'China niet automatisch markteconomie'

13-05-2016

VNO-NCW en MKB-Nederland hebben begrip voor de motie van het Europees Parlement om China nog geen markteconomie-status te geven. China zou daar mogelijk recht op hebben op grond van een vijftien jaar geleden gesloten verdrag, maar het Europarlement vindt dat het land eerst aan vijf belangrijke eisen moet voldoen. Tot die tijd vindt het parlement dat de bestaande mogelijkheden om Chinese producten extra te belasten bij dumping, moeten blijven bestaan.

China heeft in 2001 bij het aantreden in de Wereldhandelsorganisatie WTO een overgangstermijn van vijftien jaar gekregen om te voldoen aan de status van markteconomie. Die status verandert de wijze waarop tegen China wordt aangekeken bij antidumpingmaatregelen. In december loopt die termijn af. Over het vervolg wordt binnen de EU en de WTO verschillend gedacht. De Europese Commissie heeft nog geen definitief standpunt bepaald. 

Voor de ondernemingsorganisaties staat voorop dat de EU een gezonde en evenwichtige relatie houdt met China. Dat betekent dat de EU zich houdt aan de uitgezette lijn in de WTO- regelgeving, maar zich bewust blijft van de toezegging die vijftien jaar geleden is gemaakt. In dat licht blijft het belangrijk dat Europa goede instrumenten heeft en houdt voor handelsbescherming, die recht doen aan de daadwerkelijke situatie van de Chinese markt, vinden zij. Het automatisme dat China in 2017 die markteconomiestatus krijgt, zien zij niet.

Daarbij is de EU niet de enige partij in deze discussie, benadrukken de ondernemingsorganisaties. Zij vinden dat Europa in gesprek moet blijven met andere belangrijke WTO-partners zoals de VS om ervoor te zorgen dat er één lijn wordt aangehouden waardoor handelsstromen niet worden verlegd door onderlinge verschillen in opvatting. De Europese ondernemerskoepel BusinessEurope pleit daarnaast voor goed overleg met China over de kwestie.