Corona & werk en inkomen: NOW, TOZO

 

Hoe zorgen we ervoor dat werkgevers die met een grote terugval in omzet worden geconfronteerd door de coronacrisis nog in staat zijn om de lonen van hun werknemers door te betalen en op die manier de werkgelegenheid en het inkomen van mensen in stand houden? En hoe zorgen we ervoor dat zelfstandigen zonder personeel die hun opdrachten zien verdampen ook iets hebben om op terug te vallen? Daarvoor heeft het kabinet in het kader van het Noodpakket banen en economie drie regelingen in het leven geroepen: de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW), de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) en de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo).

 

NOW 1 en 2: Wat zijn de regels en wat is de procedure?

In het kader van de NOW zijn twee afzonderlijke regelingen getroffen, de NOW-1 en de NOW-2, waarbij de eerste regeling het mogelijk maakte een tegemoetkoming in de loonkosten te ontvangen voor de maanden maart t/m mei 2020 en de tweede regeling dit mogelijk maakte voor de maanden juni t/m september 2020. De NOW-2 borduurde voort op de NOW-1, zij het dat de NOW-2 op een aantal voorwaarden afwijkt.

 

Voor wie is de regeling bedoeld?

De NOW-1 en 2 hebben als doelgroep werkgevers die te maken hebben met een omzetdaling van ten minste 20% in drie aaneengesloten kalendermaanden in de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020  resp. vier aaneengesloten kalendermaanden van 1 juni tot en met 30 november 2020. De NOW voorziet in een subsidie in de loonkosten van maximaal 90%. Bij een lagere terugval van de omzet, geldt ook een lagere tegemoetkoming: 100% omzetdaling is 90% tegemoetkoming; 50% omzetdaling is 45% tegemoetkoming. Werkgevers betalen het loon aan betrokken werknemers 100 procent door.

Bij de NOW-1 ging het om een subsidie in de loonkosten in de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020, bij de NOW-2 om de periode van 1 juni tot en met 30 september. Is de omzetdaling minder, dan wordt de subsidie naar evenredigheid verminderd. Ook geldt dat bij een dalende loonsom, bijvoorbeeld omdat medewerkers ontslagen worden, geen loonsubsidie wordt ontvangen over het gedeelte dat de loonsom is gedaald. Dat kan er bij de vaststelling toe leiden dat een gedeelte van het ontvangen voorschot moet worden terugbetaald.

Met de NOW-1 en 2 zijn veel bedrijven en instellingen geholpen om met behulp van de subsidie voor de loonkosten een periode van substantiële omzetdaling te overbruggen. Daarmee is bijgedragen aan het voorkomen van werkloosheid. Werknemers blijven met hun ervaring en kennis voor de getroffen bedrijven en instellingen behouden.

 

Hoeveel werkgevers hebben een beroep gedaan op de NOW-1 en NOW-2?

In totaal hebben ongeveer 140 duizend werkgevers in de NOW-1 en 63 duizend werkgevers in de NOW-2 de NOW-steun ontvangen. De NOW-1 bereikte daarmee 2,6 miljoen werknemers. In de NOW-2 is dit 1,3 miljoen. De sector overige commerciële dienstverlening vertegenwoordigt in de NOW het grootste aantal werkenden (NOW-1: ongeveer 410.000, NOW-2: ongeveer 220.000). Hierna volgen de sectoren horeca en catering (NOW-1: ongeveer 390.000 en NOW-2: ongeveer 230.000) en uitzendbedrijven (NOW-1: ongeveer 400.000 en NOW-2: ongeveer 195.000).

De aanvraagtermijn voor de definitieve vaststelling van de NOW-1 is vanaf 7 oktober 2020 begonnen te lopen. De aanvraagtermijn is 24 weken, of 38 weken als een accountantsverklaring vereist is. De openstelling van het vaststellingsloket voor de NOW-2 is vanwege de werklast van het UWV van
15 november 2020 verschoven naar 15 april 2021.

