13-08-2003 - Als het Pinksterweekend nadert, maakt Roden zich op voor de invasie. Duizenden Nederlanders reizen dat weekeinde naar de kop van Drenthe, naar vermoedelijk de grootste permanente tentenshow ter wereld. Eigenaar Jaap van Zuijlekom werd lange tijd gezien als een slome 'tweederangsburger'. Hij beschouwt zijn onderneming als een 'schop naar de wereld'.
"Tegen de tijd dat ik achttien was, woonden we in Assen. Tot dan toe zijn we zo'n zeventien keer verhuisd. Mijn vader was predikant, vandaar.
Jaap van Zuijlekom is calvinistisch opgevoed. "Min of meer streng," vult hij aan. "Veel vriendjes heb ik nooit gehad en sommige mensen vonden mij nogal sloom. Dat viel me zelf eigenlijk niet op want ik vond mezelf vooral 'gewoon'. Later bleek dat ik een speciaal soort CARA (chronische aspecifieke respiratoire aandoeningen, red.) had, waardoor ik op van alles en nog wat reageerde. Wol, honden, katten, stof, alles maakte mij benauwd. Toen ik in de zesde klas van de lagere school terechtkwam lieten mijn ouders bloed prikken om te achterhalen of ik misschien bloedarmoede had. Dat was niet zo, dus ik was lui."
Jaap van Zuijlekom is directeur van Kampeerhal 'De Vrijbuiter' in Roden onder de rook van Groningen. "Vlakbij Assen", verbetert de ondernemer, "want dat vindt de Randstad minder ver weg klinken." Op een oppervlak van 40.000 vierkante meter (hetgeen overeenkomt met de totale expositieruimte van de Prins Bernhardhoeve in Zuidlaren) verkoopt Van Zuijlekom allerlei kampeerartikelen, maar vooral tenten. Honderden types. Het begon in 1985 in een oude garage onder luid hoongelach van een paar concurrenten die hem er fijntjes opwezen dat er voor hem geen plaats meer was. Inmiddels is De Vrijbuiter een trendsetter die permanent 400 tenten showt en jaarlijks een miljoen klanten ontvangt.
"Dat werkt bij mij dus niet, zo'n negatieve opmerking. Als ze me gaan tegenwerken, begint er bij mij van alles te brommen en te borrelen en dan ga ik er des te harder tegenaan. Ze dreigden met een Witte Kampeerhal en ik zei meteen: 'Prima, van een beetje concurrentie is nog nooit iemand dood gegaan!' Niet lang daarna kon ik vrij goedkoop adverteren in een of ander krantje dat in de stad Groningen verscheen. Ik had toen zoiets van 'Wat kan mij het schelen?' en nadien bleek dat die advertentie het startschot was voor die enorme groei."
Lui
"Mijn ouders waren wel een beetje angstig in die beginperiode en toen ging het nota bene maar om een winkelruimte van 900 vierkante meter. Ik had wat gespaard, ik kon wat lenen: met dat startkapitaal moest ik het doen. Achteraf heb ik wel bedacht dat ik iets in me had van 'Ik zal de wereld wel eens wat laten zien', hoewel ik wel altijd vertrouwen in mijn eigen kunnen heb gehad. Maar ja, ik had maar MAVO en ik was lui. Toch een soort tweederangsburger met weinig vriendjes. Thuis was ik ook wel een beetje een vreemde eend in de bijt. Toen ik acht of negen was, begon ik op zaterdag de melkboer te helpen. Dat waren dagen die om half zes 's ochtends bij de melkfabriek begonnen en duurden tot zeven uur 's avonds. In die tijd heb ik geleerd wat werken is."
