Corona & werk en inkomen: NOW, TOZO

Hoe zorgen we ervoor dat werkgevers die met een grote terugval in omzet worden geconfronteerd door de coronacrisis nog in staat zijn om de lonen van hun werknemers door te betalen en op die manier de werkgelegenheid en het inkomen van mensen in stand houden? En hoe zorgen we ervoor dat zelfstandigen zonder personeel die hun opdrachten zien verdampen ook iets hebben om op terug te vallen? Daarvoor roept het kabinet twee nieuwe regelingen in het leven: de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW) en de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO).

 

NOW vervangt de wtv

Begin maart werd steeds duidelijker dat de bestaande regelingen, zoals werktijdverkorting, niet opgewassen waren tegen het grote beroep dat erop gedaan werd als gevolg van de coronacrisis. Onderdeel van het Noodpakket banen en economie dat het kabinet op 17 maart 2020 presenteerde was daarom de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW). Deze kwam in de plaats van de regeling voor werktijdverkorting, die per direct werd stop gezet. Het UWV-loket voor de NOW is sinds 6 april open. 

 

 

NOW: Wat zijn de regels en wat is de procedure?

Anders dan de WTV gaat de NOW uit van omzetverlies: bij een verwacht omzetverlies gedurende 3 maanden van ten minste 20 procent kan bij UWV een tegemoetkoming in de totale loonkosten worden aangevraagd van maximaal 90 procent. Bij een lagere terugval van de omzet, geldt ook een lagere tegemoetkoming: 100 procent omzetdaling is 90 procent tegemoetkoming; 50 procent omzetdaling is 45 procent tegemoetkoming. Werkgevers betalen het loon aan betrokken werknemers 100 procent door.

 

Zowel vast als flex

Bij de loonsom gaat het om zowel vaste werknemers als werknemers met een flexibel contract (waaronder ook oproepkrachten). Werkgevers kunnen dus ook werknemers met flexibele contracten met behulp van de tegemoetkoming in de loonkosten in dienst houden. Ook uitzendbureaus kunnen voor de bij hen in dienst zijnde uitzendkrachten een beroep op de regeling doen. De regeling geldt voor omzetdalingen vanaf 1 maart 2020.  De aanvraag geldt voor een periode van 3 maanden, die eenmalig verlengd kan worden met nog eens 3 maanden (aan de verlenging kunnen nadere voorwaarden worden gesteld).

 

Voorschot van minimaal 80 procent

UWV verstrekt op basis van de aanvraag een voorschot van in elk geval 80 procent van het aangevraagde bedrag. UWV baseert zich bij de toekenning van de tegemoetkoming op gegevens uit de aangifte loonheffingen. Achteraf wordt vastgesteld wat het daadwerkelijke omzetverlies is geweest. Voor grote aanvragen is hierbij een accountantsverklaring vereist. Wanneer er sprake is van een grote aanvraag moet nog worden vastgesteld. Bij de definitieve vaststelling vindt ook een correctie plaats bij een daling van de loonsom. De definitieve tegemoetkoming wordt dus achteraf vastgesteld. Daarbij kan sprake zijn van een nabetaling of terugvordering.

 

Veelgestelde vragen en antwoorden over de NOW-regeling vindt u ook op deze pagina van de Rijksoverheid.

 

NOW: Wat betekent het voor werknemers?

De werkgever committeert zich vooraf dat er tijdens de periode van de tegemoetkoming (maximaal 2 x 3 maanden) geen ontslagen zullen plaatsvinden om bedrijfseconomische redenen. De werknemers ontvangen tijdens deze periode hun volledige salaris. Anders dan bij de WTV wordt ook geen beroep gedaan op de WW, de regeling staat hier volledig los van. Er worden dus ook geen WW-rechten opgesoupeerd. Werknemers hoeven ook geen aanvragen te doen of te ondersteunen.

 

Wijziging NOW voor concerns met minder dan 20% omzetdaling

Op 1 mei is een wijziging in de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) gepubliceerd. Belangrijkste wijziging is dat werkmaatschappijen van een concern op grond van de eigen omzetdaling een beroep kunnen doen op de NOW, als het concern minder dan 20% omzetdaling heeft. Daar zijn wel strikte voorwaarden aan verbonden.

