21 APR, 2026
Crisis Midden-Oosten inbreng debat: maatregelen kabinet hoge energie- en brandstofprijzen
De ontwikkelingen in het Midden-Oosten volgen elkaar in hoog tempo op. De economische impact op het Nederlandse bedrijfsleven wordt steeds zichtbaarder en raakt inmiddels meerdere sectoren.
Kernboodschappen
- Het is goed dat het kabinet met maatregelen komt om de economische gevolgen van de crisis in het Midden-Oosten te mitigeren.
- Positief is dat het kabinet het Landelijk Crisesplan Olie activeert en expliciet aangeeft in overleg te blijven met het bedrijfsleven en ruimte houdt voor aanvullende maatregelen naarmate de situatie zich ontwikkelt.
- We hebben grote moeite over de gekozen dekking van het pakket. Tijdelijke crisismaatregelen mogen niet worden gefinancierd door structurele ingrepen in het verdienvermogen van Nederland.
- We roepen het kabinet daarom op te zoeken naar alternatieve en tijdelijke dekkingsopties. Zodat maatregelen niet leiden tot lastenstijgingen die opnieuw bij al getroffen bedrijven terechtkomen.
- Verder pleiten wij voor:
- Een handelingskader voor overheidsopdrachten (zoals in 2022),
- Het naar voren halen van de ‘envelop elektriciteitsprijs’ en de uitgebreide ‘IKC’ (ofwel; de coalitieplannen voor verduurzaming),
- Een vermindering van de vrachtwagenheffing,
- De verzekerbaarheid van schepen in de Perzische golf,
aanvullende liquiditeitsmaatregelen voor zwaar getroffen bedrijven, - Versterking van economische banden met de MENA-regio en breng met de EU de impact op ketens en markten in kaart door het o.a. bieden van handelingsperspectief.
Effecten op ondernemingen
De economische effecten manifesteren zich onder meer via oplopende energie- en brandstofprijzen, hogere kosten in transport en logistiek, verstoringen in internationale ketens, hogere mestprijzen en toenemende onzekerheid die investeringsbeslissingen beïnvloedt. Als de oorlog langer aanhoudt, raakt dat ook onze welvaart. Vooral het mkb – zeker in de meest getroffen sectoren – ervaart toenemende druk, onder meer door liquiditeitsvraagstukken en beperkte mogelijkheden om kostenstijgingen door te berekenen.
1.1 Waardering voor kabinetsaanpak
VNO-NCW en MKB-Nederland vinden het goed dat het kabinet doelgerichte maatregelen neemt om bedrijven en burgers te helpen die financieel in de knel komen door de impact van de oorlog in het Midden-Oosten. Het is positief dat de economische impact op bedrijven expliciet wordt erkend, dat maatregelen worden voorbereid en dat het kabinet inzet op nauw contact en overleg met het bedrijfsleven. Ook is het positief dat ruimte wordt gehouden om maatregelen aan te vullen of aan te passen naarmate de crisis zich verder ontwikkelt. Het activeren van het Landelijk Crisesplan Olie vinden we daarbij een passende maatregel.
Het is ook positief dat het kabinet inzet op het verminderen van de afhankelijkheid van het buitenland van energie, vervoer en kunstmest met het oog op voedselzekerheid en betaalbaarheid, maar de doorwerking hiervan op voedselprijzen op korte termijn moet nog worden onderzocht, mede gezien het grote aandeel van energiekosten in de keten.
1.2 Zorgpunt: gekozen dekking van maatregelen schaden verdienvermogen van Nederland
Tegelijkertijd hebben VNO-NCW en MKB-Nederland grote moeite met de gekozen dekking. Structurele regelingen voor kleine en startende bedrijven worden geschrapt voor tijdelijke maatregelen. Het kabinet kiest ervoor om (een deel van) de maatregelen te financieren door een verlaging van de kleinschaligheidinvesteringsaftrek in het mkb, en vermindert daarmee de ruimte voor investeringen die gericht zijn op het structurele verdienvermogen van Nederland. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is van groot belang voor onder andere start- ups en draagt bij aan het groeivermogen van Nederland in de toekomst.
We vinden de gekozen dekking ook in strijd met de begrotingssystematiek omdat de huidige crisis tijdelijk van aard is, terwijl de gekozen dekking structureel is en structurele effecten heeft en investeringen in het verdienvermogen juist essentieel zijn om Nederland weerbaar en concurrerend te houden. Tijdelijke schokken vragen om tijdelijke oplossingen, niet om structurele afbouw van economische kracht. Fiscale onvoorspelbaarheid raakt ons verdienvermogen.
Om deze redenen vragen wij de Kamer met klem om mee te denken over alternatieve, tijdelijke en effectievere dekkingsopties.