"Daar ben ik nog steeds heel blij om. Ik verdiende twee piek per dag. Gaandeweg verlegde ik mijn werk naar de melkfabriek. Dat leverde weliswaar nog minder op, hooguit een flesje karnemelk, maar ik had meer ruimte voor mijn eigen zaakjes. Ik verzamelde bijvoorbeeld het oud papier en dat bracht toen een kwartje tot dertig cent per kilo op. Op die manier vergaarde ik omstreeks 1974 zo'n dertig tot veertig gulden per dag! Ook was er in die tijd een actie van Pepsi Cola en de kratten met lege colaflessen kwamen via die fabriek binnen. Zodoende kon ik vrij gemakkelijk de actiebonnetjes verzamelen, waarop Pepsi contant uitkeerde. Dat waren abnormale bedragen, maar – heel sportief – ze hebben daarover nooit gezeurd."
"Toen we naar Assen waren verhuisd, vond ik een baantje bij VanderVeen, het warenhuis. Ik maakte de zeven trappenhuizen schoon, een karweitje dat vanwege het betonstof niet echt geschikt was voor iemand met CARA. Toegegeven, ik dacht af en toe wel 'Wanneer geef je op?' maar dan besloot ik meteen om niet op te geven. Dat kwam nog bij dat ik werd afgekeurd voor militaire dienst en vooral mijn vader was daarover behoorlijk kwaad. Gelukkig kwam ik hierdoor niet lang daarna bij een longarts die het zinnig vond mij te testen op allergie. Ik kreeg op mijn armen 68 teststrips en op vijf daarvan reageerde ik niet! Mijn overgevoeligheid is nadien bestreden met medicijnen, waardoor het wel wat beter ging. Maar ideaal was het niet, ik bleef toch die slome. Achteraf heb ik begrepen dat ik bij de melkboer en in de melkfabriek geen last had juist omdat ik steeds buiten was. Prima voor een CARA-patiënt."
"Pas anderhalf jaar geleden attendeerde een medewerker mij op een therapie in Hoogezand. En dat heb ik gedaan. Met behulp van stroomstootjes heeft dokter Polling alles weggewerkt. De ene overgevoeligheid na de andere kon hij zo bestrijden. Ik ben nu van alles af en ik voel me voor het eerst in mijn leven normaal. Zoals iedereen zich voelt. Gek idee, dat wel."
Gevoel
De naam 'De Vrijbuiter' bedacht Van Zuijlekom ter plekke toen hij bij de Kamer van Koophandel was om zijn zaak in te schrijven. Het was een schop naar de wereld, terwijl die naam ook zijn gevoel van dat moment verwoordde. Hij zag er trouwens ook zo uit in zijn korte broek en T-shirt. "In het najaar van 1985 heeft een kennis mij geadviseerd om me maar eens wat netter te kleden. In Roden vonden ze dat je anders geen ondernemer kon zijn."
Minder laconiek is Van Zuijlekom over een voorvalletje bij de plaatselijke Chinees waar hij met een relatie aan tafel zat. Langs zijn tafel liep toen een bekende die luidop verkondigde "Hier zit de grootste ondernemer van Roden!" Die opmerking - zonder oogcontact - schoot Jaap prompt in het verkeerde keelgat. Hij heeft dan ook door schade en schande geleerd dat zijn zakelijke succes een keerzijde heeft. Bij de uitreiking van de Ondernemersprijs van Assen waar hij met een smoesje naar toe was gelokt, zag niemand hem staan. Maar daarna, toen iedereen de laureaat plots kende, hingen ze om hem heen als vliegen rond de stroop. "Bah!" zegt hij hartgrondig.
En dus had het succes een keerzijde. Een burn-out tikte hem fijntjes achterover en de directeur, annex inkoper, annex personeelschef, annex tentenontwerper, annex zakenman, annex financieel deskundige, annex marktverkenner mocht het wat kalmer aan gaan doen. Met kunst- en vliegwerk haalde hij dertig procent. Om acht, negen uur 's ochtends op de zaak en dan om elf uur weer vlug naar huis. Slapen als een blok. In april vorig jaar begon hij weer voorzichtig vier dagen per week en sinds een maand of drie is hij weer fulltimer.
