08-09-2005 - De handelaren op zijn markt beschouwt hij als familie, maar met gemeenteambtenaren heeft hij het helemaal gehad: "Die komen van een andere planeet." Bart van Kampen, bedenker van de Zwarte Markt in Beverwijk, houdt er na 25 jaar mee op. Wat blijft zijn de gemengde emoties.
Aan de muur een ingelijste foto van een Afghaans uitziende man met een bontmuts en een lange witte baard. De ogen blikken in de verte. Het lijkt een stamoudste of een religieus leider. Bart van Kampen: "Nee hoor, het is gewoon maar een man die we op de markt gefotografeerd hebben. Indrukwekkend hè?" Hij staat op en imiteert de loop van de Afghaanse man. "Als een leider: rechte rug, neus omhoog, autoriteit uitstralend." Met grote passen beent Van Kampen rondom de ovale eettafel. De oprichter van de Beverwijkse Bazaar is een beweeglijk type. Hij houdt niet van kantoorwerk en al helemáál niet van vervelende regels die zijn bewegingsvrijheid inperken. "Als klein jongetje had ik altijd al belangstelling voor de handel. Hoe haal je iemand een rijksdaalder uit de zak?" Al heel vroeg was Van Kampen een groot liefhebber van markten. Zijn theorie: het leven op de markt benadert het dichtst de natuurlijke staat van de mens. "Kijk, kleine kinderen spelen altijd winkeltje, dat zie je in alle culturen. Ik koop altijd van kinderen, ik vind dat je dat moet aanmoedigen. Handel is universeel."
Komt u uit een handelsfamilie?
"Mijn oorsprong ligt in de bloembollenteelt, ik kom uit een gezin met twaalf kinderen en vijf van mijn broers zijn in de bloembollen terecht gekomen. Het boerenbedrijf is me met de paplepel ingegoten." Maar de bollen trokken Van Kampen niet. Bollenboer zijn bood hem te weinig sociale interactie. Te weinig gescharrel en gepingel. "En daarom ben ik makelaar geworden. In wezen doe ik dat werk nu nog steeds: handel en talent faciliteren. Ik bied handelaars de mogelijkheid om hun waar te verkopen."
De Beverwijkse Bazaar is zo groot dat het werk van Van Kampen voor een groot deel om vastgoed draait. "Dat heb ik van huis uit meegekregen. Ik denk in hectares, niet in vierkante meters. In de bloembollenteelt wordt ook ruimtelijk gedacht." En inderdaad, de Bazaar is ruimtelijk opgezet. "Het moet een destiny worden. Als je ergens niet twee uur kunt dwalen is er geen reden om ernaartoe te gaan", aldus Van Kampen.
Van Kampen vond de bloembollen te benauwd, maar na een paar jaar voelde hij zich ook beklemd als makelaar. De vele regels van het makelaarsvak frustreerden hem. "Ik vond dat ik mijn ei er niet in kwijt kon. Bovendien werd ik redelijk populair als makelaar; dan word je publieksbezit en dat is aan de ene kant een compliment, maar aan de andere kant ook heel lastig en beklemmend. Dan vragen ze je op visite en moet je ook nog een beetje zaken voor ze doen. Eigenlijk moeten ze een beetje een hekel aan je hebben."