 

Vaststellingsproces NOW-1

Werkgevers kunnen vanaf 7 oktober 2020 voor de NOW-1 een verzoek indienen om hun subsidie definitief vast te laten stellen. Bij een voorschot vanaf € 100.000 of een definitieve subsidie vanaf € 125.000 is accountantsverklaring nodig. Ondernemingen hebben een derdenverklaring nodig bij een voorschot boven de € 20.000 of een subsidie boven de € 25.000. Een derdenverklaring kan door een administratiekantoor, belastingconsulent, boekhouder, brancheorganisatie of accountant afgegeven worden.

 

Aanpassingen in de NOW-1 en -2

Herstelmogelijkheid aanvraag op werkmaatschappijniveau

Bedrijven die onderdeel zijn van een groep en op werkmaatschappijniveau een NOW-subsidie willen ontvangen, mogen op het moment van de vaststellingsaanvraag alsnog voldoen aan de voorwaarden die gelden voor subsidievaststelling op het niveau van de werkmaatschappij.

Schrappen verplichting om documenten mee te sturen als bewijs voor omzetdaling

Werkgevers hoeven bij de aanvraag om vaststelling van de subsidie in beginsel geen documenten mee te sturen als bewijs voor de opgegeven omzetdaling, of het voldoen aan de voorwaarden die zijn verbonden aan een aanvraag op werkmaatschappijniveau. De documenten kunnen wel opgevraagd worden als er nader onderzoek wordt gedaan.

Aanpassen vervaldatum regeling NOW-1

Zowel de termijnen voor de vaststellingsaanvraag, als de beslistermijn voor het UWV (52 weken), gaan pas vanaf 7 oktober 2020 lopen, in plaats van direct na afloop van het gekozen omzettijdvak.

 

Verduidelijking ten aanzien van het dividendverbod

De bepalingen die het verbod regelen op het uitkeren van dividend en bonussen bevatten een verwijzing naar de jaarvergadering, waarin de jaarrekening van 2020 werd vastgesteld. Volgens minister Koolmees was de bedoeling van de verwijzing om duidelijk te maken dat het verbod alleen zag op het jaar 2020 en niet op 2021, maar wekt de verwijzing de suggestie dat werkgevers hun dividend, bonussen en inkoop eigen aandelen kunnen opsparen en vlak na de jaarvergadering alsnog kunnen uitkeren over 2020. Dit is in strijd met het doel van de betreffende bepalingen: namelijk geen dividend en bonussen voor de directie laten uitkeren en eigen aandelen laten inkopen over 2020. Om deze onduidelijkheid weg te nemen, wordt de oorspronkelijk als verduidelijking bedoelde zinsnede geschrapt .

 

NOW-3: Wat zijn de regels en wat is de procedure?

In de Kamerbrief van 28 augustus was al de verlenging van de noodmaatregelen aangekondigd via het zogenoemde steun- en herstelpakket. De Tweede Kamer heeft daar op 29 september 2020 mee ingestemd. De NOW-3 is op 9 oktober in de Staatscourant gepubliceerd ( Stcrt. 2020 nr. 52209). Onderdeel van het pakket is verlenging van de NOW, de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud, met negen maanden. De negen maanden zijn verdeeld in drie tranches van drie maanden die los van elkaar moeten worden aangevraagd. Niet alle drie de tranches hoeven gebruikt te worden. 

  • derde tranche 01-10-2020 t/m 31-12-2020
  • vierde tranche 01-01-2021 t/m 31-03-2021
  • vijfde tranche 01-04-2021 t/m 30-06-2021

(NB NOW-1 en 2 worden eerste, resp. tweede tranche van de NOW genoemd)

 

Doel van de NOW-3 en hoogte van de subsidie

Voortzetting van de NOW biedt werkgevers en het personeel dat bij hen in dienst is, voor langere tijd zekerheid over de tegemoetkoming in de loonkosten die zij kunnen verwachten. De NOW-3 biedt wel ruimte aan werkgevers om de onderneming te herstructureren waar dat nodig is vanwege de langdurige veranderingen in de economie. Werkgevers krijgen de mogelijkheid geboden de loonsom enigszins te laten dalen zonder dat dit leidt tot verlaging van het subsidiebedrag. De reden van de daling van de loonsom, natuurlijk verloop, door een loonsverlaging in overeenstemming met werknemers of ontslag, is daarbij niet relevant.

Het vergoedingspercentage wordt stapsgewijs verlaagd om bedrijven ook op die manier te stimuleren zich aan te passen aan de nieuwe economische realiteit.