 

Aanpassing van de regeling

Individuele werkmaatschappijen van een concern kunnen subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij als bij het concern sprake is van minder dan 20% omzetdaling. Voor concerns die een omzetdaling van ten minste 20% hebben, geldt dat werkmaatschappijen gebruik moeten maken van de hoofdregel waarbij de omzetdaling bepaald wordt op concernniveau. Voor hen geldt deze afwijkingsmogelijkheid niet. Het moet gaan om dezelfde referentieperioden: maart-april-mei, april-mei-juni of mei-juni-juli. Als verschillende werkmaatschappijen van het concern apart aanvragen zullen zij ook dezelfde periode moeten opgeven.

De werkmaatschappij die in aanmerking wil komen voor de afwijkingsmogelijkheid moet een eigen rechtspersoonlijkheid hebben en mag geen personeels-bv zijn. Personeel-bv’s moeten altijd uitgaan van de omzetdaling op het concernniveau.

 

Voorwaarden om in aanmerking te komen

a). De subsidieaanvraag is gedaan na het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging. Aanvragen ingediend voor de inwerkingtreding van de wijziging komen hiervoor niet in aanmerking.

b). De werkmaatschappij heeft geen bedrijfsmatige activiteiten die voor meer dan de helft bestaan uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten, en is geen personeels-bv.

c). Een werkmaatschappij met 20 of meer werknemers sluit voorafgaand aan de subsidieaanvraag met de belanghebbende verenigingen van werknemers, en bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers, een akkoord heeft over werkbehoud. Hierbij wordt aangesloten bij de ‘belanghebbende verenigingen van werknemers’ in de zin van de Wet melding collectief ontslag (WMCO). Dit zullen veelal de vakbonden zijn met wie de cao gesloten is op bedrijfs- dan wel sectorniveau. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat akkoord van een vertegenwoordiging van werknemer.

d). Concerns, waarvan de werkmaatschappij een beroep doet op de nieuwe regeling, moeten voorafgaand aan de aanvraag verklaren over 2020 geen dividend of bonussen uit te keren of eigen aandelen terug te kopen tot aan en inclusief de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Deze verklaring moet in de administratie worden bewaard. Toekenning van bonussen aan overige personeelsleden zijn wel toegestaan.

e). De andere werkmaatschappijen binnen een groep mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die ten koste kunnen gaan van de subsidie vragende werkmaatschappij. Hiermee wordt voorkomen dat de omzet van de rechtspersoon waarvoor subsidie wordt aangevraagd, kunstmatig laag wordt gehouden.

f). De omzetdaling van het concern in totaal moet minder dan 20% bedragen in de gekozen periode waarover de omzetdaling wordt berekend.

 

Deze voorwaarden gelden ook nog:

 

Bij uitlening van werknemers wordt de omzetdaling gecorrigeerd 

Als werknemers van de werkmaatschappij in het subsidie-tijdvak activiteiten ondernemen bij een ander entiteit binnen het concern, dan dient bij de vaststelling van de subsidie de omzetderving van de werkmaatschappij te worden verlaagd met de daaruit voortvloeiende (theoretische) omzet.

 

Het transferpricing systeem mag niet worden aangepast

Het Transferpricing systeem zoals gehanteerd in de jaarrekening 2019 of de laatst vastgestelde jaarrekening is leidend voor de meetperiode 2020 en mag niet worden aangepast. Dit voorkomt ten dele dat met omzet geschoven wordt door extra verhoging of verlaging van interne doorbelastingen.

 

Mutatie voorraden gereed product worden aan de omzet van de werkmaatschappij toegerekend

Dit beperkt het risico van schuiven met voorraden.

 

Nieuwe wijzigingen in NOW-regeling  

Eind mei is - op aandringen van VNO-NCW en MKB-Nederland - besloten de NOW-regeling op een aantal punten (overgang van onderneming, seizoenswerk, dertiende maand, accountantsverklaring) met terugwerkende kracht te repareren. Ook wordt de datum waarop een aanvraag ingediend kan worden voor het vaststellen van de NOW-subsidie (dus niet het voorschot) verschoven van 1 juni naar 7 september. Vanaf dat moment heeft de werkgever 24 weken de tijd om de aanvraag te doen.