Op een van zijn reizen naar Amerika – omdat hij veel geld verdiende, belegde Van Kampen geld in onroerend goed in Colorado – kwam hij op het idee om een markt te beginnen. "Het was op een markt in Colorado Springs. Het had echt zo'n Koninginnedagsfeer. Ik vind marktmensen vaak leuk: mensen van dertig die geen zin in het echte leven hebben en als nomaden van de ene staat naar de andere trekken, 's winters in Florida, 's zomers in Alaska. Er zijn mensen bij die uit het arbeidsproces gedonderd zijn, er zijn gepensioneerden bij die geen zin hebben om thuis te gaan zitten. Ik vroeg een keer 'waarom staat u hier op de markt?'. 'Voor de versiering van het leven' was het antwoord. Prachtig! Als we zo'n markt nou ook eens in Nederland konden beginnen, dacht ik. Het moest in de buurt van de snelweg zijn, perifeer, en heel groot. In Amerika is een markt van 500 kramen dood, dat loont niet. Een echte markt moet ten minste duizend kramen hebben. Ik wilde echt alle schepen achter me verbranden, niet meer terug kunnen naar de makelaardij. Niet één teen in het water steken om de temperatuur te voelen. Toen ben ik met een sandwichbord gaan rondlopen. Om kleur te bekennen. Vanaf dat moment kon ik niet meer terug." En zo kwamen in 1980 de diverse lijnen uit het leven van Van Kampen bij elkaar: boer, makelaar, vastgoed, markten. De Zwarte Markt was geboren.
Wat is er zo aantrekkelijk aan een markt?
"Op de markt heb je dat gemeenschapsgevoel, je deelt alles met elkaar. Als er iemand overleden is, dan wordt de winkel versierd met kaarsjes en foto's." Bart van Kampen is een soort vaderfiguur voor zijn handelaren. Hier maakt hij een praatje, daar knijpt hij even in een tomaat, een verse dadel wordt geproefd en ten slotte een kopje koffie in een bar met een Ottomaanse inrichting.
In 1982, twee jaar na het begin, ging de Oosterse Markt van start. Van Kampen is gek op de Oosterse sfeer, hoewel hij veel ruzie met de Turkse kooplieden heeft gehad in de afgelopen jaren. "Op de Mulo had ik een leraar algebra. 'Van Kampen, snap je dat dan niet!', zei hij, En ik: 'Misschien legt u het wel niet goed uit'. En toen werd ik eruit gestuurd. Maar het was niet zozeer brutaliteit als wel verontwaardiging. Ik was echt verontwaardigd dat hij het niet aan mij kon uitleggen. En zo was het ook met die ruzies op de markt: ik begreep het gewoon niet. Toen heb ik me voorgenomen om vijf jaar lang naar Turkije op vakantie te gaan om de cultuur beter te leren kennen."
Wat Van Kamper ervan opstak was dat hij extreem duidelijk moest zijn in zijn afspraken, zodat er geen twijfel kon ontstaan over betalingen. En verder dat hij mensen nooit en plein public ergens op aan moest spreken, want gezichtsverlies bleek in de Turkse cultuur zwaar te worden opgevat.
Met welk gevoel kijkt u terug?
"We hebben gelachen en geleden. Ik heb hier 4.000 volledige arbeidsplaatsen gecreëerd en in 25 jaar zo'n 25.000 ondernemers opgeleid. De Bazaar was mijn vriend en vijand; knuffel en beul; in voor- en tegenspoed; triomf en teleurstelling."
Geleden, vijand, beul: er klinkt toch wel de nodige bitterheid door in dit retrospectief. Wat is er zo tegen gevallen?
"De bureaucratie. Toen ik in 1980 wilde beginnen, mocht dat niet van de gemeente. Een reden konden ze alleen niet geven, dus ik ben toch gewoon begonnen. Dat schept geen band. Later bleek dat er helemaal geen reden was om het te verbieden. Dit industrieterrein had zelfs de bestemming 'bijzondere handelsdoeleinden'. Nou, het is handel én het is bijzonder, dus waarom zo moeilijk doen?" Deze kwestie bleek het begin van een lange reeks aanvaringen met de gemeente Beverwijk. Zelfs het afscheidsfeest van Van Kampen wordt overschaduwd door een botsing met de gemeente. Een van de gasten, Henny van der Most, wilde per helikopter langskomen, maar daarvoor kon geen vergunning worden afgegeven. De ergernis hierover zit heel diep bij Van Kampen. "Zou jij dat dan zomaar van je af kunnen zetten? Het is hier een industrieterrein nota bene! Er is in de wijde omtrek niemand die over het geluid kan klagen. Dat je daar überhaupt een vergunning voor aan moet vragen vind ik al stom. Of dat ik een gebruiksvergunning nodig heb als ik een markthal voor een paar dagen aan een veilinghuis verhuur: dat ze dat durven vragen. En na 23 jaar moest ik hier ineens voor 3,5 miljoen euro aan brandpreventie aanleggen. Binnen drie maanden tijd! Er is in Nederland niet eens een bedrijf te vinden dat dat zo snel kan. Schandalig vind ik dat. Ambtenaren komen van een andere planeet."
