14 JUL, 2026 • Column
Weg met de KIA-regeling? Eerst maar eens goed evalueren
Stel dat u met een gebroken been bij de arts komt. Die zegt: ‘We weten niet precies hoeveel sneller u herstelt met gips, omdat daar onvoldoende onderzoek naar is gedaan. Daarom leggen we geen gips aan.’ Weinig mensen zouden dat accepteren. De logische reactie zou zijn: ‘Verbeter het onderzoek, maar geef me ondertussen wel de behandeling waarvan overduidelijk is dat die helpt.’
Bewijs waarvan?
Onvoldoende bewijs over de precieze werking is iets anders dan bewijs dat een behandeling niet werkt. Precies die redenering dreigt nu te worden toegepast op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Een regeling die kleinere ondernemers – met minder toegang tot financiering – helpt om te investeren. De redenering voor schrappen is bekend: uit evaluaties blijkt niet overtuigend dat de regeling leidt tot extra investeringen.
Onvoldoende gegevens
Maar onderzoekers stelden in 2017 al vast dat de beschikbare gegevens onvoldoende waren om de effectiviteit goed te meten. Ook het ministerie van Financiën erkent dat jarenlang de juiste investeringsdata ontbraken en laat daarom nu een nieuwe evaluatie uitvoeren. Toch staat de KIA inmiddels ter discussie. Ongemerkt is ‘we weten het niet’ veranderd in ‘het werkt niet’.
Verschil maken
Een fiscale investeringsprikkel kan voor kleinere ondernemers nét het verschil maken tussen investeren, uitstellen of afzien van een investering. Natuurlijk zal niet iedere investering uitsluitend dankzij de KIA plaatsvinden. Dat geldt voor vrijwel iedere algemene regeling. De relevante vraag is of de regeling per saldo bijdraagt aan meer investeringen, hogere productiviteit en een sterker mkb. En die vraag is nog niet overtuigend beantwoord.
Kritisch én zorgvuldig
Tegelijkertijd verwacht de overheid dat ondernemers investeren in digitalisering, verduurzaming en arbeidsbesparende technologie. Het is dan moeilijk uit te leggen waarom een laagdrempelige investeringsprikkel vroegtijdig moet verdwijnen. Een modern belastingstelsel vraagt om kritische evaluaties, maar ook om zorgvuldigheid. Onderzoek de KIA met betere data en verbeter dan de regeling waar nodig is. De inzet moet zijn – en blijven – de versterking van het investerend vermogen van het mkb.
Dirk Jan Sinke
Strategisch beleidsadviseur fiscaliteit