4 MRT, 2026

Naar een arbeidsmarkt die bijdraagt aan een welvarend Nederland

In het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ zijn voor de komende jaren forse hervormingen aangekondigd. We realiseren ons dat u daarbij voor ingrijpende en soms moeilijke keuzes staat. De uitdagingen op de arbeidsmarkt en in de sociale zekerheid zijn groot en raken direct aan de brede welvaart van huidige én toekomstige generaties. We nemen dan ook graag de uitgestoken hand aan om als sociale partners samen te werken aan een nieuwe sociale agenda voor Nederland.

Binnenkort behandelt u eerst de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het jaar 2026. Ter voorbereiding geven ondernemingsorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland u graag enkele aandachtspunten mee. Dit doen we vanuit de visie dat Nederland een weerbaar en veilig land moet zijn dat ook voor toekomstige generaties brede welvaart garandeert. Dat vraagt om een sterke, duurzame, sociale én concurrerende economie. Nederland heeft veel in huis, maar staat tegelijkertijd onder grote druk. Zowel in eigen land als in Europa moeten we dus met urgentie aan de slag, zeker gezien de geopolitieke en technologische ontwikkelingen. De komende jaren moeten investeringen centraal staan: van de overheid én van bedrijven, die daartoe in staat moeten worden gesteld. Als investeringen stilvallen, zetten we onze toekomstige welvaart op het spel. Het investeringsklimaat staat al geruime tijd onder druk en buitenlandse investeringen in Nederland nemen af. Ons mkb komt verder onder druk te staan door stijgende kosten en afnemende marges. Ook dat remt investeringen.

Een goed werkende arbeidsmarkt is essentieel om die investeringen ook echt te laten slagen en om te zetten in die zo gewenste brede welvaart. Daarom moeten we werken aan de arbeidsmarkt van morgen en sociale zekerheid die investeren in mensen stimuleert. Hiervoor moeten we de slag maken van baanzekerheid naar werkzekerheid. We hebben iedereen nodig. Voor de maatschappelijke opgaven waarvoor we staan, maar ook voor mensen zelf: want werk is zoveel meer dan enkel een inkomen.

Verhoging van productiviteit en investeringen in veerkracht nodig voor onze toekomst
De groei van de arbeidsproductiviteit in Nederland is al jaren laag. Het verhogen van de productiviteit dient een breed belang. Allereerst draagt het bij aan het oplossen van de (structurele) arbeidsmarktkrapte en maakt het reële loongroei mogelijk. Daarnaast is productiviteitsgroei nodig voor het betaalbaar houden van onze voorzieningen in een vergrijzende samenleving. Voor het vergroten van de productiviteit zijn werkgevers en werknemers zelf primair aan zet, maar overheidsbeleid kan dit nadrukkelijk ondersteunen. Investeringen in onderwijs, innovatie en het verminderen van administratieve lasten zijn cruciaal. Het recente SER-briefadvies ‘Samenwerken voor arbeidsproductiviteitsgroei’ onderstreept dit < Samenwerken voor arbeidsproductiviteitsgroei> VNO-NCW en MKB-Nederland zijn blij dat naar aanleiding van het SER-advies een nieuwe Productiviteitsraad is ingesteld, die dit voorjaar actief wordt. We vragen uw Kamer om de Productiviteitsraad te laten onderzoeken hoe werkenden meer kunnen doorstromen naar hoogproductiever werk: wat zijn de belangrijkste belemmeringen waardoor dit nu niet gebeurt en wat kunnen het Kabinet en sociale partners doen om deze doorstroming te verbeteren.

Voor productiviteitsontwikkeling is het belangrijk dat mensen mobiel zijn op de arbeidsmarkt om op die manier steeds nieuwe kennis en ervaringen op te kunnen doen. VNO-NCW en MKB-Nederland zien kansen in het installeren van sectorale ontwikkelpaden waarmee mensen zich binnen een sector verder kunnen ontwikkelen dan wel van buitenaf de sector kunnen instromen.  Ons inziens zijn de investeringen in Leven Lang Ontwikkelen broodnodig om wendbaarheid en arbeidsmobiliteit te ondersteunen. Daarvoor worden diverse activiteiten ontwikkeld. We zien dat de inzet op verduidelijking en transparantie via onder andere ontwikkelpaden en de SLIM regeling niet afdoende is en dat naast de incidentele, regionale en sectorale scholingsvoorzieningen er onvoldoende structurele basis voor om- en bijscholing is. Juist nu, in de huidige arbeidsmarkt en na de afschaffing van de scholingsaftrek (300 miljoen), is dit heel belangrijk. We pleiten dan ook voor het ophogen van de LLO-scholingsregeling met 100 miljoen euro en het ombouwen van de SLIM-regeling naar een toegankelijke regeling op sectorbasis en/of voucher aanpak.
Het is wat ons betreft echt belangrijk dat de overgang wordt gemaakt naar een skillsgerichte arbeidsmarkt en een systeem van individuele leerrechten.