  • In de derde tranche* (1 oktober – 31 december 2020) bedraagt het maximale vergoedingspercentage 80%, en kan de loonsom met 10% dalen zonder dat er op de subsidie gekort wordt.
  • In de vierde tranche (1 januari – 31 maart 2021) bedraagt het maximale vergoedingspercentage 70%, met een loonsomvrijstelling van 15%.
  • In de vijfde tranche (1 april – 30 juni 2021) gaat het om maximaal 60% van de loonsom met een loonsomvrijstelling van 20%.

Korting op de subsidie vindt alleen plaats met het gedeelte waarmee de loonsom meer daalt dan het vrijstellingspercentage.

De maximering van het loon dat voor subsidiëring in aanmerking komt, nu twee maal het maximum dagloon (€ 9.691 per maand), gaat in de vijfde tranche (vanaf 1 april 2021) naar eenmaal het maximumdagloon (nu € 4.845 per maand; de bedragen voor het maximumdagloon worden per 1 januari 2021 geïndexeerd).

 

Voorwaarden verbonden aan NOW-3

De kortingen die golden binnen de NOW-1 en -2 bij een aanvraag tot ontslag om bedrijfseconomische omstandigheden, vervallen in de NOW-3. Het gaat zowel om de 5% korting als geen overeenstemming met vakbonden is bereikt bij grote ontslagen, als om de korting op de subsidie met de loonsom van werknemers voor wie om bedrijfseconomische redenen een ontslagvergunning is aangevraagd.

Wel wordt in de NOW-3 een inspanningsverplichting opgenomen voor de werkgever om mee te werken aan de begeleiding naar nieuw werk van werknemers voor wie tijdens het subsidietijdvak om bedrijfseconomische redenen een ontslagvergunning wordt aangevraagd. De van werk-naar-werkbegeleiding kan bestaan uit bestaan uit scholing, instrumenten en voorzieningen. De werkgever is verplicht om contact op te nemen met UWV via de UWV-telefoon NOW, als die gedurende het subsidietijdvak voor een of meerdere werknemers een ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen indient bij UWV. Werkgevers die dit nalaten, zullen met 5% op de subsidie gekort worden.

De eis dat er geen bonussen of dividend wordt uitgekeerd of eigen aandelen worden ingekocht, blijft bestaan. In de eerste, tweede en derde tranche geldt dit voor 2020, maar voor de vierde en vijfde tranche van de NOW-3 geldt dit voor 2021.

 

Bepaling omzetdaling en loonsom

Het minimale omzetverlies om in aanmerking te komen voor subsidie blijft 20% in de derde tranche, maar gaat omhoog naar 30% in de vierde en vijfde tranche.

De omzetdaling wordt bepaald door een vierde van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet in een door de werkgever te kiezen periode van drie kalendermaanden. Indien er aanspraak wordt gemaakt op de NOW-subsidie in opeenvolgende tranches, is er geen keuze mogelijk, maar dienen de omzetperiodes op elkaar aan te sluiten.

 

Meetperiode omzetdaling:

3de tranche:      3 kalendermaanden in periode 01-10-2020 t/m 28-02-2021

4de tranche:      3 kalendermaanden in periode 01-01-2021 t/m 31-05-2021

5de tranche:      3 kalendermaanden in periode 01-04-2020 t/m 31-08-2021

 

De voorschotten van alle drie de tranches van de NOW-3 zullen worden gebaseerd op de loonsom van juni 2020. Als die in de polisadministratie van het UWV ontbreekt, wordt uitgegaan van de loonsom van april 2020. Voor de loonsom wordt van het sociale-verzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen uitgegaan. Uitbetaalde vakantiebijslag en extra periode salaris (dertiende maand) worden niet meegenomen in de loonsom. Voor aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag wordt net als in de NOW-2  een vaste forfaitaire opslag gehanteerd van 40%.

 

Definitie omzet
Het omzetbegrip is hetzelfde als bij de NOW-1 en 2. Dit betekent onder meer dat subsidies en andere tegemoetkomingen onderdeel zijn van de omzetberekeningen, ook subsidies die worden opgehoogd of verstrekt om deze ondernemingen te compenseren in het kader van de uitbraak van het COVID-19-coronavirus, zoals de TVL. De subsidies op grond van de NOW-1, 2 en 3 worden niet tot de omzet gerekend.