"Ik had een adjunct-directeur, maar die paste niet bij mij. Dat had ik eerst niet in de gaten. Ik dacht gewoon dat hij zou doen wat we hadden afgesproken en ik controleerde dus niks. Nou, het viel hard tegen toen ik ontdekte dat hij er helemaal niets van bakte. Op dit moment is er dan ook geen adjunct, maar dat moet wel weer. Gelukkig hebben we wel sinds kort een bedrijfsleider en we zijn bezig om een algemeen directeur aan te trekken. Dat is hard nodig, want ik heb ontdekt dat ik een ondernemer ben, geen directeur. Inkoop en marketing, dat is mijn stiel en dan mag iemand anders de directie voeren. Als ik 45 ben wil ik daar vanaf. Geef mij maar de beurs in Zuid-Duitsland. Overdag op de beurs en 's avonds in de tent. Of laat mij maar naar China gaan om daar te bespreken hoe onze nieuwe tenten er uit moeten zien. Creatief en inspirerend werk. Ik moet altijd wel lachen als ik een medewerker meeneem op zo'n trip. Die is dan helemaal kapot tegen de tijd dat we weer thuis zijn, terwijl ik juist barst van energie. Dan heb ik weer talloze ideeën voor nieuwe tenten of voor verbeteringen. Prachtig, dat verschil!"
Zo had ik ook een goed gevoel over de
deal die ik met Piet de Waard heb gesloten. Piet wilde geen filiaal in Roden voor De Waard-tenten, waarop ik heb gezegd 'Kan ik niet de hele tent kopen?' Toen bleek stomtoevallig, dat een adviesbureau dat aan het voorbereiden was. Niet lang daarna kreeg ik een telefoontje waarop ik prompt een bod heb gedaan. Dat werd afgewezen. Op mijn tweede bod zijn ze in conclaaf gegaan, waarna we een deal hadden. Sindsdien bestrijken we de hele tentenmarkt. Van goedkoop en eenvoudig tot de absolute Rolls Royce onder de tenten, de De Waard-tent."
Geen tijd
Voor hobby's heeft Jaap van Zuijlekom geen tijd of het moet terreinrijden zijn in zijn Landrover, een auto die hem meer zegt dan zijn BMW uit de 7-serie. "Is terreinrijden een hobby? Ik geloof het niet. Het is leuk om te doen, net zo goed als het leuk is om een keer per week naar de kroeg te gaan. En achter ons huis ligt een vlet. Leuk om mee te varen, maar een hobby noem ik dat niet. Ik ben tweemaal naar de wintersport geweest; voor sommigen ook een hobby. Nou, dat doe ik nooit meer. Wat een achterlijke sport is dat! Geef mij dan maar een sneeuwscooter-safari in Lapland. Dat is pas leuk!"
"Ik ben een
Einzelgänger, die nooit een boek leest maar wel iemand die kranten en tijdschriften verslindt. Ik heb geen hobby's nodig om mijn accu weer op te laden. Als ik een dag in de auto zit op weg naar Tsjechië waar we een fabriek hebben, dan tank ik tijdens de rit bij en als ik na zo'n bezoek weer terugkom dan ben ik weer helemaal opgeladen. Dat combineer ik met wat ik in de bedrijfskantine hoor en dan weet ik wat belangrijk voor de mensen is: het weer, voetbal en vakantie. Hoe belangrijk die vakantie is, zien wij hier dagelijks!"
"Maar misschien is het wel net zo belangrijk dat Jaap ziek kan worden. Of dat hij morgen niet op de zaak is omdat hij een lang weekend doorbrengt met zijn gezin. Even met vrouw, zoon en dochter weg. Jaap de Vrijbuiter moet zijn organisatie goed op orde hebben met een directeur en managers. Slimme mensen die snel oppikken waar het in deze tent omgaat! Want dat is waar het omgaat, als je wilt overleven als ondernemer!"
CV Jaap van Zuijlekom
Geboren in 1960 te Adorp (Gr)
MAVO te Assen van 1972 tot 1975
Start De Vrijbuiter op 14 november 1985
Aankoop textielfabriek Tsjechië in 1992
Overname De Waard in Uden in 2000
Hein Tunnissen
forum@vno-ncw.nl