'OZB blijft laatste redmiddel voor gemeentelijke begroting'

21-01-2016

Gemeenten gebruiken graag de onroerendezaakbelasting (OZB) voor bedrijfspanden om de begroting sluitend te maken. Dat blijkt uit het jaarlijkse lokale lasten onderzoek van Forum, het opinieblad van VNO-NCW. Vooral gemeenten die het financieel zwaar hebben, negeren de macronorm van 1,57 procent die het Rijk gesteld heeft voor dit jaar. De elf grootste gemeenten houden zich dit jaar in. Wel lijken gemeenten het nieuwe goud te hebben ontdekt: de precariobelasting.

 

Snijden
Jon Herselman, wethouder van Financiën in Kapelle, zegt in Forum dat gemeenten relatief snel naar de OZB grijpen bij een gat in de begroting. 'Begin nou eens bij je eigen organisatie', stelt Herselman, die zelf juist besloot om te snijden in het ambtelijke organisatie. 'Wij hebben onze hele gemeente opnieuw getekend.' Gemeenten die gebukt gaan onder financiële nood, zoals bijvoorbeeld Amersfoort en Delft, verhogen de OZB echter met meer dan 10 procent. Door gemaakte fouten in het verleden lijkt er voor hen haast geen andere opties dan de OZB verhogen. Daar lijden ondernemers nu onder.

 

Macronorm
Daaruit blijkt ook dat de macronorm, het maximale percentage van 1,57 procent waarmee de OZB-opbrengsten in alle gemeenten samen in 2015 mogen stijgen van Rijk, slecht werkt. Overschrijden de gemeenten de norm gemiddeld wel, dan mag het Rijk alle gemeenten minder uitkeren in het gemeentefonds. Ondernemers pleiten al jaren voor een zogenoemde micronorm, waarbij elke gemeente individueel verantwoordelijk is voor eigen beleid en de OZB-opbrengsten niet meer mag laten stijgen dan het inflatiepercentage. 

 

Netjes
De meeste grote gemeenten houden het dit jaar wél netjes. Rotterdam, Tilburg en Utrecht laten de gemiddelde aanslag zelfs dalen. Apeldoorn, dat het financieel zwaar heeft, heeft ondanks meerdere verzoeken geen gegevens aangeleverd. Alleen Breda, Nijmegen en Groningen zitten iets boven de macronorm.

 

Precario
Een andere belasting waar steeds meer gemeenten naar grijpen, is de precario. Dit is een heffing op leidingen en kabels die onder gemeentelijke grond doorlopen. De opbrengst van deze heffing steeg maar liefst 26,6 procent van 154 miljoen euro in 2015 naar 195 miljoen euro in 2016. Voor veel gemeenten is het een handige truc om ongezien veel geld binnen te halen, omdat precario nou eenmaal 'onzichtbaar' is voor de burger. De inning loopt immers via het nutsbedrijf. Wim Drossaert, directeur van waterbedrijf Dunea, vindt het onbegrijpelijk. 'Aan klanten is het niet uit te leggen dat de waterrekening hoger wordt, terwijl onze tarieven juist omlaag zijn gegaan.'

 

Lees hier het hele artikel.