‘We zijn goed voorbereid op Brexit, maar daarmee is lang niet alles gezegd’

28-03-2019

Nederlandse ondernemers zijn steeds beter voorbereid op een no-deal Brexit, zo bleek uit nieuwe cijfers. Mooie resultaten van twee jaar hard werken met talloze Brexit-events, de Brexit-buddy’s, een tweewekelijkse nieuwsbrief en hulpbijbrexit.nl. De Brexit Impact Scan is inmiddels zelfs al meer dan 80.000 keer ingevuld. 

Alle dingen die je kan doen als ondernemer zijn inmiddels wel duidelijk, zoals je douanezaken die je al kan regelen of het doorlichten van je supply chain op risico’s. Toch zijn er nog talloze onzekere factoren waar je als ondernemer maar weinig grip op kan krijgen. Wij zetten de tien belangrijkste knelpunten, onzekerheden en aandachtspunten voor ondernemers op een rij in aanloop naar 12 april. 

 

1: Files en blokkades.

Niet alleen Nederlandse ondernemers moeten zich gemeld hebben bij de douane en een EORI nummer hebben aangevraagd en daarnaast geregistreerd zijn via het logistieke communicatie systeem van de havens ‘Portbase’. Ook de buitenlandse ondernemers die via Nederland de grens over zullen gaan, zullen dit moeten doen. Vanuit VNO-NCW en MKB-Nederland hebben wij onze counterparts uit buurlanden daarop gewezen. Toch verwachten wij dat velen niet op de juiste wijze geregistreerd zullen zijn. Dit kan dus ondanks alle maatregelen die zijn genomen flinke files veroorzaken bij de havens en de ferries. Ook is niet uit te sluiten dat bij een harde Brexit blokkades ontstaan door andere groepen die getroffen worden. Denk bijvoorbeeld aan stakingen. Gelet op wat de recente stakingen in Calais al voor impact hadden is de schade hiervan niet te overzien. 

 

2: Procedurele knelpunten.

Voor de douane en andere inspecties is de Brexit ook een unicum. Niet eerder hebben zij meegemaakt dat de status van een land van de ene op de dag wijzigt in een derde land status. Ook de periode van onzekerheid is ongekend lang en sommige noodzakelijke wijzigingen in IT-systemen worden nu opgehouden vanwege Brexit. Bij de douane en andere inspecties blijkt het verder erg lastig om te anticiperen in hun procedures op de nieuwe situatie. Zo kan een vergunning voor passieve veredeling bijvoorbeeld pas worden afgegeven na de Brexitdatum, als VK al een  derde land is. Dit terwijl bedrijven deze aanvraag juist nu al willen doen. Ook een aanvraag van een EORI-nummer door een bedrijf dat geregistreerd is in het VK, blijkt buitengewoon lastig. En wettelijke termijnen van 120 dagen bieden niet de snelheid en flexibiliteit die er in deze unieke situatie gewenst is. 

 

3: Capaciteitstekort bij douane en andere inspecties.

VNO-NCW en MKB-Nederland hebben geruime tijd geleden gepleit voor flinke capaciteitsuitbreiding bij douane en andere inspecties, zoals NVWA. Deze capaciteitsuitbreiding heeft plaatsgevonden, maar wel gefaseerd. Daarnaast moet het personeel ook nog goed opgeleid worden. Wij voorzien dat de capaciteitsuitbreiding op dit moment daarom nog onvoldoende is om aan de grote vraag te kunnen voldoen. Daarnaast heeft het Verenigd Koninkrijk nog nauwelijks geïnvesteerd in capaciteitsuitbreiding, waardoor er ook aan de andere kant van de grens knelpunten zullen ontstaan. De douane werkt daarnaast voor een deel nog steeds met fysieke stempels; verdere digitalisering zou knelpunten kunnen voorkomen. Dit verdient de hoogste prioriteit. 

 

4: knelpunten rond infomatiesystemen.

Bedrijven maken gebruik van informatiesystemen en databases die ze koppelen aan hun bedrijfsprocessen, zoals inkoop, bevoorrading, opslag, verkoop en facturatie. SAP is een voorbeeld van zo’n systeem. Echter, de wijziging  van het VK van ‘EU-land’ naar ‘derde land’ moet verwerkt worden in zo’n systeem en dat neemt tijd in beslag. Hierdoor kunnen er op en net na 29 maart knelpunten ontstaan waar bedrijven weinig aan kunnen veranderen. 

