Verkiezingsprogramma's doorgespit: Wat valt op?

06-09-2012

Wat springt eruit in de partijprogramma's van de politieke partijen? Hoeveel ondernemers staan op de kieslijst voor de Tweede Kamer? En: wat weten we van het rode potlood? Niet te missen verkiezingstrivia.

Hoera voor de ondernemer. Of niet?

Hoe beoordeel je een partijprogramma van tientallen pagina’s? Een snelle scan op bepaalde trefwoorden levert een aardig beeld op. De VVD is dé ondernemerspartij, blijkt uit de scan op het woord ondernemer. Dat woord komt in het programma van de liberale partij liefst 50 keer voor. Maar de ChristenUnie kan er ook wat van. Het naamwoord ondernemer komt er 46 keer in voor, terwijl het begrip mkb er nog vaker geteld wordt dan bij de VVD. GroenLinks, volgens eigen zeggen de mkb-kampioen, heeft het woord mkb niet één keer opgenomen in haar programma. Zegt dat alles? Nee. GroenLinks heeft een voorkeur voor het verzamelbegrip bedrijven of bedrijfjes.

Zijn de linkse partijen de traditionele verdedigers van de werknemer? Het lijkt erop. De Pvda meldt de werknemer 56 keer, terwijl de SP het begrip 26 keer turft. Opvallend: de ChristenUnie vermeldt het woord werknemer nog vaker dan de SP. Daarnaast heeft die christelijke partij bijna een monopolie op het woord God. Vraagje: wie is nu dé groenste partij als je alleen de woorden groen telt. Juist…



Hoeveel ondernemers op de lijst?

De zakenman verdwijnt uit de Tweede Kamer, kopte onlangs een krant. Op de kandidaatslijsten staan nog maar zes ondernemers, een halvering ten opzichte van de periode ervoor.

Onze telling komt op een hoger aantal, maar dat heeft te maken met een soepelere definitie. Wie hebben er ooit zelfstandig geld verdiend? Dan heb je als toekomstig parlementslid ondernemerservaring, ook als je adviseur, freelance journalist of makelaar bent geweest. Je weet wat het is om zelfstandig je eigen broek op te houden.*



Waar komt het rode stempotlood vandaan?

Op 12 september stemt Nederland weer massaal met een rood potlood. In dit digitale tijdperk is stemmen met een potlood voor de één vertrouwd en nostalgisch, voor de ander is het oubollig. Toch lijkt het rode potlood voor iedereen vanzelfsprekend. Dat is het overigens niet. In de kieswet staat alleen dat de kiezer zijn stem uitbrengt door (in het stemhokje) een wit stipje, geplaatst voor de kandidaat van zijn keuze, rood te maken. Stemmen kan dus ook gewoon met lippenstift, viltstift, balpen of een ander zelf meegebracht middel. Als het maar het rood is.

Nadeel van de genoemde alternatieven is dat deze bij het vouwen van het stembiljet kunnen vlekken. Hierdoor bestaat de kans dat het biljet, en dus de stem, ongeldig wordt verklaard. Zonde. Potlood vlekt daarentegen niet en heeft zijn betrouwbare waarde al decennia lang bewezen. Al in de negentiende eeuw werd er met potlood gestemd. Maar toentertijd was de kleur nog zwart.

We stemmen met rood sinds de verkiezingen van 1922. Dat was noodzakelijk om praktische redenen. Begin twintigste eeuw ontstonden er namelijk door de afschaffing van het districtenstelsel meer partijen. Bovendien waren er meer stemgerechtigden sinds vrouwen in 1919 ook actief kiesrecht kregen. En omdat de partijlijsten langer werden, ontstond het praktische probleem dat het een steeds tijdrovender klus werd om het gemarkeerde vakje – dat ging toen ook al op de manier zoals wij het nu kennen – te ontdekken.

Drie dagen na de verkiezingen van 1918 stelde de liberaal Aernout de Beaufort in een ingezonden brief in de NRC voor het zwarte potlood te vervangen door een rood exemplaar. Hij was voorzitter van vele stembureaus geweest en had aan den lijve ondervonden hoe moeizaam de tellingen waren verlopen. De Beaufort was door de verkiezingscampagne van de sociaal-democraten op het idee van een rood potlood gekomen. De SDAP voerde destijds campagne met de leuze ‘Stem rood door Troelstra zwart te maken’. De Beaufort gaf ook de opties oranje, groen en paars mee. Als het maar een goed zichtbare, felle kleur was. Echter, zonder discussie over de kleur ging de Tweede Kamer akkoord met een wijziging van de kieswet. Dit beschrijft Jasper Loots in zijn proefschrift ‘Voor het volk, van het volk’.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de stembureaus. Of de potloden worden hergebruikt? Waar ze anders worden opgeslagen? En of ze van Nederlandse bodem komen? Dat is allemaal afhankelijk van de gemeente.

Hoewel het rode potlood voorlopig nog niet voor zijn bestaan hoeft te vrezen, is er wellicht toekomst voor de sticker. Misschien wordt stemmen dan leuker en verhoogt het de kiezersopkomst. Want als er één volk ter wereld gek is van ouderwets ‘zegeltjes plakken’, dan zijn het wel de Nederlanders.


Woordwolkjes

Welke woorden komen vaak terug in de inleiding van een partijprogramma? Bijna alle partijen hebben het over Nederland, bijna alle politieke partijen laten weten dat ze begaan zijn met mensen waarbij ze kijken naar de toekomst.

Maar de verschillen worden ook duidelijk zichtbaar. Wie heeft het er in zijn inleiding vaak over de euro? D66! Wie schrijft er vooral over een tweedeling? SP. GroenLinks vindt duurzaamheid zo belangrijk dat wordcloud het woord twee keer laat zien. Delen blijkt een typisch Groenlinks-begrip te zijn, terwijl CDA en ChristenUnie samen prominent in beeld brengen.
Dit artikel komt uit de print Forum