10 JUN, 2026

Inbreng voor Commissiedebat Water: Praktisch werkbare kaders nodig voor investeringen in wateropgaven

Het bedrijfsleven wil en kan bijdragen aan de wateruitdagingen: met emissiereductie, efficiënt watergebruik, innovatie en een samenwerkingsgerichte aanpak. Het bedrijfsleven kan dat niet alleen, en heeft de verschillende overheden nodig. Het gaat dan bijvoorbeeld om toereikend beleid om de waterkwaliteit te verbeteren, scherpe keuzes waar er belangentegenstellingen zijn, versimpelingen voor de praktijk en ook bijvoorbeeld om actuele vergunningen voor het bedrijfsleven. Dat komt nu nog onvoldoende van de grond en daarover maken VNO-NCW en MKB-Nederland ons grote zorgen. In het bijzonder zien we dat bij de Kaderrichtlijn Water (KRW): de Europese hoeksteen voor schoon water. 
Laat helder zijn, bedrijven hebben net zo goed belang bij schoon water. Door nationale koppen en onduidelijkheid over de juridische zekerheid van vergunningen is de investeringszekerheid voor bedrijven meer en meer in het geding. Onze inzet is daarom: haal de waterdoelen, maar doe dat met uitvoerbare regels, rechtszekerheid voor bedrijven en een aanpak die alle relevante bronnen evenwichtig meeneemt.Het huidige beleid heeft te weinig oog voor de consequenties voor vergunningsverlening en (rechts)zekerheid voor bedrijven. Ook is het bedrijfsleven vaak beperkt betrokken bij het uitwerken en invullen van de verplichtingen in de KRW. Dat is een gemiste kans omdat het bedrijfsleven beschikt over veel (praktische) kennis en ook een cruciale schakel is om de waterdoelen te halen. VNO-NCW en MKB-Nederland vragen daarom uw aandacht voor:

  1. Maak de KRW werkbaar voor bedrijven
    Voor bedrijven is het niet duidelijk of hun vergunning KRW-proof is. Versimpelen van de KRW betekent regelgeving werkbaar maken voor bedrijven. Wij vragen de minister de ruimte uit de Europese guidance te benutten, de actualisatie van vergunningen te versnellen en het mkb te ondersteunen bij het aanpakken van indirecte lozingen. 
  2. Leg geen nationale kop op vergunningen
    IenW wil periodieke actualisatieplicht in de KRW van steviger vastleggen onder druk van een inbreukprocedure uit Brussel. Dat is begrijpelijk, gezien de eisen in de KRW. Maar, IenW overweegt ook naast de actualisatieplicht ook alle vergunningen voor lozen en onttrekken tijdelijk te maken. Dat tweede eist Brussel niet. Het leidt ook niet tot verbetering van de waterkwaliteit. Daarmee is het nationale kop die investeringsonzekerheid creëert voor bedrijven. En dat juist nu zij worden aangesproken op grote investeringen in de energietransitie en verduurzaming. Wij vragen de minister dit voorstel niet ter internetconsultatie voor te leggen.
  1. Behoud ruimte voor koelwater
    IenW wil de norm voor koelwaterlozingen generiek verlagen van 28 naar 25 graden Celsius. Dat bedreigt de bedrijfscontinuïteit van industrie en energiecentrales. Wij vragen de minister de juridische mogelijkheden te onderzoeken om flexibel om te gaan met de normen op locaties waar dat vanwege groot maatschappelijk belang wenselijk is.
  1. Zorg voor voldoende beschikbaarheid drinkwater
    Tientallen bedrijven krijgen jaarlijks geen nieuwe drinkwateraansluiting. Richting 2030 verergert dit probleem alleen maar. Neem daarom als Rijksoverheid regie op uitbreiding van drinkwaterbronnen en maak hier ruimte voor in de definitieve Nota Ruimte. Pas de Drinkwaterwet aan zodat bedrijven die drinkwaterkwaliteit nodig hebben zeker zijn van levering. Open ook de VEKI-regeling voor drinkwaterbesparingsprojecten. 
  1. Zet in op een effectieve PFAS-aanpak
    VNO-NCW en MKB-Nederland steunen het terugdringen van PFAS-risico’s voor mens en milieu. Een nationaal lozingsverbod bovenop bestaand Europees beleid is echter een nationale kop die in de praktijk vaak niet uitvoerbaar is: PFAS is in veel situaties al aanwezig als achtergrondwaarde in ingenomen water, bodem of hemelwater, zonder dat bedrijven dit zelf veroorzaken. Wij vragen de minister te kiezen voor effectieve uitvoering van huidig en aankomend beleid, met scherpe prioritering op situaties waar PFAS daadwerkelijk nieuw aan het milieu wordt toegevoegd en maatwerk per activiteit en sector.

