Damen: 'Behandel defensie niet als een markt'

28-02-2019

Ondanks het streven naar meer EU-samenwerking is het belangrijk voor beleidsmakers om rekening te houden met vijf belangrijke zaken, stelt Harriët Slager, Sr. Manager EU Government Affairs voor Damen (DSNS).

 

Waarom is het EU defensiebeleid belangrijk voor Damen?

Om samenwerking tussen de defensie-industrieën te bevorderen heeft de EC een onderzoeks- en ontwikkelingsbudget beschikbaar gesteld van 13 miljard euro (periode 2021-2027). Het doel is dat de Europese defensie-industrieën en onderzoeksinstituten gezamenlijk aan projecten gaan werken. De producten die hieruit voortkomen, moeten vervolgens door meerdere overheden gezamenlijk worden ingekocht. Damen ziet hierin mogelijkheden voor samenwerking met andere landen.

 

Op welke terreinen kan het EU defensiebeleid worden verbeterd?

Damen (DSNS) is de enige Nederlandse werf die in eigen beheer complexe marineschepen kan ontwerpen, bouwen, integreren, leveren en onderhouden. Samen met het Nederlands maritieme cluster (veelal mkb), onderzoeksinstituten en buitenlandse partijen bouwt DSNS al decennia grote marineschepen voor de Koninklijke Marine en de export. DSNS fungeert hierbij als hoofdaannemer, die alle producten, technologieën en systemen integreert tot state of the art schepen. We moeten, binnen de Europese context, deze belangen van onze zelfscheppende marinebouw goed bewaken. Daarbij is vooral samenwerking met andere middelgrote Europese landen van groot belang. Alleen op deze manier ontstaat zoveel mogelijk gelijkwaardige samenwerking. 

 

Wat moet de EU op het gebied van defensie nu écht gaan regelen voor scheepswerven? 

Echter, ondanks het streven naar meer EU-samenwerking is het belangrijk voor beleidsmakers om rekening te houden met de volgende zaken:

 

  • Behandel defensie niet als een markt. Het woord ‘defensiemarkt’ is een ongelukkige keuze, want er is geen sprake van marktwerking, maar van nationale politieke veiligheidsvraagstukken.

 

  • Eindgebruikers zijn 28 nationale overheden: Zolang de eindgebruikers nationaal zijn zal de defensiemarkt nooit echt Europees worden.

 

  • Private werven moeten concurreren met staatswerven: De grootste marinewerven uit de grotere EU lidstaten zijn geheel of deels in handen van de staat. Het is onmogelijk een open markt en gelijk speelveld (‘level playing field’) te creëren met staatsbedrijven. 

 

  • Europese export criteria nationaal geïnterpreteerd. Gezamenlijke inkoop zal stranden als de deelnemende overheden het onderling niet eens worden over de eindbestemming van een product. In de praktijk worden de 8 gemeenschappelijke export criteria nationaal zeer verschillende geïnterpreteerd. Dit verhindert een ‘level playing field’.

 

  • Verschillende systemen zijn juist goed: Europa kijkt naar de Verenigde Staten en veronderstelt dat het bouwen van minder scheepstypes goedkoper is. Los van het feit dat wij marineschepen vele malen goedkoper[1] produceren dan de Verenigde Staten, is een zekere diversiteit van systemen in Europa helemaal niet slecht. Het bevordert innovatie door onderlinge concurrentie, wat de prijs ten goede komt. Samenwerking moet dus geen consolidatie tot doel hebben, want dat levert zeker niet het meeste innovatieve schip op voor de beste prijs.

 

[1] Beleidsdoorlichting Marinestudie 2005- Ministerie v Defensie, 2016.

Nieuwsbrief Blik op Europa

Meld u aan voor de tweewekelijkse nieuwsbrief 'Blik op Europa' met de standpunten van VNO-NCW en MKB-Nederland op actuele EU-dossiers.