9 JUN, 2026

Inbreng Commissiedebat SZW 11 JUNI 2026 - Gezond en veilig werken

Geachte dames en heren,

Ten behoeve van het commissiedebat Gezond en veilig werken op 11 juni a.s. brengen VNO-NCW en MKB-Nederland graag onderstaande punten onder uw aandacht.

In het kort:

Gezond en veilig werken is ook voor bedrijven een kernbelang. Minder uitval, minder verzuim en minder arbeidsongevallen zijn een gedeeld belang van werkenden en werkgevers. Tegelijkertijd werkt arbobeleid het best wanneer regels voor bedrijven – groot en klein – begrijpelijk, proportioneel en uitvoerbaar zijn. Wij vragen de Kamer om in dit debat drie hoofdlijnen vast te houden:

  • Verminder regeldruk en voorkom papieren verplichtingen: de RI&E moet ondernemers helpen risico’s op de werkvloer te beheersen.
  • Zet preventie centraal: kies daarbij voor branche-instrumenten, arbocatalogi, Arbo Actief, praktische leidraden en een lerende aanpak na arbeidsongevallen.
  • Kies bij gevaarlijke stoffen voor Europees beleid zonder nationale koppen: Europese grenswaarden kunnen bijdragen aan bescherming en een gelijk speelveld, maar alleen met haalbare normen, realistische overgangstermijnen, bescherming van bedrijfsvertrouwelijke informatie en praktische ondersteuning voor sectoren.

1. Vermindering van regeldruk: werkbare arboregels in plaats van stapeling

Wij waarderen dat het kabinet op verschillende onderdelen expliciet kiest voor werkbaarheid. Dat geldt voor het niet wettelijk verplicht stellen van een gedragscode ongewenst gedrag, het niet doorzetten van een verplichte mbo-eis voor de preventiemedewerker en de inzet om de RI&E-verplichting praktischer te maken. Sociale veiligheid, deskundigheid en preventie zijn belangrijk, maar een nieuwe documentplicht of generieke opleidingseis leidt niet automatisch tot veiliger gedrag op de werkvloer.

Deze lijn sluit aan bij de bredere regeldrukopgave. Ook vanuit het perspectief van het Adviescollege Toetsing Regeldruk is het van belang dat nieuwe verplichtingen aantoonbaar effectief, proportioneel en uitvoerbaar zijn, zeker voor kleinere bedrijven. VNO-NCW en MKB-Nederland blijven zich daarom sterk maken voor praktische maatregelen, sectorale afspraken en ondersteuning van werkgevers, in plaats van uniforme verplichtingen die vooral papier en controlelast opleveren.

Voor de RI&E is de Kamerbrief over de uitkomsten van de Werkgroep RI&E een belangrijke stap. Positief is dat het certificatieschema voor arbokerndeskundigen niet als extra toetsingskader voor de RI&E mag worden gebruikt. Ook is het goed dat SZW en sociale partners verder kijken naar branche-RI&E’s, de mogelijke verhoging van de toetsingsvrijstelling en een erkende kantoren-RI&E. De RI&E moet voor kleine werkgevers een praktisch preventie-instrument blijven en geen juridisch dossier of afvinklijst worden.

Ook bij ketenverantwoordelijkheid is proportionaliteit nodig. Wij ondersteunen de inzet om verantwoordelijkheden in ketens te verduidelijken. Tegelijkertijd mag verantwoord opdrachtgeverschap niet worden vertaald in onbeperkte aansprakelijkheid van opdrachtgevers voor omstandigheden verderop in de keten waarop zij feitelijk geen invloed hebben. Een effectieve aanpak maakt duidelijk wie waarop invloed heeft en welke redelijke stappen verwacht mogen worden, zoals heldere opdrachtvoorwaarden, veiligheidsinstructies, verificatie van relevante certificaten en het aanspreken op tekortkomingen.

Voor nieuwe dossiers, zoals kidfluencers, geldt hetzelfde uitgangspunt. Bescherming van kinderen is vanzelfsprekend. De regelgeving moet echter scherp worden afgebakend en niet leiden tot brede ketenverplichtingen voor adverteerders, bureaus, platforms of mkb’ers die incidenteel met online marketing werken.

Eenvoudige regelgeving is geen verlaging van het beschermingsniveau, maar een voorwaarde voor naleving. Juist in het mkb werkt arbobeleid wanneer algemene doelvoorschriften worden vertaald naar concrete sectorale hulpmiddelen, zoals branche-RI&E’s, arbocatalogi, praktische leidraden en zelfinspectietools. De eigen analyse van SZW voor Arbo Actief laat zien dat werkgevers informatie vaak moeilijk kunnen vinden door versnippering, verschillende kanalen en onduidelijke uitleg over wettelijke verplichtingen. De sectoraanpak Arbozorg van de Arbeidsinspectie, met voorlichting en gerichte RI&E-controles in mkb-sectoren, laat zien dat praktische ondersteuning en risicogericht toezicht beter aansluiten bij de nalevingspraktijk dan nieuwe generieke documentplichten.

