9 OKT, 2026 • Europees nieuws
Aanbestedingsverordening
Nieuwe Europese aanbestedingsverordening gepresenteerd.
Op 9 september heeft de Europese Commissie haar nieuwe Public Procurement Act gepresenteerd. Dit is een nieuwe, modernere verordening om de drie oude aanbestedingsrichtlijnen uit 2014 te vervangen. De procedures voor Europese aanbesteding moeten vereenvoudigd worden om (administratieve) lasten te verlagen. Ook wordt er nadrukkelijker gekeken naar Europa’s strategische autonomie.
Van richtlijn naar verordening
Dat is gelijk ook een van de belangrijkste aspecten aan het voorstel: het is een verordening en geen richtlijn. Dit betekent dat het nadat het is aangenomen direct in werking treedt en niet nog in nationale wetgeving omgezet moet worden. Dit versterkt de Interne Markt en voorkomt versnippering. Tegelijkertijd zal dit in de aankomende onderhandelingen waarschijnlijk een moeilijk issue worden doordat veel lidstaten geen verordening maar een richtlijn willen.
Niet alleen de laagste prijs
Inhoudelijk is de grootste wijziging waarschijnlijk dat bij het gunnen van een tender er in principe gekeken moet worden naar de beste prijs-kwaliteit verhouding, in plaats van dat het laagste bod wint. Kwaliteitscriteria moeten op zijn minst goed zijn voor 30% van de beoordeling, en bij arbeidsintensieve diensten zelfs 50%. Op bepaalde categorieën wordt het bijvoorbeeld verplicht om de hoogst mogelijke energie-efficiëntie te gebruiken. Het ‘niet-winnen-op-de-laagste-prijs-tenzij…’-principe wordt in Nederland al veel langer gebruikt, en was voor VNO-NCW dus ook een van de prioriteiten voor de nieuwe verordening.
Welke kwaliteitscriteria gebruikt worden, wordt terecht niet vooraf vastgesteld maar zullen door de aanbestedende dienst bepaald worden. Wel maakt de Commissie nu ook ‘Europese voorkeur’ mogelijk, naast de standaard strategische aanbestedingscriteria zoals duurzaamheid, arbeidsomstandigheden, milieueisen, etc. De discussie rond ‘Buy European’ is al langer gaande in Brussel. Het komt bijvoorbeeld ook terug in andere Europese voorstellen zoals de Industrial Accelerator Act (IAA). Aan de ene kant is het nodig om de eigen industrie te beschermen tegen oneerlijke buitenlandse concurrentie en om grote afhankelijkheden van het buitenland te verkleinen. Aan de andere kant blijven wij voorstander van een open markteconomie.
Sowieso is er nog veel discussie nodig over wat ‘european preference’ precies inhoudt en waar dit nodig is. Zo moet men kritisch bekijken bij welke strategische sectoren dit gewenst is en voorkomen worden dat het voor protectionisme misbruikt wordt terwijl er helemaal geen sprake is van oneerlijke concurrentie. Ook de defitinie kan duidelijker. Of het hierbij bijvoorbeeld gaat over waar grondstoffen vandaan komen, waar een hoofdkantoor staat, of juist waar de werkgelegenheid is.
Rond de IAA is ook nog veel discussie gaande over welke landen in aanmerking komen voor de noemer ‘European’. Een land als Frankrijk wil een hele strikte definitie met alleen de 27 EU-landen, terwijl een Duitsland voor een veel opener definitie gaat waar ook nauwe buren zoals Noorwegen, Zwitserland en het VK onder vallen. Eenzelfde discussie zal bij de Aanbestedingsverordening ook waarschijnlijk zijn.
Versimpeling
Naast deze strategische wijzigingen heeft de nieuwe verordening ook het doel de aanbestedingsprocedures te versimpelen. Zo wordt het aantal procedures teruggebracht van 5 naar 3. Zo komt er een open procedure met een onderhandelingsfase en een dynamische procedure. Hierdoor is er meer flexibiliteit, al moet voorkomen worden dat er zo meer ruimte ontstaat voor corruptie. De drempels vanaf wanneer een Europese aanbesteding verplicht is worden elke 2 jaar herzien. En de e-aanbestedingsplatforms van alle lidstaten worden aan elkaar gekoppeld. Hiermee krijg je het ‘once only’-idee dat bedrijven maar een keer alle informatie en documenten hoeven uploaden en je echt een stap zet naar een interne aanbestedingsmarkt.
Stakeholders hebben tot 19 november de tijd om hun formele feedback te geven aan de Europese Commissie mee te geven. Tegelijkertijd beginnen de Raad en het Europese Parlement nu ook al met gesprekken om de eerste vorm te geven aan hun posities. Vanuit VNO-NCW en MKB-Nederland hebben wij contact met EZ en Nederlandse Europarlementariërs om onze input te delen. Ook werken wij samen met zusterorganisaties om met onze Europese koepels een position paper te kunnen presenteren.