 

Voor de definitie van omzet verwijzen wij verder naar art. 1 lid 2 van de NOW-2:

Onder omzet wordt in deze regeling verstaan de netto-omzet zoals gedefinieerd in artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek gecorrigeerd voor de in de winst-en-verliesrekening verantwoorde wijziging in onderhanden projecten en bepaald op basis van grondslagen en detailtoepassingen die consistent zijn met de grondslagen en detailtoepassingen zoals deze door de werkgever zijn gehanteerd in de laatste voor 1 juni 2020 vastgestelde jaarrekening, mits deze conform de wet- en regelgeving is opgesteld. Voor natuurlijke personen is dit de omzetbepaling die de basis is geweest voor de laatst vastgestelde aangifte voor de Wet inkomstenbelasting 2001, mits deze conform de wet- en regelgeving is opgesteld. Alle baten die voortkomen uit de uitvoering van normale activiteiten van een organisatie, ook als deze gewoonlijk met een andere term dan omzet worden aangeduid, vallen onder omzet in de zin van deze regeling. Onder omzet wordt in deze regeling niet verstaan de subsidie die de werkgever ontvangt op grond van de eerste tranche subsidieregeling.

 

Als een onderneming gestart is na 1 januari 2019, of als na die datum sprake is geweest van overgang van onderneming of van het afstoten van een onderdeel of activiteit, dan geeft de omzet over 2019 geen goed beeld. De referentie-omzet wordt dan bepaald over de hele maanden vanaf de start van het bedrijf, de overgang van onderneming of de afstoting, tot en met 29 februari 2020. Dit wordt dan omgerekend naar een periode van vier maanden. De start, overgang van onderneming of afstoting moet hebben plaatsgevonden voor 1 februari 2020. Bij overgang van onderneming staat het de werkgever vrij om voor deze systematiek te kiezen, maar is hij niet verplicht.

 

Aanvraag, voorschotverlening en vaststelling subsidie

Streven is de aanvraag voor de derde tranche, 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020, mogelijk te maken van 16 november tot en met 13 december 2020. Het aanvraagtijdvak voor de vierde tranche is 15 februari tot en met 14 maart 2021. Voor de vijfde tranche is het beoogde aanvraagtijdvak 17 mei tot en met 13 juni 2021. Na het toekennen van de subsidie, zal de aanvrager een voorschot van 80% ontvangen in drie termijnen. De maximale beslistermijn is 13 weken, maar gestreefd wordt naar betaling van het eerste voorschot binnen 2 à 4 weken.

Aanvragen voor de definitieve vaststelling van de subsidies over alle drie de tranches moeten apart worden gedaan, maar zijn pas mogelijk vanaf 1 september 2021. Nadere informatie over het vaststellingsproces volgt nog. De aanvraag moet worden gedaan binnen 24 weken, of 38 weken als een accountantsverklaring vereist is.

 

Verplichtingen werkgever (art. 12 NOW-3)

De werkgever die subsidie krijgt heeft onder meer de volgende verplichtingen:

  • De subsidie wordt aangewend voor betaling loonkosten
  • De werkgever informeert OR of PVT of werknemers over subsidieverlening
  • De werkgever spant zich in werknemers te stimuleren voor ontwikkeladvies of scholing
  • De werkgever spant zich in voor begeleiding naar ander werk bij (voorgenomen) ontslag
  • De werkgever neemt contact op met UWV voor ondersteuning bij begeleiding naar ander werk bij ontslagvergunningsaanvragen tijdens subsidieperiode
  • De werkgever voert een controleerbare administratie met alle gegevens voor vaststelling van de subsidie en verschaft inlichtingen tot 5 jaar na subsidieverlening
  • Hij meldt schriftelijk omstandigheden die van belang zijn voor wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie
  • Hij doet definitieve opgave van omzetdaling
  • Hij werkt tot 5 jaar na vaststelling mee aan onderzoek over verstrekken subsidie

Verplichting niet uitkeren dividenden en bonussen

De werkgever of rechtspersoon keert voor 3de tranche over 2020, en voor 4de en 5de tranche over 2021 geen dividend aan aandeelhouders uit en geen bonussen aan Raad van Bestuur, bestuur of directie van concern en rechtspersoon en koopt geen eigen aandelen in. Dit geldt alleen als een accountantsverklaring vereist is.

