9 OKT, 2026 • Europees nieuws
Arbeidsmobiliteit eenvoudiger maken vraagt om regels die echt werken
Op 15 september presenteerde de Europese Commissie (EC) het Fair Labour Mobility Package. Met dit pakket wil de EC het voor mensen en bedrijven makkelijker maken om over de grens te werken. Ook moet de handhaving verbeteren en moet er meer gebruik worden gemaakt van digitale oplossingen. Het pakket bestaat uit een mededeling en vijf wetgevingsvoorstellen. Die gaan onder meer over sociale zekerheidsdocumenten, de overdraagbaarheid van vaardigheden, de erkenning van beroepskwalificaties en de rol van de European Labour Authority (ELA). Voor een open economie als Nederland kan betere arbeidsmobiliteit helpen om personeelstekorten op te vangen en bedrijven toegang te geven tot talent uit andere Europese landen.
Digitale documenten en erkenning van vaardigheden
Een van de voorstellen gaat over de European Social Security Pass (ESSPASS). Werknemers en zelfstandigen zouden daarmee sociale zekerheidsdocumenten, zoals het A1-document en de Europese ziekteverzekeringskaart, digitaal kunnen aanvragen, ontvangen en tonen via de EU Digital Identity Wallet. Dat kan vooral voor bedrijven die in meerdere landen actief zijn een verbetering betekenen. Informatie kan dan sneller worden uitgewisseld en controles kunnen eenvoudiger verlopen. Wel is het belangrijk dat ESSPASS goed aansluit op de bestaande nationale systemen. Een nieuwe digitale oplossing mag niet leiden tot parallelle procedures of extra administratieve stappen.
De Commissie komt daarnaast met de Skills Portability Act. Diploma’s en andere kwalificaties moeten in een gestandaardiseerd digitaal formaat beschikbaar komen. Daardoor zouden werkgevers en werknemers kwalificaties makkelijker kunnen vergelijken en controleren. Ook wordt de richtlijn over de erkenning van beroepskwalificaties herzien. Voor kwalificaties van derdelanders komt er een afzonderlijke richtlijn. Snellere en beter voorspelbare erkenningsprocedures kunnen werkgevers helpen bij het aantrekken van personeel uit andere lidstaten. Ook wordt het zo eenvoudiger om vaardigheden die al in Europa aanwezig zijn, daadwerkelijk te benutten.
Een grotere rol voor de European Labour Authority
Het pakket bevat ook een herziening van het mandaat van de ELA. De autoriteit zou voortaan op eigen initiatief gezamenlijke of gecoördineerde inspecties kunnen voorstellen. De verantwoordelijkheid voor de nationale handhaving blijft wel bij de lidstaten. Deelname aan een gezamenlijke inspectie blijft formeel vrijwillig, al moet een lidstaat die niet meedoet daarvoor wel een reden geven. Verder wordt het mandaat van de ELA verduidelijkt op het gebied van derdelanders en arbeidsuitbuiting. De autoriteit zou ook organisaties kunnen subsidiëren die werknemers en werkgevers informeren over hun rechten en verplichtingen. Daarnaast wil de Commissie de bemiddeling bij geschillen tussen nationale autoriteiten vereenvoudigen. Betere samenwerking en goede informatievoorziening over grensoverschrijdend werken zijn welkom. Tegelijkertijd moet duidelijk blijven waar de verantwoordelijkheid van de ELA eindigt. De autoriteit mag niet uitgroeien tot een Europese inspectiedienst die de nationale handhaving overneemt.
Het initiatiefrecht voor inspecties zou daarom aan duidelijke voorwaarden moeten worden gebonden. Er moet sprake zijn van een concrete grensoverschrijdende aanleiding en een duidelijke meerwaarde van gezamenlijke actie. Ook moet de vrijwilligheid van deelname overeind blijven. Een motiveringsplicht mag niet in de praktijk uitmonden in een indirecte verplichting om mee te doen. Tot slot verdient ook het begrip arbeidsuitbuiting een scherpe afbakening. Dat is nodig om overlap met nationale inspectiediensten, politie, justitie en andere Europese instanties te voorkomen. Het succes van het pakket zal uiteindelijk afhangen van de vraag of de nieuwe regels niet alleen op papier logisch zijn, maar ook werkbaar blijven voor bedrijven, werknemers en nationale autoriteiten.