 

5: Juridische knelpunten.

Veel wetgeving en regulering is momenteel vastgelegd in de EU en valt onder jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. Maar die is niet altijd in alle situaties toereikend. Bijvoorbeeld in het geval van grensoverschrijdende fusies. Hiervan is vastgelegd hoe dat moet bij fusies binnen de EU, maar er is geen wetgeving over fusies met landen die buiten de EU vallen. Dat betekent dat het VK straks buiten de wetgeving valt. Als een ondernemer dus zijn hoofdkwartier of juist een dochtermaatschappij wil verplaatsen van Nederland naar het Verenigd Koninkrijk- of andersom- dan kan die niet meer terugvallen op de relatief makkelijke fusievariant.

Omdat het Brexit traject verloopt zoals het verloopt zullen veel ondernemers pas een goede keuze voor bijvoorbeeld Nederland of het Verenigd Koninkrijk kunnen maken nadat Brexit een feit is. Op dit moment is er geen wettelijke overgangsregeling voorzien, die zo een gemakkelijke overgang zou faciliteren. Ook bij andere wetgeving die na de Brexit komt te vervallen is er niet altijd een alternatief geregeld.

 

6: De menselijke kant

Werknemers met Britse nationaliteit die reeds in Nederland wonen en werken voor 29 maart hebben 15 maanden de tijd gekregen om zich aan te passen aan een Brexit zonder akkoord. Gedurende deze 15 maanden worden ze nog steeds beschouwd als EU onderdanen en mogen ze zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland werken. Voor nieuwe gevallen, werknemers die na 29 maart 2019 in Nederland komen werken, geldt echter wel een vergunningsplicht.

Wanneer de Europese sociale zekerheidsverordening niet meer van toepassing is zijn de detacheringsbewijzen, de A1 verklaringen, niet meer geldig. Op dat moment zal nagegaan moeten worden hoe de werknemers sociaal verzekerd zijn. Dubbele verzekering in zowel het Verenigd Koninkrijk en Nederland is dan niet te voorkomen.

Op arbeidsrechtelijk gebied ontstaan een aantal problemen door het niet meer kunnen toepassen van de Europese grondrechten inzake het vrij verkeer van werknemers en het vrij verrichten van diensten. Op basis van deze grondrechten zijn veel verordeningen en richtlijnen genomen ter bescherming van de werknemers.

 

7: De fiscale kant.

Nederland heeft eenzijdig een overgangsmaatregel aangekondigd, in het geval dat het VK de EU verlaat in een no-deal scenario. Ook na een no-deal Brexit blijft het bilaterale belastingverdrag Nederland – VK in stand.

Speciale aandacht bestaat, naast de ondernemers die goederen im- en exporteren vanuit en naar het VK, voor Nederlandse gepensioneerden in het VK, Britse werknemers die in Nederland werken en zogenaamde toeslagontvangers. Een no-deal-scenario heeft voor alle 3 categorieën nadelige gevolgen vanwege het wegvallen van de speciale fiscale status. Staatssecretaris Snel van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer voorgesteld om het VK voor een aantal belastingwetten voor het lopende belastingjaar, dat wil zeggen tot 31 december 2019, te beschouwen als deel uitmakend van de EU waardoor het huidige fiscale regime van toepassing blijft. Dat zou betekenen dat fiscale inwoners van het Verenigd Koninkrijk tot eind 2019 in aanmerking kunnen blijven komen voor de status van de kwalificerende buitenlands belastingplichtige. Daarmee kunnen de negatieve gevolgen van een no deal Brexit, dat wil zeggen het wegvallen van (het belastingdeel van de) heffingskortingen en de mogelijkheid om aftrekposten te realiseren, in ieder geval tot eind 2019 achterwege blijven.

