14 SEP, 2026 • Column
Wie niet kan lezen, kan ook geen chipmachine bouwen
De nieuwste PISA-scores liegen er niet om: de leesvaardigheid van Nederlandse jongeren daalt verder. Bijna 40 procent van de 15-jarigen kan niet goed genoeg lezen om mee te komen op school. Zij riskeren laaggeletterd de middelbare school te verlaten. In politiek Den Haag moeten alle alarmbellen afgaan. Niet omdat één internationale ranglijst alles zegt over de kwaliteit van ons onderwijs, maar omdat de trend al jaren dezelfde kant op gaat. De prestaties voor lezen, wiskunde en natuurwetenschappen van Nederlandse leerlingen blijven dalen.
Talentstrategie begint op school
Dat is niet alleen een probleem voor het onderwijs. Het raakt rechtstreeks aan onze economie, arbeidsmarkt én samenleving.
Rapport-Wennink heeft duidelijk gemaakt dat Nederland fors moet investeren in talent. We hebben meer technici, digitale experts en goed opgeleide vakmensen nodig om onze economie te versterken en de energie- en digitale transities mogelijk te maken. De Talentstrategie bouwt daarop voort. Maar in de discussie over aantallen technici, sleuteltechnologieën en AI dreigt de belangrijkste voorwaarde uit beeld te raken: talentontwikkeling begint bij goed kunnen lezen, schrijven, rekenen en digitaal functioneren.
Zonder die basis kun je geen technische instructies begrijpen, geen betrouwbare berekeningen maken, informatie niet goed beoordelen en nieuwe technologie moeilijk toepassen. Digitale basisvaardigheden gaan daarbij om meer dan het bedienen van een apparaat. Het gaat ook om kritisch omgaan met informatie, veilig werken, begrijpen wat data en algoritmen doen en verantwoord gebruikmaken van AI.
Blijven leren
Deze vaardigheden zijn bovendien niet alleen nodig bij de start van een loopbaan. Banen en beroepen veranderen steeds sneller, nieuwe taken ontstaan, andere verschuiven. Wie tijdens het werk wil blijven leren, zich wil omscholen of naar een andere beroep of sector wil overstappen, moet over een stevige basis beschikken. Basisvaardigheden bepalen daarmee in belangrijke mate of mensen zich een leven lang kunnen ontwikkelen en mobiel kunnen blijven op de arbeidsmarkt.
Terug naar de basis
Ook maatschappelijk is de inzet groot. Wie moeite heeft met taal, rekenen of digitale toepassingen, loopt sneller vast bij overheidsinformatie, zorg, bankzaken of het herkennen van desinformatie. Basisvaardigheden zijn daarom niet alleen economisch kapitaal, maar ook een voorwaarde om zelfstandig keuzes te maken en volwaardig mee te doen in de samenleving.
Werkgevers dragen bij met leerwerkplekken, stages, gastdocenten en praktijkgericht onderwijs. Maar bedrijven kunnen niet achteraf repareren wat in het initiële onderwijs onvoldoende is opgebouwd. Daarom moeten basisvaardigheden vooropstaan in de Talentstrategie. Niet als één beleidslijn of programma naast vele andere, maar als fundament onder alle ambities. Dat vraagt om duidelijke landelijke doelen, voldoende onderwijstijd, goed toegeruste leraren en transparantie over de resultaten. Ook moet een diploma weer zekerheid bieden over wat een jongere daadwerkelijk beheerst.
Nederland heeft geen tekort aan plannen. We hebben vooral moeite om prioriteiten te stellen en daaraan vast te houden. De agenda-Wennink kan alleen slagen als we bij het begin beginnen.
Want zonder taal, rekenen en digitale vaardigheden wordt een leven lang ontwikkelen erg lastig. En zonder ontwikkeling geen wendbare arbeidsmarkt. Dat raakt onze hele economie en samenleving.