"Misschien is het persoonlijk, misschien hoeven mijn opvolgers de strijd niet zo hard te voeren als ik heb moeten doen. Tussen mij en de gemeente zal het nooit meer helemaal goed komen. Je ziet het altijd in besturen: individueel zijn het allemaal aardige mensen, maar als collectief worden ze gemeen. Het vraagt heel veel persoonlijkheid om in een collectief je eigen koers te behouden. In mijn beleving moet een ambtenaar een dienaar van de samenleving zijn."
Toch heeft de eeuwige strijd met de gemeente Beverwijk Van Kampen ook wat opgeleverd. "Tonnen free publicity. En het gaf ook veel saamhorigheid op de markt: zo van 'wij met z'n alles tegen de bureaucratische buitenwereld'. De Zwarte Markt was een echte geuzennaam: het bekte stout en provocerend." En een beetje provoceren, daar houdt Bart van Kampen wel van. "Een marktkoopman is altijd bezig met het subtiel beledigen van zijn klant; mensen vinden het leuk om een beetje geplaagd te worden."
Curriculum vitae
| 1944 | Geboren in Noordwijkerhout |
| 1965 | Vertegenwoordiger voor bestrijdingsmiddelenhandel |
| 1969 | Makelaar |
| 1980 | Start met de Zwarte Markt in Beverwijk |
| 1982 | Uitbreiding met Oosterse Markt |
| 1999 | Uitbreiding van aantal parkeerplaatsen met 4.500 |
| 2005 | Afscheid van De Bazaar |
Vier stellingen voor Bart van Kampen
Het gaat niet goed met de integratie in Nederland.
"Het gaat niet verkéérd met de integratie. Alles vindt en krijgt uiteindelijk een plek. We vinden het nu normaal om spaghetti en shoarma te eten, dat is gemeengoed geworden. Er zijn heel veel bedrijven die door allochtonen gerund worden zonder dat je het gevoel hebt dat je vreemd gaat. Laatst sprak ik een Marokkaanse marktkoopman: zijn dochter was jurist en zijn zoon deed HTS."
Ik zou graag in de schoenen van Balkenende willen staan.
"Dat zou ik niet kunnen, want ik kan namelijk niet polderen. Balkenende moet iets doen wat eigenlijk niet kan: iedereen gelijk geven, de vakbonden en VNO-NCW. Het zal pas weer goed met Nederland gaan, als we een Balkenende krijgen die kan doen wat hij vindt dat er gedaan moet worden. Zoals het arbeidsrecht aanpassen, zodat werkgevers mensen makkelijker kunnen ontslaan. Zoals dat nu is, dat is echt de dood in de pot. Maar ik ben bang dat we eerst nog een stuk in welvaartsniveau moeten dalen voordat er echt maatregelen worden genomen."
Talpa voegt weinig toe aan het Nederlandse televisielandschap.
"Wat ik tot op heden gezien heb, voegt inderdaad niet veel toe. Maar Talpa zorgt wel voor meer concurrentie, zodat de traditionele omroepen een schop voor hun ballen krijgen. Die gaan eens zo hard werken en worden creatiever, slimmer en goedkoper. Het is niet altijd leuk om harder te moeten werken, maar het resultaat is wel beter."
Komkommertijd bestaat niet.
"Ik denk dat dat inderdaad zo is. Komkommertijd wordt door jezelf gemaakt. Kijk, voor makelaars is juli altijd een dooie maand. Maar omdat al mijn collega's gingen vissen en varen, verkocht ik ineens 50 huizen in een maand."
Hester Jansen
forum@vno-ncw.nl