'Gooi deuren mbo open voor werkenden'

04-12-2017

Het mbo moet een veel belangrijker rol gaan spelen bij de (permanente) ontwikkeling van werkenden. Daarvoor moet bestaande wetgeving snel worden aangepast zodat werkenden, óók na werktijd en op zaterdag, hun kennis daar eenvoudig kunnen bijspijkeren. Dat schrijven VNO-NCW en MKB-Nederland aan de Tweede Kamer met het oog op de behandeling van de OCW-begroting. De ondernemingsorganisaties trekken hierin samen op met de MBO-raad en met de NRTO (de private onderwijsaanbieders), zodat leven lang ontwikkelen echt tot volle wasdom komt in Nederland.

 

Leven lang ontwikkelen een must

Met de toenemende robotisering en onder meer de stijgende AOW-leeftijd, is het essentieel dat werkenden zich een leven lang blijven ontwikkelen. VNO-NCW en MKB-Nederland stellen voor om hiervoor ook de infrastructuur van mbo-scholen in te zetten, naast en in goede harmonie met het particulier onderwijs. De gebouwen, de kennis en de docenten zijn er al.

 

Of je nu installateur bent of verpleegkundige, iedereen moet zich permanent blijven ontwikkelen in het licht van de enorme veranderingen, aldus de ondernemingsorganisaties. Voor de mbo-scholen en docenten is dit aantrekkelijk om de teruglopende instroom van jongeren te compenseren en tegelijk voeling te houden met de zich snel ontwikkelende praktijk. Tegelijkertijd is er een private markt waar veel expertise en maatwerk wordt geboden. Het is verstandig dat zowel een publiek als privaat bekostigde aanpak wordt gestimuleerd.

 

Erken praktijkvaardigheden

VNO-NCW en MKB-Nederland wijzen er wel op dat er veel moet gebeuren om dit voor elkaar te krijgen. Zo vraagt onderwijs voor werkenden bijvoorbeeld om meer modulair onderwijs, leren op de werkplek én docenten met kennis van de nieuwste ontwikkelingen. Ook moet worden erkend wat mensen al aan kennis in de praktijk hebben opgedaan, zonder dat ze soms een startdiploma hebben.

 

Wetgeving hindernis

Om de deur van de mbo-lokalen echt open te zetten voor volwassenen moet de huidige mbo-wetgeving worden aangepast in lijn met eerdere aanbevelingen van onder andere de MBO-raad en de SER. Zo zijn scholen bijvoorbeeld gebonden aan een specifiek aantal uren dat zij moeten geven. Dat is logisch bij jongerenonderwijs, maar niet voor werkenden. Ook moeten werkenden onderdelen van een opleiding kunnen volgen in plaats van een volledige opleiding. Verder moeten mensen actiever worden geïnformeerd over de kansen die er al zijn om een opleiding te volgen (trekkingsrechten) en moet de nieuwe individuele leerrekening ook voor ontwikkeling in het mbo worden ingezet.