‘Pensioenfondsen moeten actievere rol spelen bij overnames bedrijven’

01-06-2017

‘Pensioenfondsen moeten een veel actievere rol kunnen spelen om als (kern)aandeelhouders in vijandige situaties de langetermijndoelen van Nederlandse bedrijven te bewaken.’ Dat schrijft VNO-NCW in een position paper aan de Tweede Kamer voorafgaand aan de hoorzitting van vandaag in de Tweede Kamer over vijandige overnames.

 

Institutionele beleggers 

Het is van belang dat Nederlandse institutionele beleggers een grotere rol kunnen spelen als aandeelhouder en investeerder in Nederlandse ondernemingen, aldus VNO-NCW. Met een bedrag van circa 1400 miljard euro aan belegd vermogen kunnen zij meer doen om langetermijnwaardecreatie en duurzaamheid te waarborgen dan nu het geval is. In de praktijk nemen institutionele beleggers maar een paar procent van de aandelen van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven voor hun rekening. In andere landen ligt dit percentage veel hoger.

 

Actief tegenwicht bieden 

Hans de Boer, voorzitter VNO-NCW: ‘Onze pensioenfondsen zijn zo groot dankzij de premies die hier in Nederland worden opgebracht. Een stuk ‘bemesting’ van de eigen bodem is op zijn plaats. Als pensioenfondsen een iets groter belang nemen kunnen zij actiever tegenwicht bieden aan partijen die alleen maar voor kortetermijngewin gaan. Ook versterken we zo de positie van de fondsen met meer en betere analisten en komt er meer aandacht voor de langetermijnprestaties van ondernemingen. Dit past uitstekend in ons Rijnlandse model.’

 

Wettelijke bedenktijd 

VNO-NCW benadrukt dat de introductie van een wettelijke bedenktijd van één jaar om te reageren op een overnamebod vanwege de gewijzigde omstandigheden in de wereld noodzakelijk is. De belangen van alle stakeholders kunnen dan in een ordentelijk proces worden afgewogen zonder dat – zoals nu in de Akzo-zaak – bestuurders en commissarissen voortdurend juridisch onder vuur liggen. Het is uiteindelijk aan ondernemingen of zij van de mogelijkheid gebruik maken. ‘Overnames horen bij de dynamiek van het ondernemerschap en besluiten daarover horen niet op het Binnenhof,’ aldus VNO-NCW.