Conjunctuurinformatie: Productie industrie krimpt

13-05-2019

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in maart 1 procent lager dan in dezelfde maand een jaar eerder. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In februari produceerde de industrie nagenoeg evenveel als een jaar eerder. De productie van de rubber- en kunststofindustrie groeide in maart het sterkst. Ook de productie van de transportmiddelenindustrie, de metaalproductenindustrie en de chemie nam toe. Onder meer de machine-, elektrische en elektronische apparaten- en voedingsmiddelenindustrie produceerden minder. Van februari op maart daalde de productie met 0,5 procent.

 

Consumentenprijzen 2,9 procent hoger

Consumentengoederen en -diensten waren in april 2,9 procent duurder dan een jaar eerder. Dit kwam vooral door de prijsontwikkeling van vliegtickets en een verblijf in bungalowparken. Rond feestdagen en in vakanties zijn de prijzen van deze diensten hoger. Vorig jaar viel het paasweekend in de laatste week van maart en dit jaar midden in april. Ook benzine had volgens het CBS een verhogend effect op de stijging van de consumentenprijzen. De prijsontwikkeling van kleding had daarentegen een verlagend effect.

 

In maart betaalde de consument 2,8 procent meer dan vorig jaar. De consumentenprijsindex (CPI) is een belangrijke indicator voor het verschijnsel inflatie, maar is niet hetzelfde. De index geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten zoals dagelijkse boodschappen, kleding, benzine, huur en verzekeringspremies. Inflatie is breder dan de prijsontwikkeling van consumentengoederen en -diensten en omvat ook de prijsverandering van koopwoningen, industriële producten, aandelen en goud.

 

Uitstoot broeikasgassen licht gedaald

De uitstoot van broeikasgassen is in 2018 met 2 procent gedaald ten opzichte van een jaar eerder. In vergelijking met 1990 is de uitstoot van gassen als CO2 en methaan met 14,5 procent gedaald, zo blijkt uit voorlopige cijfers van het CBS. Het doel van minimaal 25 procent daling in 2020 bleek al eerder onhaalbaar.

 

De daling van het afgelopen jaar komt volgens het CBS grotendeels door de afname van het steenkoolgebruik voor de productie van elektriciteit. Energiebedrijven waren goed voor een kwart van de totale reductie. Het overige deel van de daling is toe te schrijven aan een kleinere industriële uitstoot en aan een krimp van de veestapel, waardoor minder methaan in de lucht kwam. Het aantal koeien in Nederland nam af als gevolg van de invoering van nieuwe fosfaatregels.

 

Iets meer faillissementen

Het aantal failliet verklaarde bedrijven is een fractie toegenomen. In april werden drie bedrijven meer failliet verklaard dan in maart. Niet gecorrigeerd voor zittingsdagen gingen in april 315 bedrijven en instellingen, exclusief eenmanszaken, failliet. Van alle bedrijfstakken had de handel het grootste aantal faillissementen, namelijk 65. Het CBS merkt daarbij op dat de handel tot de bedrijfstakken hoort met de meeste bedrijven. Relatief gezien werden de meeste faillissementen uitgesproken in de horeca en in de vervoer en opslag.

 

In mei 2013 piekte het aantal uitgesproken faillissementen. Daarna was er tot september 2017 sprake van een dalende trend. Sindsdien is de trend redelijk vlak. Het aantal faillissementen bereikte in september 2018 het laagste niveau sinds 2001. Daarna wisselden perioden met stijgingen en dalingen elkaar af. In maart en april van dit jaar steeg het aantal faillissementen, na een daling in januari en februari.

 

Nederland verdient meer aan export VK

Nederland heeft vorig jaar meer verdiend aan export naar het Verenigd Koninkrijk (VK) dan een jaar eerder. De verdiensten stegen met 4 procent tot 25,5 miljard euro, meldt het CBS op basis van een voorlopige schatting. Daarmee zijn de Britten op de Duitsers na de belangrijkste handelspartners van ons land.

 

De verdiensten worden berekend door de importkosten voor onder andere grondstoffen, halffabricaten of tussenproducten af te trekken van de totale exportwaarde. Daaruit komt naar voren dat export naar het VK goed is voor 3,3 procent van het Nederlandse bruto binnenlands product. Diensten die werden verleend in het VK, leverden Nederland vorig jaar iets meer op dan goederenuitvoer. Vooral in diensten voor de olie- en gaswinning zat groei ten opzichte van 2017. Belangrijke exportgoederen van Nederlandse makelij zijn groenten, vlees, bloemen en olieproducten. Daarnaast worden veel door Nederland geïmporteerde producten weer in het VK verkocht, zoals telefoons of medicijnen.