Zorg voor een evenwichtige Europese aanpak van conflictmineralen

15-03-2016

In maart 2014 publiceerde de Europese Commissie, in samenwerking met de Hoge Vertegenwoordiger voor het EU Buitenlands- en Veiligheidsbeleid de mededeling 'Responsible sourcing of minerals originating in conflict-affected and high-risk areas'. De Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger stelden daarin een geïntegreerde EU-aanpak voor die ervoor moet zorgen dat opbrengsten uit de handel in mineralen niet meer kunnen worden gebruikt om gewapende conflicten te financieren. Het document bevat een voorstel voor een verordening tot instelling van een vrijwillig zelfcertificeringssysteem voor de Europese importeurs van de ruwe grondstoffen (tin, tantaal, wolfraam en goud). Dit betekent dat importeurs zich kunnen laten certificeren door due dilligence toe te passen – dat wil zeggen dat zij moeten vermijden om schade in de betrokken gebieden te veroorzaken, door hun aan- en verkopen op te volgen en te beheren in overeenstemming met de richtsnoeren van de OESO.
 
Inmiddels is het concept wetsvoorstel door zowel het Europees Parlement als de Europese Raad behandeld en is de trialoog-fase aangebroken. Trialogen zijn informele onderhandelingen tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie, gericht op het bereiken van overeenstemming aangaande wetgevingsvoorstellen. Begin februari vond de eerste trialoog plaats, waaruit bleek dat de visies van de Europese Raad en het Europees Parlement met betrekking tot dit dossier uit elkaar lagen. Het Europees Parlement wil nog verder gaan in de aanpak van grondstoffenhandel in conflictgebieden en stelde daarom een verplicht systeem voor importeurs voor, in tegenstelling tot het originele voorstel van de Europese Commissie voor een vrijwillig systeem. Deze verplichte aanpak zou volgens het Europees Parlement niet alleen voor grondstofimporteurs moeten gelden, maar ook voor bedrijven die tin, tantaal, wolfraam en goud verwerken in hun producten (dit zijn de zogenaamde downstream users).

VNO-NCW en MKB-Nederland stellen dat een verplichtende aanpak rigide is en bovendien onvoldoende flexibiliteit biedt voor alle spelers in de keten om in voldoende mate in te kunnen spelen op de Europese verordening. Hoe dieper de keten, hoe moeilijker het wordt voor bedrijven om alle toeleveranciers te bereiken en alle data te verzamelen. Daarnaast missen aanbieders - zeker in het midden- en kleinbedrijf - ervaring en middelen om te voldoen aan dergelijke uitvoerige due dilligence. Het achterhalen van de herkomst van mineralen van alle toeleveranciers, ook buiten de Europese Unie, is praktisch onmogelijk. Uitbreiding van de due dilligence naar downstream users zou het systeem daarom minder voorspelbaar, meer bureaucratisch en meer kostbaar maken. Het Europese en Nederlandse bedrijfsleven zijn gecommitteerd aan het bestrijden van illegale winning van mineralen en het daarmee potentieel financieren van conflictgebieden. Er bestaan al vele door het bedrijfsleven opgepakte initiatieven gebaseerd op internationale standaarden, zoals de OESO richtlijnen en de 'UN Guiding Principles on Business and Human Rights'. Het is van belang dat de Europese Unie een regime voor conflictmineralen opstelt dat deze initiatieven erkent en daarop voortbouwt.

Nieuwsbrief Blik op Europa

Meld u aan voor de tweewekelijkse nieuwsbrief 'Blik op Europa' met de standpunten van VNO-NCW en MKB-Nederland op actuele EU-dossiers.