Strafexpeditie financiële sector... Ehhh… mogen we even uw aandacht?

‘Banken zijn fout. Hebben de financiële crisis veroorzaakt. Weg ermee.’ Zeven jaar lang is de financiële sector achtervolgd door een angry mob, uitgescholden en uitgejoeld. En toch... toch moeten we weer van ze gaan houden. Maar wel een beetje anders dan voor 2008.



Een strafexpeditie van de overheid tegen de banken is niet zielig voor bankiers, maar voor onszelf. En ja, zeker óók voor ondernemers. Want die zijn al helemaal niet gebaat bij een bank die stevig in het verdomhoekje staat. ‘Laat ik één ding voorop stellen’, begint Nico Rietdijk, directeur van de Vereniging van Ontwikkelaars en Bouwondernemers, ‘zonder ondernemerschap is er geen economie, geen koopkracht, geen zorg, geen overheid, niks. Ondernemen was de afgelopen vierhonderd jaar niet mogelijk zonder bankensector. Die heeft Nederland opgestuwd. Niet alleen door het verstrekken van geld, maar ook door het bieden van een klankbord. Mijn leden hebben net de zwaarste crisis allertijden doorgemaakt, en nu is er nergens meer financiering te krijgen.’ Waarom? Heel simpel, stelt Rietdijk: omdat banken teveel bezig zijn met het afvinken van lijstjes van hogerhand. Daarmee is alle ondernemingsgezindheid weg. ‘Wat mij betreft moeten banken terug naar hun , terug naar het faciliteren van ondernemers met goede plannen. Dat willen ze zelf ook graag, maar toezichthouders en politiek moeten zeker een handje meehelpen. Mijn leden voelen zich bedreigd in hun voorbestaan en hebben te maken met een ambtelijke cultuur bij het verkrijgen van financiering waar ze vaak al een heel politiek traject voor hebben doorlopen op lokaal niveau. De enige manier om daarover heen te stappen, is wanneer ook de politiek snapt dat een strafexpeditie tegen de financiële sector ervoor zorgt dat de economie stagneert.’




‘Het verkleinen van de financiële sector moet geen doel op zich zijn’, stelt Marco Folpmers, bijzonder hoogleraar financial risk management aan de Universiteit van Tilburg. ‘De financiële sector is een hoogwaardige vorm van dienstverlening, waar we het in Nederland absoluut van moeten hebben. Zeker nu je ziet dat veel maakindustrie richting lage lonen gaat.‘ Sterker nog, stellen dat de financiële sector kleiner moet worden, is het voeren van de verkeerde discussie, zegt Arnoud Boot, hoogleraar financiële markten aan de UvA. ‘‘Banken moeten goed te managen zijn en focussen op wat hun klanten willen. Die moeten voorop staan. Dan blijkt vanzelf welke omvang houdbaar is.’ Vóór het uitbreken van de crisis deden banken van alles wat niets met hun klanten te maken had, stelt de hoogleraar. ‘Om het internationaliserend bedrijfsleven van dienst te zijn, moet je in Nederland financiële spelers hebben met een netwerk in het buitenland. Daarvoor kun je simpelweg geen hele kleine bank zijn.’ Dat banken meer doen in het buitenland dan zakjes geld uitlenen, merkte Jeroen van Son, directeur van Fleetshield, toen hij voet aan de grond wilde krijgen in Tsjechië. ‘ING heeft ons daar heel goed geholpen met het leggen van contacten met bijvoorbeeld stedelijke vervoerders en treinbedrijven. Het imago van een bank in het buitenland kun je vergelijken met een ambassade. Ik dacht zelf altijd dat hun rol niet zo groot was, maar er is een wereld voor me open gegaan. Voor ondernemers is het heel waardevol als een bank op die manier achter je staat. Juist niet alleen financieel, maar ook met het netwerk dat een bank in het buitenland heeft.’