 

Betere regels voor fusies en overnames

Bedrijven die in 2019 of begin 2020 een ander bedrijf hebben overgenomen, vielen soms tussen wal en schip bij het aanvragen van de NOW. Dit kwam doordat de vergelijking tussen de omzet en de loonsom over de afgelopen maanden en vorig jaar (toen het bedrijf nog kleiner was) niet representatief was. Dit wordt nu gerepareerd door de driemaandsperiode in 2020 niet meer te vergelijken met 25 procent van de jaaromzet in 2019, maar ook de mogelijkheid te bieden om de omzet te nemen vanaf het moment van de overgang in 2019 tot uiterlijk 1 februari 2020, omgerekend naar drie maanden. Dit is vergelijkbaar met de regel zoals die al was voor ondernemers die net waren gestart in 2019 of in januari 2020. Voor hen geldt dat de omzet in de driemaandsperiode in 2020 wordt vergeleken met de maanden vanaf het begin van de bedrijfsuitvoering in 2019 tot en met februari 2020 omgerekend naar drie maanden.

 

Loonsombepaling seizoensbedrijven verbeterd

Ook voor ondernemingen die tijdens de winter veel minder personeel in dienst hebben geldt met terugwerkende kracht een alternatieve rekenmethode. Die houdt in dat de loonsom van maart tot en met mei gebruikt kan worden voor de aanvraag mits die driemaal hoger is dan drie maal de loonsom in januari. De loonsommen van april en mei worden gemaximeerd op het niveau van maart. Op die manier wordt beter rekening gehouden met het omzetverlies in de normaal gesproken drukke maanden en komen seizoensbedrijven alsnog in aanmerking voor de NOW-subsidie.

 

De aanpassing werkt als volgt: indien de loonsom van maart tot en met mei hoger is dan de loonsom van driemaal januari wordt de loonsom van maart tot en met mei als uitgangspunt genomen voor de berekening van de subsidiehoogte bij vaststelling. De loonsommen van april en mei worden vervolgens gemaximeerd op de loonsom van maart (peildatum 15 mei). Hiermee gaat het totale subsidiebedrag voor de werkgever omhoog. De aanpassing leidt enkel tot aanvullende compensatie bij subsidievaststelling, de bevoorschottingssystematiek van de NOW wordt niet aangepast. De aanvullende tegemoetkoming zal na afloop van de subsidieperiode, maar niet eerder dan september, tot een uitbetaling leiden.

De nieuwe rekenmethode geldt automatisch voor alle werkgevers met een hogere gemiddelde loonsom in de periode maart tot en met mei dan tijdens de maand januari (inclusief maximering). Dit is karakteristiek voor een seizoensbedrijf, zoals een strandtent met meer vast personeel in de vroege lente dan in de winter. Deze oplossing helpt overigens ook andere bedrijven en organisaties die een hogere loonsom hebben in de maanden maart, april en mei dan in januari.

 

Dertiende maand filteren uit de loonsom

In de NOW wordt de subsidie gebaseerd op een loonsom met januari als referentiemaand en de loonsom van maart tot en met mei. De achterliggende gedachte hierbij is dat werkgevers zo worden gestimuleerd om de werkgelegenheid te behouden op (minimaal) het niveau voorafgaand aan de Coronacrisis. De loonsom van de maand januari 2020 biedt hiervoor het meest betrouwbare beeld.

 

Echter: wanneer de werkgever in januari een dertiende maand heeft uitgekeerd, vertekent dat. Immers, het niveau van de loonsom is hoger dan de werkgelegenheid die daar tegenover staat. De verplichting om de loonsom voor maart tot en met mei op hetzelfde niveau te houden als januari pakt dan nadelig uit. UWV zal daarom bij de vaststelling van de subsidie (dus achteraf) een eventuele dertiende maand of andere extra periodieke salarissen nu uit de loonsommen 'filteren'. Hiermee wordt voorkomen dat werkgevers enkel vanwege de betaling van een dertiende maand in januari de NOW-subsidie moeten terugbetalen. 

 

Meer duidelijkheid over accountantsverklaring en verklaring derde

Voor vaststellingen onder de 125.000 euro zal geen accountantsverklaring gevraagd worden. Om werkgevers daar nu al helderheid over te geven wordt nu bepaald dat bedrijven die een voorschot hebben ontvangen van 100.000 euro (= 80 procent van de vaststelling) of hoger een accountantsverklaring zullen moeten overleggen.

Daarnaast zal bij het verzoek om vaststelling van een subsidie met een voorschot tussen de 20.000 euro en 100.000 euro een verklaring van derde afgelegd moeten worden. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een administratiekantoor, financieel dienstverlener of brancheorganisatie. Deze derde zal dan de omzetdaling moeten bevestigen.

 

Informatieverplichting bij loonkostensubsidie

Werkgevers die een loonkostensubsidie ontvangen o.g.v. art. 10d van de Participatiewet, moesten de toekenning van de NOW-subsidie melden aan de gemeente. Dit omdat dan de gemeente de loonkostensubsidie kon bijstellen. Dit blijkt bij nader inzien niet uitvoerbaar. De verplichting tot melding komt dan ook te vervallen, en daarmee ook de verrekening van de NOW-subsidie met de loonkostensubsidie.

