‘Kabinet moet wettelijke bedenktijd bij overnames snel invoeren’

19-05-2017

Nederland moet haast maken met het invoeren van een wettelijke bedenktijd die beursgenoteerde bedrijven kunnen inzetten bij een vijandige overnamepoging. Dat zegt VNO-NCW aan de vooravond van de zaak die bij de Ondernemingskamer dient over AkzoNobel. Het huidige kabinet kan de broodnodige nieuwe wetgeving vast in werking zetten nu de formatie van een nieuw kabinet op zich laat wachten.

 

Speelveld gewijzigd

Nederland en Nederlandse bedrijven zijn gebaat bij een open economie. Maar bedrijven zijn nu vaak relatief onbeschermd, terwijl het internationale speelveld flink is gewijzigd. Zo zorgen de kunstmatige lage eurokoers, de America-first-politiek van Donald Trump en de opkomst van ondernemingen uit landen die zelf moeilijk toegankelijk zijn voor onevenwichtige verhoudingen. Nederlandse (multinationale) bedrijven dreigen hierdoor een te gemakkelijke overnameprooi te worden.

 

Belang multinationals

Multinationale bedrijven zijn van groot belang voor de Nederlandse samenleving. Ook toeleveranciers, universiteiten en investeringen in r&d worden geraakt bij een overname. Zorgvuldigheid gaat bij overnames daarom boven snelheid. Een wettelijke bedenktijd van een jaar, zoals VNO-NCW ook al eerder voorstelde, kan rust brengen in het proces, bijvoorbeeld bij aanvallen van activistische aandeelhouders.

 

Duurzaamheid onder druk

VNO-NCW benadrukt dat deze bedenktijd ook van belang is omdat korte termijn winstbejag het nooit mag winnen van lange termijn waardecreatie en duurzaamheid. Met een extra bedenktijd wordt ervoor gezorgd dat het bestuur en de RvC langer de tijd krijgt voor een ordentelijk proces, aanscherping van de eigen strategie of om bijvoorbeeld een alternatief bod uit te lokken, aldus VNO-NCW. Uiteraard is het aan de bedrijven zelf of ze ook gebruik maken van een bedenktijd.

 

Onderzoek nodig

Volgens de ondernemersorganisatie moet verder onderzocht worden hoe barrières voor institutionele beleggers kunnen worden weggenomen om steviger te participeren in Nederlandse bedrijven. Daarnaast is onderzoek nodig naar de mogelijkheid om preferente aandelen uit te geven ter bescherming van de onderneming.