Bij afwijking van de bepaling voor omzetdaling van concerns (art. 6) geldt deze verplichting ook voor het (buitenlands) groepshoofd of moedermaatschappij, en het inkoopverbod van aandelen voor alle rechtspersonen van de groep. Dan moet ook voorafgaand aan de vaststellingsaanvraag een schriftelijke verklaring in het bezit van de  werkgever zijn waarin het groepshoofd of de moedermaatschappij  verklaren dat de verplichting wordt nageleefd.

NB Bonussen en winstuitkeringen aan overige personeelsleden zijn wel toegestaan

De verplichtingen gelden niet voor dividenden, bonussen en aandelen over 2019, ook niet bij betaling in 2020. Bij een gebroken boekjaar gelden de verplichtingen voor het boekjaar of de boekjaren die in de subsidieperiode van de desbetreffende tranche vallen (er kunnen dus twee boekjaren binnen een tranche vallen).Voorbeeld: boekjaar 1 november t/m 31 oktober

  • bij de subsidieperiode voor de 3de tranche (oktober t/m december) gelden de verplichtingen dan zowel voor het boekjaar 01-11-2019 t/m 31-10-2020, als voor het boekjaar 01-11-2020 t/m 31-10-2021

De omzetdaling bij concerns

Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijke persoon gaat het om de (verwachte) omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon. Als sprake is van een samenstelling van rechtspersonen (concern, moeder/dochter) geldt de omzetdaling op concernniveau als deze ten minste 20% is (30% voor de vierde en vijfde tranche). Wel moet de subsidie altijd per rechtspersoon binnen de groep, of per loonheffingsnummer als een rechtspersoon meerdere loonheffingsnummers heeft, worden aangevraagd. Bij de aanvraag is overigens niet te zien op welke (verwachte) omzetdaling de aanvraag gebaseerd is. Dat komt pas aan de orde bij het verzoek om vaststelling van de subsidie.

Is de omzetdaling van het concern minder dan 20% of 30%, dan kunnen werkmaatschappijen (rechtspersonen) met een omzetdaling van ten minste 20% of 30% op grond van de eigen omzetdaling om vaststelling van de subsidie verzoeken. De aanvragen van de verschillende rechtspersonen, en de berekening van de omzetdaling van het concern, moeten zijn gedaan over dezelfde meetperiode. Er geldt wel een aantal aanvullende voorwaarden:

 

  • De werkmaatschappij heeft geen bedrijfsmatige activiteiten die voor meer dan de helft bestaan uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten, en is geen personeels-bv.
  • Een werkmaatschappij met 20 of meer werknemers sluit voorafgaand aan de aanvraag om vaststelling van de subsidie met de belanghebbende verenigingen van werknemers, en bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers, een akkoord over werkbehoud. Hierbij wordt aangesloten bij de ‘belanghebbende verenigingen van werknemers’ in de zin van de Wet melding collectief ontslag (WMCO). Dit zullen veelal de vakbonden zijn met wie de cao gesloten is op bedrijfs- dan wel sectorniveau. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat akkoord van een vertegenwoordiging van werknemers. Dat is in de praktijk de OR, PVT of personeelsvergadering.
  • De verplichting dat over 2020 (30% voor de vierde en vijfde tranche) geen dividenden uit aan aandeelhouders, of bonussen of winstdelingen aan de Raad van bestuur, het bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon, en geen eigen aandelen worden ingekocht, gelden ook voor het gehele concern/de groep of de moedermoedermaatschappij. Ook voor deze maatschappijen geldt dan dat er geen dividend of andere winstuitkering aan aandeelhouders mag worden uitgekeerd, en dat er geen eigen aandelen mogen worden ingekocht binnen de groep. Het verbod op het uitkeren van bonussen ziet binnen de groep slechts op de Raad van Bestuur, bestuur en directie van het groepshoofd of de moedermaatschappij en de rechtspersoon die aanvraagt.