                                    POSITION PAPER

1. Maak de KRW werkbaar voor bedrijven
Zowel de Tweede Kamer (via motie Heutink/Stoffer)[1] als het Regeerakkoord vragen om versimpeling van de KRW, zodat het in de praktijk werkbaar wordt. Opvallend is dat IenW in een recente Kamerbrief[2] suggereert dat versimpelen zou resulteren in strengere eisen voor sectoren zoals landbouw en industrie. Hiermee is de bedoeling van zowel de Tweede Kamer als het kabinet niet juist begrepen. Versimpelen betekent regelgeving zo vormgeven dat deze uitvoerbaar is in de praktijk en dat bedrijven weten waar ze aan toe zijn.

Op basis van meer dan vijftien praktijkcases uit sectoren als papier, chemie, voedingsmiddelen, energie en metaal hebben wij 35 vragen opgesteld die illustreren hoe groot de onzekerheid bij bedrijven is over de KRW. Zij weten soms niet goed wat er van hen wordt gevraagd, welke normen gelden en of hun vergunning standhoudt. Dat remt investeringen en schaadt het ondernemersklimaat.
Bedrijven vragen een duidelijk en redelijk toetsingskader. Het water zuiveren op verontreinigingen die je er zelf aan toevoegt lijkt logisch, maar het is in de praktijk niet duidelijk of daar de verantwoordelijkheid van bedrijven ook stopt. We hebben de volgende aanbevelingen:

Benut Europese ruimte in KRW
Op 22 mei 2026 publiceerde de Europese Commissie een ‘guidance’ over de interpretatie van de KRW.[3] De strekking is helder: er is meer flexibiliteit dan Nederland nu benut, onder meer op het gebied van uitzonderingen en doelverlaging. Wij vragen de minister van IenW om:

  • Een inhoudelijke reactie te geven op de guidance van de Europese Commissie voor het volgende Commissiedebat Water dit najaar. Daarbij is het belangrijk om te verduidelijken hoe elk onderdeel van de guidance vertaald wordt naar de Nederlandse vergunningspraktijk. In dit proces is het belangrijk het bedrijfsleven te betrokken betrekken.
  • De Europese Commissie benadrukt dat het toepassen van doelfasering en doelverlaging belangrijk is voor normen die (lang) niet kunnen worden gehaald. Dat gaat bijvoorbeeld over bovenstroomse vervuiling, en stoffen die van nature al in het water en de bodem zitten.
    Wij vragen hoe de minister uitvoering geeft aan de mogelijkheid van doelfasering (art. 4 lid 4 KRW) en doelverlaging (art. 4 lid 5 KRW), hoe dat toepasbaar is op vervuiling uit het buitenland, en hoe bedrijven betrokken worden bij de stroomgebiedbeheerplannen die nu worden opgesteld en het toepassen van deze uitzonderingsgronden.
  • De guidance gaat ook in op situaties waarin bedrijven zelf niet vervuilen, maar slecht bestaande vervuiling verplaatsen. Denk aan bedrijven die koelen met water waar restanten van gewasbeschermingsmiddelen zitten die zijn uitgespoeld. Of voor dagelijkse werkzaamheden die voor Nederland noodzakelijk zijn: wegpompen van water bij woningbouw en baggeren van de havens. Die activiteiten zouden toegestaan moeten zijn door toepassing van twee ‘nieuwe’ uitzonderingen in artikel 4 (7) a en b.
    Wij vragen de minister uit te werken hoe zij die uitzonderingen van praktisch gestalte geven. Belangrijk is dat bedrijven dit tijdig weten en nauw betrokken zijn, zodat zij zeker weten dat hun vergunning KRW-proof is als de KRW-deadline afloopt in december 2027.