1.3 Positieve maatregelen
- De prijs van kerosine is sterk toegenomen en de beschikbaarheid staat onder druk. Daarom is het van belang dat luchtvaartmaatschappijen kunnen inspelen op deze veranderingen in de markt zonder hun slots te verliezen. VNO-NCW en MKB-Nederland zijn blij dat het kabinet zich hiervoor inzet.
- Ook goed is de verruiming van de energie-investeringsaftrek (EIA), die ondernemers directe ondersteuning biedt bij het investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen.
- Hulp voor de zwaar getroffen transportsector en alle andere bedrijven met vrachtauto’s en bestelbussen door een lagere motorrijtuigenbelasting. Wel zien we de getroffen maatregelen als beginpunt voor verdere maatregelen.
1.4 Aanpassingen nodig
- De reductie in motorrijtuigenbelasting staat niet in verhouding tot de opgelopen kosten voor deze sector. Het is van belang dat het kabinet ook inzet op een verlaging van de vrachtwagenheffing, om de kosten voor de sector niet nog verder te laten oplopen. Daarbij dient er echter niet gekort te worden in terugsluis, waarmee de verduurzaming van vrachtwagens gefinancierd wordt. Met hervormingen van de belastingen op elektrische voertuigen kan verduurzaming verder geholpen worden.
- Een prangend punt zijn de liquiditeitsproblemen waar sommige bedrijven mee kampen. Het kabinet verruimt hiervoor garantstellingsmaatregelen, maar meer passende maatregelen zijn nodig, zoals het voorbereiden van belastinguitstel voor als deze situatie langer aanhoudt.
- Het kabinet verhoogt de fiscale vrijstelling voor reiskosten. Deze maatregel moet wel tijdelijk zijn en elk bedrijf moet voor zichzelf kunnen beslissen of dit mogelijk en passend is. Een mogelijk alternatief is een tijdelijke verruiming van de vrije ruimte in de werkkostenregeling, zodat er meer maatwerk mogelijk is.
1.5 Aanvullende maatregelen vereist
Aanvullende maatregelen zijn volgens het bedrijfsleven nodig op:
- Voor de energie-intensieve industrie is het noodzakelijk dat de coalitieplannen voor verduurzaming naar voren worden gehaald, zoals de envelop elektriciteitsprijs en de indirecte kosten compensatie (IKC). Het is teleurstellend dat het kabinet deze stap nu niet neemt. Temeer omdat budgettaire middelen meerjarig beschikbaar zijn en deze maatregelen op korte termijn de noodzakelijke concurrentiekracht en liquiditeitspositie verbeteren. Ook nemen ze obstakels weg voor elektrificatie van de industrie.
- Het kabinet neemt geen maatregelen voor de verzekerbaarheid van schepen die vastliggen in de straat van Hormuz. Dat is een groot probleem voor bedrijven die werken in die regio. Net als bijvoorbeeld Denemarken en Frankrijk moet Nederland hier stappen nemen en zich ook in internationaal verband hiervoor moeten inzetten.
- Naast de binnenlandse impact is het belangrijk dat Nederland actief de economische banden met de MENA-regio onderhoudt en versterkt, bijvoorbeeld via één duidelijk loket voor bedrijven, het aantrekken van investeringen en het voorbereiden op toekomstige wederopbouw. Tegelijk is het nodig om, liefst samen met de EU, in kaart te brengen wat de gevolgen zijn voor toeleveringsketens en afzetmarkten en welke acties nodig zijn, omdat de schade aan energie-infrastructuur en voedselketen nog lang doorwerkt.
- Het kabinet neemt geen maatregelen voor sectoren die met overheidsopdrachten werken, zoals het professioneel personenvervoer en grondverzet. Deze sectoren mogen de hogere brandstofprijs vaak niet doorbereken. Hierdoor komen deze partijen financieel in de klem te zitten, en dreigt voor het professioneel personenvervoer in sommige gevallen zelfs faillissement. Dit terwijl deze partijen nodig zijn om ook de meest kwetsbare groepen in onze samenleving te vervoeren. Een handelingskader voor overheidsopdrachten (naar voorbeeld van eerdere handelingskaders uit 2022) moet ruimte geven om contracten met overheden te heronderhandelen, zodat ondernemers de hogere prijzen kunnen doorberekenen.
Conclusie
Het kabinet zet met dit pakket een belangrijke eerste stap en kiest terecht voor een aanpak waarbij ruimte blijft voor verdere bijsturing. Tegelijkertijd is het essentieel dat de financiering van deze maatregelen niet ten koste gaat van het structurele verdienvermogen van Nederland, een speerpunt immers ook van dit kabinet.
VNO-NCW en MKB-Nederland blijven hierover graag in nauw overleg met kabinet en Kamer.
Contact
Edward Feitsma / feitsma@vnoncw-mkb.nl
Frederik van Til / Til@vnoncw-mkb.nl
Max Tóth / toth@vnoncw-mkb.nl
Robin Biersma / Biersma@vnoncw-mkb.nl