 

Buitenlands rekeningnummer

Als voorwaarde voor werkgevers met een buitenlands rekeningnummer was opgenomen dat deze de aanvraag binnen vier weken moesten aanvullen met de Nederlands rekeningnummer. De termijn van vier weken blijkt in de praktijk niet haalbaar.  Werkgevers met een niet-Nederlands SEPA-bankrekeningnummer hoeven niet langer een Nederlands bankrekeningnummer aan te leveren. Wel zullen zij via de website van het UWV nog niet automatisch een aanvraag kunnen indienen. Tot het moment dat het UWV het aanvraagproces opnieuw heeft ingericht, wordt werkgevers met een niet-Nederlands SEPA-bankrekeningnummer geadviseerd contact op te nemen met het klantcontactcentrum van UWV.

 

Accountantscontrole

De aanvraag van de vaststelling van de definitieve subsidie gaat vergezeld van een verklaring over de naleving van de subsidievoorwaarden, afgegeven door een accountant. Onder een bepaald subsidiebedrag is de accountantsverklaring niet vereist. Het proces om te komen tot een geschikte grens is op dit moment nog niet afgerond. De regeling zal op dit punt dan ook zo spoedig mogelijk worden aangepast.

 

Aangepaste NOW-regeling voor periode juni, juli en augustus

Een ondernemer die minstens 20 procent omzetverlies verwacht, kan vanaf 6 juli 2020 een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen bij UWV voor juni, juli en augustus. Hierdoor kunnen bedrijven hun personeel doorbetalen. De verlengde NOW-regeling kent wel een aantal verschillen ten opzichte van de eerdere NOW-regeling.

 

Hogere opslag, andere referentiemaand

Zo wordt de vaste (forfaitaire) opslag verhoogd van 30 naar 40 procent. De referentiemaand voor de loonsom wordt maart 2020. Daarnaast wordt in de al lopende NOW-regeling maart ook als uitgangspunt genomen als de loonsom in de maanden maart-mei hoger is dan in januari-maart. Dit is van belang voor seizoensgebonden bedrijven.

 

Geen bonussen

Er wordt een aantal nieuwe eisen verbonden aan de regeling. Een bedrijf dat gebruik maakt van de NOW over dit jaar mag geen winstuitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur en de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen.

 

Bedrijfsecomomisch ontslag

In de NOW 2.0 blijft de correctie op de subsidie bij ontslag bestaan, maar de subsidie wordt niet meer extra verlaagd, met 50 procent, bij bedrijfseconomisch ontslag. Bedrijven verklaren bij de nieuwe NOW-aanvraag wel dat zij zullen overleggen met vakbonden als zij voor meer dan 20 medewerkers bedrijfseconomisch ontslag willen aanvragen. Dit sluit aan bij de regelgeving rondom collectief ontslag. Ook blijft de wettelijke bescherming bij ontslag gewoon van kracht.

 

Om- en bijscholing

Werkgevers die de NOW aanvragen, krijgen de inspanningsverplichting om hun werknemers te stimuleren om aan bij- en omscholing te gaan doen.

 

NOW 3.0: oktober 2020 tot juli 2021 

De looncompensatieregeling NOW wordt verlengd tot 1 juli 2021. Voor de periode van 1 oktober tot 1 januari blijft de toegangsdrempel staan op minimaal 20 procent omzetverlies, daarna wordt dit verhoogd naar 30 procent.

 

Daling percentage dat wordt vergoed

Bij volledig omzetverlies wordt vanaf 1 oktober 80 procent van de loonkosten vergoed, vanaf 1 januari daalt dit naar 70 procent en vanaf 1 april naar 60 procent. De 10 procent daling vanaf 1 oktober (de vergoeding is nu nog 90 procent) gaat naar een pot voor scholing en van-werk-naar-werk trajecten voor werknemers. Het maximaal te vergoeden loon per werknemer blijft tot 1 april maximaal twee maal het dagloon, wat neerkomt op 9.538 euro per maand. Na 1 april gaat dit naar maximaal één keer het dagloon.