Versnel actualisatie vergunningen met voldoende middelen en prioritering
Vergunningen KRW-proof maken, loopt achter, zeker ook bij decentrale overheden, terwijl het al bijna december 2027 is.[4] Meer geld, mensen en kennis is nodig. Dit gaat samen met inhoudelijk prioriteren. Het bevoegd gezag zou per waterlichaam (zoals een rivier of meer) als eerst de KRW-probleemstoffen moeten aanpakken. Met een bronaanpak kan vervolgens tot een effectieve set aan maatregelen worden gekomen. Daarbij is het cruciaal dat alle relevante bronnen, dus ook landbouw, buitenland en historische verontreiniging, betrokken worden. De toegezegde Kamerbrief over de voortgang van de zogenaamde ‘eindsprint’, waar ook de rode draden met betrekking tot de actualisatie in worden meegenomen, wordt voor het Kamerdebat nog verwacht.[5] Voor ons is belangrijk om lessen te trekken uit de ervaringen van het bevoegd gezag met actualiseren tot op heden. Op basis daarvan kan – samen met het bedrijfsleven – worden gezien hoe we de noodzakelijke versnelling te realiseren.
Wij vragen daarom om voldoende middelen en capaciteit bij het bevoegd gezag, waar soms grote achterstanden zijn. Dat dient gecombineerd te worden met een geprioriteerde aanpak die de waterkwaliteit effectief verbetert en een open houding naar het bedrijfsleven om door samenwerking de gewenste versnelling te realiseren.

Ondersteun het mkb om grip te krijgen op indirecte lozingen
Veel mkb-bedrijven lozen indirect op het oppervlaktewater: via het gemeentelijk riool en de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Denk aan autobedrijven, wasserijen, drukkerijen, metaalbewerkers en kappers. Kleine bedrijven hebben niet de kennis, capaciteit of middelen om zelf inzicht te krijgen in hun emissies en de gevolgen daarvan voor de waterkwaliteit. Wij steunen een effectievere aanpak van indirecte lozingen door branches te ondersteunen. Vanuit het Actieprogramma KRW bedrijfsleven werkt VNO-NCW en MKB-Nederland samen met IenW start momenteel een grote online campagne. Ook wordt gewerkt aan branchespecifieke communicatie en ondersteuning.
Wij vragen de minister om samen met decentrale overheden op te trekken en te zorgen voor voldoende steun zodat mkb-bedrijven inzicht krijgen in hun indirecte emissies en concrete handelingsperspectieven om die te verminderen.

2.    Leg geen nationale kop op vergunningen
De Europese Commissie is een inbreukprocedure gestart omdat Nederland niet de actualisatieplicht uit de KRW onvoldoende heeft verankerd in wet- en regelgeving. Vergunningen dienen namelijk actueel te zijn. Dat is logisch en staat voor ons niet ter discussie. Wij wijzen echter het voorstel af om alle vergunningen voor lozingen en onttrekkingen standaard tijdelijk te maken. Daar hebben wij drie redenen voor:

  • Niet nodig volgens de EU. De KRW schrijft voor dat vergunningen periodiek worden herzien. Een maximale looptijd is niet vereist. Een tijdelijke vergunning is daarmee een nationale kop.
  • Leidt niet tot verbetering van de waterkwaliteit. De KRW-doelen worden gehaald of niet gehaald op basis van de inhoud van vergunningen, niet op basis van hun looptijd. Daarmee is het onduidelijk welk probleem de minister probeert te verhelpen.
  • Investeringsonzekerheid als gevolg van tijdelijke vergunningen. Een dergelijke einddatum creëert onnodige onzekerheid voor bedrijven over hun toekomstige bedrijfsvoering en investeringen. Juist in een periode waarin bedrijven worden aangesproken op omvangrijke investeringen ten behoeve van de energietransitie, circulaire economie en verbetering van de waterkwaliteit, is een stabiel en voorspelbaar vergunningenstelsel van groot belang. Daarnaast hebben sommige investeringen een terugverdientijd of afschrijvingstermijn van meer dan dertig jaar. Dat geldt onder meer voor kerncentrales, grootschalige waterstofproductie, drinkwateronttrekkingen en grote industriële installaties. Ook introduceert de tijdelijkheid structurele onzekerheid, omdat de termijn later kan worden bijgesteld.

Ons concrete verzoek: zie af van het voornemen om lozings- en onttrekkingsvergunningen tijdelijk te maken. Dat zou namelijk een nationale kop zijn. Kies voor periodieke toetsing en actualisatie van vergunningsvoorschriften, conform wat de KRW en de inbreukprocedure vereisen en ook nodig is om de waterkwaliteit continue te verbeteren.