De werkgever moet zich ervan vergewissen dat de groep zich hier daadwerkelijk aan committeert. Voorafgaand aan de aanvraag om vaststelling van de subsidie van de werkgever moet er een schriftelijke verklaring zijn van het groepshoofd of de moedermaatschappij waaruit blijkt dat de verplichtingen zullen worden nageleefd. Dit geldt ook bij een buitenlands groepshoofd of moedermaatschappij. Deze verklaring moet in de administratie worden bewaard. Toekenning van bonussen aan overige personeelsleden is wel toegestaan.

  • De andere werkmaatschappijen binnen een groep mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die ten koste kunnen gaan van de subsidie vragende werkmaatschappij. Hiermee wordt voorkomen dat de omzet van de rechtspersoon waarvoor subsidie wordt aangevraagd, kunstmatig laag wordt gehouden.

 

TOZO: regeling voor zelfstandigen

Veel zelfstandige ondernemers zien hun inkomsten fors teruglopen als gevolg van de coronacrisis. Daarom heeft het kabinet de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers ingesteld. Zelfstandigen met financiële problemen door de coronacrisis kunnen een beroep doen op de Tozo, die uitgevoerd wordt door gemeenten.

De Tozo kent drie regelingen. De eerste gold van 1 maart tot 1 juni, de tweede van 1 juni tot 1 oktober. Deze kunnen niet meer worden aangevraagd. De laatste, Tozo 3, is ingegaan op 1 oktober en geldt tot 1 juli 2021.

 

Twee voorzieningen: uitkering en lening

Vanuit de TOZO kunnen zelfstandigen een beroep doen op twee voorzieningen: inkomensondersteuning en een lening voor bedrijfskapitaal. De regeling, die speciaal gemaakt is voor de coronacrisis, lijkt op de bijstand voor zelfstandigen (Bbz). Zo zijn de bedragen die worden gehanteerd gebaseerd op het sociaal minimum, het bedrag dat mensen nodig hebben voor levensonderhoud. Onder levensonderhoud vallen kosten zoals boodschappen en huur.

 

Partnertoets in TOZO 2.0

Bij Tozo 2.0, die geldt van 1 juni tot 1 oktober, worden de vermogenstoets en de levensvatbaarheidstoets nog steeds buiten beschouwing gelaten. Wel wordt de partnerinkomenstoets nu toegepast. Huishoudens met een inkomen boven het sociaal minimum zullen onder Tozo 2 geen aanspraak meer kunnen maken op een tegemoetkoming in het levensonderhoud.

 

Bedrijfskrediet

Ook de aanvraag voor een bedrijfskrediet blijft mogelijk, tot een maximum van € 10.157. Ondernemers die al eerder een lening hebben aangevraagd ónder dit bedrag, hebben nog de mogelijkheid om bij de gemeente een tweede lening af te sluiten tot het maximumbedrag. Voorwaarde is dat er geen sprake is van surseance van betaling of het bedrijf in een staat van faillissement verkeert.

 

TOZO 3.0: nieuwe regels voor de periode van oktober 2020 tot juli 2021

De Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) is verlengd tot 1 juli 2021 en is in twee delen opgesplitst. Vanaf 1 oktober kan voor maximaal zes maanden een Tozo-uitkering worden aangevraagd, namelijk tot 1 april. Voor deze regeling gold al een partnerinkomenstoets. Huishoudens met een inkomen boven het sociaal minimum konden daardoor al geen aanspraak meer maken op een tegemoetkoming in het levensonderhoud.

Vanaf 1 april 2021 wordt daar ook een beperkte vermogenstoets in de vorm van een toets op beschikbare geldmiddelen aan toegevoegd. Deze toets wordt zodanig vormgegeven dat zelfstandigen niet worden gedwongen onderdelen van hun bedrijf of zelfstandig beroep te liquideren.

De toets houdt in dat ondernemers met meer dan 46.520 euro aan direct beschikbare geldmiddelen (zoals contant geld, bank- en spaarsaldo en aandelen, obligaties en opties e.d.) niet in aanmerking komen voor de Tozo. Ander vermogen, waaronder dat uit de eigen woning, afgeschermd pensioen, bedrijfspand, machines, zakelijke apparatuur en voorraden, wordt buiten beschouwing gelaten.

