Kabinet deelt zorgen over achteruitgang biodiversiteit

15-04-2019

In antwoord op Kamervragen hebben de ministers Ollongren (Binnenlandse Zaken) en Schouten (Landbouw) geantwoord de zorgen te delen dat van bloemen, insecten, vogels, bomen in het landelijk gebied, heggen en houtwallen verdwijnen.

 

Achteruitgang is zorgelijk

De achteruitgang van de biodiversiteit, zowel van dieren als planten, in het landelijk gebied is zorgelijk. Insecten zijn bijvoorbeeld essentieel voor de bredere biodiversiteit en gezondheid van bodem, water en lucht. Ook los daarvan moeten we onze natuur koesteren en behouden. De neergaande trend van biodiversiteit moet dan ook omgebogen worden in een opkomende, aldus de bewindslieden. Hiervoor stemmen beide ministeries af met bijvoorbeeld de initiatiefnemers van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel, waarin vertegenwoordigers van zowel landbouw als natuurorganisaties en de wetenschap de handen ineen hebben geslagen voor biodiversiteitsherstel.

 

Inrichting landschap belangrijk

De inrichting van het landschap is belangrijk voor behoud van natuur en biodiversiteit. Landschapselementen als houtwallen vervullen bijvoorbeeld een belangrijke rol als schuilplaats voor insecten en vervullen culturele landschapswaarden. Het ministerie van Landbouw gaat overleggen met de provincies wat op korte termijn zou kunnen worden gedaan om zulke landschapselementen beter te beschermen. Soms vergt biodiversiteit juist een open landschap, bijvoorbeeld voor weidevogels. Afwegingen moeten daarom steeds op gebiedsniveau worden gemaakt.

 

Nieuwe natuur

Daarnaast zijn in het Natuurpact met provincies afspraken gemaakt om onder andere het Natuurnetwerk Nederland te realiseren. Om dit netwerk te voltooien moet in 2027 minimaal 80.000 hectare nieuwe natuur zijn gerealiseerd.