3.    Behoud ruimte voor koelwater
Industriële bedrijven en energiecentrales koelen hun bedrijfsprocessen (deels) met water. Dat water moet vervolgens geloosd worden. IenW wil dat vergunningen voor koelwaterlozingen worden aangepast van van maximaal 28°C naar 25°C. Het aanpassen van de temperatuurnorm en de effecten van klimaatverandering leiden ertoe dat de bestaande en nieuwe lozingsruimte fors afneemt, waardoor de bedrijfscontinuïteit van industriële bedrijven en energiecentrales in gevaar komt. Botsproeven, uitgevoerd door Deltares naar aanleiding van vragen van de Tweede Kamer, bevestigen dit. Onze buurlanden hanteren doorgaans gerichtere normen, waardoor dezelfde lozing op dezelfde rivier in Duitsland wél kan, op basis van dezelfde Europese regels. Twee acties zijn nodig:

  • Bedrijfscontinuïteit van industriële ketens en leveringszekerheid zijn beide maatschappelijk belangrijke functies. De KRW biedt juridische grondslag om rekening te houden met deze belangen.
    Kan de minister aangeven welke (juridische) mogelijkheden er onder de KRW zijn om koelwaterlozingen niet onmogelijk te maken en flexibiliteit te bieden aan bedrijven en in het maatschappelijk belang? Daarbij ook in te gaan op de wijze waarop in bovenstrooms invulling wordt gegeven aan normering van koelwater.
  • Individuele warmtelozingen worden beoordeeld aan de hand van de beoordelingssystematiek, die door bedrijven en het bevoegd gezag gehanteerd wordt. Het is van groot belang dat de systematiek wordt aangepast zodanig dat bedrijven en energiebedrijven voldoende flexibiliteit hebben zodat zij geen kosten-ineffectieve maatregelen moeten nemen.

4.    Zorg voor voldoende beschikbaarheid drinkwater
Bedrijven die water van drinkwaterkwaliteit nodig hebben zoals levensmiddelenproducenten, horeca en farmaceutische bedrijven, worden steeds vaker geconfronteerd met beperkingen in of weigering van aansluitingen. Ook voor woningbouwprojecten dreigt vertraging. Voor bedrijven kan het leiden tot een ongewenste prikkel, om buiten drinkwaterbedrijven om, water van drinkwaterkwaliteit te produceren. Veel bedrijven hebben daarnaast wettelijk drinkwater nodig. Voor voldoende aanbod van drinkwater is het volgende van belang:

Breid het drinkwateraanbod uit
De bevolking groeit, economische ontwikkeling zet door, en sommige huidige bronnen zijn aan het einde van de productie gekomen. Het RIVM verwacht grote knelpunten voor het drinkwateraanbod tot en zeker vanaf 2030.[6] Uitbreiding van drinkwaterbronnen is dus cruciaal. De Algemene Rekenkamer stelde in mei 2025 vast dat de uitvoering van het actieprogramma dat daarop loopt te traag verloopt en concrete maatregelen achterblijven.[7] Wij pleiten voor twee acties:

  • Neem als Rijksoverheid de regie en pas het principe ‘dwingende reden van groot openbaar belang’ in het wettelijk traject Regie Huisvesting toe als het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen onvoldoende tot realisatie van uitbreiding leidt. Dit juridische instrument maakt het mogelijk nieuwe winlocaties te realiseren ook waar andere dat bemoeilijken, mits goed gemotiveerd en met compenserende maatregelen.
  • Drinkwaterwinning concurreert met bijvoorbeeld woningbouw, natuur en landbouw. Nationale ruimtelijke inpassing is daarom nodig. Maak ruimte voor drinkwater in de definitieve Nota Ruimte.

Waarborg toegang tot drinkwater voor bedrijven die niet zonder kunnen
Voor sectoren zoals de levensmiddelenindustrie, horeca en farmacie is water van drinkwaterkwaliteit onmisbaar vanwege wettelijke eisen, voedselveiligheid en hygiëne. Beperkingen in aansluitingen of levering kunnen daarmee direct raken aan de continuïteit van productieprocessen en de leveringszekerheid van levensmiddelen.  De Drinkwaterwet is onduidelijk op het punt van de leveringsplicht inzake bedrijven die water van drinkwaterkwaliteit nodig hebben. Aanpassing van de wet is nodig, zoals Berenschot[8] al concludeerde in 2024. Houd daarom bij de uitbreiding van drinkwaterbronnen en de verduidelijking van de leveringsplicht expliciet rekening met bedrijven die niet zonder drinkwaterkwaliteit kunnen, bijvoorbeeld om wettelijke redenen. Pas daar de Drinkwaterwet op aan. Dat proces verloopt traag en bedrijven hebben tot nu toe nog geen enkel zicht wanneer IenW met een wetsvoorstel komt. De minister heeft toegezegd de Kamer hier voor de zomer 2026 over te informeren.
Van belang is dat er ook een toezegging komt dat de minister snelheid maakt met het wetsvoorstel, hoe sectoren hierbij betrokken worden, en wanneer de Tweede Kamer dit kan verwachten.