 

Voorbereiden op nieuwe toekomst

Vanaf 1 januari 2021 start een volgende fase binnen de Tozo, waarbij zelfstandig ondernemers worden ondersteund om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst, hetzij als zelfstandig ondernemer, hetzij als werknemer in loondienst. Gemeenten zullen samen met zelfstandig ondernemers inventariseren of en welke ondersteuning nodig is. Dit kan bijvoorbeeld gaan om coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie.

 

Inkomensondersteuning voor zzp-er en DGA-er

Om inkomensondersteuning te verkrijgen, moet de zelfstandige verklaren dat hij verwacht dat als gevolg van de coronacrisis zijn inkomen minder zal zijn dan het sociaal minimum. Het inkomen wordt dan aangevuld. Hierbij geldt voor gehuwden en samenwonenden dat het inkomen wordt aangevuld tot een bedrag van 1.500 euro netto en voor alleenstaanden tot 1.050 euro netto. Het betreft een gift en hoeft dus niet te worden terugbetaald. Wel moet bij de aangifte inkomstenbelasting deze inkomsten worden opgegeven.

 

1.500 euro is het maximumbedrag

Zelfstandigen die meer verdienen dan de bijstandsnorm, of naast hun onderneming meer loon ontvangen uit een regulier dienstverband dan bijstandsnorm, krijgen geen aanvulling. Voor een echtpaar of samenwonenden (met kinderen) waarvan beide partners zelfstandige ondernemer zijn is 1.500 euro netto het maximumbedrag dat wordt uitgekeerd.

TOZO ook voor dga'ers

Ook een directeur/grootaandeelhouder van een BV (dga) kan een beroep doen op de TOZO. De dga moet dan aan het urencriterium voldoen. Er moet sprake zijn van volledige zeggenschap en van het dragen van de financiële risico’s. Ook dient de dga naar waarheid te verklaren en aannemelijk maken dat zijn BV nu geen salaris kan uitbetalen.

 

Lening voor bedrijfskapitaal voor zelfstandig ondernemer

Zelfstandig ondernemers die als gevolg van de coronacrisis in liquiditeitsproblemen komen, kunnen een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen van maximaal 10.157 euro met een rente van 2 procent. Deze is binnen vier weken beschikbaar. De maximale looptijd van de lening is drie jaar. Tot januari 2021 hoeft niet te worden afgelost. Daarna begint het aflossen.

 

Soepeler en sneller dan Bbz

In vergelijking tot de Bbz bevat de TOZO versoepelde voorwaarden en een versnelde procedure. Een aanvraag voor de Tozo wordt zo veel mogelijk digitaal gedaan en kan binnen vier weken worden afgerond, in plaats van de gebruikelijke 13 weken.

 

Welke voorwaarden gelden bij de TOZO?

De zelfstandig ondernemer moet bij de aanvraag verklaren dat zij verwachten dat als gevolg van de coronacrisis hun inkomen minder zal zijn dan het sociaal minimum. Wanneer dit achteraf anders blijkt te zijn, moet de zelfstandige dit doorgeven aan de gemeente. De versoepeling houdt in dat er geen onderzoek wordt gedaan naar de levensvatbaarheid van het bedrijf. De regeling is zo eenvoudig en snel uitvoerbaar.

 

Urencriterium

De regeling geldt voor zelfstandig ondernemers, onder wie zzp’ers, die in Nederland gevestigd zijn en hoofdzakelijk in Nederland werken. Daarnaast moeten aanvragers voldoen aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek. Dat houdt in dat zij het afgelopen jaar minimaal 1.225 uur per jaar (24 uur per week) als zelfstandige werkzaam zijn geweest. Werkt een aanvrager korter dan een jaar als zelfstandige, dan geldt het urencriterium voor het aantal maanden dat is gewerkt. Tot slot moet een zelfstandige zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel voordat deze regeling is aangekondigd, dus voor 17 maart 2020 18.45 uur.

 

Alleen als het echt nodig is

Het kabinet doet een dringend beroep op zelfstandig ondernemers om alleen gebruik te maken van de regeling als dat echt nodig is. Zo voorkomen we misbruik van publieke middelen en onnodige druk op de uitvoering. Achteraf zal worden gecontroleerd. Gemeenten zijn verplicht om bij fraude de toegekende bijstand terug te vorderen en een boete op te leggen.