Een andere belemmering is het ontbreken van coördinatie tussen de verschillende soorten Nederlandse overgangsregelingen bij een no deal Brexit. Bij een harde Brexit is de Europese sociale zekerheidsverordening niet langer van toepassing. Dubbele verzekerring is dan niet te voorkomen. De werknemer zou verplicht kunnen worden ook in Nederland sociale premies te betalen. Hij krijgt dan recht op het premiedeel van de heffingskortingen. Dat blijft ook zo na eind 2019. Het belastingdeel van de heffingskortingen is door de fiscale overgangsregeling onder voorwaarden van toepassing tot eind 2019. Dat maakt de salarisadministratie nog complexer. Ook bestaat een onderscheid ten aanzien van de overgangstermijn van 15 maanden voor migratierecht.

 

8: Pensioenen

De Europese pensioenrichtlijn bepaalt dat een werknemer zich niet verplicht hoeft aan te sluiten bij een pensioenregeling in het werkland als hij in het eigen land al deelneemt aan een aanvullende pensioenregeling. Als straks deze richtlijn niet meer van toepassing is, kunnen werkgevers en werknemers te maken krijgen met dubbele deelname en dubbele kosten.

Nu is bij detacheringen vanuit derde landen zo dat de Nederlandse Belastingdienst een buitenlandse pensioenregeling kan goedkeuren. Als het VK toetreedt tot de EER, kan het ook van deze relatief eenvoudige procedure gebruik maken. Als dit niet het geval is, kan de werkgeversbijdrage aan een Nederlandse pensioenregeling van een in de VK gedetacheerde werknemer niet langer worden vrijgesteld, maar wordt dan aangemerkt als belast loon. Als het VK een derdeland wordt, dan krijgen Britten die in Nederland werken te maken met de aftopping zoals die voor de opbouw van pensioen in Nederlandse pensioenregelingen van toepassing is. 

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid moet nog duidelijkheid geven over het hanteren van een overgangstermijn. Gedacht wordt aan het voor een bepaalde termijn er van uitgaan dat het Verenigd Koninkrijk en onderdanen van het Verenigd Koninkrijk beschouwd worden als EU lidstaat, respectievelijk EU onderdaan. Verder heeft staatssecretaris Snel van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer voorgesteld om het VK voor een aantal belastingwetten voor het lopende belastingjaar, dat wil zeggen tot 31 december 2019, te beschouwen als deel uitmakend van de EU waardoor het huidige fiscale regime van toepassing blijft.

 

9. Data.

Bij een no-deal vervallen na 29 maart de huidige Europese kaders voor gegevens/data-uitwisseling, terwijl er nog geen nieuwe zijn. Bedrijven moeten dus zelf inschatten hoe ze op een Brexit anticiperen en hun eigen maatregelen nemen. Er zijn diverse opties: nieuwe contracten afsluiten, van leverancier veranderen of je data verhuizen naar een ander datacenter. Deze maatregelen hebben echter een flinke doorlooptijd en vragen in veel gevallen om grote investeringen. Dat terwijl er een reele kans is, dat het toch niet nodig blijkt te zin. Bijvoorbeeld als er alsnog een deal komt, de EU en VK snel tot nieuwe afspraken komen of de Brexit helemaal niet doorgaat. Nederland ICT heeft aandacht voor dit dilemma gevraagd, omdat wij vinden dat je ondernemers niet met zo’n dilemma mag opzadelen.

 

10. Private investeringen.

In veel gevallen zijn voor de Brexit-voorbereidingen private investeringen nodig, maar door alle onzekerheid en de afwezigheid van een goed business model is dat lastig. Een goed voorbeeld hiervan is een keurpunt voor levende dieren. Als levende dieren de EU binnen komen moeten zij gekeurd worden, op bijvoorbeeld hun gezondheid. Door de Brexit zijn daar straks nieuwe keurpunten voor nodig, bijvoorbeeld in de buurt van de Nieuwe Waterweg. Hier komen veel schepen vanuit het VK aan en sommige dieren, zoals eendagskuikens of (race) paarden worden voornamelijk met de ferry's vervoerd. Eendagskuikens kunnen bijvoorbeeld het drukverschil in de kanaaltunnel niet aan. Zij moeten dus wel via de ferry het land binnen komen en dan moet daar dus keuring mogelijk zijn.

 

En nu?

Al met al behoorlijk wat onzekerheden en risico’s. En als we pech hebben zijn er straks nog veel meer waar we nu geen zicht op hebben.