De financiële sector bestaat niet alleen uit banken en pensioenfondsen, maar ook uit duizenden startups die opereren in de zogeheten fintech industrie. Kijk maar naar het Nederlandse Bux of Ayden, zegt Pascal Spelier. Hij is consultant bij Capgemini en schrijft op finno.nl kritisch over innovatie in de financiële sector. ‘Die Nederlandse startups kunnen het natuurlijk niet alleen van Nederland hebben, maar zijn hier wel ontstaan. Een deel van hen is een bedreiging voor de heersende orde omdat ze zich begeven in dezelfde value chain, maar er zijn ook partijen zoals Apple Pay die samenwerken met banken of de zogeheten reformers, die de markt totaal anders benaderen. Bijvoorbeeld met een focus op bitcoins. Dat soort bedrijven zorgen ook voor groei en innovatie in de financiële sector.’ Zeker is dat de sector een kraamkamer is van innovatie. Een ander, terugkomend onderwerp is big data. Een manier om klanten financiering te verlenen op basis van hun verdienpotentieel, in plaats van het verleden. Dat moet ervoor zorgen dat mensen makkelijker en veiliger aan financiering komen. ‘Maar het blijft een lastig onderwerp’, zegt Spelier. ‘Laatst bleek uit een onderzoek dat 69 procent van de klanten denkt dat banken data puur voor hun eigen belang gebruiken. Terwijl het zeker bruikbaar voor hen kan zijn. Als ik voorbeeld op Schiphol ben en ik krijg voor vertrek een bericht van mijn bank over een mogelijke reisverzekering, is dat zeker relevant. Maar er moet wel een goede balans bestaan tussen welke gegevens wel en niet gebruikt worden. Uiteindelijk is privacy toch ook in the eye of the beholder




‘Uiteraard is er leergeld betaald’, roept Boot uit. ‘Bestuurders van alle Nederlandse banken hebben allemaal in hun hoofd zitten wat er verkeerd gegaan is. Veel van hen zijn onthutst hoe hun voorgangers in de collectieve gedachtenkronkel zijn meegegaan dat de bomen tot in de hemel groeien. Natuurlijk heeft de financiële sector er gelijk in dat zij dingen ziet als een wraakexpeditie. Maar ik vind wel dat je de sector kunt verwijten dat er weinig genuanceerd naar maatregelen vanuit de overheid wordt gekeken, zeker omdat buffers nog erg laag zijn.’ Sinds het faillissement van Lehman Brothers in september 2008, zijn veel regels voor de bancaire sector aangescherpt. ‘Met name regels ten aanzien van kapitaal zijn sterk aan het veranderen’, zegt Marco Folpmers. ‘Het risico wordt aanzienlijk verlaagd met de nieuwe TLAC-normen. Die schrijven voor dat banken meer kapitaal moeten aanhouden om verlies te absorberen, waardoor ze een stuk steviger worden. Als die eenmaal geïmplementeerd zijn, kun je moeilijk volhouden dat banken niet genoeg eigen vermogen hebben.’ Nederlandse banken zijn ook geslaagd voor de AQR, de zogenaamde balanstest van de Europese Centrale Bank, om te kijken of ze extra kapitaal moeten ophalen. Folpmers: ‘Zo’n vorm van balansdoorlichting gebeurde voor de crisis veel minder intensief. De toezichthouder heeft ontzettend veel data opgevraagd, echt op transactieniveau. Nederland kwam daar goed uit.’ Ook moeten banken vanwege nieuwe regels – zogenoemde IFRS 9 – een potje aanleggen voor verwachte verliezen. Vrij ingewikkelde voorschriften, zegt Folmpers. ‘Je moet een bank zijn met een redelijke omvang om op een adequate manier aan alle regels te voldoen. Daar heb je omvangrijke afdelingen voor nodig.’




‘Als je als bank producten hebt verkocht, waarvan op het moment van verkopen duidelijk was dat ze niet in het belang van de klant waren, dan zal je daar als financieel dienstverlener vandáág naar moeten kijken’, stelt Arnoud Boot. ‘Natuurlijk is dat niet puur een juridische vraag, maar je zult een license to operate moeten hebben. Financiële spelers zijn in individuele gevallen bereid om naar derivaten te kijken, maar zijn als de dood dat iets een precedentwerking heeft. Daarom gebeurt het aanpassen van derivaten nu op een te kleine schaal. Vanuit maatschappelijk oogpunt kun je dat nauwelijks verdedigen.’ Een bank die in het verleden verkeerd gehandeld heeft, heeft een zorgplicht richting de ondernemer, vindt ook Marco Folpmers. ‘Maar als ondernemer heb ook je eigen verantwoordelijkheid. Je kunt er nooit voor honderd procent op vertrouwen dat eigen verdieping in een dergelijk product niet nodig is, net zoals een particulier moet zorgen voor zijn eigen gezonde financiële situatie.’ Dat betekent overigens niet dat aan alle derivaten een luchtje zit – wat vaak wel zo lijkt met alle negatieve berichtgeving erover. Als reactie alle derivaten afschaffen zou dan ook verkeerd zijn, stelt Folmpers. ‘Derivaten komen oorspronkelijk uit de VS, waar ze van oudsher in de agrarische industrie werden gebruikt. Omdat boeren zekerheid wilden hebben dat ze hun graan voor goede prijs verkochten, wilden ze zekerheid hebben over de prijs in de toekomst – heel nuttig voor de reële economie. Het is alleen vervelend dat derivaten nu ook voor speculatieve handelingen worden gebruikt.’
Dit artikel komt uit de print Forum