Arbeidsmigratie naar waarde
Arbeidsmigratie vraagt om zorgvuldigheid. Werkgevers dragen een grote verantwoordelijkheid, en veel ondernemers nemen die verantwoordelijkheid serieus. Als georganiseerde werkgevers roepen wij onze leden op om maatregelen te treffen om misstanden tegen te gaan. De afgelopen jaren zijn aanzienlijke stappen gezet met de implementatie van de adviezen van de commissie Roemer. Er zijn wettelijke maatregelen uitgewerkt waaronder het toelatingsstelsel voor uitzendbureaus (WTTA). De huurpositie van arbeidsmigranten wordt versterkt, er zijn cao-afspraken gemaakt ten aanzien van gezond en veilig werken en over aspecten als toegang tot taalonderwijs en zorg. Ook zijn er onder meer stappen gezet in een broodnodige toename van kwalitatief goede tijdelijke huisvesting.

VNO-NCW en MKB-Nederland zien in het recente SER-advies arbeidsmigratie een logische en nodige vervolgstap op de aanbevelingen uit Roemer. We zetten hiermee in op het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van laagbetaalde arbeidsmigranten en brengen tegelijkertijd door een hogere drempel de vraag naar laagbetaalde arbeidsmigranten terug. De SER adviseert de afschrikwekkende werking van boetes te verhogen en voldoende capaciteit voor handhaving en een effectievere inzet van het toezicht. VNO-NCW en MKB-Nederland roepen op om hiervoor ook spoedig middelen in te zetten.

Aanvullend zien we dat het voor onze internationale concurrentiepositie en ons dienstenniveau essentieel is dat we ook de komende jaren arbeidsmigranten aan ons weten te binden. We zien ruimte in de voorstellen van het vorige Kabinet om via het aanpakken van het aantal referenten eventueel misbruik van de kennismigrantenregeling terug te brengen. Het verhogen van de salarisgrenzen voor de kennismigrantenregeling zal met name internationaal opererende startups raken en raakt dus aan ons innovatie- en ondernemingsklimaat. We vragen daarom vast te houden aan de op dit moment geldende salarisgrenzen, zoals ook geadviseerd wordt in het Rapport Wennink: De route naar toekomstige welvaart.

Een voornaam onderdeel van het SER advies betreft de wens voor een vakkrachtenregeling voor specifieke beroepen in maatschappelijke tekortsectoren. We zien in de Europese talentpool een interessant instrument om zo’n regeling vorm te geven en verzoeken het Kabinet zich aan dit initiatief te verbinden.

Naar een sociale zekerheid die werkt
De instroom in de WIA is tussen 2016 en 2023 met 50 procent gestegen. Een zorgwekkende ontwikkeling, vooral vanwege de toename onder relatief jonge werkenden. Dat is om meerdere redenen problematisch: voor de mensen zelf, omdat hun arbeidskansen onder druk staan; voor de krappe arbeidsmarkt, waarop iedereen hard nodig is; en voor het systeem als geheel, dat kampt met hoge kosten en een overbelast UWV. Dit vraagt om gerichte maatregelen.

Allereerst moet ingezet worden op gezondheid, preventie en snelle re-integratie om de instroom in ziekte tegen te gaan. Hierbij moet nadrukkelijk ook worden gekeken naar de periode die voorafgaat aan de WIA; de loondoorbetalingsplicht bij ziekte. De loondoorbetalingsplicht bij ziekte drukt zwaar op werkgevers. Met 104 weken is deze verplichting in internationaal verband bijzonder lang; in Duitsland is de loondoorbetalingsperiode bijvoorbeeld maar zes weken. Werkgevers hebben in deze periode volgens de Wet Verbetering Poortwachter allerlei verplichtingen om mensen terug aan het werk te helpen. In eerdere jaren leidde dit tot lagere WIA-instroom, maar met de huidige hoge instroom lijkt het effect uitgewerkt, terwijl de lasten zijn gebleven. Deze wet moet daarom kritisch tegen het licht gehouden worden. Het is goed dat het Kabinet heeft aangegeven ook in dit kader werk te willen maken van lastenvermindering. Dit moet zo snel mogelijk gebeuren. Daarnaast moet ook gekeken worden naar een structurele oplossing voor ondernemers.