 

Strafkorting bij ontslag gaat eraf

Ook komt er meer flexibiliteit voor werkgevers om hun bedrijf te reorganiseren. De strafkorting in de NOW bij ontslag van twintig of meer werknemers verdwijnt. Bij daling van de loonsom, bijvoorbeeld door natuurlijk verloop in het personeelsbestand, door ontslag of door een vrijwillig loonoffer van werknemers, worden voorschotten niet gekort als de loonsom met maximaal 10 procent lager uitkomt, waardoor de subsidie in dat geval iets hoger uitvalt. Het vrijstellingspercentage voor de loonsom loopt op naar 15 procent vanaf 1 januari tot 20 procent vanaf 1 april.

 

TOZO: nieuwe regeling voor zelfstandigen

Veel zelfstandige ondernemers zien hun inkomsten fors teruglopen als gevolg van de coronacrisis. Daarom heeft het kabinet een tijdelijke voorziening voor drie maanden ingesteld die met terugwerkende kracht per 1 maart 2020 ingaat: de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO). Zelfstandigen met financiële problemen door de coronacrisis kunnen een beroep doen op de Tozo, die uitgevoerd wordt door gemeenten.

 

Twee voorzieningen: uitkering en lening

Vanuit de TOZO kunnen zelfstandigen een beroep doen op twee voorzieningen: inkomensondersteuning en een lening voor bedrijfskapitaal. De regeling, die speciaal gemaakt is voor de coronacrisis, lijkt op de bijstand voor zelfstandigen (Bbz). Zo zijn de bedragen die worden gehanteerd gebaseerd op het sociaal minimum, het bedrag dat mensen nodig hebben voor levensonderhoud. Onder levensonderhoud vallen kosten zoals boodschappen en huur.

 

Partnertoets in TOZO 2.0

Inmiddels is bekend gemaakt door het kabinet dat de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) voor zelfstandigen wordt verlengd met drie maanden. Bij Tozo 2 worden de vermogenstoets en de levensvatbaarheidstoets nog steeds buiten beschouwing gelaten. Wel wordt de partnerinkomenstoets nu toegepast. Huishoudens met een inkomen boven het sociaal minimum zullen onder Tozo 2 geen aanspraak meer kunnen maken op een tegemoetkoming in het levensonderhoud.

 

Bedrijfskrediet

Ook de aanvraag voor een bedrijfskrediet blijft de komende drie maanden mogelijk, tot een maximum van € 10.157. Ondernemers die al eerder een lening hebben aangevraagd ónder dit bedrag, hebben nog de mogelijkheid om bij de gemeente een tweede lening af te sluiten tot het maximumbedrag. Voorwaarde is dat er geen sprake is van surseance van betaling of het bedrijf in een staat van faillissement verkeert.

 

 

Inkomensondersteuning voor zzp-er en DGA-er

Om inkomensondersteuning te verkrijgen, moet de zelfstandige verklaren dat hij verwacht dat als gevolg van de coronacrisis zijn inkomen de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum. Het inkomen wordt dan maximaal drie maanden aangevuld. Hierbij geldt voor gehuwden en samenwonenden dat het inkomen wordt aangevuld tot een bedrag van 1.500 euro netto en voor alleenstaanden tot 1.050 euro netto. Het betreft een gift en hoeft dus niet te worden terugbetaald.

 

1.500 euro is het maximumbedrag

Zelfstandigen die meer verdienen dan de bijstandsnorm, of naast hun onderneming meer loon ontvangen uit een regulier dienstverband dan bijstandsnorm, krijgen geen aanvulling. Voor een echtpaar of samenwonenden (met kinderen) waarvan beide partners zelfstandige ondernemer zijn is 1.500 euro netto het maximumbedrag dat wordt uitgekeerd. De regeling geldt vooralsnog tot 1 juni 2020.

 

TOZO ook voor dga'ers

Ook een directeur/grootaandeelhouder van een BV (dga) kan een beroep doen op de TOZO. De dga moet dan aan het urencriterium voldoen. Er moet sprake zijn van volledige zeggenschap en van het dragen van de financiële risico’s. Ook dient de dga naar waarheid te verklaren en aannemelijk maken dat zijn BV nu geen salaris kan uitbetalen.

 

Lening voor bedrijfskapitaal voor zelfstandig ondernemer

Zelfstandig ondernemers die als gevolg van de coronacrisis in liquiditeitsproblemen komen, kunnen een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen van maximaal 10.157 euro met een rente van 2 procent. Deze is binnen vier weken beschikbaar. De maximale looptijd van de lening is drie jaar. Tot januari 2021 hoeft niet te worden afgelost.