2. Preventie: middelen naar de werkvloer en via branches

De beste arboregel is een regel die leidt tot veiliger gedrag, betere instructie en minder uitval. Preventie moet daarom niet worden vernauwd tot extra documenten of nieuwe financiële verplichtingen. De route via brancheorganisaties, branche-RI&E’s, arbocatalogi, Arbo Actief en praktische hulpmiddelen sluit beter aan bij de dagelijkse praktijk van ondernemers, in het bijzonder in het mkb.

Arbo Actief kan een nuttige rol spelen als het programma leidt tot één herkenbare, toegankelijke en actuele informatie-infrastructuur voor ondernemers. Veel kleine werkgevers zijn niet onwelwillend, maar zoeken naar duidelijke uitleg over wat in hun situatie nodig is. Voorlichting, praktische formats, branchegerichte ondersteuning en zelfinspectietools helpen dan meer dan nieuwe verplichtingen.

Ook de werkgeversrapportage bij arbeidsongevallen laat zien dat een lerende aanpak werkt. Werkgevers onderzoeken na een ongeval wat er is gebeurd, maken een verbeterplan en voeren maatregelen door. Dat bevordert concrete verbetering in plaats van uitsluitend sanctioneren achteraf. De Kamer zou de minister kunnen vragen deze aanpak vast te houden en verder te benutten in het Meerjarenplan 2027-2030 van de Arbeidsinspectie.

Toezicht blijft daarbij belangrijk, maar als sluitstuk van het stelsel. De Arbeidsinspectie moet stevig kunnen optreden tegen ernstige, bewuste en hardnekkige overtredingen. Tegelijkertijd hebben bonafide mkb-ondernemers vooral baat bij duidelijke normen, voorspelbare uitleg en ondersteuning om te kunnen naleven. Risicogericht toezicht en de sectoraanpak arbozorg passen daarbij.

In sectoren waar veel jonge werknemers werken, zoals retail en horeca, moet preventie vooral concreet zijn: goede inwerkprocedures, duidelijke instructies, toezicht op de werkvloer, veilige roosters en aandacht voor fysieke belasting, agressie, werken met apparatuur en werken op onregelmatige tijden. Dat sluit beter aan bij de dagelijkse praktijk dan herhaalde toetsrapporten voor vrijwel identieke locaties.

3. Gevaarlijke stoffen: Europees beleid, haalbaarheid en geen nationale koppen

Bij gevaarlijke stoffen staat bescherming van werkenden voorop. Tegelijkertijd is dit bij uitstek een terrein waarop Europees beleid de voorkeur verdient boven nationale koppen. Europese grenswaarden zorgen voor een gelijker speelveld en voorkomen dat Nederlandse bedrijven met strengere of afwijkende verplichtingen worden geconfronteerd dan hun Europese concurrenten.

Voor de nieuwe of aangescherpte grenswaarden voor onder meer kobalt, PAK’s, 1,4-dioxaan en lasrook is uitvoerbaarheid cruciaal. Werkgevers hebben geen baat bij nationale koppen. Zij hebben behoefte aan realistische overgangstermijnen, praktische leidraden en betrokkenheid van sectoren. Normen die technisch of organisatorisch niet haalbaar zijn, leiden niet tot betere naleving maar tot onzekerheid en hoge kosten.

De start van het Expertbureau Blootstelling aan Stoffen op het Werk kan bijdragen aan beter onderbouwde grenswaarden door de haalbaarheidsgegevens van bedrijven en sectoren serieus te betrekken in de afweging.

De implementatie van de Europese Asbestrichtlijn in de Nederlandse Arbowet is onlangs besproken in de Tweede Kamer. Het is belangrijk dat in de lagere wetgeving de bescherming van werknemers en de effectiviteit van de wetgeving goed worden afgewogen. De wijze waarop de risico’s van het verwijderen van asbestproducten gekoppeld worden aan de voorschriften in de wet vraagt om proportionaliteit en vertrouwen dat sectoren bij beheerste risico’s ook het belang van hun werknemers vooropstellen. Meer ruimte voor arbocatalogi met werkwijzen als bewijs van naleving voor het veilig omgaan met de risico’s van het verwijderen van asbest kan helpen bij het verlagen van de regeldruk. Deze afspraken zijn in goed overleg tussen werkgevers, werknemers en de NLA gemaakt en hebben dus een breed draagvlak.

Ook de ARIE-evaluatie – waarvan de resultaten na de zomer gepubliceerd worden – kan ruimte bieden om regeldruk concreet te verminderen. Het is positief dat bedrijven, sociale partners en de ATR hierbij worden betrokken en dat wordt gekeken naar modernisering en vereenvoudiging.

Bij de TSB-regeling is erkenning voor slachtoffers maatschappelijk belangrijk. Tegelijkertijd is het van belang dat de regeling publiek, zorgvuldig en afgebakend blijft, met een heldere scheiding tussen tegemoetkoming, preventiebeleid en civiel aansprakelijkheidsrecht.

Tot slot

De stukken voor dit commissiedebat laten op meerdere punten een goede beweging zien: meer aandacht voor werkbaarheid, meer inzet op branche-instrumenten en minder reflex naar generieke verplichtingen. Gezond en veilig werken vraagt effectieve preventie, maar die ontstaat vooral door duidelijke, uitvoerbare regels en praktische toepassing op de werkvloer.

Wij blijven ook na het commissiedebat van 11 juni graag beschikbaar om onze voorstellen en praktijkervaringen nader met u te bespreken.