 

Wat is in het algemeen de aanpak van VNO-NCW en MKB-Nederland als het gaat om de coronacrisis?

De corona-aanpak van het kabinet is erop gericht om de zorg niet te overbelasten en kwetsbare mensen te beschermen. Tegelijkertijd wil het kabinet de economie zo min mogelijk schaden. VNO-NCW en MKB-Nederland steunen deze uitgangspunten en zijn voortdurend in overleg met het kabinet over de beste aanpak.

 

Meepraten over maatregelen

Door onze contacten met de overheid, zorgen we ervoor dat we meepraten over de maatregelen. De nauwe samenwerking tussen de overheid, de ondernemingsorganisaties en de vakbeweging heeft al drie omvangrijke en waardevolle steunpakketten opgeleverd, met maatregelen zoals de NOW, de TOZO en de TVL, met belastinguitstel en met financieringsregelingen. Deze regelingen zijn niet perfect en daarom dragen we voortdurend suggesties aan bij de overheid tot verbetering. Veel daarvan zijn ook daadwerkelijk overgenomen.

 

Basisregels en protocollen

Het coronavirus is een nieuw virus waartegen in het verleden nog geen resistentie is opgebouwd. Om te voorkomen dat téveel mensen tegelijk opgenomen worden in het ziekenhuis, moet het virus zoveel mogelijk teruggedrongen worden. Daarvoor gelden een aantal basisregels voor iedereen, die ieder voor zich de verspreiding van het virus enigszins tegengaan. Hoe beter dat lukt, hoe minder ingrijpend de maatregelen zijn die moeten worden genomen. Daarom steunen VNO-NCW en MKB-Nederland deze basisregels en werken we samen met brancheorganisaties en de overheid om deze verder uit te werken in protocollen.

 

Economische gevolgen

Doordat in Nederland in het voorjaar is gekozen voor een ‘intelligente’ lockdown met minder vergaande maatregelen dan in andere landen (niet alle winkels dicht bijvoorbeeld), is de economische terugslag tot nu toe geringer geweest dan in veel andere landen. Wat niet wil zeggen dat de gevolgen voor individuele bedrijven en specifieke sectoren niet alsnog dramatisch zijn. Ook daarvoor proberen we oplossingen te verzinnen en aandacht te krijgen bij de politiek. 

 

Investerend uit de crisis

Daarnaast willen we voorkomen dat de economie nog jarenlang last houdt van deze pandemie. Alleen door bedrijven de ruimte te geven om weer te investeren in de toekomst, bijvoorbeeld met de door ons voorgestelde baangerelateerde investeringskorting, creëren we nieuwe kansen en nieuwe werkgelegenheid. De overheid gaat ook zelf bijdragen door geld beschikbaar te stellen voor grootschalige projecten die Nederland klaarstomen voor de toekomst. Dit doet het kabinet onder meer met het Groeifonds. Investerend de crisis uit is daarom het motto van VNO-NCW en MKB-Nederland en inmiddels ook van het kabinet.

 

Beleid kritisch volgen

Ook in de komende maanden zullen VNO-NCW en MKB-Nederland de politieke discussie, alle nieuwe overheidsmaatregelen en wetgeving en de ontwikkelingen rond het testbeleid kritisch blijven volgen. Juist omdat de ontwikkelingen zo snel gaan en er vaak snel gehandeld moet worden, blijven we zowel voor als achter de schermen in gesprek.

 

Op zoek naar meer informatie of onze Q&A over de nieuwste maatregelen? 

Hier vindt u een overzicht met informatie voor ondernemers van onze brancheorganisaties, onze kennispartners en onszelf. Ga voor een overzicht van alle vragen en antwoorden over de aanvullende maatregelen van 28 september naar onze Q&A-pagina.

Of raadpleeg een van de andere coronadossiers.

Lees meer
Brochure
17-09-2020
Prinsjesdag - eerste reactie VNO‑NCW en MKB‑Nederland
Deze Prinsjesdagnieuwsbrief bevat een eerste overzicht voor ondernemers van de plannen voor het komende jaar, lopende zaken en het economisch beeld zoals deze vandaag op Prinsjesdag 2020 door het kabinet bekend zijn gemaakt.