Zorg voor stimulering om drinkwaterbesparing te realiseren
Bedrijven werken gezamenlijk aan efficiënter gebruik van drinkwater. Ook voor huishoudens, die goed zijn voor 75% van het drinkwatergebruik, is die opgave groot en besparing heeft daar grote impact.
Voor de zomer brengt IenW in samenwerking met allerlei stakeholders waaronder VNO-NCW en MKB-Nederland het geactualiseerde Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing uit. Financiële stimulering voor drinkwaterbesparing bij bedrijven komt daarin naar voren als momenteel nog onderontwikkeld.
Nodig is dat er een effectievere inzet komt voor de stimulering van drinkwaterbesparing. Dat kan door het uitbreiden van de Milieu-investeringsaftrek en het openen van de VEKI-regeling voor drinkwaterbesparingsprojecten. De VEKI is een zeer succesvolle regeling die kapitaalondersteuning biedt bij grote industriële transitieprojecten op het gebied van CO2-reductie en circulariteit.

5.    Zet in op een effectieve PFAS-aanpak
VNO-NCW en MKB-Nederland steunen het doel om risico’s van PFAS voor mens en milieu terug te dringen. Dat vraagt om een bronaanpak, innovatie en effectieve uitvoering van bestaande verplichtingen. Tegelijkertijd moet beleid uitvoerbaar, proportioneel en juridisch houdbaar zijn, en ruimte houden voor noodzakelijke productie, drinkwaterwinning, afvalverwerking, grondverzet, waterbeheer en andere essentiële maatschappelijke functies.

Zet in op bestaand en aankomend nationaal en Europees PFAS-beleid
Momenteel wordt een nationaal gedeeltelijk PFAS-lozingsverbod onderzocht. Ook bij een gedeeltelijk lozingsverbod is zorgvuldigheid nodig. PFAS is wijdverspreid aanwezig in water, bodem en regenwater, terwijl huidige zuiveringstechnieken bij lage concentraties vaak beperkt effectief zijn en hoge kosten kennen. In veel situaties is een verbod alleen al technisch of praktisch niet uitvoerbaar, zonder de productie of activiteiten geheel te stoppen, omdat alternatieven ontbreken of omdat PFAS als achtergrondbelasting al in grond- of waterstromen aanwezig is, of als PFAS al aanwezig is in afval- en recyclestromen die bedrijven juist verwerken, reinigen of opnieuw als grondstof inzetten. Bedrijven hebben nu al een minimalisatieverplichting voor stoffen zoals PFAS. Ook is er een Europese bronaanpak in ontwikkeling via de PFAS-restrictie onder REACH en is er een aanscherping van Europese waternormen.

De meeste winst voor milieu en mens wordt bereikt door scherp te prioriteren op situaties waar PFAS daadwerkelijk nieuw aan het milieu worden toegevoegd en waar reductie technisch haalbaar en kosteneffectief is. Gebruik daarvoor het bestaande instrumentarium: vergunningverlening, de minimalisatieplicht, bronaanpak en maatwerk per activiteit of sector. Maak daarbij helder onderscheid tussen bewuste PFAS-toepassingen waar alternatieven mogelijk zijn en situaties waarin bedrijven te maken hebben met PFAS die al aanwezig is in ingenomen water, hemelwater, bodem of afvalstromen, of alternatieven nog ontbreken.
Wij vragen de minister daarom om geen nationale kop te introduceren via een Nederlands PFAS-lozingsverbod, maar te kiezen voor effectieve uitvoering van huidig en aankomend beleid.

Contact
VNO-NCW en MKB-Nederland
Willem van Toor / toor@vnoncw-mkb.nl

 

[1] Kamerstuk 36800-J, nr. 23 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen

[2] Regeerakkoord ‘Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland’ | Rijksoverheid.nl

[3] EUR-Lex – 52026XC02836 – EN – EUR-Lex

[4] Concentratie schadelijke industriële stoffen in oppervlaktewater na twaalf jaar amper verbeterd | Algemene Rekenkamer

[5] Zie Toezegging bij Wijziging van de begrotingsstaten op IenW-terrein voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) | Tweede Kamer der Staten-Generaal.

[6] https://www.rivm.nl/publicaties/waterbeschikbaarheid-voor-bereiding-van-drinkwater-tot-2030

[7] https://www.rekenkamer.nl/publicaties/rapporten/2025/05/13/drinkwater-onder-druk.

[8] Berenschotrapport leveringsplicht

kaderrichtlijn water (krw)waterwaterkwaliteit