 

Soepeler en sneller dan Bbz

In vergelijking tot de Bbz bevat de TOZO versoepelde voorwaarden en een versnelde procedure. Een aanvraag voor de Tozo wordt zo veel mogelijk digitaal gedaan en kan binnen vier weken worden afgerond, in plaats van de gebruikelijke 13 weken.

 

Welke voorwaarden gelden bij de TOZO?

De zelfstandig ondernemer moet bij de aanvraag verklaren dat zij verwachten dat als gevolg van de coronacrisis hun inkomen de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum. Wanneer dit achteraf anders blijkt te zijn, moet de zelfstandige dit doorgeven aan de gemeente. De versoepeling houdt in dat er geen onderzoek wordt gedaan naar de levensvatbaarheid van het bedrijf. Daarnaast hebben het vermogen (zoals een spaarrekening en huisbezit) en het inkomen van de partner geen invloed op de tegemoetkoming. De regeling is zo eenvoudig en snel uitvoerbaar.

 

Urencriterium

De regeling geldt voor zelfstandig ondernemers, onder wie zzp’ers, die in Nederland gevestigd zijn en hoofdzakelijk in Nederland werken. Daarnaast moeten aanvragers voldoen aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek. Dat houdt in dat zij het afgelopen jaar minimaal 1.225 uur per jaar (24 uur per week) als zelfstandige werkzaam zijn geweest. Werkt een aanvrager korter dan een jaar als zelfstandige, dan geldt het urencriterium voor het aantal maanden dat is gewerkt. Tot slot moet een zelfstandige zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel voordat deze regeling is aangekondigd, dus voor 17 maart 2020 18.45 uur.

 

Alleen als het echt nodig is

Het kabinet doet een dringend beroep op zelfstandig ondernemers om alleen gebruik te maken van de regeling als dat echt nodig is. Zo voorkomen we misbruik van publieke middelen en onnodige druk op de uitvoering. Achteraf zal worden gecontroleerd. Gemeenten zijn verplicht om bij fraude de toegekende bijstand terug te vorderen en een boete op te leggen.

Volgens VNO-NCW en MKB-Nederland is het een goede zaak dat ook zelfstandigen die net gestart waren van de regeling gebruik kunnen maken. Wel zijn er zorgen over ondernemers die net over de grens wonen, maar in Nederland actief zijn.

 

Verlenging TOZO: nieuwe regels voor de periode van oktober 2020 tot juli 2021

De Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) wordt verlengd tot 1 juli 2021. Voor deze regeling gold al een partnerinkomenstoets. Huishoudens met een inkomen boven het sociaal minimum konden daardoor al geen aanspraak meer maken op een tegemoetkoming in het levensonderhoud. Vanaf 1 oktober wordt daar ook een beperkte vermogenstoets in de vorm van een toets op beschikbare geldmiddelen aan toegevoegd. Deze toets wordt zodanig vormgegeven dat zelfstandigen niet worden gedwongen onderdelen van hun bedrijf of zelfstandig beroep te liquideren.

 

Toets op beschikbare geldmiddelen

De toets houdt in dat ondernemers met meer dan 46.520 euro aan direct beschikbare geldmiddelen (zoals contant geld, bank- en spaarsaldo en aandelen, obligaties en opties e.d.) niet in aanmerking komen voor de Tozo 3.0. Ander vermogen, waaronder dat uit de eigen woning, afgeschermd pensioen, bedrijfspand, machines, zakelijke apparatuur en voorraden, wordt buiten beschouwing gelaten.

 

Voorbereiden op nieuwe toekomst

Vanaf 1 januari 2021 start een volgende fase binnen de Tozo, waarbij zelfstandig ondernemers worden ondersteund om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst, hetzij als zelfstandig ondernemer, hetzij als werknemer in loondienst. Gemeenten zullen samen met zelfstandig ondernemers inventariseren of en welke ondersteuning nodig is. Dit kan bijvoorbeeld gaan om coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie.

 

Op zoek naar meer informatie over de coronacrisis? 

Hier vindt u een overzicht met informatie voor ondernemers van onze brancheorganisaties, onze kennispartners en onszelf.

Of raadpleeg een van de andere coronadossiers.

Lees meer
Brochure
17-09-2020
Prinsjesdag - eerste reactie VNO‑NCW en MKB‑Nederland
Deze Prinsjesdagnieuwsbrief bevat een eerste overzicht voor ondernemers van de plannen voor het komende jaar, lopende zaken en het economisch beeld zoals deze vandaag op Prinsjesdag 2020 door het kabinet bekend zijn gemaakt.