6 MEI, 2026 • Column

Whatever it takes

Whatever it takes. Met die woorden zette minister Hoekstra bij het begin van de coronacrisis de toon. De boodschap was helder: wat nodig is om de economie overeind te houden, doen we. En dat werkte. Ondanks het gemak waarmee sommige economen achteraf spreken over ‘zombiebedrijven’, was het pakket vooral een investering in stabiliteit en veerkracht. Bedrijven konden hun mensen in dienst houden, massale ontslagen bleven uit en de economie kon voortvarend  herstarten.

Deze ruimhartige aanpak was mede mogelijk dankzij jarenlang prudent begrotingsbeleid. Wie spaart in goede tijden, kan uitgeven in slechte. Of heeft daarmee ruimte gemaakt voor de broodnodige investeringen in onze economie. Precies waarvoor buffers bedoeld zijn.

Hoe anders is het nu.

Boekhoudkundige kramp

Het kabinet presenteert een aarzelend pakket aan maatregelen voor burgers en bedrijven. Die voorzichtigheid is nog wel verdedigbaar: de exacte impact van de huidige economische tegenwind is nog onzeker. Niet meteen de bazooka inzetten kan verstandig zijn.

Maar wat moeilijk te verdedigen is, is de keuze om deze maatregelen direct te willen dekken door andere regelingen te schrappen of te korten. Alsof elke euro steun per definitie elders moet worden weggehaald. Dat is geen prudentie, dat is boekhoudkundige kramp.

De rekening wordt doorgeschoven

Als er een crisis dreigt, gebruik je toch de buffers die je daarvoor hebt opgebouwd? Nu zien we het tegenovergestelde: incidentele problemen worden opgelost met structurele dekking. Dat is alsof u de loodgieter vraagt een lekkage te verhelpen, maar hem tegelijkertijd een meerjarig onderhoudscontract laat afsluiten. Het voelt degelijk, maar het slaat de plank mis.

Het gevolg laat zich raden. De rekening wordt doorgeschoven. Van de ene groep naar de andere. Naar de kleine ondernemer. Naar bedrijven in de grensregio. Naar werkgevers die stijgende reiskosten moeten compenseren. Vestzak-broekzakbeleid, verpakt als verantwoordelijkheid.

Dienen we de economie, of de regels?

De ‘whatever it takes’ van dit kabinet lijkt dus vooral te slaan op het heilig verklaren van een begrotingstekort van 2 procent.

En laat ik duidelijk zijn, ik betwist het belang van begrotingsdiscipline niet. Maar het is geen doel op zich. Het is een middel. De vraag die beleidsmakers en politici zich zouden moeten stellen is simpel: dienen we de economie, of vooral de regels?

Het is in ieder geval een boodschap om mee te nemen richting de besprekingen in de zomer over de begroting van volgend jaar. 

begroting