'Overeenkomst Britten en EU maakt geen einde aan tijdsdruk Brexit'

08-12-2017

VNO-NCW en MKB-Nederland zijn positief over het feit dat de EU en het Verenigd Koninkrijk afspraken hebben gemaakt die er op neer komen dat het onderhandelingsproces over de Brexit een nieuwe fase in gaat. EU-Commissie-voorzitter Juncker en de Britse premier May maakten vanochtend bekend dat ze het eens zijn geworden over een aantal grote knelpunten in het proces. De ondernemingsorganisaties blijven pleiten voor een ruime overgangsfase in de handelsbetrekkingen.

 

Handelsrelatie

Met de afspraken over de financiële afhandeling, de grens met Ierland en de positie van EU-burgers in het het Verenigd Koninkrijk, wordt de weg geplaveid om na de EU-top van volgende week echt afspraken te kunnen maken over de toekomstige handelsrelatie. Dat is een goede zaak, vinden VNO-NCW en MKB-Nederland, want de tijd dringt. En het uitonderhandelen van de toekomstige handelsrelatie is een ingewikkelde klus waarbij grote economische belangen op het spel staan. Zonder goede handelsafspraken zijn de gevolgen gigantisch voor ondernemers, de economische groei en de werkgelegenheid.

 

Nieuw mandaat

Voordat de onderhandelingen over een handelsakkoord kunnen beginnen, moeten de afspraken van May en Juncker nog goedgekeurd worden op komende Europese top. Voor de volgende fase is een nieuw mandaat nodig van de EU-lidstaten aan onderhandelaar Barnier. Waarschijnlijk kan dat in hij in januari krijgen om een overgangstermijn te onderhandelen. De vaststelling van het mandaat over het uiteindelijke handelsakkoord zal mogelijk meer tijd kosten. Ook moet nog bepaald worden wie daarvoor de onderhandelaar zal zijn.

 

Transitieakkoord

Het betekent volgens VNO-NCW en MKB-Nederland dat de resterende tijd om een handelsakkoord uit te werken extreem kort blijft. Uiterlijk in oktober 2018 moeten de EU en het VK tot een akkoord gekomen zijn over de transitiefase. Normaal gesproken gaan er jaren overheen voordat een handelsakkoord rond is. De ondernemingsorganisatie blijft daarom aandringen op een zogenaamd status quo transitieakkoord. Daarbij moet in ieder geval de interne markt overeind blijven tot er een definitieve overkomst is, zodat er maar één transitiemoment komt voor ondernemers in plaats van meerdere momenten.