de ‘Werkgroep Lead Markets’ van de Critical Chemical Alliance.

[2] *ESPR: ecodesign for sustainable products regulation, PPW: packaging and packaging waste regulation, ELV: end-of-life vehicle regulation, CPR = construction products reguliation).

[3] Vanwege Europese milieu en arbo-eisen zijn de operationele kosten in NL/EU vele malen hoger. Dit vraagt marktbescherming voor gelijkwaardigheid.

circulaire economieindustriebeleid