Uiteraard kan dit alles niet zonder een goed functionerende uitvoerder. De problemen bij UWV moeten daarom met urgentie worden aangepakt. Hiervoor is een zeer gericht stappenplan van de overheid nodig dat het vertrouwen wekt dat de achterstanden bij sociaal-medische beoordelen zo snel mogelijk weggewerkt worden. De lange wachttijden zorgen voor enorme onzekerheid bij de mensen die het betreft en hun werkgevers, die hiervan ook de financiële gevolgen dragen. Bovendien zorgt dit voor meer instroom in de WIA, terwijl we iedereen nodig hebben en werk voor veel mensen meer positieve effecten heeft dan ‘alleen’ een inkomen.

Veilig en gezond werken met effectief beleid
Werkgevers vinden goed beleid voor veilig en gezond werken van groot belang. Effectief arbobeleid vraagt om duidelijke doelen, vertrouwen in de praktijk en ruimte voor maatwerk. Dit alles om te zorgen dat het bijdraagt aan échte veiligheid op de werkvloer, in plaats van alleen aan oplopende lastendruk voor ondernemers. In dat licht vragen wij aandacht voor de huidige beleidslijn op het terrein van gevaarlijke stoffen.

De ARIE (Aanvullende Risico-Inventarisatie en -Evaluatie)-regeling is sinds de herziening in 2023 aanzienlijk verbreed en leidt tot disproportionele regeldruk, met name voor het mkb. Door lage drempelwaarden vallen inmiddels veel meer bedrijven onder de regeling dan beoogd, waaronder ook Seveso-inrichtingen. Dit staat haaks op het beleidsdoel om juist ‘net-niet-Seveso’-inrichtingen te adresseren. In de praktijk leidt de regeling tot overlap met bestaande arboverplichtingen, hoge uitvoeringskosten en een focus op administratieve processen in plaats van op daadwerkelijke veiligheidsverbetering. Wij pleiten voor een gerichte herziening van de ARIE-regeling, met een scherpere afbakening van de doelgroep en een gelijk speelveld in Europa.

Uiteraard onderschrijven we het belang van het voorkomen van ziekten als gevolg van asbest. De afgelopen jaren zijn er forse stappen gezet en veel veiligere werkmethoden ontwikkeld. De implementatie van de Europese richtlijn lijkt echter bij een aantal asbesthoudende producten voorbij te gaan aan het daadwerkelijke risico, terwijl de gevolgen voor ondernemers groot zijn. De combinatie van uitgebreide inventarisatieverplichtingen en beperkte uitvoeringscapaciteit leidt tot hoge kosten en vertragingen in onder meer renovatie-, verduurzamings- en bouwprojecten. Daarmee komen ook maatschappelijke opgaven onder druk te staan. Wij vragen aandacht voor proportionaliteit, uitvoerbaarheid en een realistisch invoeringstraject met prioriteit voor de beheersing van de grootste risico’s in het werken met asbest.

Meer in algemene zin constateren wij dat Nederland bij wet- en regelgeving rondom gevaarlijke stoffen regelmatig sneller en verder gaat dan Europees is afgesproken. Deze nationale koppen leiden tot een ongelijk speelveld voor Nederlandse bedrijven, zonder dat het beschermingsniveau in Europa als geheel verbetert. Wij roepen u op om Europese afstemming als uitgangspunt te nemen en nationale aanvullingen tot uitzondering te beperken, met expliciete onderbouwing van noodzaak en effectiviteit.

Laat nieuwe pensioenstelsel ongemoeid
De transitie bij pensioenfondsen in het kader van de Wet toekomst pensioenen voorloopt voorspoedig. Al meer dan de helft van de pensioenen bij pensioenfondsen is overgezet naar het nieuwe stelsel, en de tweede helft volgt de komende twee jaren. Daarnaast werken we met betrokken partijen hard aan de transitie bij verzekeraars. Als sociale partner blijven wij het van groot belang vinden dat de transitie zorgt voor een duurzaam en robuust pensioenstelsel, dat ook in de toekomst kan worden geroemd als het beste ter wereld. Dat betekent dat er voorzichtig omgegaan moet worden met het doorvoeren van nieuwe wijzigingen gedurende de transitie. Ogenschijnlijk kleine wijzigingen kunnen ervoor zorgen dat onze pensioenen minder goed worden, bijvoorbeeld wanneer fiscale faciliteiten voor pensioenopbouw worden verlaagd.

 

 

arbeidsmarktbeleidarbeidsomstandighedenbegrotingpensioensociale zekerheid